Hoofdstuk 14 · 7 minuten lezen
Nog één verbinding
Op donderdagavond stond het geschilderde raam met zijn blauwe kant naar de muur. De rode brievenbus keek de zaal in. Mila had hem een klein stukje open kunnen maken, zodat de visser er straks echt iets in kon stoppen.
Straks, als ze die versie nodig hadden.
Ze legde de kartonnen mal achter de werktafel. Oma en Ilyas kwamen uit de tuin met de grote doek, voorzichtig over de brede rol gedragen. Het laden was klaar. Boven de tuinmuur had de maan genoeg licht gegeven; nu moest het eerst in de stof blijven tot zij klaar waren.
Mila hielp de schone rand begeleiden terwijl Ilyas en oma de doek weer in het raam brachten. De keuken werd zichtbaar. Alles stond nog op zijn vaste plek. De achterdeur, de koude tafel, de oude kruk. Ze had het bijna twee dagen niet gezien.
‘Geen volle voorstelling vanavond,’ zei Ilyas. ‘Generale. We proberen de aansluitingen. Om half acht beginnen.’
Oma liep naar de stoelen voor de zaal. Ilyas moest nog iets in de hal klaarzetten. Aron pakte zijn geluidsbak uit. Hij had een stuk schuurpapier meegenomen voor voetstappen, maar het klonk alsof de visser zijn voeten niet optilde. Mila hoorde hem een andere ondergrond zoeken.
Zij hoefde alleen de doek even te laten zoals die was. Oma had dat niet eens nadrukkelijk gezegd. Mila wist het.
Op de werktafel lagen de twee blauwe stukken van dinsdag. Ze zaten losjes op een kaartje gewikkeld. Mila pakte er één. Ze hield hem langs haar mal, bij de twee kruisjes die ze thuis donkerder had gemaakt.
Het eerste uiteinde ging onder een bestaande gele lus door. Niet door het zilver. Dat deed ze goed. Ze zag de stompe stopnaald voor zich, maar met haar vingers kon ze de opening ook vinden. Het blauwe eindje kwam aan de achterkant tevoorschijn.
Aron schraapte opnieuw met het schuurpapier.
‘Te hard?’ vroeg hij.
‘Een beetje,’ zei Mila.
Ze wachtte tot hij zich weer omdraaide. Het andere uiteinde bracht ze door de groene lussen die tegenover de keukenrand lagen. Op dinsdag had er een grote boog tussen gezeten. Met haar karton ertussen kon de afstand steeds hetzelfde blijven. Ze legde de draad langs het schuine potloodstreepje en haalde de mal weg.
Het blauwe gleed meteen terug.
Eén slag eromheen, zoals met het pakjestouw. Nog één. De twee extra wikkelingen klemden tegen elkaar. Het bleef staan.
Mila liet voorzichtig los. Er kwam een ribbeltje in de doek, kleiner dan haar pink. Ze schoof haar vingers erachter en gaf de stof wat ruimte. Het ribbeltje werd gladder. Dit was niet het donkere puntje van dinsdag. Nog niet.
Toen kwam oma terug.
Mila schoof het losse karton achter haar been. Ze had kunnen zeggen dat er iets anders zat. Ze had ook de twee wikkelingen weer kunnen openen. Maar oma liep naar de andere kant van het raamwerk, waar de naaikamer op de rol rustte.
‘Is je papier voor het begin klaar?’ vroeg ze.
‘Ja.’
Het vel zat in haar zak. Ze had de zin over niet hoeven verhuizen doorgestreept. Daarvoor in de plaats stond dat de drie kamers bij elkaar hoorden.
Ilyas kwam binnen en keek naar de klok. Het was half acht.
De gewone stoel werd voor het eerste stukje in de geleende keuken gezet. Oma bracht haar houten naaidoos mee. In de korte scène zou ze een knoop zoeken terwijl de visser bij het raam stond te wachten op zijn nieuwe jas. De doos stond op de stoel. Mila vond hem er mooi bij passen. Bijna alsof die stoel er altijd had gestaan.
De poppenkoffer lag open buiten de opening. Ilyas haalde de octopus eruit. Op de bodem zaten de laars en de bloemen in een aparte hoek. Toen legde hij de koffer voor de volgende scène binnen bij de stoel. Zo zou hij straks de visser kunnen pakken zonder om het hele raam heen te lopen.
Mila begon. Niet tegen drie bezoekers ditmaal; alleen tegen Aron en Ilyas, terwijl oma wachtte op haar teken.
‘Sommige kamers herken je ook als er niemand in is.’
Dat klonk goed. Ze kon verder zonder op haar vel te kijken. Oma pakte de naaidoos. Toen moest de keuken verdwijnen en de serre komen, voor Arons regen. Ilyas legde zijn hand aan de rol.
‘Wacht,’ zei Mila. ‘Iets minder ver.’
Hij draaide een klein stukje. De keukentafel schoof opzij. De serre verscheen er half naast.
Mila kreeg het warm van opluchting. Zo snel was het op dinsdag niet gegaan.
‘Nog een beetje,’ zei ze.
De blauwe draad verschoof langs de gele rand. Eén van de extra wikkelingen trok onder de andere door. Mila zag het, maar het ging te snel om aan te wijzen. Er kwam een vouw in de stof. Toen nog een, de andere kant op.
‘Stop.’
Ilyas hield de rol stil.
De kamer stond verkeerd. De kruk leek door een vensterbank heen te steken. Achter een stuk van de keukendeur zag Mila Lena's naaikamer, terwijl daar de serre hoorde te staan. Ze bewoog haar hoofd opzij. Het werd niet duidelijker.
‘Mila,’ zei oma. ‘Ben je ergens aan geweest?’
Ze zei niets. De vouw trok verder naar binnen, tot een handbreed stuk doek dubbel achter zichzelf lag. Waar het zilver verdween, ontstond een donker kuiltje.
Arons regenblik hield op. Hij was niet eens begonnen met spelen; ze had het gerammel gehoord terwijl hij het pakte.
Oma stond nog binnen met de naaidoos in haar handen. Ilyas stond bij de buitenkant van het raam. Mila wilde haar waarschuwen nergens tegenaan te komen. Toen draaide oma zich om en stapte gewoon naar de zaalvloer terug.
‘Iedereen van het raam af,’ zei ze. ‘Niet aan een draad trekken.’
Mila deed een stap achteruit. Haar schoen raakte het karton dat ze onder de tafel had geschoven. De flap klapte tegen haar enkel. Het blauwe draadje was nu voor iedereen zichtbaar, strak tussen twee plekken waar het los had moeten hangen.
Ilyas zette de plafondlampen aan. Het gele licht maakte de drie kamers bleker. Hun randen bleven door elkaar staan.
‘Ik zet niets verder,’ zei hij.
Mila knikte. Haar vel met het doorgestreepte begin kraakte in haar zak. Ze hield haar handen ernaast, waar iedereen ze kon zien.