Hoofdstuk 21 · 8 minuten lezen
De hele lap
De tuin rook naar natte bladeren. Ilyas hield de deur open terwijl Eva de schone onderlegger naar buiten bracht. Onder de buitenlamp leek het pad glibberig, maar het was alleen de donkere kleur van de tegels. Ilyas veegde er met zijn schoen overheen en haalde één verdwaald blad weg.
Mila bleef bij de tafel. Oma keek de laatste groene lus na. Ze schoof hem met de naald een klein stukje opzij en liet hem weer liggen. Daarna volgde ze de lijn van de naaikamer tot die bij het begin terugkwam.
‘Die zijn nog dicht,’ zei ze.
De gele lijn had haar kleine opening. Het losse einde lag ruim langs de rand. Aron pakte de blauwe draden van de andere tafel en legde ze in de kartonnen mal. Op de werktafel bleef geen stukje blauw achter.
Mila wilde de tekening in haar zak steken, maar het vel was te groot. Ze legde het naast de mal. De naald ging in het rode kussentje. Oma zette het bij haar naaidoos in de kast.
‘Dat halen we zo weer op,’ zei ze. ‘Eerst de doek.’
Eva kwam binnen om te zeggen dat alles klaar lag. Samen met oma nam ze de brede stof op. Ze lieten de randen rustig naar beneden hangen, met de geopende plek bovenop. Het pak was groter dan Mila's dekbed thuis. Zij liep voor hen uit en hield een stoel uit de weg. Aron zette de tuindeur vast, zodat die niet terug kon zwaaien.
Toen ze buiten kwamen, was de buitenlamp alweer uit. Ilyas had hem uitgedaan zodra iedereen de drempel over was. De onderlegger lag als een donkergrijze rechthoek op het pad. Daarboven glansde de grote doek in Eva's en oma's handen.
Mila zag meteen hoe klein haar oma's balkon daarvoor was geweest. Hier konden de twee volwassenen ieder langs een andere kant lopen. Ze legden de stof neer, met het zilver boven. Oma tilde de laatste hoek nog even op en schoof hem plat.
Aron keek op zijn telefoon. ‘Dertien minuten voor twaalf.’
‘Dan blijven we hier tot het klaar is,’ zei Ilyas.
Hij ging op het lage bankje bij de muur zitten. Eva bleef bij de deur staan en ritste haar jas dicht. Oma trok haar sjaal wat hoger. Mila had haar eigen jas binnen laten hangen.
‘Ik haal hem wel,’ zei ze.
Ze liep terug door de lege zaal. Het raamwerk stond tegen de wand. Ze moest er omheen om bij haar jas te komen. Een van de houten voeten stak iets uit; ze schoof haar schoen er zorgvuldig langs. Op het lage toneel hing de blauwe tule in een scheve bocht. Niemand hoefde meer in het raam te staan. Niemand hield nog een rand omhoog.
Mila trok haar jas aan. In de zak zat een hard mandarijnpitje. Dat moest van een eerdere middag zijn. Ze legde het op een schoteltje bij de kraan en ging weer naar buiten.
Een dunne wolk schoof voor de maan. Ze kon nog een lichte kring zien, met daaronder de donkere takken boven de tuinmuur. Op de tegels lag hun doek. Het licht trok er langzaam uit, vanaf de open randen naar het midden.
‘Denk je dat de serre het straks nog doet?’ vroeg Aron aan oma.
‘De lijn is heel gebleven.’
‘Ik bedoel, als we hem een andere keer gebruiken.’
‘Ja. Net als de naaikamer.’
Aron knikte. Hij ging op het andere eind van het bankje zitten. Zijn schoenen stonden naast elkaar, de neuzen iets naar binnen. Mila bleef staan. Ze kon niet op de doek zien waar de oude keukentafel had gestaan. Er waren alleen steken, zilveren banen en een smal stukje geel dat los lag.
Oma streek een losse haar uit haar gezicht.
‘Die kruk,’ zei Mila. ‘Die had u weggegeven.’
Oma keek haar even vragend aan en begreep het toen. ‘Ja. Aan je tante.’
‘Heeft ze hem nog?’
‘Dat moet je haar eens vragen. Ik ben vergeten waar ze hem heeft neergezet.’
Mila probeerde zich de kruk voor te stellen in een andere kamer. Op de opname stond hij altijd bij de keukentafel. Ze had er nooit veel aandacht aan besteed. Meestal had ze hem gewoon een beetje opzij geduwd.
Een windje liet de sjaal van oma langs haar jas schuren. Het licht op de doek werd dunner. Mila zag de gewone grijze kleur door het zilver heen komen. Ze boog voorover, met haar handen in haar zakken. Het kleine plekje dat eerder onder de Z-plooi verborgen was geweest, werd net zo dof als de rest.
Er hoefde niets meer te worden opgetild.
‘Er is morgen trouwens ook ruimte voor de gewone voorstelling,’ zei Ilyas. ‘Die lamp werkt weer.’
‘En het geschilderde raam staat er nog,’ zei Aron.
Mila keek naar hem. ‘Heb je je regenblik nog?’
‘Ja. Op de onderste plank.’
‘Dan kunnen we dat morgen gebruiken.’
Aron schoof met zijn voet over een naad tussen de tegels. ‘Dat was ik al van plan.’
Ilyas stond op. De doek lag stil, nu helemaal grijs. Oma liep om de onderlegger heen en keek langs alle vier de randen. Ze vroeg Eva het hoekje bij de deur nog even op te nemen. Ook daar zat geen licht meer onder.
‘Klaar,’ zei ze.
Mila keek naar de gele lijn. Ze had geweten wat er zou gebeuren. Toch wachtte ze even op iets dat haar zou laten zien dat de keuken er niet meer was. De stof lag er gewoon. De tafel en de oude kruk waren voorgoed met het geleende licht weggegaan.
Boven de muur kwam de maan achter de wolk vandaan.
Arons telefoon bromde. Zijn vader stond aan de voorkant van het gebouw. Aron trok zijn mouwen over zijn handen en zei dat hij de volgende middag wel wilde komen. Hij keek daarbij naar Ilyas, niet naar Mila.
‘Twee uur,’ zei Ilyas. ‘Eerst het programma. Dan oefenen.’
Oma en Eva namen de ontladen doek mee naar binnen. Deze keer hielp Mila de onderlegger dragen. De hoek bij haar hand sleepte bijna over de tegels; ze pakte hem wat hoger.
Binnen liet Ilyas hun jassen en de naaidoos halen terwijl hij de stof veilig weglegde. De kartonnen mal en de tekening gingen in Mila's tas. Om kwart over twaalf liepen zij, Eva en oma naar huis. Mila probeerde de lantaarnpalen te tellen. Ze dacht dat ze er halverwege één had overgeslagen en liet het daarbij.