Hoofdstuk 16 · 9 minuten lezen
Wat Mila had vastgezet
Oma zette haar stoel schuin naast het raamwerk. Ze kon nu de voorkant en een stukje van de achterkant tegelijk zien. Mila stond tussen haar en de werktafel, met de mal tegen haar buik.
Ilyas keek op zijn horloge. ‘Half negen. We hebben tijd. Ik pak eerst een tweede lamp.’
Hij liep naar de kast bij de zijdeur. Aron schoof het regenblik op de onderste plank. Hij maakte er geen geluid bij.
Oma wees naar de gele draad die achter de groene rand verdween. ‘Je zei dat hij bij het schuiven opzijging. Dan verwacht ik hier de terugweg.’
Met haar vinger volgde ze een stukje van de plooi, zonder de strakke plek aan te raken. Mila zag waar ze naartoe ging. Dat was de plek van de eerste blauwe lus. Niet de plek waar Mila de draad daarna langs de mal had gekruist.
‘We kunnen de rol een beetje terugzetten,’ zei oma. ‘Jij houdt de rand ruim. Ilyas hoeft dan alleen—’
‘Wacht.’
Het woord kwam zo zacht dat oma doorging met kijken.
Mila zette de mal op de stoel naast zich. ‘Nee. Wacht. Ik heb hem anders gedaan.’
Oma trok haar hand terug. Ze had nog niets bewogen.
Aron keek niet op uit de kast.
‘Wat heb je anders gedaan?’ vroeg oma.
Mila legde haar karton plat. De nieuwe vouw liep dwars door de getekende keukentafel. Ze streek hem glad. Dat hielp niet veel.
‘Dit is de keuken. Hier zit die gele lus. En dit groen is van de serre.’
Ze wees met haar vingertop naar de gaatjes. Ze wilde dat ze het meteen begrepen, maar het karton was alleen voor haarzelf duidelijk. De cirkels van de rollen stonden scheef en bij de zon had ze een pijltje getekend dat de verkeerde kant op wees.
‘Pak een potlood,’ zei oma.
Mila zocht in haar jaszak. Het vel voor haar begin viel eruit. Ze legde het met de doorgestreepte kant naar beneden op tafel.
‘Ik heb het blauw hierlangs gedaan.’ Ze tekende de draad opnieuw, over een oude lijn heen. ‘Niet met zo'n losse boog. Dichterbij.’
‘Op de grote doek?’
Mila knikte.
Nu draaide Aron zich om.
‘Vanavond?’
Ze knikte nog eens.
Hij kwam niet naar de tafel. Hij bleef bij de kast staan, met de deur in zijn ene hand. ‘Je zei dat je alleen iets tekende.’
‘Woensdag was het ook alleen een tekening.’
Zodra ze het gezegd had, wilde ze de zin terug. Het klonk alsof het iets oploste.
‘Vandaag heb ik het gedaan,’ zei ze. ‘Voor we begonnen. Toen jij die voetstappen probeerde.’
Aron deed de kastdeur dicht. Hij trok niet hard, maar het slot klikte luid. Ilyas kwam terug met een kleine leeslamp. Hij zette hem eerst op de lege hoek van de tafel en keek toen naar oma.
‘We veranderen nog niets,’ zei ze. ‘Mila laat de verbinding zien.’
Mila legde het losse blauwe stuk naast het karton. Ze zou ermee kunnen nadoen wat ze had gedaan, alleen niet in de echte doek. Ze vroeg of dat mocht. Oma schoof het gewone rode oefenborduurwerk uit de buurt en knikte.
Door het eerste kartonnen gaatje, onderlangs naar de andere kant. Mila bracht de blauwe draad over de getekende serre. Ze had het uiteinde op de stof niet op deze plek laten liggen; ze was om de groene lussen heen gegaan, zodat het aan de achterzijde terechtkwam. Ze draaide het karton om en tekende daar verder.
‘Hier kruist hij. Dat zag je vanaf de voorkant niet.’
Oma boog zich een stukje voorover. ‘En toen?’
‘Toen gleed het terug. Daarom heb ik er twee keer extra omheen gedraaid.’
Ze maakte de twee wikkelingen in het losse garen. Deze keer zonder ze dicht te trekken. Ilyas zakte door zijn knieën om ook de achterkant van de mal te zien.
‘Zaten die twee extra slagen in de doek?’
‘Om het blauw. Maar daarachter zaten die andere lussen. De gele. Dus toen het verschoof, gingen die mee.’
Ze keek naar oma. Dat laatste wist ze niet helemaal. Ze had het alleen zien gebeuren. Oma keek van de tekening naar de echte plooi en vroeg waar het losse uiteinde langs was gegaan. Mila wees de weg aan zonder de stof aan te raken.
‘Vanaf hier naar daar. Toen weer terug naar voren.’
‘Dan beginnen we niet waar ik dacht,’ zei oma.
Ze zette haar stoel iets verder van het raam. Mila liet de kartonnen flap zakken. Het blauw gleed uit een gaatje en bleef op tafel liggen.
Aron stond nu naast de naaidoos. ‘Waarom zei je het niet toen ik vroeg hoe de voetstappen klonken?’
Mila keek naar de potloodpunt. Er zat een blauw pluisje aan.
‘Omdat ik het eerst wilde laten werken.’
‘Het hoefde niet.’
‘Ik dacht dat de drie kamers dan—’
‘We hadden gisteren toch een voorstelling?’
Mila keek naar de rode brievenbus aan het geschilderde raam. Ze had dat flapje zelf opengemaakt. Het was niet mislukt. Ze had het ook leuk gevonden.
‘Ik weet het,’ zei ze.
Aron pakte de mal op, keek naar de twee kruisjes en legde hem weer neer. ‘Je hebt mijn serre ook vastgezet.’
Mila kon niet zeggen dat het oma's serre was. Ze hoorde hoe dat zou klinken.
‘Ja.’
Oma vroeg Ilyas om de leeslamp naar de achterkant te richten. Toen vroeg ze Mila haar potloodlijn naast de plooi te houden, op afstand, zodat ze beide tegelijk kon volgen. Ze hoefden het karton nergens tegenaan te duwen.
Het was moeilijk om haar arm stil te houden. Mila wilde hem even laten zakken, maar oma keek nog.
‘Zeg als je moe bent,’ zei ze. ‘Ik pak dat papier wel over.’
‘Het gaat.’
‘Dan nog even hier.’
Ze volgden samen de eerste omweg. De gele lijn zat niet alleen achter de serre, maar kwam ook weer naar voren. Mila zag hoe een stukje stof daartussen naar achteren was geklapt. Verder konden ze vanuit deze hoek niet kijken.
‘We moeten met het geheel naar de tafel,’ zei oma. ‘Zonder aan deze plek te trekken. De verbinding eerst in rust zien.’
Ilyas knikte. ‘Ik bel Eva. Als dit uitloopt, kunnen we wat extra handen gebruiken.’
Mila wilde vragen of ze moest stoppen en mee naar huis. Maar Ilyas vroeg aan de telefoon alleen of Eva naar het buurthuis kon komen. Hij vertelde dat iedereen veilig was, dat er iets vastzat in de stof en dat ze rustig wilden kijken hoe het los moest. Toen gaf hij oma de telefoon.
Aron haalde de potloden van de grote tafel. Hij zette ze in de beker bij het raam en schoof de gewone naaidoos naar een andere tafel. Mila wilde de andere kant pakken.
‘Ik heb hem,’ zei hij.
Ze liet los. Hij tilde de doos met beide handen onder de bodem, zoals oma het graag zag.
Na het bellen ging oma terug naar de voorkant van het raam. ‘We weten nu genoeg om hem veilig uit te nemen. Eerst die tafel helemaal vrij.’
De blauwe draden lagen op het karton. Mila legde haar potlood ernaast. Geen van beide stukken zat nog in de stof; de gekleurde lussen hielden elkaar vast. De doek hing stil tussen de rollen. In de plooi brandde een smal randje licht.
Ze schoof haar vel met het doorgestreepte begin onder de mal. Dit keer hield ze de tekening niet bij zich. Ze liet hem liggen waar oma hem kon zien.