Hoofdstuk 11 · 9 minuten lezen
Niet aan die draad
‘Als we minder ver hoeven te schuiven, gaat het sneller.’
Mila wees naar de plek waar de serre op de rol verdween. Daar zat een rij groene steken. Een gele draad uit het keukenpatroon liep er vlak naast. Ze had de twee kleuren zondag al gezien, maar toen waren het alleen mooie randjes geweest.
Aron liet de buitenrol los. Oma trok de sluiting aan en wachtte tot hij vastzat.
‘Sneller is niet waar hij het over had,’ zei ze.
‘Dat weet ik.’ Mila wist het niet helemaal. Als de ene kamer meteen in de andere overging, hoefde zij niet alles vol te praten terwijl Ilyas draaide. Dan konden haar verhaal en Arons visser tenminste tegelijk verder.
‘Een deur,’ zei Aron. ‘Je maakt een deur dicht en je staat ergens anders. Dat kan ook met een gordijn.’
‘Maar met dit is het echter.’
Oma kwam naast hen staan. Ze keek naar de twee kleuren en streek de stof voorzichtig recht.
‘Mijn moeder gebruikte soms een losse draad om twee patroonranden mee te laten bewegen. Om een overgang te maken. Die draad mocht nergens trekken.’
Mila zag al hoe het kon. ‘Kunnen we dat proberen?’
‘Een klein stukje. Samen, en dan weer los.’
Ilyas kwam terug uit de zijruimte. De gasten waren naar huis; de prei had volgens hem bijna een geschilderde palmboom omvergelopen. Hij haalde twee overgebleven stukken blauwe katoendraad uit de gewone decorbak. Het waren geen zilveren weefdraden en ook niet het lint van de kleine lap. Oma liet Mila de losse uiteinden zien.
‘Hier gaan we niets mee vastnaaien.’
Met de stompe stopnaald wees ze een bestaande gele lus aan. De naald ging niet in het zilver, alleen onder het gekleurde garen. Ze schoof één uiteinde blauw erdoor. Het andere ging door een groene lus van de serre. Daartussen hing een ruime boog.
Ilyas hield de rol vast. Oma begeleidde de doek toen hij heel langzaam draaide. De serre schoof weg. Even stond een strook van de keukentafel naast de rand van het serre-raam. Mila zag hoe de kleuren elkaar volgden. Het werkte.
‘Nu moeten we die ruimte bewaren,’ zei oma. ‘Ook als de doek een beetje opbolt.’
Mila legde haar vingers om de blauwe boog. Hij hing veel te laag. Iemand zou hem kunnen zien. Ze schoof haar duim op en hield de draad korter.
‘Zo?’
Op de doek verscheen een smal knikje. De gele lijn trok opzij. Een puntje tussen de draden werd donker.
‘Los,’ zei oma.
Mila liet meteen los. Het knikje bleef nog staan.
Oma hield de rol tegen. ‘Aron, blijf daar vandaan. Mila, kijk naar je duim. Welke kant ging die op?’
Ze deed de beweging nog eens in de lucht. Naar links, een beetje onderlangs. Oma legde haar hand onder de stof. Mila bracht de blauwe draad terug over dezelfde kant, zonder te trekken. De gele lus kwam omhoog en het vouwtje zakte open. Het donkere puntje werd kleiner tot Mila het niet meer kon vinden.
Haar vingers voelden warm. Ze had de stof maar een heel klein beetje willen inkorten.
‘Ik heb hem niet eens strakgetrokken.’
‘Strakker dan de doek kon hebben,’ zei oma. ‘Die gewone steken kunnen elkaar meenemen. En dan gaat de zilveren stof ertussen zitten.’
Ilyas wilde weten of het raam verder verschoven was. Ze bekeken samen de achterkant. Alles lag weer glad. Oma haalde de blauwe draad helemaal uit de gekleurde lussen en legde hem op tafel, naast het tweede, ongebruikte stuk.
‘Voor vandaag klaar. Ik ga niet met een zaal vol kinderen oefenen of wij zoiets op tijd zien.’
‘We kunnen eerst nog—’
‘Nee,’ zei Ilyas. Hij klonk niet boos. Hij hield alleen de rol nog steeds vast, en Mila begreep dat hij hem ook niet zou loslaten om haar verder te laten proberen.
Ze namen de doek uit het raamwerk. Zonder rechte patroonzone doofden de kamers. De zilveren ondergrond bleef zacht glanzen. Met oma en Ilyas bracht Mila het grote stuk naar de tuin. Ze controleerden de randen en legden alle lagen open. De maan stond boven de muur; op de schone onderlegger zag de doek eruit als een heel lage vijver.
Binnen legde oma de stompe naald op een gewone lap die Ilyas uit de handwerkmand had gehaald. Er stond een half afgewerkte rode rand op. Terwijl het licht buiten terugliep, kon Mila haar vingers laten oefenen zonder iets bijzonders kapot te maken.
Ze probeerde een steek terug te halen. Hij wilde niet. Ze pakte de stof dichter bij de naald vast, maar trok toen aan de verkeerde kant.
‘Daar sluit je de lus,’ zei oma. ‘Kijk waar het uiteinde vandaan komt.’
Bij haar tweede poging schoof een rood boogje vrij. Het was een klein, prettig gevoel. Ze deed nog een steek. Aron zat tegenover haar en tekende iets op de achterkant van een oud affiche.
‘Als het daar vastzit,’ zei Mila, ‘kun je toch zo'n gele steek losmaken?’
Oma pakte de gewone lap niet van haar af. Ze draaide hem om, zodat Mila de achterkant kon zien.
‘Dat kan. Maar een kamerpatroon is een gesloten lijn. Maak je die open, dan gaat de opname bij het teruggeven mee weg. Voorgoed.’
De rode draad hing uit Mila's naald. Ze hield hem stil.
‘Ook als je hem daarna weer netjes vastmaakt?’
‘Ook dan. Mijn moeder heeft me dat bij het werk met die doeken uitgelegd. De steken maken is niet hetzelfde als het vertrek opnieuw opnemen.’ Oma tikte op de gewone rode rand. ‘Hier kun je opnieuw beginnen. Hier zit alleen garen.’
Mila keek naar de tuindeur. Je kon de doek net voorbij de drempel zien liggen. Het licht was aan één kant al bijna weg.
‘Maar als je hem niet teruggeeft?’
‘Dan is na de ochtend de hele doek onbruikbaar. Dat grijze proefstuk heb je gezien.’
Aron legde zijn potlood neer. ‘Dus dan ben je de drie kamers kwijt.’
Oma knikte.
Mila schoof de rode steek terug door zijn gaatje. Dat lukte niet meteen. De draad was aan het uiteinde gespleten. Ze maakte hem vochtig met haar vingertoppen en probeerde opnieuw.
‘Kun je de keuken later opnieuw maken?’ vroeg ze.
‘Ik kan geen nieuwe opname weven. En zo stond hij er alleen toen mijn moeder daar werkte. Zelfs gisteren was het niet precies die keuken.’
De achterdeur stond open. Buiten tikte een blad over het pad, langs de stof zonder erop te komen. Mila dacht aan de vrachtwagen van de jongen en de echte sleutel in zijn vaders hand.
Oma schoof een glas water naar haar toe, aan de andere kant van de tafel. ‘Genoeg naalden voor één avond.’
Daarna gingen ze buiten kijken. Het hele grote stuk was grijs geworden, ook bij de randen en op de plekken waar de stof daarnet nog een vouwtje had gehad. Ze namen het op en brachten het op de brede rol naar de berging. Pas toen Mila haar jas haalde, zag ze dat Aron zijn affiche had omgedraaid.
Hij had een gewoon houten raam getekend, met aan de ene kant een zon en aan de andere dikke regenstrepen.
‘Daar kan ik ook achter staan,’ zei hij.
Mila keek naar de veel te grote druppels. Ze leken op losse komma's. Het was een goed raam voor een pop. Maar ze kon nog voelen hoe kort de keuken en de serre naast elkaar hadden gestaan. Zonder lege zaal ertussen. Ze wist precies hoeveel ruimte ze daarvoor te kort was gekomen.