Hoofdstuk 20 · 8 minuten lezen
Eén steek die ze kende
De naald was dikker dan de gele draad. Mila hield hem eerst te recht. Het stompe puntje gleed over de steek heen en tikte tegen haar nagel.
‘Van opzij,’ zei oma.
Ze wees op het kleine boogje waar de draad boven de grijze achterkant uitkwam. Mila probeerde het opnieuw. Deze keer schoof de naald eronder. De draad lag op het metaal, geel tegen zilvergrijs.
Ze hoefde hem alleen omhoog te brengen. Dat had ze dinsdag ook gedaan, op het gewone lapje. Die losse steek was gewoon een stukje garen geweest dat ze opnieuw kon gebruiken. Ze had hem tussen haar vingers rondgedraaid terwijl oma uitlegde hoe het met een kameropname ging.
Nu kwam Mila's hand niet verder.
‘Zit er iets vast?’ vroeg oma.
Mila schudde haar hoofd.
Aron had zijn handen naast elkaar op tafel gelegd. Zijn duim bewoog over een oud verfspatje. Niemand zei dat ze moest opschieten.
Mila tilde de naald op. Het gele boogje werd langer. Er verscheen een klein gaatje waar de draad had gezeten; de zilveren weving eronder bleef dicht. Ze legde de naald neer en pakte het boogje tussen twee vingers. Met één rustige beweging haalde ze het uiteinde terug.
De keukenlijn was open.
Er klonk niets. Het licht onder de stof bleef even bleek. Oma legde het gele eind naast de rand, bij Arons handen.
‘Laat het maar liggen,’ zei ze.
Mila keek nog een keer naar het lege steekje. Op het grijs was de onderbreking nauwelijks te vinden. De keukenopname was er nog, had oma gezegd. Tot ze het licht teruggaven.
Ze draaide haar tekening goed. ‘Dit was de eerste.’
Oma knikte. ‘Nu kun je hem terughalen uit die groene lus.’
Daar kwam meer stof aan te pas dan Mila had gedacht. Oma schoof een hand onder de plooi. Eva ondersteunde de brede rand, zodat die niet van de tafel zakte. Mila kon de gele steek een stukje terugleggen. De draad gleed door de groene lus en bleef halverwege aan zichzelf hangen.
Ze voelde de neiging om even harder te trekken. In plaats daarvan legde ze de naald neer.
‘Hij draait.’
Oma boog zich voorover. ‘Dat is één van je extra wikkelingen. Kijk, je kunt hem hier ruimte geven.’
Met haar nagel duwde ze het gele lusje een fractie opzij. Mila ging er met de stompe naald onder en tilde het over de gedraaide draad heen. Ditmaal kwam de steek helemaal vrij.
Aron schoof het losse einde van een schroefgat in de tafel weg. Hij hield het niet vast. Toen er meer draad kwam, legde hij die in een ruim bochtje neer.
Mila zette een klein vinkje op haar tekening.
De tweede steek ging sneller. Bij de derde moest oma de stof een stukje draaien. Aan de voorkant verscheen een zilveren streep, zo dun als een kier onder een deur. Mila keek ernaar tot haar ogen prikten.
‘Is hij al open?’ vroeg ze.
‘Een deel.’ Oma liet haar kijken naar de rand van de plooi. ‘Er zitten nog negen steken aan deze kant vast.’
Ilyas kwam vragen wie er thee wilde. Aron stak zijn hand op. Mila zei nee en bedacht toen dat ze wel iets warms wilde vasthouden. Eva nam de plek naast oma over, terwijl oma opstond om haar rug te strekken. De doek kon rustig op tafel blijven liggen.
Bij de andere tafel rook de thee naar munt. Ilyas had voor Aron een mok met een scheve kerstboom gevonden.
‘We hebben ook een paashaas,’ zei hij. ‘Die is groter.’
Aron nam een slok en trok een gezicht. ‘Deze is al groot genoeg.’
Mila blies over haar eigen thee. Aan de wand hing de klok. Het was nog geen elf uur. Ze voelde zich moe op een manier die ze normaal alleen in een auto had, wanneer de straatlampen één voor één over het raam schoven. Maar als ze naar de werktafel keek, was ze meteen weer wakker.
‘Zal ik er een paar doen?’ vroeg oma.
Mila keek naar haar vingers. Het puntje van haar duim was rood van het vasthouden.
‘Ik wil er wel bij blijven.’
‘Schuif dan je stoel naast me.’
Oma maakte de volgende vier steken los. Mila wees op de tekening aan waar ze waren. Soms vergiste ze zich doordat de achterkant andersom lag. Dan hield Aron het karton overeind, zodat ze niet met haar hoofd op tafel hoefde te gaan liggen. Hij zei alleen het nummer als de steek echt vrij was.
‘Zeven.’
De plooi had geen scherpe middenrand meer. Er lag een zachte bocht, met nog een klein dubbel stukje aan het uiteinde. De groene lussen waren heel gebleven. Mila streek er niet overheen; ze wist inmiddels hoe snel een nagel achter een draad kon haken.
Voor de laatste vijf nam ze de naald terug. Haar hand was rustiger geworden. Ze haalde één steek verkeerd terug en zag het zelf: de gele draad lag opnieuw over de groene. Ze stopte, schoof hem terug en begon aan de andere kant.
‘Zo?’
Oma keek. ‘Zo.’
Bij de elfde steek schoof de laatste dubbele laag uit elkaar. Mila zag de hele breedte van de zilveren stof. De twaalfde zat nog dwars door een groene lus, maar zonder de plooi eromheen kon ze hem goed bereiken. Ze haalde de draad terug en legde de naald neer.
Aron liet het gele einde uit zijn hand glijden. Hij had het alleen opgetild om het vrij langs de tafelrand te leggen.
‘Twaalf,’ zei hij.
Mila keek op haar papier. Er stonden twaalf vinkjes. Op de stof was veel minder verdwenen dan op haar tekening. De keukenlijn liep nog bijna helemaal door; alleen bij de plek van de knoop zat de onderbreking. Die zag eruit alsof iemand midden in een zin zijn potlood had opgetild.
Oma en Eva schoven hun handen onder de brede stof en legden het laatste stukje glad. Nergens bleef een opstaand randje zitten. Ilyas draaide de tafellamp, zodat oma van twee kanten langs de weving kon kijken.
‘Het zilver is heel,’ zei ze.
Mila liet haar schouders zakken. Pas toen merkte ze hoe hoog ze die had gehouden.
Ze keek naar de gele draad naast Arons hand. Het losse eind kon ze weer door het kleine gaatje steken. Ze wist zelfs hoe ze de lijn netjes dicht kon maken. Maar in de tuin zou de onderbroken opname toch met het licht verdwijnen. Dat had oma dinsdag al verteld.
Mila legde haar naald terug op het kussentje.
‘Ik wil niet nog een keer kijken hoe de keuken eruitziet,’ zei ze.
Oma schoof het kussentje uit de buurt van de stof. ‘Dan doen we dat niet.’
Ilyas keek naar de klok. ‘Kwart over elf. Ik maak het pad naar de tuin vrij.’
Aron pakte de tekening op. Hij vouwde hem niet. De twaalf vinkjes pasten precies in het licht van de lamp.