Hoofdstuk 22 · 8 minuten lezen
Wat er op het programma stond
Toen Mila wakker werd, was de zon al van de vensterbank verdwenen. Ze wist even niet of ze te laat was. Daarna zag ze haar tas op de grond, met de kartonnen mal die boven de rits uitstak.
Uit de keuken kwam het geluid van een lepel tegen een kom.
Oma zat aan haar kleine eettafel met yoghurt en een boterham. Ze droeg nog haar dikke sokken.
‘Hoe laat is het?’ vroeg Mila.
‘Bijna twaalf.’
Mila ging tegenover haar zitten. Ze had honger zodra ze het brood zag. Oma schoof de zak naar haar toe en pakte haar telefoon. Eva had gevraagd of ze al wakker waren. Er stond ook een bericht van Ilyas: de tafel uit de berging was vrij, ze konden straks komen meten.
‘Welke tafel?’ vroeg Mila.
‘Dat kleine houten ding waar de kerststal op stond. Ik heb hem gisteren gevraagd of iemand die nog gebruikte.’
Mila herinnerde zich alleen de kerststal, van een foto in de gang. Er had een schaap naast een brandweerauto gestaan.
‘Gaat die hier passen?’
‘Dat gaan we uitzoeken.’
Na het eten pakte oma de rolmaat uit de keukenla. Mila hield het uiteinde tegen de plint op de plek naast het raam. Oma schoof een doos met lege verhuispapieren weg. Daaronder was het tapijt iets lichter.
Ze maten de ruimte, de afstand tot de radiator en hoe ver oma haar stoel naar achteren kon schuiven. Mila zette de maten op de achterkant van een envelop. Daarna legden ze twee smalle kartonnen stroken op de vloer. Eén schoof steeds terug onder de stoel.
‘Je voeten moeten daar ook nog langs,’ zei oma.
Mila ging zitten en stond weer op. Ze had de tweede strook met haar hiel meegenomen. Ze legde hem een stukje verder van de deur.
Oma knikte. ‘Zo. Als hij binnen dat vak past, wil ik hem proberen.’
Bij het buurthuis was Aron al bezig met de visser. Hij had de mond een beetje anders op zijn hand gezet, zodat de pop heel langzaam verbaasd kon kijken. Mila legde de envelop op een gewone stoel.
‘Ik moet eerst iets zeggen tegen de groep,’ zei ze.
Aron liet de visser zakken. ‘Ik ook.’
De vrouw met de agenda kwam binnen met haar fietshelm nog op. Ze had haast, net als maandag. De man van het geluid was er niet; Ilyas had hem al gebeld. De gordijnenvrouw schoof een tas met gekleurde lapjes onder haar stoel.
Mila bleef staan bij het lage toneel. Ze had thuis bedacht hoe ze het zou zeggen. Nu leek die eerste zin veel te lang.
‘Er komen vanavond geen echte kamers,’ zei ze.
De vrouw met de agenda zette haar helm af.
‘Maar dinsdag waren ze er toch?’
‘Ja. Ik heb gisteren iets aan de draden veranderd. Terwijl dat niet mocht. We hebben de doek weer goed gekregen, maar de keukenopname is weg.’
Er viel een korte stilte. Achter haar tikte Aron met de houten hand van de visser tegen zijn knie. Hij stopte er meteen mee.
‘Dan moet het van de aankondiging,’ zei de vrouw.
Mila knikte. ‘Ik heb ook veel te groot verteld wat het zou worden.’
Aron kwam naast haar staan. ‘We hebben woensdag een heel stuk geoefend. Dat wil ik vanavond spelen.’
‘Dat wil ik eerst zien,’ zei de vrouw.
Ilyas schoof het geschilderde raam naar zijn steunen. ‘Daar zijn we voor gekomen.’
De gewone versie begon nog rommelig. Mila zette het regenblik klaar aan de verkeerde kant. Aron wees waar het moest en begon zijn tekst zonder op haar te wachten. Ze miste de eerste windvlaag. Ilyas liet de octopus boven de rand komen en zakte weer weg.
‘Nog eens,’ zei hij. ‘Vanaf de deur.’
De tweede keer keek Mila naar Arons hand. Als de visser zijn neus buiten het raam stak, begon de regen. Als hij zich omdraaide, mocht het blik stil zijn. Ze hoefde alleen hem te volgen.
Bij de overgang legde Mila het regenblik en de krant neer. Ze hield het kartonnen raam vast terwijl de gordijnenvrouw de twee klemmen losmaakte. Een halve slag bracht de gele achterkant en de rode brievenbus naar voren. De vrouw klemde het raam weer vast. Aron zette de visser aan de droge kant. Hij had een papieren boterham bij zich, op een stokje.
‘Voor de zekerheid,’ bromde hij.
Mila lachte. Aron keek even over de rand van zijn mouw. Deze keer lachte hij terug.
Na de proef streepte de vrouw twee regels op haar blad door. Ze schreef iets nieuws en las het hardop: ‘De visser zoekt een huis. Poppenspel met regen, vreemde buren en een bloementuin.’
‘En een octopus,’ zei Ilyas.
‘Die valt onder vreemde buren.’
Ze maakte een foto van het gewijzigde blad en stuurde die naar de mensen die de aankondigingen bijhielden. Het papier voor de deur moest ook worden vervangen. Mila liep mee naar het prikbord. Ze haalde de oude aankondiging onder de punaises vandaan en stopte hem in de papierbak. Daarna hing ze de nieuwe recht.
In de berging stond de kleine tafel tussen twee opgestapelde krukjes. Oma en Ilyas tilden hem naar de zijruimte. Er zat een ronde lichte plek op het blad, maar de poten wiebelden niet.
Mila hield de rolmaat vast. Met de korte kant langs de muur zou het blad verder uitsteken dan de kartonnen strook thuis. Ze keek op de envelop. Er was naast het raam meer ruimte dan ervoor.
‘Dan zet ik de lange kant langs de muur,’ zei oma. Ze ging er even aan zitten en legde haar handen op het hout. ‘Daar kan mijn naaidoos onder. En het daglicht komt van links.’
‘Je kunt hem morgen meenemen,’ zei Ilyas. ‘Hij staat hier toch alleen stof te vangen.’
Oma vroeg hem nog naar de hoogte. Ze maten ook die. Toen belde ze Eva om te vragen of zij zaterdag met de auto kon komen helpen. Mila maakte geen tekening van de oude tafel om ernaast te houden. Ze schreef alleen de nieuwe maten op de envelop, onder de eerste.
Daarna moest ze weer oefenen. Aron had besloten dat de visser in de serre niet over de regen zou klagen, maar eerst zou proberen de wolk weg te sturen. Of Mila met de krant een heel klein windje kon maken, precies als zijn hand omhoogging.
‘En als ik hem niet zie?’ vroeg ze.
‘Dan zeg ik het nog een keer. Dat kan hij best. Hij is nogal bazig.’
Mila pakte de krant. De eerste wolk bleef gewoon zitten. Bij de tweede poging blies ze zo zacht dat Aron moest vragen of de wind soms nog in bed lag.
Oma kwam kijken met een boterham in haar hand. Ze bleef achteraan bij de deur staan. Mila zag dat ze al aan het lachen was voordat de octopus opkwam.