Hoofdstuk 4 · 10 minuten lezen
Eén map
Op maandagochtend stond het hek boven aan de brug dicht. Vera had het vanuit de tram gezien voordat ze op het station uitstapte. Er hing een rood-wit bord dat je vanaf de onderste tree al kon lezen. Een man met een vouwfiets had toch eerst zijn fiets opgetild en was halverwege omgedraaid. Hij kwam nu achter haar het café binnen, kwaad op de trap en kennelijk ook op zijn ketting.
Yasmin legde hem uit waar de tunnel begon. De man wees naar zijn broekspijp. Er zat een zwarte veeg op.
‘U kunt daar bij de wasbak wat water gebruiken,’ zei ze.
Hij keek alsof hij een andere reactie had verwacht, maar liep naar achteren. Vera hield de deur voor hem open. Daarna hing ze haar jas weg en legde de bedrijfsmap op de kleine tafel naast de keuken. Ze had het vel met de tijd van Anouks afspraak erin geschoven, opdat ze niet toch iets anders op tafel zou leggen wanneer het druk werd.
Anouk kwam iets voor elven. Ze droeg een donkerrode tas die onderaan was ingezakt. Er zat blijkbaar niet veel in. Ze vroeg om een gewone koffie en bleef bij de tafel staan tot Vera de andere stoel naar achteren had geschoven.
‘Ik heb je bericht gezien,’ zei Vera.
Anouk knikte. ‘Donderdag had ik nog niet alles bij me. Ik wilde alleen weten of jij iets groters had zien komen.’
‘Ik heb één map aangenomen. Dat meen ik echt.’
‘Ik zeg niet dat jij het verkeerd hebt gedaan.’
Ze zei het voorzichtig, wat Vera juist onrustiger maakte. Het was niet een zin waarmee je een kwijtgeraakt pakket terugvond. Ze zette de koffie voor Anouk en ging zitten met haar eigen glas water. De bedrijfsmap lag tussen hen in, nog dicht.
‘Mag ik eerst zien wat hij precies geschreven heeft?’
Anouk opende haar telefoon. Ze zocht niet lang. Het bericht stond bovenaan een gesprek waarin alle regels kort waren, zag Vera zonder de oudere te lezen. Anouk schoof de telefoon over tafel tot hij recht voor haar lag.
Alle vijf de dozen waren teruggegeven. Dorus noemde de dinsdag vóór Ria voor het eerst was gekomen, met Erik, via het stationscafé. Anouk had ze opgehaald. Het briefje was het bewijs. Geen andere afgifte, stond er in een volgende regel; Dorus wilde niet dat er langs elkaar heen werd gepraat.
Vera las de regels twee keer. Ze zag geen vraagteken, geen misschien. Het was juist opgeschreven om duidelijk te zijn.
‘Die dinsdag?’
Anouk noemde de dinsdag vóór de drie avonden waarop Ria was gekomen. Vera bladerde in haar agenda. Ze had die dag de vriezer laten nakijken en voor de leverancier een plaats vrij moeten maken. Op de hoek van het blad stond een getekend blokje met een uitroepteken. Dat hielp, al kon ze er niet opeens de hele dag weer mee zien.
‘Er was een man met een map,’ zei ze. ‘Hij had haast omdat hij verder moest. Hij vroeg of het hier voor jou kon blijven liggen.’
‘Een platte map.’
‘Ja. Met zo'n brede flap.’
Anouk liet met haar handen het formaat zien. Vera knikte. De map paste niet in een gewone la, wel op de diepe plank boven de voorraadkast. Ze had hem op zijn kant gezet zodat er niets op kon vallen. De omslag was van dik bruin karton geweest, met een sluiting waar een stuk koord door moest.
Ze hoorde Yasmin bij de kassa een rekening herhalen. Aan een andere tafel begon een kind te huilen omdat de beker te vol was. Er viel niets. Het kind huilde nog een ogenblik door, alsof het voorval hem anders niet zou worden toegerekend.
‘Ik weet dat ik getekend heb,’ zei Vera. ‘Hij had het papier al op dat plankje. Ik las jouw naam.’
‘Heb je vijf dozen zien staan?’
‘Nee.’
‘Ook niet bij de deur?’
Vera keek naar de plek bij het raam waar leveranciers soms iets neerzetten. Het was verleidelijk om nu een hele hoek zonder dozen voor zich te halen. Dat beeld kon ze net zo goed zelf maken.
‘Ik kan je niet de hele middag vertellen. Maar hij heeft mij die map gegeven. Dat weet ik.’
Anouk pakte haar tas op en haalde er de map uit. Niet de grote buitenomslag, maar de dunne binnenmap, op formaat gesneden. De hoekjes van de flap waren afgerond door het dichtschuiven. Ze legde hem naast de bedrijfsmap en hield de elastieken nog even vast.
‘Dit zat erin.’
Binnen lagen kleine kopieafdrukken. Een man bij een deur, een kar op een binnenplaats, mensen die samen iets tilden. Vera herkende één van de beelden van het affiche. Ze wilde ernaar wijzen maar wachtte tot Anouk de bovenste kopie zelf op de flap legde.
‘Achtentwintig,’ zei Anouk. ‘Eén per gekozen beeld. Nieuwe kleine proeven, om te bekijken.’
‘Niet de dozen.’
Anouk trok de elastieken om de map. ‘Nee.’
Er zat geen opluchting in haar antwoord. Ze had dit al geweten. Voor Vera was het nieuw dat je een map kon hebben ontvangen en tegelijk nog op iets groters kon wachten. Zij had aangenomen dat wat Anouk kwam halen ook was wat Anouk moest krijgen.
Milan kwam door de achterdeur. Hij droeg geen jas meer en knikte naar Yasmin, die haar koffiekop van achter de bar meenam naar de keuken. De korte overlap rond haar pauze liep op maandag altijd wat rommeliger dan ze wilden. Iemand moest brood brengen, iemand wilde pas om elf uur eten, iemand vond juist dat elven veel te laat was.
‘Heb je vijf minuten?’ vroeg Vera.
‘Als niemand iets bestelt.’
Hij ging niet zitten. Hij hield een theedoek vast en luisterde terwijl Vera de mapdag noemde. Eerst wist hij alleen nog dat de monteur er was geweest. Daarna wees hij met de doek naar de bovenste plank.
‘Daar heb ik die lege hoes gelegd. Jij kreeg die sluiting niet goed.’
‘De buitenomslag?’ vroeg Anouk.
‘Ja. Met dat koord. Ik dacht dat hij weg kon. Toen zei Vera dat er misschien nog iets in zat.’
Vera herinnerde het zich nu: zij had de flap willen omvouwen maar het koord was blijven haken. Ze had Anouk gezegd de omslag maar te laten staan. Milan had hem uit de loop gelegd.
‘Was ik er toen nog?’ vroeg Anouk.
‘U had de binnenkant onder uw arm,’ zei Milan. ‘En ik kwam aanlopen met glazen. Veel meer weet ik niet.’
‘Je zag dus ook geen dozen?’ vroeg Vera.
Hij trok zijn mond scheef. ‘Ik kwam tegen de avond. Er kan daarvoor een olifant in de keuken gestaan hebben.’
‘Milan.’
‘Ik zag die omslag. Dat zeg ik.’
Aan de bar stond iemand met een portemonnee in zijn hand. Milan liep erheen. Vera keek hem na en voelde warmte in haar gezicht, alsof hij haar voor Anouk had terechtgewezen. Hij had gewoon geantwoord op wat zij vroeg. Zij had gewild dat zijn antwoord meer zou dragen.
Anouk pakte haar telefoon weer.
‘Ik heb je die avond bedankt. Hier.’
Ze liet het gewone bericht zien. Bedankt voor het aannemen, map is goed aangekomen. Daaronder Vera's antwoord met een duim en de vraag of de buitenomslag nog nodig was. Anouk had gezegd dat die weg mocht, maar als het koord nog heel was wilde ze dat later wel gebruiken.
Vera lachte kort. ‘Dat koord ligt hier dan vast nog ergens.’
Ze sloeg de bedrijfsmap open. Oude bestellijsten, onderhoudsnotities, briefjes die niet echt ergens hoorden. Ze haalde de factuur van de monteur eruit om de dag vast te houden. Achter het vel zat een ontvangstnotitie van een heel andere leverancier. Geen afgiftebon van Erik.
‘Hij heeft het getekende blad meegenomen,’ zei ze.
Anouk knikte.
‘Dat wist ik al. Anders had ik het hier donderdag wel gezien.’ Vera hoorde zichzelf praten en stopte. Ze bladerde nog één keer door de dunne plastic insteekhoezen, langzamer nu. Geen mapbon. Ze deed de map dicht.
Buiten liepen twee mensen naar de trap van de brug, zagen het hek en draaiden om. Eén wees naar het bord van de tunnel. De ander haalde zijn schouders op. Het affiche zat tussen hen en Vera in. De handkar erop stond schuin, één wiel half buiten beeld.
‘Sanne kwam dit brengen,’ zei Vera. ‘Van de stichting.’
‘Die heb ik gebeld.’
‘En?’
‘Ze zegt dat ze materiaal van Dorus heeft. Voor de presentatie. Ze kon me vrijdag niet alles vertellen. Er was een andere afspraak in de ruimte.’
Vera wilde zeggen dat Sanne dan maar een andere afspraak moest verschuiven. Ze deed het niet. Ze had Anouk zelf ook tot maandag laten wachten, al had ze haar niet zonder antwoord weggestuurd.
‘Wat waren het voor dozen?’
Anouk legde haar handen plat op de tas. ‘Verschillende dingen. Niet vijf keer hetzelfde. Dat is wat ik nu steeds probeer uit te leggen.’
‘Aan Dorus?’
‘Ook.’
De stilte duurde net lang genoeg om de koelkast achter de bar te horen aanslaan. Vera schoof haar glas een stukje weg van de map. Er was geen aanleiding het water te morsen, maar ze wilde niet ook nog iets nat maken.
‘Ik moet ergens beginnen,’ zei Anouk. ‘Hij schrijft dat alles hier is geweest. Jij zegt één map. Ik ben hier één map komen halen. Daar hoeven we niet voor te doen alsof we die avond allebei dronken waren.’
‘Dat doen we ook niet.’
‘Nee. Maar ik krijg steeds het gevoel dat ik een dankjewel heb gestuurd voor dingen die ik niet kreeg.’
Ze pakte haar telefoon zo vast dat haar vingers de randen bedekten. Vera dacht aan haar eigen duim onder het bericht. Een heel klein antwoord dat nu bij vijf dozen werd gezet, omdat iemand anders er een ander verhaal omheen schreef.
Yasmin kwam terug uit de keuken. Ze vroeg met een blik of de tafel voor de lunch nodig zou zijn. Vera knikte dat het goed kwam. Anouk zag het en stond op.
‘Je kunt morgen bij mij komen als je de lijst wilt zien. Ik ben 's ochtends thuis.’
‘Dat wil ik.’
Vera vroeg naar Erik. Anouk had zijn naam van Dorus; zij had het bezorgen niet zelf geregeld. Op het kleine stukje papier stond geen telefoonnummer. De afbeelding liet niet eens de bovenkant zien.
‘Misschien heeft Dorus het hele blad,’ zei Vera.
‘Dan mag hij dat wel laten zien.’
Anouk betaalde haar koffie voordat Vera kon zeggen dat die van haar was. Ze nam de kleine map mee en liet de tas open, zodat hij er niet weer met geweld in hoefde.
Bij de deur bleef ze staan. Vera dacht dat ze iets over het affiche zou zeggen, maar ze wees naar de man met de fiets die zijn zwarte broeksvlek stond te bekijken.
‘Het is vervelend, zo'n brug die dichtgaat.’
‘Er is een tunnel.’
‘Dat weet ik.’
Anouk ging weg. Vera droeg de kopjes naar de bar. Milan keek op van de doeken die hij stond te vouwen.
‘Ik bedoelde niet dat je niet meer moest vragen,’ zei hij.
‘Ik vroeg iets wat je niet kon weten.’
‘Ik wist nog van die omslag.’
‘Ja.’
Hij legde het stapeltje neer. Yasmin vroeg om een nieuwe zak koffiebonen. Vera haalde hem uit de voorraadkast en keek meteen naar de plank erboven. Er lagen twee oude menukaarten, een lege doos voor servetten en een opgerold bruin koord. Ze liet alles liggen tot na de lunch.
Voor ze de kast dichtdeed, keek ze één keer naar de vloer eronder. Er stonden melkpakken en een krat lege flessen. Geen dozen van Anouk. Dat zag ze nu. Wat er twee weken geleden had gestaan, kon de vloer haar niet vertellen.
Ze pakte de zak bonen met beide handen en liep terug naar de bar.