Hoofdstuk 1 van 300%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 1 · 10 minuten lezen

Het blik

Op maandag liet de vrouw haar thee onaangeroerd. Niet alleen het zakje, dat droog op het schoteltje lag, maar ook het water in het glas. Toen Vera de lege tafels afnam, zag ze de vrouw haar beide handen eromheen leggen. De laatste reizigerstrein was vier minuten voor haar komst vertrokken. Nu bewogen de koplampen van een auto over de natte tegels en verdwenen achter de fietsenstalling.

‘Het zakje zit er nog niet in,’ zei Vera.

De vrouw keek naar haar handen. ‘Dat weet ik.’

Vera liep door. Er waren klanten die niet graag iets uitgelegd kregen, ook als je het alleen maar zei omdat je zelf wel eens een hele theepot zonder thee had gezet. Ze schoof de stoel naast de vrouw onder tafel. Het viltje onder een van de poten was losgeraakt; op de vloer bleef een dunne boog achter. Ze zou er morgen een nieuw op plakken.

Om tien over elf betaalde de vrouw. Ze stopte haar portemonnee in een olijfgroene regenjas en trok de capuchon omhoog, hoewel de regen net ophield. Vera verwachtte haar bij de parkeerplaats terug te zien. Er stonden nog twee auto's, waarvan één van haarzelf was. Maar de vrouw liep de andere kant op, naar de voetbrug.

De buitendeur viel dicht. Vera tilde bij een lege tafel de eerste stoel op. Toen ze weer naar buiten keek, stond de vrouw boven op de brug. Precies tussen de twee lampen. Ze hield haar handen voor haar borst, alsof ze iets tegen haar jas drukte.

Vera keek op haar telefoon. Veertien over elf.

Ze ging verder met de stoelen. Maandag was haar lange dag; om die tijd vond ze een stoel soms zwaarder dan een krat frisdrank in de ochtend. Op de brug bleef de vrouw staan. Er kwam geen trein meer voor wie naar de stad wilde. De goederentrein kwam later, als hij kwam. Die tijden stonden niet op het gele bord.

Toen Vera later de laatste vaat uit de keuken haalde, was de plek tussen de lampen leeg.

Dinsdag legde ze de boekhouding op tafel bij het raam. Milan stond achter de bar met een theedoek over zijn schouder. Het was zijn avond, maar thuis lag de nieuwe doos kassabonnen altijd op precies de stoel waar zij wilde zitten. Hier kon ze tenminste ook iets vragen als een omschrijving niet klopte.

‘Wat zijn drie kleine slangen?’ vroeg ze.

Milan zette een glas onder de tap. ‘Sinaasappelsap.’

‘Dat staat hier niet.’

‘Mijn handschrift is expressionistisch.’

Ze draaide het bonnetje. Drie kleine sapjes. Nu zag ze het. Ze maakte er een potloodstreepje bij en legde het op de goede stapel. Aan de andere kant van het raam liep iemand door de nieuwe tunnel. Je zag alleen een pet over de rand van de trap gaan en daarna niets meer. Vroeger had die man de brug genomen, langs haar deur. De gemeente had de route sneller gemaakt. Daar viel weinig tegen in te brengen.

Om elf uur ging de deur open. De vrouw van maandag schudde haar capuchon uit boven de mat. Er hing nu een blauw blik aan haar hand, met een dun hengsel dat tegen het metaal tikte. Ze koos dezelfde tafel.

‘Thee?’ vroeg Vera.

Milan keek naar haar. Ze was opgestaan met de pen nog in haar hand.

‘Ik doe het wel,’ zei ze.

Het zakje bleef opnieuw naast het glas liggen. Vera zette het water voorzichtig neer, buiten bereik van het blik. Aan het hengsel zat een strook schilderstape. Ze zag een B en misschien een A, maar de vrouw draaide het blik naar haar stoel voordat Vera de rest kon lezen.

‘Wilt u geen ander soort?’

‘Nee, dit is goed.’

Vera had niets meer te vragen dat niet op bemoeien neerkwam. Ze ging terug naar haar bonnen. Bij het totaal van de vorige week kwam ze drie euro tekort. Milan zei dat het waarschijnlijk de koffie voor Ivo en zijn collega was: die hadden betaald toen zij net kleingeld in de keuken zocht. Ze vond de muntjes later in het vak voor de briefjes. Ze liet ze aan hem zien.

‘Zie je. De bank is gered.’

De vrouw lachte niet mee. Ze keek naar de brug.

Om tien over elf stond ze op. Milan hield het pinapparaat voor haar vast. Ze nam het blik mee naar buiten, zonder het tegen de deurpost te stoten; daar tilde ze haar hand zelfs een beetje voor op. Vier minuten later stond ze weer tussen de twee lampen. Vera zag een klein rechthoekig licht voor haar gezicht verschijnen.

‘Ze wacht op iemand,’ zei ze.

Milan kwam het lege glas halen. ‘Dan moet die iemand opschieten.’

‘Er gaat geen trein meer.’

‘Misschien komt die met een fiets.’

Dat was een gewone mogelijkheid. Vera had er zelf ook op kunnen komen. Ze pakte het volgende bonnetje, maar bleef haar plek in de kolom verliezen. Boven op de brug bewoog het lichtje een keer heen en weer. Toen verdween het.

Woensdag kwam een vrouw met een kartonnen koker het café binnen terwijl Vera de lunchborden inruimde. Op haar jas hing een bezoekerskaartje van het buurthuis. Ze stelde zich voor als Sanne, van Stichting Perronlicht. Haar naam kwam Vera bekend voor van de huur van een zaaltje, maar Vera wist niet meer waarvoor.

‘We hadden gebeld over een affiche,’ zei Sanne.

‘Dat kan. Met mij?’

‘Ik heb een bericht ingesproken.’

Vera droogde haar handen en wees naar de vensterbank. ‘Laat maar zien.’

Sanne rolde een foto uit van mannen die met een handkar voor een stationsgebouw stonden. Geen locomotief, geen plechtig lint. Eén van de mannen had de mouwen van een veel te groot overhemd hoog opgestroopt. Daaronder stond dat er een presentatie over werken rond het station zou komen. Uit de collectie van Dorus van Esch. Onderaan waren de gegevens van de stichting gedrukt.

‘Niet dit gebouw alleen,’ zei Sanne. ‘Ook de kleinere werkplekken eromheen. Wat mensen daar deden.’

Vera hield het papier bij de hoeken vast. Het stationsgebouw op de foto had nog een luifel die zij alleen kende van oude ansichtkaarten. Onder haar klanten waren zeker mensen die de luifel herkenden.

‘Er komen nog definitieve tijden. Dit is om belangstelling te verzamelen.’ Sanne wees op het kleine adres van de stichting. ‘Wie iets weet, kan daar terecht.’

Vera keek naar het raam. De reclame voor de zomerse ijskoffie hing er nog. Het glas in de tekening had meer verkoeling beloofd dan de meeste septemberdagen hadden geleverd.

‘Hier kan hij wel,’ zei ze.

Ze haalde de ijskoffie weg, peuterde de stukjes oud plakband los en plakte het nieuwe affiche op de ruit naast de deur. Sanne hield de rol vlak terwijl Vera de bovenhoeken vastzette. Van buiten kon je het goed lezen.

‘Dank je. Mensen weten deze plek toch te vinden.’

Vera liep mee tot op de stoep. De trap naar de tunnel lag onder een nieuwe lamp. Bij haar eigen deur moest ze het peertje nog vervangen; dat licht was gelig en zwak.

‘We kunnen tegen die tijd ook wat kaarten neerleggen,’ zei ze.

Sanne vond dat goed. Ze wisselden telefoonnummers uit. Pas toen Sanne weg was, zag Vera de vette afdruk van haar eigen hand op het raam. Ze maakte hem schoon zonder het affiche nat te laten worden.

Die avond kwam de vrouw weer. Elf uur, thee, droog zakje naast het glas. Het blauwe blik stond ditmaal op tafel. Vera las BAS op het tape.

Er was meer wind dan de avonden ervoor. De vrouw legde haar hand op het hengsel om het stil te houden. Wanneer de deur openging, keek ze niet om. Om tien over elf betaalde ze. Op de brug stond ze op dezelfde plek.

Vera had juist het goede tijdstip op haar telefoon willen bekijken toen een late klant zijn sjaal kwam zoeken. Ze hielp hem onder de banken kijken en viste hem uiteindelijk van de kapstok. Toen ze weer naar de brug keek, lichtte het schermpje van de vrouw op. Het regende. De vrouw veegde met haar mouw ergens overheen en liet haar arm zakken.

Donderdag stond Yasmin nog in de deuropening toen Anouk Meijer binnenkwam. Ze zwaaiden naar elkaar; ze kenden elkaar blijkbaar. Vera had Anouk eerder koffie verkocht en wist dat ze fotografeerde. Haar achternaam stond onder foto's in het boekje dat bij de bibliotheek had gelegen.

Anouk ging niet zitten. Ze keek naar het nieuwe affiche, dat van binnen achterstevoren door het glas te zien was.

‘Wanneer heeft Dorus hier iets laten bezorgen?’ vroeg ze.

Vera zette een bord terug in het rek. ‘Een map bedoel je?’

‘Hij zegt dat het dozen waren.’

‘Er is een platte map geweest. Vorige week. Voor jou.’

‘Die heb ik opgehaald.’

Vera knikte. Dat herinnerde ze zich. Anouk was tegen de avond gekomen, had de map onder haar arm geklemd en nog gevraagd of ze de grote buitenomslag mocht laten liggen. Er was iets met een sluiting die niet terug wilde.

Anouk keek opnieuw naar het affiche. ‘Ik moet precies weten wat er toen gebeurd is.’

Achter haar klonk de besteltelefoon. De bakker had gezegd dat hij die middag nog over de rekening zou bellen. Vera zag het nummer verschijnen en drukte hem weg.

‘Wat wil je weten?’

‘Wat je hebt aangenomen. En wat er op het briefje stond waarvoor je hebt getekend.’

Ze hadden dat niet tussen de binnenkomende scholieren kunnen uitzoeken. Anouk moest ook weg. Vera zei wat ze zich herinnerde en beloofde de bedrijfsmap erbij te halen. Maandag zouden ze ervoor gaan zitten, vóór de middagdrukte. Anouk tikte de afspraak meteen in haar telefoon. Ze nam geen koffie. Even later stuurde ze een bericht: ik stuur je ook de afbeelding die hij mij gaf. Vera zag de melding verschijnen, maar opende de bijlage niet tussen de bestellingen.

Later die avond vond Vera een blauwe rand onder de bank bij het raam. Ze was aan het vegen en dacht eerst dat de vrouw het blik even had neergezet om haar jas aan te trekken. Maar er hing geen jas meer aan de kapstok. Het glas water stond op tafel, het zakje ernaast.

Vera keek naar buiten. De trap naar de brug was leeg.

Ze pakte het blik bij het hengsel. De tape voelde zacht aan; één hoek was door het gebruik opgerold. Het deksel paste scheef op de rand. Toen ze het neerzette, ging het open. Een kabel schoof er een eindje uit.

Binnen lagen een kleine microfoon en opgerolde snoeren. Onder een elastiek zat een envelop met drie foto’s. Vera keek op de achterkant naar een naam of telefoonnummer. Niets. Ze maakte de flap los en schoof de bovenste foto een stukje naar buiten.

Twee jonge mannen voor het oude seinhuis. Een bordje: LAATSTE DIENST. Opgerolde broekspijpen vol modder. Achter hen een vertrekbord en de sigarettenautomaat die al jaren weg was. Ze draaide de foto om. In potlood stond er: 23.14. Niet vergeten.

Ze legde de foto terug en deed de envelop dicht. In een gevonden portemonnee had ze ooit naar een naam gezocht en in plaats daarvan een brief gelezen. Ze wist de eerste regel nog, hoe hard ze ook had geprobeerd die te vergeten. De eigenaar had de portemonnee later opgehaald en haar bedankt.

Dit blik kon bij de paraplu's staan. Wie het kwijt was, wist waar ze moest zoeken.

Toch liep Vera even naar buiten. De brug glom en er lag een slordige strook licht op de natte treden. Maandag ging het hek erop. Zij had het bericht zelf op de deur gehangen, naast dat van de tunnelopening.

Bovenaan de trap zag ze een wit krijtstreepje op de leuning. Daaronder ontbrak een schroef uit de messing plaat. Ze legde er haar duim naast zonder de plaat aan te raken. De regen had een donkere rand om het lege gaatje getrokken.

Vorige week had een man gevraagd of de klok in het café te koop was. Hij handelde in oude spullen. Hij had al over een sloop gesproken terwijl Vera achter hem nog de vloer dweilde. Ze had niet eens geantwoord op zijn bod.

Nu haalde ze haar telefoon tevoorschijn. Ze wist niet wie ze zou bellen. Ze stopte hem weer weg. Er ontbrak één schroef. De vrouw kon op ieder perron staan.

Terug in de keuken zette ze het blik naast drie paraplu's die vermoedelijk van niemand meer waren. Boven de deur wees de klok twintig over elf. Haar telefoon zei veertien over.

Ze tikte tegen de houten kast. De wijzer bewoog niet. Al maanden liep hij zes minuten voor. Ze had nog een krukje moeten halen om hem gelijk te zetten. Dat deed ze morgen wel.

Hoofdstukken

De reiziger van 23.14

  1. 01Het blikJe leest nu10 minuten
  2. 02De verkeerde trein10 minuten
  3. 03Het linkerraam10 minuten
  4. 04Eén map10 minuten
  5. 05Wat in vijf dozen paste10 minuten
  6. 06De kamer in De Werf9 minuten
  7. 07De plank boven de voorraad9 minuten
  8. 08Wat Dorus maakte9 minuten
  9. 09Niet het hele leven10 minuten
  10. 10De rit van dinsdag10 minuten
  11. 11Hetzelfde beeld, ander karton11 minuten
  12. 12De oude selectie10 minuten
  13. 13Wat Bas herkende10 minuten
  14. 14De herstelde hoek12 minuten
  15. 15De doos die dicht bleef10 minuten
  16. 16Boven de V10 minuten
  17. 17Een aangeboden collectie10 minuten
  18. 18Tussen de losse beelden9 minuten
  19. 19Het raam naast de kassa12 minuten
  20. 20De zes stroken9 minuten
  21. 21Een aankoop van vijfennegentig10 minuten
  22. 22Werkexemplaren9 minuten
  23. 23De ring over de rand10 minuten
  24. 24Apart aanleveren11 minuten
  25. 25Wat Anouk zou vragen9 minuten
  26. 26Dezelfde achtentwintig10 minuten
  27. 27Oude kartons10 minuten
  28. 28De laatste zes10 minuten
  29. 29Onder de juiste naam9 minuten
  30. 30Een gewone vrijdag9 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.