Hoofdstuk 13 · 10 minuten lezen
Wat Bas herkende
‘Die stoel niet,’ zei Ria. Ze waren even voor vijven binnengekomen.
Vera bleef met de stoel in haar handen staan. Ze had hem naar de tafel willen trekken, naast de plek waar Bas zat. Ria wees op de andere kant, waar het licht van het raam op haar gezicht zou vallen. Bas keek op van de krant, zag de stoel en gebaarde zelf waar hij hem wilde. Vera zette hem neer. Haar knieën kwamen onder de lage tafel tegen het hout.
Bas schoof zijn eigen stoel een stukje naar achteren. ‘Zo is het voor jou ook een bezoek.’
Ze verstond hem goed. Dat had ze niet verwacht en ze schaamde zich nog voor ze besloot waarover precies. Ria nam haar jas mee naar de gang. Anouk haalde de laptop uit haar tas; Tine kwam achter haar binnen met een gevouwen boodschaplijstje, dat ze tijdens het uittrekken van haar jas in de verkeerde mouw liet zitten.
‘Als ik zonder aardappels thuiskom, ligt het hier,’ zei ze.
Bas wees naar de klok. Hij wilde weten hoelang ze dachten nodig te hebben. Vera liet hem het blad zien dat ze vooraf had gemaakt: een paar werkfoto's bekijken, hooguit een uur, eerder stoppen als hij wilde. Ze hoefde om zeven uur pas terug te zijn, had ze erbij willen zeggen, maar hij vroeg hoeveel tijd hij kwijt was, niet hoeveel zij had gekocht. Hij las het, keek naar Anouk en knikte.
Om drie uur was Milan in het café begonnen. Vera had hem de middag niet tussen twee bestellingen door gevraagd. Dinsdag hadden ze het blok bevestigd, vandaag had zij de voorraad voor de avond klaar laten staan. Hij had haar bij vertrek nagewezen met een broodmes in zijn hand: zeven uur, niet kwart over. Ze had het er zo nadrukkelijk mee eens kunnen zijn dat het op een grap zou gaan lijken. Daarom had ze alleen gezegd dat ze er zou zijn.
Anouk zette de laptop op een omgekeerde stevige doos, zodat het scherm hoger kwam. Ze draaide hem naar Bas, die zijn bril schoonmaakte en de eerste opname bekeek. Ria schonk koffie aan een andere tafel. De kleine afdrukken bleven voorlopig in de map.
Vera had twee vragen onder elkaar opgeschreven, dacht ze. Toen Bas het papier las, zag ze dat het één lange zin was: of hij de mensen herkende en wist op welke datum en tijdens welke dienst het werk gedaan was. Hij keek naar het scherm en weer naar het papier. Daarna hield hij zijn pen omhoog.
‘Welke?’ vroeg hij.
‘Die hele—’ begon Vera.
Anouk legde haar hand naast haar eigen mond, wachtte tot Bas naar haar keek en zei dat zij eerst wilde weten wat er gebeurde op het beeld. Vera trok haar blad terug. Op de achterkant schreef ze: Wat doen ze hier? Ze zette een streep onder hier en schoof het naar hem toe.
Hij las, snoof en wees naar de emmer bij de tafelpoten. ‘Niet drinken, hoop ik.’
Ria kwam net met de koffie binnen. Tine lachte. Vera keek op van het scherm en zag dat Bas naar haar keek om te zien of ze de grap had begrepen. Ze lachte alsnog, deze keer niet omdat de anderen het deden.
Anouk vergrootte het beeld. Er was een arm zichtbaar, de rand van een doek, een emmer en op de achtergrond een plank die nog niet op zijn plek zat. Bas gebaarde dat hij het volgende beeld wilde zien. Vera ging te snel; hij hief zijn hand. Eén terug. Hij zette zijn bril hoger op zijn neus en boog niet verder naar het scherm, maar vroeg Anouk het beeld nog iets groter te maken.
‘Dat ding moest terug,’ zei hij, wijzend op het materiaal langs de kantinerand. ‘Ze hadden daar ruimte nodig.’
Anouk schreef onder Vera’s vraag: Hoorde dit bij je gewone dienst? Ze schoof het blad naar hem toe. Hij las en schudde zijn hoofd. Met zijn pen schreef hij op Vera's blad: vrije middag. Toen eronder: niet betaald als dienst.
Tine, die aan de andere kant van de tafel zat, bewoog haar hand. Ze wachtte tot Bas naar haar keek en zei dat zij dat ook op haar oude lijst had staan. Ze wilde het papier pakken, maar Anouk vroeg of Bas eerst nog iets wilde aanwijzen. Hij tikte op de hoek van de tafel in de foto.
‘Daar stond later de kast. Niet de hele kast. Dat lage ding.’
Ria hield haar wijsvinger op toen Vera wilde antwoorden. Niet om haar terecht te wijzen, zag Vera; Bas had nog meer geschreven. Ze las zijn nieuwe regel. Ze hadden materiaal verplaatst zodat het niet in de weg zou staan. Op de volgende opname zag Vera de emmer niet meer. Anouk had die foto niet voor de openbare set gekozen. De digitale werkweergave kwam uit haar eigen scans van vóór de bewaargeving; de negatieven zelf had ze nog altijd niet terug. Bas trok met zijn pen een lijn naar de lege plek waar de emmer had gestaan, zonder op het scherm te tekenen.
Vera schreef: Afvoeren?
Hij las het, schudde zijn hoofd, een beetje ongeduldig nu, en schreef: terugzetten. De emmer was even weg, het werk niet klaar. Vera keek naar de twee opnamen naast elkaar. Ze had van afwezigheid al een einde gemaakt.
Ria schoof haar een kopje toe. Ze moesten stoppen met kijken om te drinken; het gesprek verloor zijn vaart en kreeg een ander ritme. Tine vertelde dat zij destijds alle beschrijvingen terug had gekregen omdat iemand er een mooier verhaal van had gemaakt. Bas zag haar praten en vroeg wat ze zei. Ze schreef op: bijschrift nachtdienst. Hij keek naar haar tekst en trok zijn neus op.
‘Nacht? Met dat licht?’ zei hij.
Anouk wees erop dat het licht alleen op deze afdruk niet genoeg zei. Bas keek opnieuw, gaf haar met een onwillige knik gelijk en schreef de vrije middag nogmaals op, groter nu.
Vera schreef als volgende vraag: Welke dag was dit? Hij noemde onmiddellijk een datum. Tine pakte haar lijst, aarzelde en keek naar Anouk. Vera voelde hoe de kamer in tweeën dreigde te vallen: Bas met een antwoord, drie vrouwen die buiten hem om bespraken waarom het niet klopte. Ze schoof haar eigen kopje opzij en hield Tine een leeg blad voor.
Tine zette de datum uit haar lijst daarop, met de naam van het werk erbij. Ze legde het naast zijn tekst. Bas las beide. Zijn voorhoofd trok samen.
Hij zei de datum nog eens, alsof die daardoor kon blijven staan. Toen vroeg hij naar het volgende beeld. Anouk liet het zien. Daarna het kleine overzicht van de reeks. Tine tikte op haar beschrijving van het middagwerk. Ze schreef haar vraag erbij: bedoelde hij de andere gebeurtenis, waarvoor materiaal op bijna dezelfde plek had gestaan?
Bas keek naar de foto's. Hij zocht iets aan de rand dat Vera niet zag. Na een tijdje wees hij naar de plank achter de emmer en zei een naam die Tine herkende. Ze schreven over en weer drie korte zinnen. Vera zat met haar handen om het lege kopje en moest zich bedwingen om iedere zin hardop te laten voorlezen.
Ten slotte haalde Bas een streep door zijn datum. Hij schreef de andere ernaast, maar zette er zelf een vraagteken bij.
‘Die dagen lopen door elkaar,’ zei hij. Hij keek daarbij naar Vera, niet naar Ria. ‘Dat werk niet.’
Vera knikte te snel. Ze pakte haar blad en schreef wat ze meende te hebben begrepen: werk op vrije middag, materiaal tijdelijk opzij en later terug, datum volgens Tines lijst. Bas las het en schrapte het woord later. Hij schreef: daarna. Vervolgens wees hij naar twee opeenvolgende beelden.
‘Later kan volgende week zijn,’ zei Anouk.
Vera verbeterde het. Ze had zich voorgenomen zorgvuldig te zijn, maar nu wilde ze vooral dat hij niet het gevoel kreeg nog een uur haar slordige woorden te moeten herstellen. Hij nam het papier van haar aan, las het opnieuw en tekende geen duim of keurig vinkje. Hij legde het op de tafel en schoof het naar Anouk.
‘Zet dat er dan bij.’
Anouk zei dat ze de beschrijving ging veranderen. Ze draaide het scherm terug en opende de tekst die bij de werkbeelden hoorde. Vera zag hoe ze de zin over de nachttaak weghaalde. Er kwam een soberder regel voor in de plaats: collega's die op een vrije middag materiaal terugzetten. De datum nam ze over uit Tines lijst, met een verwijzing in haar eigen aantekeningen. Bas vroeg het scherm nog eens naar zich toe te draaien. Anouk wees hem de nieuwe regel en wachtte op zijn reactie.
Hij las langzaam. Vera keek naar de kamer terwijl hij las: een krant op de andere stoel, een afgebroken stukje van de houten leuning, een plant met twee grote bladeren waarvan er één tegen het raam rustte. Niet alles hier was onderdeel van hun bezoek. In de gang zoemde een telefoon. Ria stond op om te kijken en kwam met een kort bericht voor Bas terug. Zijn afspraak van de volgende ochtend was een halfuur verschoven. Hij schreef de nieuwe tijd zelf op zijn kalender en kwam terug naar de tafel.
Tine vond haar boodschappenlijstje terug toen ze haar vest naar voren trok. Ze moest nu gaan. Bas wilde nog weten wat er van de brug was geworden, niet omdat hij dacht dat die weer openging, maar omdat Tine iemand kende die de afzetting had zien neerzetten. Ze schreef de stand van zaken kort op een blad en liet het hem lezen. Het hek stond waar het hoorde. De onderdoorgang werd gebruikt. Een oud pad bleef niet open doordat iemand er goede herinneringen aan had, zei ze, en Bas trok een gezicht naar haar alsof ze dat al veertig jaar tegen hem zei.
Bij de deur vroeg Tine aan Anouk haar de verbeterde beschrijving te sturen. Ze wilde niet achteraf ontdekken dat ze samen een nieuwe fout hadden goedgekeurd. Anouk beloofde het. Tine vertrok met aardappels nog steeds op haar lijst.
Ria begon de kopjes weg te halen. Vera stond op om te helpen, maar Bas tikte op tafel. Hij wilde iets laten zien. Op zijn telefoon opende hij de film uit het seinhuis. Het stukje met het linkerraam stond stil. Er was een bericht onder gezet, een vraag over de plek waar de kast had gestaan. Vera kende zijn antwoord, maar nu wees hij het op het scherm nog eens aan. Niet naar de kras: een stukje verderop. Hij schoof met twee vingers een denkbeeldige kast over de tafel.
‘Die kast heeft dat raam niet laten klemmen,’ zei hij.
Vera lachte. ‘Dat deed het zonder hulp van mij al.’
Hij vroeg haar het te herhalen terwijl hij naar haar keek. Ze deed het, met haar hand vlak boven de tafel alsof ze het raam opnieuw probeerde open te krijgen. Hij zag de beweging en begon ook te lachen. Ria kwam terug met een doek en vroeg wat er was. Deze keer liet Vera Bas antwoorden.
Ze bleven nog een kwartier. Toen Anouk haar laptop dichtklapte, vroeg Bas of hij de paar werkbeelden met het verbeterde bijschrift kon krijgen. Anouk schreef op welke bestanden ze hem zou sturen. Hij hield het blad bij zich; de andere vragen gaf hij aan Vera terug. Ze stopte ze in haar map, tussen haar eigen notities, niet tussen de afdrukken.
Buiten was het vroeger donker dan Vera had verwacht. Op haar telefoon zag ze dat het vijf over zes was. Ze kon nog rustig terugfietsen. Anouk wilde met Ria het sturen van de beelden regelen en ging niet mee. Bij het tuinhek vroeg ze of Vera vond dat het iets had opgeleverd.
Vera dacht aan de datum die Bas meteen had genoemd, aan haar eigen eerste vraag en aan de vlotte zin over de nacht. ‘We hadden anders het verkeerde bijschrift laten staan.’
Anouk knikte. ‘Dat was mijn werk ook geweest.’
In het café had Milan de lege limonadekratten al naast de achterdeur gezet. Hij zag Vera binnenkomen en wees naar de klok. Kwart voor zeven. Ze trok haar jas uit, vroeg wat er op was en zette de waterkoker aan terwijl hij zijn tas haalde. Op de laptop thuis zou ze later de verbeterde tekst zien. Nu moest er een verse kan thee komen voor de twee mensen bij het raam, die de foto's niet kenden en hun trein wel wilden halen.