Hoofdstuk 21 · 10 minuten lezen
Een aankoop van vijfennegentig
Het adres van Otto stond op de achterkant van Vera's boodschappenlijst. Ze had het voor vertrek van haar telefoon overgeschreven. Onder zijn huisnummer stond melk, met twee strepen eronder. Ze vouwde het zo dat Anouk niet naar haar voorraad hoefde te kijken.
‘Ik heb het ook in mijn telefoon,’ zei Anouk.
‘Dan komen we er in elk geval twee keer.’
Ze liepen vanaf de bushalte door een straat waar bijna iedere voordeur dezelfde brievenbus had. Bij één huis was er een messing gleuf over de oude heen geschroefd. Anouk hield haar tas dicht tegen zich aan. Er zaten geen dozen in, alleen de papieren die zij voor vandaag had uitgezocht. Bij het café had Vera nog gevraagd of ze de lijst van Bente erbij wilde. Die had Anouk zelf al afgedrukt.
Otto deed open voordat ze een tweede keer hoefden te bellen. Hij was kleiner dan Vera had verwacht en droeg een trui met een losse draad bij zijn pols. Hij keek naar hun schoenen.
‘Het pad is vies. Jullie mogen ze gewoon aanhouden.’
In de gang lagen twee kleine matten achter elkaar, alsof hij niet had kunnen kiezen welke het water tegenhield. Vera veegde haar voeten op allebei. Hij leidde hen langs de keuken naar een kamer met een werktafel onder het raam. Op de vensterbank stonden drie lege potjes. Een ervan had een deksel waarop augurken stond.
De tafel was leeg, op een vlakke map en een grijze envelop na. Otto schoof een stoel opzij en vroeg of ze daar goed konden kijken. Anouk zei dat het licht prima was. Ze legde haar eigen tas op de grond, niet op de tafel.
‘Ik zal maar meteen zeggen dat ik hiervoor betaald heb,’ zei hij.
‘Dat weet ik,’ zei Anouk.
‘Niet ergens op straat. Bij Bente. Met een bon.’
Hij haalde het papier uit de envelop en legde het voor haar neer. Zes stroken, zes contactvellen. Vijfennegentig euro. Daarachter stond in kleinere letters een omschrijving van werk aan het station. Vera herkende de nummers die Bente de dag ervoor had laten zien. Het papier was aan één hoek vuil van het vele terugvouwen. Otto streek de hoek plat, waarna die weer omhoogkwam.
‘Dat zijn deze,’ zei hij.
Anouk keek eerst naar hem. ‘Mag ik ze een voor een bekijken?’
‘Daarvoor liggen ze hier.’
Hij deed de map open. De contactvellen zaten apart van de gehoesde stroken. Op ieder vel stonden zes kleine beelden. Otto schoof het eerste naar de schone ruimte tussen hen in, met een onderlegger eronder. Anouk boog zich voorover. Vera bleef aan het uiteinde zitten; vanaf daar zag zij vooral de witte randen en de donkere rijtjes. Ze hoefde niet dichterbij te komen voordat iemand haar iets wilde laten zien.
‘Dit handschrift is van mij,’ zei Anouk.
Ze wees zonder het beeld aan te raken. Otto keek naar het korte potloodlijntje naast het nummer.
‘Dat zei Bente ook. Dat er achterop wel wat aantekeningen stonden.’
Anouk legde haar hand plat op haar knie. ‘Heeft ze gezegd van wie het kwam?’
‘Uit een collectie van Dorus. Oude stationsbeelden. Hij deed er niets meer mee.’
Hij keek van haar naar Vera. ‘Dat laatste heb ik misschien zelf zo begrepen.’
Vera schreef de formulering niet op alsof het een verklaring was die hij moest ondertekenen. Ze vroeg alleen of hij het verkoopbericht nog had. Hij had een afdruk bij de bon bewaard. Die pakte hij uit dezelfde envelop. Er stond niet dat Anouk toestemming had gegeven. Er stond ook niet dat Otto dat had nagevraagd.
‘Waarom deze zes?’ vroeg Vera.
Hij leek verrast door de vraag. Daarna draaide hij een van de contactvellen naar haar toe. Op de beelden werden manden van een kar gehaald. In de achtergrond stond een deur open. Je zag nauwelijks gezichten; handen verdwenen achter de rand van een mand en kwamen bij het volgende beeld aan de andere kant weer tevoorschijn.
‘Iedereen bewaart die grote locomotieven,’ zei hij. ‘En dan staat er ergens een man naast die ook nog iets moest doen.’
Hij zocht het beeld in de onderste rij. ‘Hier heeft iemand de lege kar al weggezet. Maar die laatste mand staat er nog. Dan moet je dus toch terug.’
Anouk keek mee. Voor het eerst sinds ze binnen waren, zakten haar schouders een stukje. Vera zag haar mond veranderen.
‘Hij wilde niet dat ik hem fotografeerde terwijl hij tilde,’ zei ze. ‘Toen heb ik gewacht tot hij de mand neerzette.’
‘Daarom zijn z'n handen leeg.’
‘Ja.’
Otto knikte alsof hij daar al langer over had nagedacht. Hij had het goede beeld gekocht om een reden die niets met Dorus' naam te maken had. Vera had zich hem bij het aanbellen nog vooral voorgesteld als een man die vasthield wat hij had. Nu zag ze het dunne potloodstreepje waarmee hij de plek terugvond.
Ze bekeken de andere vellen. Zeventien tot en met tweeëntwintig. Otto legde de bijbehorende stroken ernaast, in de hoezen. Anouk telde en controleerde de nummers, nam daarna een vel opnieuw omdat zij één regel had overgeslagen. Er waren zes. Otto zei dat hij alleen deze had gekocht; de beschrijving op zijn bon noemde dezelfde groep.
‘Ik heb ze niet laten scannen,’ zei hij. ‘Dat was ik wel van plan.’
Anouk keek op. ‘Wilt u dat nog steeds?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Dan kan ik blijven kijken.’
Vera voelde hoe gemakkelijk zij had kunnen zeggen dat dat toch een redelijke oplossing was. De bestanden bij hem, de stroken bij Anouk. Aan niemand iets ontnemen. Ze keek naar de zes vellen. Zij was niet degene die er haar werk of een middag uit haar leven op terugzag.
‘Ik wil geen hele kopie van dit deel achterlaten,’ zei Anouk. ‘Ik weet nog niet welke beelden ik opnieuw wil gebruiken. En ik wil eerst mijn spullen terug.’
Otto liet zijn handen tussen zijn knieën hangen. De losse draad aan zijn mouw hing bijna op de vloer.
‘Ik heb er niet zomaar naar gevraagd. Ik heb ervoor betaald.’
‘Dat zeg ik ook niet.’
‘Maar als ik dit afgeef, heb ik niets.’
‘U zou uw geld terug moeten krijgen.’
‘Van u?’
‘Nee.’
Dat antwoord kwam snel. Anouk keek naar de bon, niet naar Vera. Ze had niet gevraagd of Vera het bedrag kon voorschieten. Otto wachtte en trok de draad een stukje naar binnen.
‘Bente weet dat we hier zijn,’ zei Vera. ‘Gisteren zei ze dat ze over de afwikkeling wilde praten als duidelijk was wat u nog had. Dat is nu duidelijk.’
Hij vroeg of Bente ook had gezegd dat ze hem terugbetaalde. Dat had ze nog niet. Vera zei het. Ze dacht aan de woorden waarmee zij de afgelopen weken halve afspraken had afgemaakt omdat ze zo logisch klonken. Deze kon ze niet mooier maken.
Anouk pakte haar telefoon. ‘Zal ik haar bellen? Dan kunnen we het met z'n drieën bespreken.’
Otto knikte. Ze vroeg of hij goed vond dat de luidspreker aanstond. Hij schoof de bon een stukje naar het midden.
Bente nam niet meteen op. Anouk liet een kort bericht achter. Daarna was het stil in de kamer. Buiten duwde iemand een container over de voegen in het pad. Het geluid hield op, begon opnieuw en eindigde met een klap van een deksel.
‘Koffie?’ vroeg Otto.
Anouk keek naar de tafel.
‘In de keuken,’ zei hij. ‘Ik ga hier ook niet knoeien.’
Ze volgden hem. De kopjes stonden in een kastje met een deur die te ver openzwaaide. Otto hield hem tegen met zijn heup terwijl hij kopjes uitzocht. Op het aanrecht lag een boterham naast een dicht pak kaas. Hij legde er een bord overheen, bedacht zich en stopte hem in de broodtrommel.
Vera nam haar koffie zonder suiker. Otto vroeg of zij het café bij de oude brug had. Ze zei ja.
‘Dan ben ik er wel eens geweest. Met die deur die zwaar dichtvalt.’
‘Die valt nog steeds zwaar dicht.’
‘Daar kun je iets aan doen.’
‘Ja.’
Ze glimlachten even. Vera had geen zin haar hele lijst met reparaties voor hem open te leggen. Hij wees haar een stoel aan en ging zelf tegen het aanrecht staan. Anouk hield haar telefoon op tafel, scherm omhoog. Toen hij trilde, zette zij haar kopje neer.
Bente vroeg wat er was aangetroffen. Anouk noemde de zes stroken en de zes vellen met de nummers. Otto verbeterde één cijfer dat zij te vlug uitsprak. Bente vroeg hem de verkoopdatum en de prijs te bevestigen.
‘Vijfennegentig. Dat staat ook op jullie bon,’ zei hij.
‘Dat weet ik. Ik wil het even over hetzelfde hebben.’
Zij kon hem die vijfennegentig teruggeven, zei Bente. Niet vandaag aan de telefoon, maar bij een afgesproken overdracht. Ze had het geld beschikbaar. Zij wilde alle zes stroken en contactvellen terugontvangen en de teruggave op de verkoopregel aantekenen. Haar afspraak met Dorus moest ze afzonderlijk maken.
Otto vroeg waarom hij daarop moest wachten. Bente zei dat hij niet op Dorus' betaling hoefde te wachten. Dat was haar zaak. Hij keek naar Anouk, die haar handen om haar kopje hield.
‘Dan blijft mijn vraag over een beeld,’ zei hij.
Anouk dacht na. Vera kon aan haar gezicht niet zien of ze een uitweg zocht of een foto. Uiteindelijk vroeg ze welke hij bedoelde. Hij beschreef de mand die was blijven staan.
‘Die wil ik niet als complete reeks kopiëren,’ zei ze. ‘Ik kan één gewone afdruk maken. Eén beeld, dat ik daarvoor uitkies. Daar spreken we dan ook over af dat het voor u is, niet om verder te verspreiden.’
Hij vroeg of hij kon zien welk beeld het werd voordat hij alles afgaf. Ze zei dat zij hem een voorstel zou laten zien. Het kon ook een van de andere werkfoto's zijn; ze wilde niet nu in zijn keuken over de hele selectie beslissen. Bente stelde voor de beperkte afdruk op de overdrachtsafspraak gereed te hebben als ze daar met elkaar uit waren.
‘Geen map met alles dus,’ zei Otto.
‘Nee,’ zei Anouk.
Hij keek naar zijn koffiekop. ‘Eén afdruk en het bedrag terug. Dan alle zes terug. Als we dat duidelijk opschrijven.’
Anouk herhaalde het. Niet de negatieven houden en alleen kopieën afgeven; de zes echte stroken en zes contactvellen gingen terug, de afdruk was iets anders. Otto zei dat hij dat begreep. Bente vroeg hun de afspraak in een bericht te bevestigen. Hij wilde ook zelf een afschrift. Ze controleerden samen zijn mailadres, waarin geen punt stond op de plek waar Vera er automatisch een had gezet.
Na de koffie gingen ze terug naar de werkkamer. Otto pakte de vellen in dezelfde volgorde terug. Anouk keek mee. Zij nam niets mee behalve een foto van de bon waarvoor hij toestemming gaf. De stroken bleven in hun hoezen bij hem tot de gezamenlijke afspraak. Bij het laatste vel hield Otto nog even zijn hand op de gesloten map.
‘Ik vind het wel jammer.’
Anouk keek naar de kast naast hem, waar achter het glas albums stonden met smalle ruggen.
‘Dat geloof ik.’
Hij liet de map los en bracht hen naar de deur.
Buiten stopte Vera haar boodschappenlijst terug in haar jas. Er stonden nog steeds twee strepen onder melk. Ze moesten de bus hebben die over twaalf minuten kwam; Anouk wilde naar huis om de afspraak te mailen. Vera kon voor de middag weer in het café zijn. Ze had geen vervanging voor die uren hoeven vragen, maar haar boodschappen waren blijven liggen.
Bij de halte liet Anouk haar de tekst lezen. Het bedrag, de zes stroken, de zes contactvellen, één nader met haar af te spreken werkafdruk. Bente zou het geld aan Otto teruggeven. Vera zag dat haar eigen naam alleen stond bij wie er vandaag waren geweest.
‘Moet er nog iets bij?’ vroeg Anouk.
‘Wie de datum afspreekt.’
Anouk tikte dat erbij. Daarna stuurde zij het aan beiden. De bus kwam de hoek om terwijl de bevestiging nog op het scherm stond. Vera wenkte de chauffeur en stapte achter haar in. Anouk ging bij het raam zitten en legde haar tas op schoot. Vera bleef even staan tot een boodschappentas van de volgende stoel was gehaald.
In het café was Yasmin bezig de snijplank af te nemen. Zij wees met de doek naar het briefje bij de kassa.
‘Melk,’ zei ze.
‘Ik weet het.’
Vera haalde het papier uit haar zak. Yasmin keek naar het adres aan de achterkant en draaide het terug. Ze zei dat de leverancier morgen kwam, maar dat ze voor vanavond niet genoeg hadden. Vera hing haar jas nog niet op. Ze legde haar eigen kopie van de afspraak in de bedrijfsmap en ging naar de winkel op de hoek.