Hoofdstuk 6 · 12 minuten lezen
Een nette buitenkant
Saskia had de klok in een boodschappentas gelegd en die weer in een grotere tas gezet. Ada zag eerst alleen de rode handvatten. Daarna kwam er een opgevouwen strandlaken uit, met een harde houten hoek erin.
‘Ik dacht, anders stoot ik overal tegenaan.’
Ada maakte plaats op de toonbank. Het strandlaken was groter dan het werkvlak. Ze vouwde het terug tot de kast vrij lag: donker hout, twee kleine kolommen naast de wijzerplaat, een glazen deurtje voor de slinger. Over de rechterhoek liep een lichte kras. Aan de achterkant zat een deukje dat al lang dezelfde kleur als de rest had.
‘Van mijn vader,’ zei Saskia. ‘Hij heeft hem mij een jaar geleden meegegeven. Hij wil wel graag dat hij het nog doet als hij langskomt.’
‘Doet hij het helemaal niet meer?’
‘Soms. Dan loop ik naar de keuken en als ik terugkom staat hij stil.’
Ada vroeg waar hij stond, of het kastje stevig was en wat er gebeurde met de slinger. Saskia zette haar tas op de klantenstoel en keek naar de klokken aan de wand.
‘Hij slaat ook verkeerd. Om twee uur drie keer, geloof ik. Ik ben het een beetje kwijt.’
‘Weet u of dat tegelijk begonnen is?’
‘Daar heb ik niet op gelet.’
Ada schreef lopen en slagwerk op de bon. Ze vroeg wanneer de klok voor het laatst was nagekeken. Saskia haalde haar telefoon uit de jaszak en zocht een foto. Er stond een smal strookje papier op, met de naam van een andere werkplaats erboven. De datum was scherp genoeg om te lezen.
‘Die zaak is weg,’ zei ze. ‘Mijn vader had het briefje nog. Hij dacht eerst dat ik er te hard mee was omgegaan.’
Ada draaide de klok voorzichtig. Ze liet haar vingers langs het hout glijden zonder op de beschadiging te drukken. De kast had een mooie warme kleur onder de doffe laag. Met de lamp anders gericht werd de kras juist lichter.
‘Hier kunnen we ook wat aan doen.’
Saskia boog mee. ‘Dat zit er al jaren.’
‘Het trekt nu de aandacht.’
‘Mij viel het nooit zo op.’
Ada keek weer naar de voorkant. De twee kolommen kwamen met een klein beetje zorg beter uit. Ze kon zich voorstellen hoe het ding op Saskia’s kastje zou staan als de lichte plek niet meer bij ieder raamlicht opviel. Het uurwerk moest natuurlijk eerst. Daar begon je mee. Maar het was prettig iets af te geven dat ook vanbuiten af was.
Ze noteerde een tweede regel, houtwerk, en liet de punt van haar pen erboven hangen.
‘Ik maak eerst een offerte. U zit nergens aan vast voordat we het erover eens zijn.’
Saskia knikte. Ze vouwde het strandlaken op, pakte het weer uit en vroeg of Ada het wilde houden om de klok straks terug te geven.
‘Ik heb dekens genoeg.’
De vrouw stopte het laken in de rode tas. Ada gaf haar een afhaalbriefje voor de offerte, niet voor een gerepareerde klok. Ze legde nog eens uit dat het opstellen niet betekende dat ze die middag klaar was. Saskia zei dat ze geen haast had, als ze maar wist waar ze aan toe was.
‘Woensdag bellen?’
‘Dan ben ik gesloten. Vrijdag kan ik u iets sturen. Zaterdag bent u ook welkom om het door te nemen.’
‘Doe maar volgende week zaterdag. De komende lukt niet.’
Ze vroeg of het aan het eind van de maand kon. Ada keek in haar agenda. Volgende week zaterdag had ze om tien uur een afspraak met Vermeer. Voor die tijd kon Saskia gewoon binnenlopen voor een papier; daar hoefde ze de klok niet voor uit de werkplaats te halen.
‘Half tien?’
‘Dat haal ik.’
Ada schreef haar naam erbij. Toen de deur dicht was, plakte Ada het bonnetje aan het kaartje bij de klok. Het strookje plakband bleef eerst aan haar vinger hangen.
Er waren dagen waarop Ada aan niets anders begon dan aan het werk dat gisteren al half klaar lag. Deze dinsdag had ze het uurwerk voor zich geschoven van een kleine klok die vrijdag terug moest. De schone onderdelen lagen geordend in bakjes. Aan de overkant stond Hovings messing tafelklok nog steeds op het rek. Hij liep nu langer dan bij de eerste proef, maar dat had hij eergisteren ook gedaan. Het sleuteltje bungelde aan zijn touwtje.
Ada stak een nieuwe lamp in de bureaulamp boven het blad. De oude was nog niet stuk, maar gaf af en toe een trillende rand om haar werk. Ze had gisteren een doosje meegenomen. In de ochtend leek dat beter licht onnodig; zodra ze dichter over het blad boog, merkte ze wat het verschil was.
De voet van de lamp zat in de weg. Ze schoof een bakje op, raakte met haar mouw een kwast en ving hem met haar andere hand voordat hij in het uurwerk kon vallen. De punt maakte een zacht streepje op het papier.
Ze keek naar de klok voor vrijdag. Die had al een nieuwe terugbrengdatum gehad. Eerst zou hij vorige week donderdag klaar zijn, toen vrijdag, toen had zij de klant uitgelegd dat ze langer wilde controleren. Dat laatste was waar. Het eerdere werk was er niet sneller door gedaan.
De vaste telefoon ging. Ada nam op met haar achternaam, zoals ze altijd deed, en hoorde een man zeggen dat hij niet wist of hij de juiste zaak had. Hij was van Sportvereniging De Zoom. Ze hadden een grote klok gebracht.
‘Die ronde houten?’
‘Ja. Remco de Wit. Ik heb hem zelf gebracht.’
Ada keek naar de lage plank. De klok stond daar met de wijzerplaat naar de muur, beschermd tegen de dingen die langs de voorkant werden geschoven. Hij was in de eerste volle week na haar woensdagbesluit binnengekomen. Groot, niet ingewikkeld vanbuiten, geen slagwerk. In de kantine hing hij boven het koffieapparaat, had Remco verteld. Nu moesten mensen op hun telefoon kijken wanneer een training afgelopen was.
‘Ik wilde weten wanneer u ongeveer belt.’
Ze liep met het toestel naar de plank, zover het snoer toeliet. Het kaartje hing aan de achterkant. Zij had nog geen ophaaldatum opgeschreven. Wel had ze gezegd dat ze hem voor de winter terug wilde hebben. Er was gevraagd naar een toernooi. Dat was verder weg geweest dan het nu voelde.
‘Ik moet er nog aan beginnen.’
‘Dat geeft niet. Ik moet het alleen kunnen zeggen op de vergadering. Er wordt gevraagd of er al nieuws is.’
Ada pakte haar agenda. Ze bladerde langs Vermeer en de volgende twee zaterdagen. Hoving stond nog niet met een bedrag bij een datum. Saskia ook niet. Op het ogenblik leken het allemaal klokken die ze kon doen als ze eenmaal begonnen was.
‘Begin december moet dat kunnen,’ zei ze.
‘Dat is mooi. Niet vlak voor kerst.’
‘Nee, eerder.’
Ze spraken af dat ze in de eerste volle week van december zouden bellen over de precieze aflevering. Remco herhaalde het om het op te schrijven. Ada schreef het daarna ook op. Dat leek nu een echte afspraak, een datum waarvoor ze eerst alleen ruimte had gevoeld.
Na het gesprek legde zij de klok op een hoger rek waar ze er beter bij kon. Het was een groot ding om op te pakken, maar niet het gewicht dat haar moeite gaf. Ze moest langs een doos met verpakkingsmateriaal die op de vloer stond. De doosjes had ze nog steeds niet uitgepakt.
Ze haalde ze er één voor één uit en zette ze in het kastje. De lege grote doos hield ze even vast. Daar kon een klok in die iemand anders nog kwam brengen. Ze vouwde hem plat en stak hem naast de kast. De ruimte op de vloer zag er ineens breed uit.
Voor de lunch zette ze Saskia’s klok op een apart vel papier. Ze noteerde de kras op de hoek en de oude beschadiging achterop, keek nog een keer naar de wijzers en schreef haar eerste bevindingen op. Er was onderhoud nodig voordat zij iets over het lopen en slaan kon beloven. Ze rekende met het werk dat ze kende van vergelijkbare uurwerken en hield een kleine ruimte vrij voor onderdelen.
Het bedrag werd tweehonderdzestig. Daarnaast zette ze vijfennegentig voor het houtwerk. Ze had het tweede bedrag al op papier voordat ze zich herinnerde dat Saskia er niet om had gevraagd.
Ada las de bon. De twee regels bij elkaar maakten driehonderdvijfenvijftig. Ze schreef het totaal over op het offerteblad. Houtwerk apart, zodat het niet in één onleesbaar bedrag zou verdwijnen. Ze kon het zaterdag uitleggen.
Ze at een boterham terwijl ze haar telefoon naast haar neerlegde. Op de kalender stond morgen badminton. Ze had geen eigen racket gekocht. Misschien zou zij na nog twee keer weten of de steel anders moest voelen. Leonie had met een kleiner blad gespeeld, of misschien had zij dat alleen gedacht omdat Leonies arm sneller was.
Ada had lang niet aan zoiets gedacht terwijl ze in de winkel zat. Het was geen reden om meteen overmorgen weer een sporttas in de weg te hebben. Ze legde de telefoon terug.
Paul Hoving belde terwijl ze het offerteblad voor Saskia kopieerde. De kopie kwam niet meteen uit het apparaat. Hij vroeg of er al iets te zeggen was over zijn tafelklok.
‘Ik heb hem bekeken. Niet alleen geluisterd.’
‘En?’
Ada hield de bovenkant van de bon vast zodat ze niet weer naar de verkeerde klok zou kijken.
‘Er is in elk geval werk aan. Ik moet een onderdeel bestellen en het uurwerk heeft onderhoud nodig. Zoals het nu ligt, kom ik op tweehonderdnegentig.’
‘En dan doet hij het weer?’
‘Daar is het voor.’
Ze hoorde de zin nog nadat ze hem had uitgesproken. Er was geen eenvoudige vraag op gevolgd waarop zij terug kon naar wat ze al wel en niet had gezien. Hoving wilde weten of de kast dan ook netjes bleef. Zij zei dat ze daar zorgvuldig mee omging.
‘Ik wil niet dat het veel duurder wordt dan die tweehonderdnegentig.’
‘Dan beginnen we daar niet zomaar aan.’
‘Ik bedoel: als u hem niet kunt maken.’
Ada keek naar de slinger achter het deurtje. Hij stond stil. Ze had de klok een uur eerder weer zien lopen en was toen iets anders gaan doen.
‘Niet gerepareerd is geen rekening,’ zei ze. ‘Als er iets anders uitkomt, overleggen we eerst.’
Hoving zei dat dat duidelijk was. Zij vroeg negentig euro vooruit voor het te bestellen materiaal en legde uit dat dit van het afgesproken bedrag afging. Hij wilde het liever op papier. Ada maakte een betaalverzoek klaar met de prijsafspraak erbij. Hij zou die lezen en dan betalen.
‘Wanneer denkt u?’
Zij keek naar de agenda met de decemberregel voor De Zoom.
‘Ik wil over zes weken met u klaar zijn. Ik bel eerder zodra ik iets weet.’
‘Dan kan hij nog een tijd gewoon op de kast. Dat is prima.’
Toen ze ophing, liep zij niet meteen naar de werkbank. Het papier bij de kopieermachine was scheef de uitvoer in gekomen. Ada trok het recht en zag dat de onderkant van Saskia’s offerte nog niet was afgedrukt. Ze maakte hem opnieuw.
Het betaalbericht van Hoving kwam kort daarna. Negentig. Zij zette het in het schrift bij de klant en in de aparte kolom voor voorschotten. Niet tussen de afgehaalde reparaties. Op de werkbon zette ze betaald voorschot, met de datum.
Een man kwam een oud sleuteltje passen. Dat kon ze niet zonder de klok erbij, zei ze. Hij had gedacht dat ze dat wel aan het gaatje kon zien, waarvan hij een foto op zijn telefoon had. Ze keken er samen naar. De foto was zo dichtbij gemaakt dat de vorm niet scherp was. Hij zou een keer met de klok terugkomen. Ada nam geen werk in.
Daarna bestelde ze het onderdeel voor Hovings klok. Zij controleerde de gegevens twee keer, ook al wilde de leverancierspagina steeds terugspringen naar de bovenkant. Het onderdeel was beschikbaar. Zodra het binnen was, kon ze verder kijken.
Tegen vijven stak zij de kopie van Saskia’s offerte in een envelop. Buiten gaf de zon nog warmte af aan het blauwe hout. Op de toonbank lagen drie soorten papier: een ondertekende inname, een prijs die iemand had aanvaard, een offerte die nog gelezen moest worden. Hovings klok stond nog stil op het rek.
Ada schoof het uurwerk voor vrijdag naar zich toe. De glazen stolp zette zij niet bovenop de bon, waar de rand langs de natte inkt zou gaan. Ze legde eerst een schoon vel neer. Haar hand bleef een ogenblik op het papier rusten.
Er was nog een uur tot sluiting. Ze zette haar voeten onder de kruk, keek welke schroef het eerst terug moest en begon.
De dunne onderdelen lagen in de volgorde waarin ze waren uitgekomen. Een daarvan had zij op een ander stukje papier gelegd omdat de oorspronkelijke plaats niet vrij was. Ada schoof het terug, keek of de twee bakjes nog bij dezelfde klok hoorden en pakte de tekening die zij bij het uitnemen had gemaakt. Er stonden drie korte potloodlijntjes op en een pijl die zij later niet meer begrepen zou hebben als ze hem niet vanmorgen had gezet.
Een voorbijganger bleef voor de etalage staan. Ada zag alleen de schaduw op de vloer. Ze wachtte niet op de bel, keek weer door de loep en voelde hoe haar vingers langzamer werden. De beweging kwam niet vanzelf terug als ze haar hand dichter bij het werk hield. Zij zette de loep even af, wreef over haar neus en begon opnieuw.
Toen de kleine wandklok weer in zijn kast zat, lag de overkant van de straat in de schaduw. Ada hield hem nog niet voor het raam om hem van een afstand te bekijken. Eerst de vaste plek tegen de achterwand, waar hij kon lopen zonder dat iemand hem bij iedere vraag aanraakte. Ze hing het kaartje eronder met de datum en keek lang genoeg naar de slinger om te zien dat er niets langs schuurde.
Het tikken bleef tussen de andere geluiden hangen. Ze schreef de begintijd op. Bij die ene regel moest het voor vandaag blijven; het had geen zin om nu al klaar naast de klantnaam te zetten.
Op de winkelvloer lag een zandstreep van een paar schoenen. Ada pakte het kleine blik en de veger. Ze keek nog een keer naar het uurwerk en bukte toen om het zand op te halen. Een los haartje van de veger bleef tussen twee planken zitten. Ze trok het eruit, leegde het blik en bracht het terug naar de haak naast het gootsteentje.
De klok liep nog. De messing tafelklok ernaast stond stil. Ada zette de plastic kap over het werk dat op de bank was gebleven en deed de grote lamp uit. Op het rek bleef het kleine licht branden waaronder zij morgen de stand kon controleren.