Woensdag gesloten
Hoofdstuk 1 van 240%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 1 · 11 minuten lezen

De klantenstoel

Het bericht kwam dinsdagavond, tussen een betaalverzoek en een aanbieding voor schoenen. Woensdag half elf. Je moet iets ophalen. Kun je met de auto?

Mara las het terwijl ze met één sok aan voor de wasmachine stond. Haar andere sok zat ergens in het beddengoed. Ze trok een hoeslaken uit de trommel en antwoordde: Wat dan?

De twee vinkjes werden blauw. Er verscheen geen antwoord.

Op haar laptop stond de vergadering van woensdagochtend open. Een uur met Lotte en de vrouw van het streekarchief, over de teksten onder de foto’s. Er waren nog vier versies van dezelfde lijst in omloop. Mara had ze bij elkaar willen leggen, liefst met alle betrokkenen aan tafel, voordat iemand weer iets naar de drukker stuurde.

Ze belde haar moeder. Na vier keer overgaan kreeg ze de voicemail. Op de achtergrond van Ada’s ingesproken bericht sloeg een klok drie keer; Mara hoorde die slagen vaker dan haar moeder zelf.

‘Ik moet even weten hoe groot het is,’ zei ze. ‘Voor die auto.’

Ze liep terug naar de wasmachine. De sok zat in de hoek van het laken, nat en plat als iets dat aangespoeld was. Ze hing hem over de rand van de mand. Op haar telefoon verscheen: Gewone auto is goed. Achterbank moet plat.

Mara dacht aan de printer die al maanden alleen een rechterhelft afdrukte. Of dozen met oude facturen. De laatste keer had Ada de enveloppen op kleur gesorteerd. De blauwe lagen onder de werkbank uit het zicht. Mara had ze die middag opengemaakt terwijl haar moeder een man uitlegde dat een batterij geen verbruiksonderdeel van zijn mechanische klok was.

Ze boekte een deelauto van tien tot twee en schreef Lotte of het overleg naar de middag kon. De vrouw van het archief kon niet. Lotte stelde vrijdag voor, Nora zette er een duim bij en daarmee was het verplaatst. Mara stuurde nog een bericht over welke tekstlijst zij tot vrijdag moesten aanhouden. Daar kwam geen antwoord meer op.

Woensdagochtend rook de auto naar een zoete luchtverfrisser. Onder de passagiersstoel lag een platgedrukt pakje kauwgom. Mara maakte de foto’s die de app verlangde, schoof de stoel naar voren en reed de parkeerplaats af. Bij de tweede kruising ging haar telefoon. Ze kon op het scherm niet zien of het Ada was en liet hem overgaan.

Er was niets aan de hand, zei ze tegen zichzelf. Als er werkelijk iets was, zou haar moeder dat zeggen. Ze probeerde het met Ada’s stem te horen en moest daar bij het volgende rode licht alweer op terugkomen.

De winkelstraat was half bezet door een bestelwagen van de wasserij. Mara reed er langzaam langs. Haar moeder stond een paar deuren verder op een keukentrap, met een schroevendraaier tegen het bord met openingstijden. De onderkant van haar schort zat tussen haar knie en de bovenste trede.

Mara zette de auto op een laadplek, stapte uit en liep naar haar toe.

‘Niet aan de trap komen,’ zei Ada zonder om te kijken.

Mara hield haar handen naast haar lichaam. ‘Goedemorgen.’

‘Die linker poot staat scheef. Als je hem vasthoudt, gaat hij juist wiebelen.’

De gevel had ooit kobaltblauw moeten worden. Ada had zelf verf bijgemengd en in de zon zat er groen in. Onder de ruit bleef een lichtere rechthoek zichtbaar waar jaren een sticker van een betaalmaatschappij had gezeten. Mara keek omhoog naar de twee schroeven. De bovenste kwam mee toen haar moeder het bord van de muur trok.

‘Wacht, die valt.’

Ada ving de schroef met haar schort. Ze kwam naar beneden en legde hem in de binnenzak, alsof ze precies daarvoor een zak had laten maken.

‘Je staat daar niet goed.’

‘Ik weet het. Ik wist niet of ik meteen iets moest inladen.’

‘Dat kan nog niet.’

Mara ging terug naar de auto en zette hem in de zijstraat. Ze betaalde voor anderhalf uur. Tegen de tijd dat ze weer bij de winkel was, lag de trap naast de deur en had Ada het bord op de werkbank gelegd.

Binnen hing de geur van koffie die te lang op de plaat had gestaan. Onder de amberkleurige lamp lagen een pincet, twee afgebroken veertjes en een boterham op een kassabon. Een vel vloeipapier hield de kruimels van een geopend uurwerk weg. De stoel voor klanten werd bezet door een hoge, smalle klokkenkast.

Mara herkende de beschadiging naast het glazen deurtje. Ze had er tijdens de verhuizing een deurpost mee geraakt. Het lichte hout in de kras was inmiddels donker geworden.

‘Die van mij.’

‘Daar belde ik over.’

Ada had niet gebeld, maar Mara verbeterde haar niet. Ze zette haar tas op een hoekje van de toonbank en keek door het glas. Waar de wijzerplaat had gezeten, waren vier gaten zichtbaar. Er lag een streep stof op de bodem.

‘Is hij klaar?’

‘Er zit geen uurwerk in.’

‘Dat weet ik. Ik dacht—’

‘In die doos. Alles is erbij.’

De doos stond onder de stoel, in een boodschappentas met een oude winkelnaam. Mara had die tas zelf meegebracht. Zes jaar geleden, kort nadat Daan en zij uit elkaar waren gegaan. Voorlopig even hier, had ze gezegd. In haar nieuwe woning was geen geschikte muur. Ze had intussen een andere woning, met een muur waar met gemak drie van die kasten hadden kunnen hangen.

Ze legde de autosleutel naast haar tas.

‘Ik dacht dat er iets was.’

‘Er is ook iets. Ik heb die stoel nodig.’

‘Daarvoor had ik geen overleg hoeven verzetten.’

Ada keek naar haar boterham en schoof het pincet ervan weg. ‘Dat vroeg ik ook niet.’

Mara trok de ritssluiting van haar jas open. Door de ruit kwam een dunne strook zon tot aan haar schoenen. Ze had onderweg bedacht welke vragen ze over de huur zou stellen, of haar moeder de boekhouder had gebeld, of ze het kleine ladekastje eindelijk konden weghalen zodat er plaats was voor alle papieren. Nu stond die kast van haar hier.

‘Je kunt zoiets ook eerder zeggen.’

‘Hij stond er gisteren ook.’

‘Dat bedoel ik niet.’

Ada legde haar boterham op een bordje. Het was een van de schoteltjes met een blauw randje die vroeger thuis onder de bloempotten hadden gestaan. In de winkel kregen zulke dingen een tweede gebruik waarvoor ze volgens Mara net niet geschikt waren. Op dit schoteltje was nog een vage bruine kring zichtbaar.

‘Wil je koffie?’

‘Alleen als je nieuwe zet.’

Haar moeder pakte de kan en leegde hem in het gootsteentje. Dat ging zonder discussie. Mara trok haar jas uit en hing hem over de toonbankhoek, niet over de stoel.

Naast het koffieapparaat stond een map die zij herkende. De oude elastieken waren vervangen door een lint. Er stak een blauwe envelop uit.

‘Die is van vorige maand,’ zei Ada toen ze ernaar keek. ‘Die heb ik gehad. Ik moet alleen nog iets doorgeven.’

‘Wat dan?’

‘Een bedrag. Dat doe ik morgen.’

Mara hield haar hand van de map weg. Ze ging voor de kast staan en probeerde hem van de stoel te tillen. Het ding was minder zwaar dan ze verwachtte, maar de onderrand schoof over de bekleding en ze zette het terug.

‘Eerst het glas eruit,’ zei Ada.

‘Ja. Straks.’

Terwijl het water doorliep, legde haar moeder het bord recht onder de lamp. Naast woensdag stond nog negen tot zes. Er was een strook crème papier overheen geplakt. De kwast ernaast had een duimbrede kop.

‘Ga je een middag dicht?’

‘De hele dag.’

‘Vanaf wanneer?’

‘Vandaag.’

Mara keek naar de ruit, naar de mensen die langs de etalage liepen. Een vrouw hield een kind aan de hand dat zijn gezicht tegen het glas drukte om een klok met een bewegend vogeltje te zien. Het vogeltje bewoog alleen op het hele uur. Mara had als kind soms een kruk naar de etalage geschoven en er vanachter het gordijntje geluiden bij gemaakt. Ada had dat pas gemerkt toen iemand erom vroeg.

‘Dan moeten we de website aanpassen. En Google. Anders staan mensen voor een dichte deur.’

‘Kun je me laten zien hoe dat moet?’

‘Ik kan het zo even doen.’

‘Dat weet ik.’

Ada zette de mokken op de toonbank en trok de kruk erbij. Mara haalde haar laptop uit haar tas. Er zat een klein wit vuiltje op het scherm. Ze veegde het weg met haar mouw en opende de pagina die ze een jaar geleden samen hadden gemaakt.

Haar moeder schoof de leesbril lager op haar neus en haalde een briefje uit het schrift onder de telefoon. Ze legde het naast het toetsenbord. Bij haar eerste poging verscheen een rood vak. Ze typte opnieuw, trager.

Mara zag de verkeerde letter. Haar wijsvinger bewoog al naar de toets, maar ze wees op het briefje.

‘Dat is een hoofdletter i. Je hebt een kleine l.’

Ada hield haar vinger boven het toetsenbord. ‘Bij de vorige moest het andersom.’

‘Dat weet ik niet meer.’

‘Ik wel.’

Ze veranderde de letter. De pagina ging open. Er verscheen een foto van de gevel waarop de betaalsticker nog zat. Ada keek ernaar alsof iemand een oude foto van haarzelf had neergelegd.

‘Die kan er ook wel af.’

‘Eerst de tijden.’

Ze gingen naar het juiste vak. Ada maakte van woensdag een gesloten dag en las de regel nog een keer.

‘Klik ik nu op bewaren?’

‘Ja.’

Ze klikte. Daarna wilde ze weten hoe je kon zien of het echt gebeurd was. Mara liet haar een nieuw venster openen en het adres intypen. Ada had bijna ook de schuine streep achter het adres overgenomen van een regel op het scherm. Toen de gewone pagina verscheen, stond woensdag er inderdaad tussen als gesloten.

Op de andere website duurde het langer. Ada moest een code uit haar eigen telefoon halen en was halverwege de cijfers kwijt waar ze gebleven was. Ze begon opnieuw. Mara liet intussen haar koffie afkoelen.

‘Je huur is wel omhooggegaan,’ zei ze.

‘Met achtenveertig euro.’

‘Daarom.’

Ada legde de telefoon neer en trok haar schrift onder het briefje vandaan. Op een bladzijde stonden twaalf datums met bedragen. Onderaan, in rood: mensen komen donderdag. Ernaast, kleiner: misschien niet allemaal.

Mara boog over de getallen. Er stond een woensdag bij met twee keer zoveel ontvangsten als de week ervoor. Ze wilde vragen hoe dat kwam, maar haar moeder had haar bril afgenomen en keek even naar de glazen.

‘Je hebt dit dus al uitgezocht.’

‘Een beetje.’

Aan de overkant zette iemand een krat flessen neer. Het korte rinkelen drong door tot achter de toonbank. Mara zag de nieuwe huurbrief tussen twee bladzijden zitten. Ada had het bedrag omcirkeld. De brief was geopend, op de vouw een beetje ingescheurd.

‘En als ze niet komen?’

‘Dan merk ik dat.’

Mara blies over haar koffie, hoewel die niet meer heet was. Op de omgeslagen bladzijde stond een naam met een telefoonnummer. Rijschool Kamal. Ze draaide het schrift een kwartslag.

‘Neem je rijles?’

‘Om twaalf uur.’

‘Vandaag?’

‘Anders was ik er wel erg vroeg bij.’

Mara keek naar de smalle straat, de wasserijwagen die nu met open achterklep voor een andere deur stond, een fietser tussen twee geparkeerde auto’s. Haar moeder was achtenzestig. Ze fietste overal naartoe met een mand die met ijzerdraad aan het stuur vastzat. Voor grote boodschappen belde ze Mara. Soms pas als Mara al ergens anders was.

‘Is een automaat niet makkelijker?’

‘Dat is het ook.’

‘En heeft hij ervaring met mensen die wat later beginnen?’

‘Hij heeft ervaring met mensen die niet kunnen rijden. Dat leek me voldoende.’

Mara keek in haar mok. Ze hoorde zichzelf vragen naar examens, verzekering, parkeervergunningen. Er was nog niet eens een auto. Ze nam een slok en hield die even in haar mond voor ze doorslikte.

‘Vorige week ben ik al geweest,’ zei Ada. ‘Eerst zitten. Knoppen bekijken. Toen liet hij me het terrein afrijden.’

‘Hoe was dat?’

‘Ik nam de bocht te ruim. Hij zei dat er nog een weghelft voor andere mensen over moest blijven.’

Ze lachte kort. Mara zag een stukje tand dat bij de hoek van haar mond gewoonlijk achter haar lip bleef.

‘Waarom heb je niets gezegd?’

‘Omdat je dan ging zoeken naar de beste rijschool.’

Mara zette de mok voorzichtig neer. Ada keek naar de papieren strook op het bord. Aan één kant zat hij los. Ze drukte hem met haar duim weer vast.

‘En na je examen? Ga je dan weer open op woensdag?’

‘Ik ga eerst eens proberen bij de supermarkt te parkeren.’

De laptop gaf een geluid. Lotte had een bericht gestuurd: welke lijst bedoelde ze precies, die van gisteren of die van maandag? Mara zag de eerste woorden en sloot het venster niet. Ze wist het antwoord zolang ze niet naar de datums hoefde te kijken.

Ada schoof de lege mok opzij en liep naar de kast. Met haar wijsvinger tikte ze tegen het bovenste scharnier.

‘Jij moet hem even vasthouden.’

Mara stond op. Ze legde haar telefoon naast de laptop, met het scherm naar beneden, en pakte de smalle deur aan beide kanten vast.

Hoofdstukken

Woensdag gesloten

  1. 01De klantenstoelJe leest nu11 minuten
  2. 02De korte pen10 minuten
  3. 03Donderdag komen ze niet allemaal10 minuten
  4. 04De lege middag12 minuten
  5. 05De tweede proef12 minuten
  6. 06Een nette buitenkant12 minuten
  7. 07Achter het bord13 minuten
  8. 08De zaterdagafspraak12 minuten
  9. 09De kolom ernaast11 minuten
  10. 10Invoegen11 minuten
  11. 11Het onderdeel dat wel paste12 minuten
  12. 12Niet alle klokken11 minuten
  13. 13Vier panelen over12 minuten
  14. 14Het hele schrift13 minuten
  15. 15De prijs van teruggeven11 minuten
  16. 16Een andere handtekening11 minuten
  17. 17Geen les11 minuten
  18. 18Een klok minder10 minuten
  19. 19De laatste data11 minuten
  20. 20Wat januari kost10 minuten
  21. 21De laatste muur10 minuten
  22. 22Niet nog een ronde13 minuten
  23. 23Nieuwe letters14 minuten
  24. 24De ruimte voor de bocht14 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.