Hoofdstuk 21 · 10 minuten lezen
De laatste muur
In de bibliotheek rook het naar warme jassen. Mara bleef bij de schuifdeur staan tot er een groep kinderen langs haar heen was. Eén meisje droeg een boek tegen haar borst waarvan de onderste hoek tegen haar knieën tikte. Een begeleider stak haar hand uit, maar het meisje had het al wat hoger getild.
Aan de andere kant van de ontvangstbalie zag Mara de eerste foto's van Op straat. De bibliotheek had de tentoonstelling niet op dezelfde manier neergezet als het oude postkantoor. Hier liepen mensen tussen boekenwagens en lage kasten door. Een van de vrijstaande frames stond zo dat je eerst de achterkant zag. Mara ging eromheen en keek naar de afstand tot de deur.
‘Die staat niet verkeerd,’ zei Hester achter haar.
Mara draaide zich om. ‘Ik keek alleen.’
‘Dat zag ik.’
Hester van Roon had een veel te grote stoffen tas bij zich. Er staken twee kokers uit, waarvan er één met een prop keukenpapier afgesloten was. Ze vertelde dat ze onderweg bijna met de tas in een draaideur was blijven hangen. Hier kon ze gewoon met haar hele bepakking naar binnen.
Nora kwam iets later binnen. Ze droeg haar jas over haar arm en vroeg waar Lotte was.
‘Op het bureau,’ zei Mara. ‘Ze zit aan het andere project.’
‘O ja. Goed.’
Ze hadden de nabeoordeling drie weken na de tweede plaatsing gepland. Vandaag liepen ze langs wat er werkelijk stond. Daarna zouden ze de afrekening en de komende twee locaties bespreken. Mara had de paklijsten meegenomen, de verbeterde teksten en de leverbevestigingen van de vier panelen die bij de eerste opening ontbroken hadden. Het stapeltje was dunner dan de map waarmee zij de eerste keer naar het postkantoor was gegaan.
Hester bleef bij een oude winkelfoto staan. Op de voorgrond stond een fiets tegen een stoepje. Daarachter was een etalage met witte dozen en een naam die vanaf de verkeerde kant van de straat gedeeltelijk door een lantaarnpaal werd bedekt. In de verbeterde tekst stond het goede huisnummer. De vermelding van het archief klopte nu ook.
‘Deze bedoelde ik toen,’ zei Hester.
Mara knikte. Ze kon het eerste bestand nog voor zich zien. Het verkeerde versienummer had er eigenlijk onschuldig uitgezien. Pas toen de tekst op groot formaat gedrukt was, had de fout de ruimte gekregen die hij nodig had om door iedereen te worden gelezen.
Een vrouw met een stapel reisgidsen bleef naast hen staan.
‘Dat was de schoenwinkel,’ zei ze.
Hester vroeg of zij hem kende. De vrouw zette haar boeken op de lage kast en wees op een kleine deur naast de etalage. Daar had volgens haar de ingang van de bovenwoning gezeten. Haar tante had daar gewoond. Of haar tante zelf, verbeterde ze, of iemand die bij die tante kwam. Het was lang geleden.
Mara keek naar de tekst en zei niets. Zij hoefde niet meteen te beslissen of er een nieuwe versie moest komen. Hester luisterde en vroeg of de vrouw het aan de balie wilde doorgeven wanneer ze het nagevraagd had. Er lag een formulier voor herinneringen bij de tentoonstelling.
‘Met naam erbij?’ vroeg de vrouw.
‘Alleen als u dat wilt. En liefst iets waarmee we u nog een vraag kunnen stellen.’
De vrouw pakte haar boeken weer op. Ze keek nog eens naar de kleine deur, alsof iemand er nu uit zou komen die het beter wist. Daarna ging ze naar de balie.
Nora liep naar het volgende frame. Mara nam het overgebleven vel uit haar map. Vier panelen hadden later moeten komen. Hier stonden ze alle vier, in hun eigen volgorde en op de afgesproken dragers. Geen dozen meer in een gang of toezegging op een pakbon. Zij liep ze langs en keek bij de onderste tekst of de leeshoogte nog klopte.
‘Je hoeft niet op je hurken,’ zei Hester. ‘Er staat een krukje.’
Mara ging op het krukje zitten. Het was voor kinderen bedoeld. Haar knieën kwamen bijna bij haar kin. Vanaf die hoogte zag zij dat één van de frames niet helemaal evenwijdig aan de boekenkast stond. De teksten waren goed te lezen. Ze schreef alleen iets op over de plek van de herinneringsformulieren. Die lagen achter een hoge plantenbak. Wie de foto had bekeken en zijn boeken nog onder de arm had, zag ze gemakkelijk over het hoofd.
Bij de balie vroegen ze het aan de medewerker. Er mocht een klein bakje aan de andere kant van de plant komen. De medewerker zette het zelf neer en haalde de verouderde routeaanwijzer weg die er nog achter stond. Mara hoefde daar geen werkbon voor te maken.
Ze dronken koffie in een glazen ruimte achter de leeszaal. Buiten het raam lag een binnenplaats waar een kartonnen doos tegen een hek was gewaaid. Hij bewoog steeds een paar centimeter en bleef dan weer steken. Op tafel stonden kopjes die allemaal dezelfde maat hadden, met verschillende lepeltjes.
Hester legde de afrekening naast de paklijst.
‘De extra frames staan hier.’
‘Ja,’ zei Nora.
‘En dit deel van het drukwerk is vervangen.’
Mara schoof de leverbevestiging ernaast. ‘Deze vier. De nieuwe teksten zijn vóór de tweede opbouw gecontroleerd.’
Hester las het blad. Zij had de afspraak over de latere levering zelf gekozen toen de opening van het postkantoor al vaststond. Dat maakte de misser niet ongedaan. Op de eerste dag hadden bezoekers langs een lege plek moeten lopen. De bibliotheek had ook niet ineens vier muren gekregen omdat de panelen klaar waren.
‘Ik wil dat we voor de volgende twee eerst de plekken hebben,’ zei ze. ‘Voordat er een opbouwdatum in de aankondiging komt.’
Mara had die zin zelf voorbereid. Nu iemand anders hem zei, kwam er een verweer bij haar op: zij had niet in haar eentje de eerste datum gekozen. Ze had wel gezegd dat het kon. Ze nam een slok koffie en vroeg wanneer de nieuwe locaties hun afmetingen en foto's konden sturen.
‘Eén heeft ze gestuurd,’ zei Hester. ‘De andere nog niet. Ik zal het opnieuw vragen.’
Nora pakte haar agenda. ‘Als we die vrijdag hebben, kunnen we maandag een indeling geven?’
Mara keek naar haar telefoon. Op het rooster voor het bureau stond Lotte die maandag aan een andere opdracht. Haar eigen tijd stond deels gereserveerd voor transportafspraken. Er was nog ruimte voor een beoordeling, geen hele nieuwe tekening.
‘Ik wil even met Lotte kijken wat daarvoor nodig is.’
Nora hield haar pen boven de agenda. ‘Het is toch grotendeels dezelfde tentoonstelling?’
‘De foto's wel. De ruimte niet. Ik kan maandag de stukken bekijken en zeggen wanneer we een indeling hebben. De tekening kan ik nu niet beloven.’
Hester schoof haar kopje opzij. ‘Dat is precies wat ik wil weten.’
Nora klikte de pen dicht. Ze was niet boos, maar Mara kende de korte ademhaling die erbij hoorde. Een antwoord dat minder af was dan de vraag had gevraagd, kostte tijd in een vergadering. Mara schreef de maandag op als controle van de aangeleverde gegevens. Er kwam geen leverpijl achter.
Ze namen de resterende kosten door. Niet alle extra productie verdween in de kolom van de opdrachtgever. Bureau Veld hield een deel zelf. Mara had de fout op haar eigen overzicht laten staan, met de oorzaak erbij. Hester controleerde wat overeenkwam met hun gemaakte afspraak en zette onderaan haar paraaf.
‘Ik wil nog één ding,’ zei ze. ‘Geen nieuwe tekst over dat deze foto's de stad voorgoed veranderd hebben. Er verandert op die foto's vooral een stoep.’
Nora keek naar Mara. Mara schoot in de lach. Die zin stond niet in Lottes verbeterde teksten, maar wel in een eerder voorstel dat zij zelf had doorgestuurd.
‘Dat gaat er niet in,’ zei ze.
Hester knikte tevreden en zocht haar doppen bij elkaar. Eén van de kokers rolde op de grond. Mara raapte hem op. Er zat geen foto in, alleen een opgevouwen plattegrond die in de verkeerde koker was geschoven.
Bij het vertrek liepen ze nog eens langs de tentoonstelling. De vrouw met de reisgidsen was weg. Op het formulier in het bakje stond al iets geschreven, met een telefoonnummer onderaan. Hester keek er niet meteen naar. Ze moest naar een andere afspraak en stopte het in haar map voor later.
Op het bureau zat Lotte met een liniaal boven een afdruk. Ze wees Mara een stoel aan zonder haar werk neer te leggen.
‘Hoe was het?’
‘Alles staat. De vier ook. We hebben de resterende rekeningen doorgenomen.’
‘Mooi.’
Mara legde de gegevens voor de twee volgende locaties neer. Eén compleet, één nog onderweg. Ze vertelde wat Nora had gevraagd en wat zij geantwoord had. Lotte keek op bij het woord maandag.
‘Dan zit ik hieraan.’ Ze tikte op de afdruk.
‘Dat zag ik. Ik heb alleen gezegd dat we de stukken dan bekijken.’
Lotte schoof haar liniaal een stukje omhoog. ‘Laat dan eerst de deurmaten maar komen. Niet alleen een mooie plattegrond.’
Ze bepaalden samen wat er nodig was. Mara zou controleren welke dragers mee konden. Lotte wilde de positie van de foto's nog niet opnieuw tekenen voordat de vrije breedtes bekend waren. Een kleine beoordeling paste in haar dinsdagmiddag. Zij zette die zelf in haar planning en streepte een leeg vakje ervoor door: daar moest ze ruimte houden voor haar lopende ontwerp.
Mara keek naar de afdruk. ‘Die kleur is anders.’
‘Dat weet ik.’
‘Was dat de bedoeling?’
Lotte glimlachte zonder haar tanden te laten zien. ‘Dat is nou net wat ik aan het uitzoeken ben.’
Mara liet haar verder werken. Zij belde Bram van de drukkerij over het transport voor een andere opdracht, waarbij alle bestanden al goedgekeurd waren. Het gesprek ging over een parkeerverbod bij een laaddeur en een chauffeur die niet door een lage doorgang kon. Zij haalde de afspraak erbij, vergeleek het nummer en noteerde het andere adres.
Om kwart over vijf pakte ze haar tas. Haar moeder had geen bericht gestuurd. Mara keek nog een keer of er iets was en klikte daarna op Ellen. Het eerdere gesprek stond er: haar eigen aankondiging dat ze een dag zou zoeken, een antwoord dat begon met leuk, en daarna twee korte reacties zonder datum.
Ze belde in plaats van te typen. Ellen nam pas op toen Mara al bijna ophing.
‘Ik sta op een trapje,’ zei ze. ‘Wacht.’
Er klonk geschuif, daarna een bonk.
‘Gaat het?’
‘Mijn telefoon. Ik stond al beneden.’
Mara stelde de zaterdag over twee weken voor. Vanaf een uur of vijf, als dat voor Ellen paste. Ze had niets op die avond gezet en de ochtend erna ook niet. Ellen was een paar tellen stil. Mara hoorde papier ritselen.
‘Die kan. Maar ik ga geen driegangenmaaltijd maken.’
‘Dat vroeg ik ook niet.’
‘Jij niet. Mijn plank misschien wel. Daar staat nu nog zo veel op dat ik anders nergens een bord kan neerzetten.’
Mara vroeg niet of ze een uur eerder moest komen om op te ruimen. Ze stelde voor iets mee te nemen voor het eten. Ellen wilde haar niet met pannen in de bus, dus spraken ze iets eenvoudigs af dat ze daar konden klaarmaken. Het duurde langer om te bespreken wie er brood zou halen dan om de datum te kiezen.
Thuis zette Mara haar map op de vloer naast haar bureau. De muur ernaast was leeg. Zij had op een zomeravond bedacht dat de klokkenkast daar misschien toch wel had gekund. Nu stond er niets, behalve een stofzuigerstang die ze nog moest terugzetten. Zij bracht hem naar de berging en ging naar de keuken.
Op haar telefoon verscheen een bericht van Ellen met de datum, het adres dat Mara eigenlijk al kende en de mededeling dat vijf uur goed was. Zij stuurde een duim terug, haalde die weer weg en schreef dat ze er zou zijn. Daarna zette ze een pan water op. Er lag nog een krentenbol in de broodtrommel, hard aan één kant. Ze sneed hem open, vond hem te oud en deed hem bij het brood dat ze voor de eenden zou bewaren. Toen pakte ze een ui en zocht het mes dat gewoonlijk onder de theedoek lag.