Woensdag gesloten
Hoofdstuk 4 van 240%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 4 · 12 minuten lezen

De lege middag

Ada had haar tas al drie keer van de stoel gepakt en weer teruggezet. Er zat een fles water in, een handdoek en een paar sportschoenen waarvan ze niet wist of de zolen nog goed waren. De schoenen had ze jaren geleden gekocht omdat ze prettig zaten. Ze was er nooit mee naar een sportzaal gegaan.

Op de keukentafel lag de advertentie. Woensdagmiddag, twee uur, beginners en herbeginners welkom. Het woord herbeginners had haar geholpen het papiertje mee te nemen. Er stond niet hoeveel je vergeten mocht zijn. Ze had op school wel eens badminton gespeeld, met een racket waarvan de steel in haar hand draaide. De shuttle was meestal over het hek gegaan. Misschien hoorde het daar toen bij.

Ze stopte de advertentie tussen de handdoek en de fles, trok hem er weer uit en vouwde hem dubbel in haar jaszak. Er was een telefoonnummer bij, maar ze had niet gebeld. Dan zou iemand zeggen dat hij haar verwachtte.

Een week na de woensdag waarop Mara de kast had meegenomen, liep ze om kwart voor twaalf naar de winkelstraat. Haar derde les met Kamal. Haar fiets liet ze thuis. Bij de bakker stond een rij tot aan de deur. Ze keek naar de broodjes alsof ze vergeten was welke dag het was en liep verder.

Voor de winkel bleef ze even staan. GESLOTEN was van een afstand goed te lezen, al liep de laatste letter iets omhoog. Mara had niets meer over de letters gezegd. De foto van de afgegeven kast stond nog in hun berichten. Ada had het lege stuk achterbank niet hoeven zien om te weten wat erop ontbrak.

De lesauto kwam op tijd. Kamal zette hem een paar deuren verder stil en wachtte tot zij aan de passagierskant stond.

‘Vandaag daar,’ zei hij, naar de bestuurderskant wijzend.

‘De vorige twee keer ook.’

‘Dan weet u de weg.’

Hij tilde zijn map van de andere stoel. Ada ging zitten en trok haar tas tussen haar voeten vandaan. Kamal wees naar de achterbank. Zij legde hem daar neer. Toen moest ze de stoel aanpassen. Er was een hendel die zij vorige week in één keer had gevonden en nu niet. Ze voelde onder de verkeerde rand tot haar vingers het metaal raakten.

De spiegel toonde een stukje van Kamals schouder. Ze draaide hem terug. Buiten passeerde een jongen met een bezorgtas; op de lege toonbank van haar winkel lag een zonvlek.

Kamal vroeg wat ze nog wist van de vorige les. Ze noemde de bocht bij de garagedeuren.

‘En wat deed u daar?’

‘Te ruim.’

‘De eerste keer. Daarna niet meer.’

Hij schreef iets in de map. Ada wilde zien of hij het bij de goede regel zette, maar hij klapte hem al dicht. Haar handen lagen op het stuur, de knokkels bleker dan gewoonlijk.

Het eerste stukje kende ze nu. De auto ging niet meer als vanzelf te hard, zoals zij in de eerste les had gedacht; ze had iets met haar voet gedaan waarvan ze het effect niet goed voelde. Dat voelde ze nog steeds niet helemaal, maar het verraste haar minder.

Bij de zijstraat liet zij een fietser voorgaan. Hij stak zijn hand op en reed door. Ze keek hem na tot Kamal zei dat ze ook weer voor zich moest kijken.

‘Ik keek of hij echt weg was.’

‘Hij is weg.’

In haar winkel kon zij haar werk naar zich toe trekken. Hier kwamen de dingen van alle kanten. Een bushalte, een vrouw met een rode boodschappentas, een vrachtauto waarvan de bestuurder achter het glas te hoog leek te zitten. Ada had jaren langs deze weg gefietst. Achter het stuur waren de afstanden veranderd, alsof iemand de straat smaller had gezet zonder iets aan de gevels te doen.

Ze reed de wijk in waar het rustiger was. Kamal liet haar bij een kruising opnieuw stoppen. De motor bleef rustig. Haar schouders deden dat niet.

‘U hoeft niet zo ver naar voren,’ zei hij.

Ada ging terug tegen de leuning. Ze kon het stuur nog steeds bereiken.

Bij het plantsoen moest ze afslaan. Ze zag de stoeprand links te laat en stuurde daarna juist te vroeg terug. Kamal zei haar naam, niet hard. Zijn hand kwam in de buurt van het stuur. De auto bleef op de weg.

Ze beet op de binnenkant van haar wang.

‘Daar wil ik nog een keer langs,’ zei ze toen ze weer rechtdoor reden.

‘Dat doen we.’

De tweede keer lette ze zo goed op de rand dat ze vergat naar de andere straat te kijken. Kamal liet haar verderop stoppen. Hij vroeg wat ze gezien had.

‘Die paal.’

‘Wat nog meer?’

Ze dacht aan de vuilnisbak bij het zebrapad. Die had ze wel gezien, maar misschien telde dat niet. Ze zei het toch. Kamal wachtte. Ada keek naar de straat achter hen.

‘Ik heb rechts niet goed gekeken.’

‘Daar gaan we het over hebben.’

Hij legde het nog eens uit. Buiten rolde iemand een hoge koffer over het trottoir, het tikken van de wieltjes een ogenblik boven zijn stem uit. Ada luisterde en voelde haar eigen ongeduld, de neiging om hem te laten uitpraten zodat ze het opnieuw kon proberen. Ze had de fout al gemaakt; het antwoord moest kennelijk nog uit haar komen.

Tegen het einde van de les lukte de bocht zonder zijn hand in de buurt. Ze maakte hem niet mooi. Een vrouw op de hoek moest haar fiets een beetje verder terughouden omdat zij ruim wachtte. Toen ze voorbij was, keek Ada niet om om te zien of de vrouw haar nakeek.

Kamal reed het laatste stukje terug. Ada zat weer aan de andere kant, haar tas op schoot. Hij vroeg of dezelfde tijd volgende week nog goed was.

‘Ja.’

‘Twaalf uur, hier.’

Ze schreef het niet op. Ze had het al op de kalender gezet. Toch keek ze bij het uitstappen in haar jaszak of de telefoon erin zat.

Aan de overkant stond de winkel met verpakkingsmateriaal. Ze moest kleine doosjes hebben. Er waren er nog vier, misschien vijf, en het was prettig om er meer op voorraad te hebben. Ada liep de straat al half over voordat ze bedacht dat zij vorige week met precies dezelfde bestelling langs was gegaan. De nieuwe doosjes stonden onder de werkbank. Zij had ze nog niet uitgepakt.

Ze bleef op het vluchtheuveltje staan. Aan de andere kant deed de winkelier zijn deur open en zette een krat buiten. Hij knikte naar haar. Ada knikte terug, draaide zich om en liep naar de halte.

Thuis trok ze een andere broek aan. Haar blouse hing ze niet netjes weg maar over een stoel. De olieplek zat nog op de zak; ze streek er met een vochtige doek overheen en zag de vlek groter worden. Ze liet de blouse liggen.

Het brood dat ze meenam naar de keuken was nog niet ontdooid. Ze legde twee sneetjes naast elkaar en at eerst een stuk kaas uit haar hand. Op tafel lag de advertentie niet meer. Ze ging hem zoeken, vond hem in haar jas en keek naar de kleine plattegrond.

De sportzaal was geen van de scholen waar Mara vroeger had gezeten. Aan de andere kant van de singel, achter de supermarkt. Met de bus was het twee haltes. Ze had het stukje ook kunnen fietsen, maar haar schoenen zaten al in de tas en zij had geen zin om die opnieuw op het stuur vast te binden.

Er waren nog tien minuten voor de bus ging. Ada zette haar bord in het gootsteentje en liep naar de deur. De kleine ruimte tussen tafel en aanrecht stond vol met dingen die nergens dringend om vroegen.

In de hal van de sportzaal draaide een ventilator zonder hoorbare haast. Achter een balie zat een jongen die opkeek toen ze vroeg waar het badminton was.

‘Om twee uur.’

‘Dat weet ik.’

Hij wees naar het bankje bij de kleedkamers. ‘Ze komen zo.’

Ada ging zitten. Haar tas zette ze tussen haar voeten. Aan de overkant van de hal hing een foto van een team met gele shirts. Iedereen had hetzelfde shirt aan behalve één man op het uiteinde, die in een gewone trui stond en naar iets buiten de foto keek.

Er kwamen twee vrouwen binnen die elkaar al kenden. Een van hen had een racket dat uit de bovenkant van een hoes stak. Ada wilde opstaan om te vragen of zij ook van de groep waren, maar zij liepen meteen de kleedkamer in. Ada volgde op een afstand die haar zelf te groot leek.

Binnen rook het naar doucheschuim en rubber. De vrouw met de hoes legde haar jas op een bank en ging zitten om andere schoenen aan te trekken.

‘Kom je voor het eerst?’

‘Dat hangt ervan af. Hier wel.’

‘Ik ben Leonie.’

Ada zei haar naam. De andere vrouw verdween al door de deur aan het eind. Leonie trok de knoop uit een van haar veters met haar tanden. Ada keek niet naar haar gezicht zolang ze daarmee bezig was.

‘Moet ik nog betalen?’

‘Bij de man in het blauwe shirt. Eerste keer drie euro, geloof ik. Racket kun je lenen.’

In de zaal stonden de netten al. Ada moest over een lijn lopen die precies dezelfde kleur had als een andere, die er schuin doorheen ging. Op de ene helft van de zaal gooiden twee mensen rustig een shuttle over. Hij leek in de lucht te blijven hangen tot iemand ernaar sloeg.

De man in het blauwe shirt vroeg of zij wel eens gespeeld had. Ada zei dat het lang geleden was.

‘Dan beginnen we niet met de stand.’

Hij gaf haar een racket. De greep was dikker dan zij zich herinnerde. Ze pakte hem eerst te dicht bij het blad en schoof haar hand naar beneden. Leonie wachtte aan de overkant van het net.

De eerste shuttle raakte Ada op de bovenkant van haar pols. Ze had hem wel gezien, alleen haar hand was ergens anders.

‘Nog een,’ zei Leonie.

Ada bukte, maar kreeg het ding niet met het racket van de vloer, zoals de anderen deden. Ze pakte het met twee vingers op. De veertjes kietelden tegen haar duim.

Haar opslag ging recht tegen het net. De tweede eronderdoor. Bij de derde vloog de shuttle onverwacht hoog, achter Leonie, die hem zonder zich te haasten liet vallen.

‘Die hoef ik niet meer te halen,’ zei ze.

Ada lachte, te laat om te laten merken dat ze de opmerking meteen begrepen had. Ze keek achter zich of er nog iemand op haar stond te wachten. Niemand. Verderop liep een vrouw met een grijze vlecht langzaam naar een shuttle. Er was geen fluitje.

Na een tijdje speelde Leonie naast haar en kwamen er twee mensen aan de andere kant. Ada wist niet welke lijn de buitenkant was. Ze vroeg het één keer en keek daarna naar de verkeerde.

Een shuttle kwam midden tussen hen in. Ada stapte ernaartoe. Leonie ook. Hun rackets tikten tegen elkaar, hard genoeg om de man in blauw te laten opkijken.

‘Ik had hem,’ zei Leonie.

‘Ik dacht dat—’

‘Geeft niet. Maar roep even.’

De volgende keer riep Ada ik toen de shuttle al op de grond lag. Leonie boog zich om hem op te rapen. Ada voelde warmte omhoogtrekken langs haar hals.

Bij de drinkpauze ging ze op een bank tegen de muur zitten. Haar water was lauw. Ze had niet veel gedaan en haar arm voelde toch voller dan toen ze binnenkwam. Leonie nam twee grote slokken uit een metalen fles en keek naar de baan waar nu andere mensen speelden.

‘Die man sloeg vroeger alles kapot,’ zei ze. ‘Nu moet je juist wachten tot hij je voorbij laat lopen.’

Ada volgde haar blik. Ze zag niet meteen wie ze bedoelde. Dat zei ze ook.

‘Die met de rode broek.’

Er waren twee rode broeken. Ada wees naar de verkeerde en Leonie schudde haar hoofd. Daarna pakte ze haar racket weer op. Er stond iemand aan de andere kant op haar te wachten.

Ada bleef nog even zitten. Ze had kunnen zeggen dat ze genoeg had gedaan. Haar jas lag in de kleedkamer. Er was niemand die wist of zij iets anders op het programma had.

De vrouw met de vlecht vroeg of ze nog een paar ballen wilde slaan. Ada stond op.

‘Zonder punten?’

‘Dat is het prettigste.’

Dit keer kwam de shuttle vaker terug. Niet steeds. Soms sloeg Ada in de lucht waar hij net geweest was. Maar één keer ging hij vijf keer over het net en zij merkte dat ze bij de zesde slag haar mond had openstaan.

Om halfvier werden de netten opgeruimd. Ada droeg een van de losse palen mee naar de muur en wachtte tot iemand wees waar hij moest. In de kleedkamer had Leonie haar jas al aan.

‘Volgende week weer?’ vroeg Ada.

‘Ik meestal wel. Als het met werk lukt.’

‘Dan zie ik je misschien.’

Ze zei het tegen een deur die al half dichtging. Op de bank lag een vergeten elastiekje. Ada maakte haar eigen veters vast en liet het liggen.

Buiten was de middag helderder geworden. De bus die zij nodig had, kwam pas over een kwartier. Ze liep een stukje langs de sportzaal en kwam bij een laag hek met een fietsenrek erachter. Een shuttle lag in het gras, met de punt naar beneden. Er zat een donker vlekje op. Ze liep door zonder hem op te rapen.

Thuis zette ze de sportschoenen onder de kapstok. Haar werkschoenen stonden er nog naast. Ze deed het raam op een kier, pakte de advertentie uit haar jas en schreef achterop de tijd van de bus terug. Daarna legde ze hem bij de kalender.

In de keuken waren de sneetjes brood intussen zacht. Ze at er één terwijl ze staand naar het laatste stuk middag keek dat op het tafelblad lag. Haar arm voelde ze als ze de mok optilde. Ze probeerde die beweging nog eens met haar lege hand, maakte zichzelf daar een beetje belachelijk mee en zette water op voor thee.

Hoofdstukken

Woensdag gesloten

  1. 01De klantenstoel11 minuten
  2. 02De korte pen10 minuten
  3. 03Donderdag komen ze niet allemaal10 minuten
  4. 04De lege middagJe leest nu12 minuten
  5. 05De tweede proef12 minuten
  6. 06Een nette buitenkant12 minuten
  7. 07Achter het bord13 minuten
  8. 08De zaterdagafspraak12 minuten
  9. 09De kolom ernaast11 minuten
  10. 10Invoegen11 minuten
  11. 11Het onderdeel dat wel paste12 minuten
  12. 12Niet alle klokken11 minuten
  13. 13Vier panelen over12 minuten
  14. 14Het hele schrift13 minuten
  15. 15De prijs van teruggeven11 minuten
  16. 16Een andere handtekening11 minuten
  17. 17Geen les11 minuten
  18. 18Een klok minder10 minuten
  19. 19De laatste data11 minuten
  20. 20Wat januari kost10 minuten
  21. 21De laatste muur10 minuten
  22. 22Niet nog een ronde13 minuten
  23. 23Nieuwe letters14 minuten
  24. 24De ruimte voor de bocht14 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.