Hoofdstuk 15 · 11 minuten lezen
De prijs van teruggeven
De eerste klant had een tas meegenomen waarin een bloemkool had gezeten. Ada zag het omdat de prijssticker er nog op zat. Ze legde papier om de klok zodat de scherpe rand van de kast de tas niet beschadigde. De vrouw keek mee, met de hengsels al in haar handen.
‘Dus u doet er niets meer aan?’
‘Niet voor het bedrag dat u ervoor over wilt hebben. Ik heb u verteld wat ik zag. U kunt hem ook nog ergens anders laten beoordelen.’
‘Daar ben ik dan weer tijd aan kwijt.’
Ada knikte. De vrouw had gelijk over de tijd. Ze had dat vorige week ook al gezegd. Toen had Ada de klok nog op de plank kunnen zetten en tegen zichzelf kunnen zeggen dat ze op een antwoord wachtte. Nu ging hij werkelijk de deur uit.
De vrouw vroeg naar de losse sleutel. Ada pakte het gemerkte zakje en legde het boven op de klok, onder een omslag papier. De vrouw keek erin, knoopte de tas dicht en ging. Buiten moest ze hem opnieuw openen omdat haar fietssleutel onder in de boodschappentas zat. Ada zag het door de ruit en liep niet achter haar aan. Ze kwam er zelf bij.
Op de lijst zette Ada een datum bij de eerste van de drie onbeoordeelde klokken waarvan zij vorige week had besloten ze niet aan te nemen. Het woord terug maakte het vak niet groter. Ze zette de klok die aan het eind van de morgen verwacht werd iets verder naar voren, met zijn eigen bon erbij.
Om half tien kwam mevrouw Van Hoorn een kleine gerepareerde klok halen. Die hoefde niet uit een afwijzing geboren te worden. Ada had de afgesproken werkzaamheden uitgevoerd en de gang gecontroleerd. Ze liet de klok even op de toonbank staan, recht, en wees waar mevrouw Van Hoorn hem bij het terugzetten vrij moest houden. De vrouw vroeg of ze een papiertje meekreeg, omdat haar man precies zou willen weten wat er gedaan was.
‘Voor uzelf ook,’ zei Ada.
Ze maakte de beschrijving af die al bij de bon zat en gaf een kopie mee. De vrouw betaalde en vertelde dat ze eerst naar de bloemist ging. Niet met deze klok onder haar arm, zei ze er zelf bij. Haar zoon wachtte met de auto. Ze had hem op een plaats gezet waar hij niet steeds bij de winkel kon toeteren. Ada glimlachte. Ze kende de zoon niet en zag hem ook niet toen de vrouw vertrok.
De tweede kleine opdracht werd iets na tienen opgehaald. De man bleef bij de deur staan omdat zijn hond buiten aan een lantaarnpaal zat. Ada ging niet naar buiten met een klok om daar af te rekenen. Hij deed de hond in overleg met haar op de mat wachten. Het dier ging onmiddellijk liggen op de plek waar de deur open moest.
‘Naar hier,’ zei de man.
De hond hief zijn kop en legde hem weer neer.
Ze maakten samen ruimte. Daarna kon de klok gewoon op de toonbank en kreeg de man zijn bon. Hij vroeg een extra keer naar het slagwerk en keek tijdens haar antwoord naar de hond. Ada wachtte met praten tot hij weer naar haar keek. Het maakte het gesprek niet langer; ze hoefde niets te herhalen.
Toen ze weg waren, zette ze de twee betalingen bij de ontvangsten en de twee afgiftes op de werklijst. Ze had vandaag inkomsten. Dat gaf haar een verlangen om de middag lichter in te schatten dan hij was. De doos van Paul Hoving stond onder de werkbank, klaar om opnieuw te worden nagelopen.
Zijn keuze was per mail gekomen. Hij wilde niet voor zeshonderdtien euro verder. Hij had geschreven dat hij bij het aannemen op iets heel anders had gerekend, en dat hij het jammer vond dat hij daar nu pas achter kwam. Ada had geen uitleg over haar woensdag teruggestuurd. Ze had hem deze zaterdag half twaalf aangeboden voor de complete teruggave en het terugbetalen van het voorschot. Hij had bevestigd.
Ze legde de mail bij zijn oorspronkelijke bon. Daarachter zat het verslag van Jeroen, dat hij had mogen lezen. De onderzoeksfactuur was aan haar gericht. Honderdtachtig euro. Het bedrag was niet veranderd doordat Paul zijn keuze had gemaakt.
Ze logde in op haar eigen bankomgeving. Bij de overschrijving nam ze het factuurnummer over, controleerde de naam van de ontvanger en betaalde. Er was geen reden om Jeroen op zijn geld te laten wachten omdat zijzelf een afspraak had gemaakt waar geen ruimte in zat. Ze sloeg de bevestiging op bij de factuur en schreef de betaaldatum op. Daarna legde ze de afzonderlijke lijst met klantvoorschotten ernaast. Bij Paul stond negentig euro. Dat ging vandaag terug naar hem. Ze hoefde er geen geld uit haar eigen loon voor te halen; ze had het al die tijd apart gehouden.
Ze was nog niet klaar met de klokkendoos toen de tweede ongerepareerde klok werd opgehaald. De man wilde alleen weten waar hij moest tekenen. Ada liet hem eerst zien dat zijn onderdelen compleet waren. Hij bekeek ze met een ongeduldig knikje. Het was geen ingewikkeld stuk en zij had er niet een technisch gesprek van hoeven maken. Toch wilde hij duidelijk niet langer in de winkel zijn. Ze gaf hem zijn spullen en noteerde de afgifte. Op zijn bon bleef het vak voor betaling leeg.
Bij Pauls set begon ze weer vooraan. De messing kast had de doffe plek boven het deurtje behouden. De wijzerplaat en de wijzers waren beschermd; de slinger zat apart. Het uurwerk stond stevig in zijn steun. Ze controleerde de zakjes op de bijgeschreven nummers. Het oude, vervangen onderdeel lag bij het nieuwe dat correct had gepast. Jeroen had niets voor de duurdere bewerking gedaan. Zijn onderzoek had genoeg getoond om die voor te stellen, niet om alvast namens de klant te beslissen.
Ada legde een doek over de set toen de winkelbel ging.
Paul was tien minuten te vroeg. Hij droeg een jack dat aan één elleboog donkerder was en hield een gevouwen boodschappentas tussen twee handen. Hij keek eerst naar het bord met woensdag gesloten en toen naar het briefje over de tijdelijke innamestop. Ada vroeg of hij wilde zitten terwijl zij nog iets afrondde. Het was haar voorbereiding op zijn afspraak, niet iemand anders' uitgelopen gesprek.
‘Ik kan wel even staan,’ zei hij.
‘Het is klaar. Ik haal het erbij.’
Ze maakte de toonbank leeg en zette de delen neer in dezelfde volgorde als op het papier. Paul vouwde zijn tas open. Hij wachtte tot zij begon.
Ada noemde wat erbij zat en vroeg hem mee te kijken. Hij pakte niet meteen een onderdeel. Met één vinger hield hij het blad vast.
‘Ik begrijp nog altijd niet hoe het zoveel meer is geworden.’
Ze draaide het verslag zodat hij het goed kon lezen. Ze wees niet op alle vakwoorden, alleen op het verschil tussen wat zij eerst had beoordeeld en wat het verdere onderzoek had aangetoond. Het passende onderdeel had het andere probleem niet opgelost. De slijtage vroeg meer werk. Ze had haar eerste inschatting als een vaste herstelprijs aangeboden.
‘En toen ging hij naar iemand anders,’ zei Paul.
‘Voor onderzoek. Dat hebben we aan de telefoon afgesproken.’
‘Ja. Omdat u zei dat ik daar geen extra rekening voor kreeg.’
‘Die krijgt u ook niet.’
Hij keek naar de doos. ‘Maar hij loopt dus slechter dan toen ik hem bracht?’
‘Hij is nu niet gemonteerd voor gebruik. Hij wordt ongerepareerd teruggegeven. Ik kan u niet zeggen dat hij betrouwbaar zal lopen als u hem in elkaar laat zetten.’
‘Dat was eerst ook niet zo.’
‘Nee.’
Ada pakte het nieuwe onderdeel en het oude niet uit om haar werk te bewijzen. Hij had het verslag. Ze liet hem zien hoe beide waren gemerkt en zei dat ook het nieuwe meeging, zonder alsnog een prijs voor dat zakje te vragen. Paul keek ernaar. Hij vroeg of een andere klokkenmaker zou weten wat er gebeurd was.
‘Met deze beschrijving wel. Die kan ook mij bellen als er iets onduidelijk is.’
Dat leek hem het eerste bruikbare te zijn dat ze had gezegd. Hij legde het verslag boven op zijn eigen afschrift van de oorspronkelijke bon. Ze had een kopie voor zichzelf gehouden. De originele klantbon was van hem.
‘Ik zal kijken of iemand het voor minder kan,’ zei hij.
‘Dat mag u doen.’
Ze hoorde hoe dat klonk, alsof zij hem toestemming gaf. Ze nam de zin niet terug, maar begon ook niet over de prijs van goed werk. Hij had geen behoefte aan een verdediging van haar beroep.
‘Uw negentig euro krijgt u volledig terug,’ zei ze. ‘Wilt u dezelfde rekening gebruiken als waarmee u het overmaakte?’
Hij knikte. Ada liet hem de laatste cijfers controleren en voerde de terugbetaling uit. Ze draaide het bevestigingsscherm naar hem toe. Hij zag het en pakte zijn telefoon, waarop nog niets was verschenen. Ada zei dat zij hem de bevestiging ook kon sturen. Hij wilde die wel.
Het bericht moest eerst verzonden worden. Het draadloze netwerk wachtte. Ada bleef erbij staan. Paul legde de telefoon op de toonbank en keek naar een klok boven haar hoofd. Ze merkte dat ze wilde vertellen wanneer hij de vorige keer had stilgestaan. Het was een vreemde neiging, om hem een andere klant te geven nu zij met de zijne niet klaar was gekomen.
De bevestiging ging weg. Paul zag hem binnenkomen, tikte hem open en knikte nog eens.
‘Zo.’
Hij hielp de delen in de omdoos leggen. De opgevouwen boodschappentas bleek niet te passen. Ada gaf hem de doos zoals zij hem had vervoerd, met de gemerkte onderdelen beschermd en van elkaar gehouden. Zijn tas ging leeg in zijn jaszak.
‘Ik had de klok hier liever goed opgehaald,’ zei hij bij de deur.
‘Dat had ik ook liever gehad.’
Hij zei geen volgende keer. Ze hield de deur open tot hij met de doos voorbij het kozijn was. Buiten liep hij niet richting de parkeervakken. Misschien had iemand de auto ergens anders neergezet. Ada bleef staan tot ze hem niet meer zag en ging toen terug naar de bank. Ze vouwde de doek op en legde hem in de la.
De derde terug te geven klok werd vlak voor sluiting opgehaald door een jongeman die niet de eigenaar was. Zijn moeder had gebeld dat hij kwam. Ada controleerde de afspraak en liet hem de spullen nakijken. Hij maakte er een foto van voordat hij de tas dichtdeed. Ze vond dat niet prettig en had er niets op tegen.
‘Ze wilde alleen weten of alles erbij zat,’ zei hij.
‘Dat wil ik zelf ook weten.’
Hij grijnsde. Hij ging daarna nog naar een afspraak waarvoor hij al te laat was. Ada vroeg niet welke. De drie klokregels uit de groep die zij eerst niet had beoordeeld, hadden nu allemaal een echte afgifte. Met Paul en de twee kleine reparaties waren zes plaatsen vrijgekomen. Ze zette er geen nieuwe dozen neer.
Na één uur draaide ze het bord om. Iemand klopte nog op de ruit toen ze de kassa afsloot. Ze wees naar de uren. De man hield een folder tegen het raam, schudde zijn hoofd en liep verder. Het bleek een verkoper die ze anders ook niet nodig had gehad.
Ze at haar lunch in de winkel omdat ze het eten al mee had. De klantenstoel stond leeg. Er was minder op te ruimen dan vorige week en meer papier. Ze zette de stukken van Paul in een aparte map: oorspronkelijke afspraak, toestemming voor onderzoek, verslag, geweigerde herstelofferte, teruggave en terugbetaling. Jeroens factuur ging naar haar eigen uitgaven. Ze keek nog eenmaal naar de twee betaalbewijzen. Ze hadden verschillende namen en verschillende bedragen.
Dat laatste hoefde ze niemand te vertellen. Het geld op haar vrije rekening was met het onderzoek wel honderdtachtig lager geworden. De ontvangsten van mevrouw Van Hoorn en de man met de hond stonden aan de andere kant van de week. Dat maakte die reparaties niet ineens beter betaald. Ze kon niet van ieder gesprek het einde veranderen door het in een andere kolom te zetten.
Ze stopte voordat ze opnieuw alle bedragen had opgeteld. De afrekening van oktober was binnen. Die zou ze op de afgesproken dag naast het schrift leggen. Vandaag had ze geleverd, teruggegeven en betaald wat er werkelijk was afgesproken.
Thuis belde haar zus over een verjaardag waar Ada vorig jaar ook was geweest. Ze vroeg of Ada iets te eten wilde meenemen. Ada zei ja, aardappelsalade, en schreef het op de kalender. Haar zus bleef praten over iemand die de kinderen niet op tijd had opgehaald. Ada luisterde met de telefoon tussen oor en schouder terwijl zij een slappe krop sla uit de koelkast haalde.
Ze moest zaterdagavond nog niets voor de winkel. Het was een kaal zinnetje dat ze niet uitsprak. Ze scheurde de slechte bladeren van de sla, gooide ze weg en besloot de rest morgen op te eten. Voor vanavond had ze nog soep.