Hoofdstuk 3 · 8 minuten lezen
Twaalf minuten
Op de vijfde band duurde het drie kwartier voordat Joop over de haven begon. Tot die tijd ging het over de broer van de interviewer, een kapotte buitenboordmotor en de vraag of er nog iemand van de school in het dorp woonde. Liv had de tijdstippen al bij de overzetting genoteerd. Toch luisterde ze een stukje eerder in dan nodig was.
Joop wilde iets precies uitleggen. Als ze zijn aanloop weghaalde, klonk het alsof hij meteen na de vraag een hele geschiedenis paraat had. In werkelijkheid vroeg hij eerst over welke winter ze het hadden. De interviewer wist het jaar niet. Ze kwamen er samen uit, na een omweg langs een strenge vorst die er volgens Joop niets mee te maken had.
Liv koos een fragment met die vraag erin en zette een merkteken aan het einde. Geen montage waarin Willem ongelijk kreeg doordat Joop maar lang genoeg bleef praten. Ze zouden op de luistermiddag zelf naast elkaar kunnen bestaan. Ze schreef voor Anouk op waarom het begin niet nog korter kon, las haar eigen uitleg en schrapte de eerste twee zinnen. Anouk had geen bezwaar gemaakt tegen de lengte van Willems fragment. Ze hoefde dat gesprek niet alsnog te winnen.
In de gang klonken voetstappen. Liv schoof de koptelefoon van één oor. De stappen hielden op bij de overloop, gingen terug en verdwenen naar beneden. Even later hoorde ze een stofzuiger. Ze zette de koptelefoon weer recht.
Els klopte om iets na zessen. Liv had het brood van gisteren op een hoek van het bureau gelegd en was vergeten te eten. Els droeg een kom op een schoteltje.
‘Over,’ zei ze.
‘Van de soep?’
‘Nee, van de verf. Voor je raamkozijn.’
Liv stond lachend op en maakte plaats. Els bleef in de deuropening terwijl ze de kom neerzette. De handdoek hing inmiddels droog over de stoel. Liv had het bed niet teruggeschoven; het rooster zat nog zichtbaar achter het hoofdeinde.
‘Nog wat gehoord?’ vroeg Els.
‘Alleen de stofzuiger.’
‘Die was van mij.’
‘Dat dacht ik al.’
Els keek naar het kleine apparaat naast de laptop. Liv had haar recorder uit het voorvak van de tas gehaald. Ze gebruikte hem niet voor de oude banden, maar nam er soms een ruimte mee op waar mensen opnamen wilden laten afspelen.
‘Ga je daarmee bij dat ding zitten?’
‘Ik wil weten of er nog iets doorheen komt. De telefoon had gisteren alleen maar regen.’
‘Kan ook vannacht een keer stil zijn.’
‘Dan staat er stilte op.’
Els knikte, al zag Liv dat zij het geen bijzonder nuttige uitkomst vond. Ze vroeg of het bed goed stond en zei dat Liv haar moest bellen als er iets was. Het nummer stond op het kaartje bij de waterkoker. Zij woonde gewoon beneden, achter de ontbijtruimte.
De soep was nog heet. Liv wachtte niet tot Els weg was en brandde haar tong aan de eerste lepel. Ze zette de kom neer en haalde het brood van het bureau. De korst paste niet door de smalle rand van de kom. Ze brak hem in twee stukken en zag daarbij dat er soep op een van haar werkaantekeningen was gekomen. Alleen op de hoek. Ze schoof het blad opzij om het te laten drogen.
Later belde haar buurvrouw. De dakdekkers hadden nog een verlengsnoer opgehaald uit de schuur; dat was afgesproken, toch? Liv zei ja. De buurvrouw wilde weten hoe het met werken ging. Liv vertelde over de soep en de rustige straat en vroeg of zij iets uit de koelkast kon gebruiken zolang ze toch een sleutel had.
‘De yoghurt dan.’
‘Die is van vorige week.’
‘Dan niet.’
Ze spraken af dinsdag even contact te hebben. Toen Liv ophing, stond het laatste fragment nog open. Ze sloeg de proef op en schreef in haar urenlijst wat ze had gedaan. Haar eerste schatting van de tijd voor de drie interviews kon ze niet meer halen door alleen 's avonds door te werken. Morgen zou ze de rest doornemen. Dat moest ook met een normaal werktempo kunnen.
Tegen middernacht haalde ze het snoertje van haar telefoon uit het stopcontact. Ze had de afgelopen uren niet opnieuw naar het rooster gekeken. Nu zette ze de recorder op de lage rand achter het hoofdeinde, met de microfoons van de stof vandaan. De handdoek liet ze op de stoel liggen. Ze controleerde het batterijsymbool en de beschikbare opnameruimte.
Toen ze de opname aanzette, stond de klok op 00.17.
Ze draaide de bureaulamp uit. Het bedlampje bleef branden. Op haar laptop was de werksessie gesloten; alleen de klok onder in het scherm stond nog open boven de donkere achtergrond.
Drie tikken.
Ze kwamen weer uit de muur. Liv keek naar de recorder, maar raakte hem niet aan.
‘Niet dichtdoen. Dan weten we niet waar het eindigt.’
Het was haar eigen stem.
Geen stem die ze daarvoor kon aanzien omdat ze er graag iets bekends in wilde horen. Ze hoorde de lagere toon die ze zelf altijd op opnamen had, het kleine uitstel voor het laatste woord. Tijdens het spreken ademde ze niet mee. Haar mond was dicht.
Ze bleef op de rand van het bed zitten tot de opname een halve minuut had gelopen. Pas toen drukte ze op stop. Haar vingers waren koud. De stilte daarna was niet anders dan ervoor; buiten reed een auto door de straat.
Liv pakte het apparaat op en keek naar het scherm. Het bestand stond er. Ze hoefde het niet te zoeken. Haar duim bleef boven de afspeelknop hangen. Ze had de stem net gehoord. Haar hand zat zo strak om het apparaat dat haar nagel op de rand van het scherm drukte. Ze legde het neer, pakte het kaartje bij de waterkoker en belde Els.
‘Ben je nog wakker?’
‘Nu wel. Wat is er?’
‘Wil je boven komen?’
Een korte stilte. ‘Zal ik iets meenemen?’
‘Nee. Ik heb iets opgenomen.’
Els kwam met een vest over haar nachthemd. Aan één voet zat een andere sok. Ze sloot de deur niet meteen, maar keek eerst naar Livs gezicht.
‘Is er iemand binnen geweest?’
‘Nee.’
Liv verschoof om haar op het voeteneinde te laten zitten. Ze pakte de recorder en liet het begin horen. Els boog zich iets naar het kleine luidsprekertje. Na de woorden keek ze op.
‘Dat ben jij.’
‘Ik heb dat niet gezegd.’
Els keek naar het rooster. Er viel een schaduw van het hoofdeinde over de onderste openingen. Ze vroeg niet of Liv zich vergiste. Dat maakte het moeilijker iets te zeggen over wat het dan wel kon zijn.
Liv schoof het apparaat naar haar toe. ‘Ik zat hier. Ik had hem neergezet omdat er gisteren een vrouw sprak. Ik heb niets gezegd.’
‘Kan er iets van je computer afgespeeld zijn?’
‘Die stond al dicht. De werksessie, bedoel ik. Hij was niet uit.’
Ze merkte dat ze iets had verbeterd waar Els niet om vroeg. Op het scherm stond geen programma dat geluid afspeelde. Ze liet dat zien zonder te weten wat ze ermee bewees.
Els stak een hand uit. ‘Nog eens.’
Liv speelde het begin opnieuw af. De kleine aarzeling voor eindigt zat er nog. Els keek nu naar de muur terwijl ze luisterde. Daarna liet Liv het nog een derde keer horen. Ze drukte op stop voordat het bestand was afgelopen.
‘Heb je ooit zoiets ingesproken?’ vroeg Els.
‘Niet die zin.’
‘Voor je werk?’
‘Nee.’
Ze kon zichzelf niet alle zinnen laten nalopen die ze in zesendertig jaar had uitgesproken. De stem had uit de muur geklonken terwijl zij ernaast zat. Ze had hem gehoord voordat ze iets afspeelde. Ze wilde dat onderscheid uitleggen, maar Els was al opgestaan.
Liv keek haar na. Els pakte de droge handdoek van de stoel en vouwde hem dubbel. Het was geen vluchtige beweging. Ze maakte hem nog smaller en hield hem voor de messing openingen.
‘Dan maken we dat ding dicht.’
‘Niet dichtdoen. Dan weten we niet waar het eindigt.’
De zin was eruit voordat Liv de woorden kon kiezen. Ze beet op haar lip.
Els bleef met haar hand boven het rooster staan. Er zat een rafeltje aan de hoek van de handdoek, vlak bij haar duim. Niemand bewoog het.
Liv keek van haar hand naar de recorder. Het schermpje liet bij het bestand 00.17 zien. Ze draaide haar hoofd naar de klok op haar laptop.
00.29.
Twaalf minuten.
Ze wist dat ze de woorden had gehoord en ze daarna had gezegd. Het waren geen twee onafhankelijke gebeurtenissen meer die zij met een rechte lijn kon verbinden. Ze had zich er tegen willen verzetten en had ze juist daarvoor gebruikt. Maar toen de stem achter haar had gesproken, had ze ze nog niet bedacht.
‘Dat was het,’ zei Els.
Liv knikte. Haar lip deed pijn waar ze erop gebeten had.
Els liet de handdoek zakken. Ze keek naar het apparaat alsof het opnieuw kon beginnen. Liv legde haar hand op de recorder zonder op een knop te drukken. Het bedlampje verlichtte de muur en de droge stof. Van beneden klonk een kort tikken, daarna de gewone, lange brom van iets dat aansloeg.
‘Waar is die andere opening?’ vroeg Liv.
Els keek naar de deur. ‘In acht.’
Ze liep niet meteen weg. Eerst zette ze de recorder op het bureau en schoof de handdoek ernaast. Liv stond op, voelde hoe koud de vloer door haar sokken heen was en trok haar schoenen aan.