Hoofdstuk 15 van 310%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 15 · 11 minuten lezen

Het trapje

Het deksel van de kerstdoos bleef met één hoek achter de rand hangen. Els draaide het een kwartslag en kreeg het los. Bovenop lag een kleurig snoer, daaromheen een plastic zak die aan de draad vastkleefde. Ze legde het deksel er weer op.

‘Die kunnen zo naar beneden,’ zei ze.

Roos trok niet aan de doos. ‘Eerst die stoel. Anders blijven we draaien met iets in onze handen.’

Voor het raam stond een losse stoel met een gevlochten zitting. Hij hoorde niet bij het gemengde nest langs de rechterwand; Els had hem eruit gehouden omdat er weleens iemand op stond om het raam te sluiten. Bij het gebruik schoot één voorpoot een beetje opzij. Ze liet het zien door op de rugleuning te drukken. Het was nauwelijks zichtbaar, tot Liv lette op de schaduw op de vloer.

‘Niet meer op staan dan,’ zei Roos.

‘Dat ben ik ook niet van plan.’

Ze wilden hem beneden op een andere plek zetten, bij de dingen die weg moesten. Niet op straat, niet voordat Els had uitgezocht wat ze ermee kon. Liv pakte de stoel aan de ene kant, Roos aan de andere. Het was geen zwaar ding. Wel staken de poten ver genoeg uit om bij de draai langs de deur tegen het hout te komen.

‘Wacht, recht houden,’ zei Roos.

Ze kwamen erlangs. Liv liet los toen Roos de stoel op de overloop neerzette om beter te kunnen pakken. De doorgang naar de trap was nog vrij. Els liep voor hen uit om beneden plaats te maken en riep dat de schoenen bij de achterdeur stonden. Dat waren de schoenen die zij daar zelf had neergezet, besefte Liv pas toen ze omlaag keek.

Roos wees naar de stoel. ‘Jij de achterkant. Dan lopen we niet allebei tegen een poot.’

Liv knikte. Ze pakte het hout op de plek waar Roos wees, met haar duimen langs de zitting. De gevlochten band voelde koel en een beetje vettig. Op de rand zat een uitgebleekte plek waar vaak een hand had gerust.

‘Even wachten,’ zei Roos. ‘Ik moet mijn andere hand—’

‘Kun je me die even aangeven?’

Het kwam van rechts, uit de richting van zeven. Zo dichtbij dat Liv haar hand vanzelf losmaakte. Els, dacht ze. Er lag kennelijk iets waar ze zelf niet bij kon. Ze draaide zich om naar de andere deur.

‘Wat?’ vroeg ze.

Roos zei iets, hard en kort. Liv hoorde de stoel landen voordat zij de woorden helemaal had begrepen. Geen val. Vier poten op de overloop, tweemaal achter elkaar omdat Roos hem had teruggezet en uit de draai had getrokken.

‘Niet loslaten,’ zei Roos.

De deur van zeven was dicht. Els was zojuist naar beneden gelopen. Liv keek ernaar met haar hand nog half opgestoken.

‘Ik hoorde iemand vragen of ik iets aan kon geven,’ zei ze.

Roos stond achter de stoel. ‘Ik vroeg of je wachtte.’

Van beneden riep Els wat er was. Liv draaide zich naar de trap en zag haar aan de voet staan. Ze had een paar schoenen in haar hand. Ze keek eerst naar Roos, toen naar Liv.

‘Niets,’ zei Liv.

‘Er is wel iets,’ zei Roos. ‘Ze laat los terwijl ik draai.’

Liv voelde dat haar gezicht warm werd. Ze had bijna gezegd dat ze het niet had willen doen, alsof Roos haar opzettelijke sabotage verweet. In plaats daarvan zei ze dat zij Els had gehoord.

‘Ik stond beneden,’ zei Els.

‘Dat zie ik.’

‘Ik heb gezegd dat je schoenen er stonden.’

‘Nee. Daarna.’

De drie bleven staan op hun eigen hoogte. Els beneden met de schoenen. Roos vlak voor de deur van acht, beide handen los van de stoel. Liv ertussen, dicht bij de overloopmuur. Van achter de deur van zeven kwam geen tweede verzoek. Geen ademhaling. Het was de deur waar zij zelf twee nachten achter had geslapen. Achter het hout stonden haar bed en de stoel, een leeg stukje vloer.

Roos vroeg wat zij precies had gehoord.

‘Of ik iets aan kon geven.’

‘Wat dan?’

‘Dat zei ze niet.’

Els zette de schoenen neer. ‘Ik niet.’

Roos keek van Liv naar de gesloten deur. Zij ging er niet naartoe om te luisteren. Ze pakte de stoel bij de leuning en duwde hem voorzichtig terug in acht, op de open plek waar ze hem vandaan hadden gehaald. De zitting bleef vrij van de strijkplank. Daarna kwam ze naar buiten en hield haar handen even van zich af, alsof er iets op zat dat zij niet op haar kleding wilde afvegen.

‘Zo gaat dit niet,’ zei ze.

Els was twee treden omhooggekomen. ‘Nee.’

‘Ik ga niet raden wie jullie horen terwijl we iets dragen.’

‘Dat hoef je niet.’

Roos knikte naar de stoel. ‘Dat doe ik dus wel.’

Liv ging niet naar zeven. Zij keek naar haar vingers. Er zat geen bewijs op van het moment waarop zij had losgelaten. Ze herinnerde zich de zin zo duidelijk dat het niet voelde alsof zij zich vergist kon hebben. Toch zag ze Roos' handen nog om de stoel terwijl haar eigen hand er al niet meer was.

‘Het spijt me,’ zei ze.

Roos ademde uit. ‘Ja.’

Het hielp niet. Het was ook niet gevraagd om haar verontschuldiging mooier uit te spreken. Els kwam de rest van de trap op en trok de deur van acht dichter naar zich toe. Het hout schraapte over de vloer. Zij sloot hem, zonder aan het kastje te komen.

Roos liep naar beneden. Liv wachtte tot zij op de vloer van de hal stond voordat zij volgde. Bij de laatste trede keek ze weer omhoog. Niet omdat er iets klonk. Ze kon bijna niet verdragen dat het daar nu stil was en zij toch nog aan die andere zin dacht.

In de keuken stond Roos bij de kraan. Ze waste haar handen, zeepte ze opnieuw in en spoelde af. Liv ging op de stoel zitten waar ze gegeten had. Ze wilde zeggen dat er niets was gebeurd. Roos had de stoel neergezet. Geen scheve pols, geen uitgegleden voet, geen gebroken glas.

Ze zag hoe beledigend dat zou klinken.

Els legde een handdoek bij de gootsteen. Roos nam hem aan en keek naar de klok. Het was nog geen drie uur. Ze had ruim een uur aangeboden. Die hulp zou er vanmiddag niet meer zijn.

‘Wil je eerst thee?’ vroeg Els.

‘Nee. Ik ga naar huis.’

‘Je hoeft niet meteen weg.’

Roos droogde zorgvuldig tussen twee vingers. ‘Ik wil weg.’

Els liep naar de hal om haar tas te halen. Liv bleef zitten. Ze was niet gewend dat iemand vertrok omdat zij niet betrouwbaar had gehandeld. Niet omdat ze iets te laat had geleverd of een bericht vergeten was. Iemand had iets vastgehouden met de vanzelfsprekende verwachting dat Liv hetzelfde deed. Zij had een geluid belangrijker gemaakt.

Roos trok haar trui recht. ‘Ik wil best helpen met wat hier moet gebeuren. Maar niet op deze manier.’

‘Ik begrijp het,’ zei Liv.

‘Dat weet ik niet.’

Liv keek op.

‘Je zat net nog uit te leggen wat je hoorde. Ik stond erbij. Ik weet niet wat je hoorde. Ik weet wel dat ik geen hand meer aan de andere kant had.’

‘Dat bedoelde ik niet als excuus.’

‘Dan moet je het ook niet eerst geven.’

Het was geen woede waar Liv een hand tegen kon houden. Roos pakte de tas die Els haar aangaf, controleerde of er een sleutel in zat en stopte haar hand weer terug. Ze keek naar Els.

‘Ik ben thuis als je komt. Maar de rest doe je niet vandaag zelf.’

Els' gezicht verstrakte. ‘Ik kan een doos naar beneden brengen.’

‘Dat heb ik niet gezegd.’

‘Je zegt het wel zo.’

Roos wachtte. Liv voelde hoe gemakkelijk zij tussen hen in kon gaan staan, als vertaler van een ruzie waarin ze zelf de reden was. Ze bleef zitten.

‘Ik ga die stoelen niet zonder hulp doen,’ zei Els uiteindelijk.

‘Goed.’

‘En ik kom straks naar jou.’

‘Goed.’

Ze hadden geen verzoening nodig om de deur voor elkaar open te houden. Els liep mee naar de hal. Liv hoorde het zachte geluid van een hand op een mouw, de vraag of er nog eten mee moest en Roos die zei dat er genoeg was. Daarna ging de voordeur dicht.

Liv hield haar voeten plat op de grond. Ze merkte dat zij naar de hoek van het plafond keek, waar de route uit de tekening ongeveer moest lopen. Ze wist niet of hij precies daar liep. Ze had van een oud potloodlijntje op papier al bijna iets gemaakt dat zij door pleister kon zien.

Els kwam terug en trok de stoel tegenover haar naar achteren.

‘Roos wil niet helpen terwijl jij ergens anders naar staat te luisteren,’ zei ze.

‘Dat doe ik niet.’

‘Je hoort toch wat ik zeg.’

Liv keek naar haar tas. Haar recorder zat er niet in. Alleen de computer en wat ze voor het werk had meegenomen. Het was alsof zij dit moest aantonen, alsof het probleem anders niet serieus was.

‘Ik ga die kamer niet in om te controleren of het er nog is,’ zei ze.

Els keek langs haar naar de openstaande deur van de ontbijtzaal. ‘Dat had je anders wel gewild.’

Liv zei niets.

Er ging een paar minuten voorbij waarin Els het brood inpakte en de overgebleven boter wegzette. Liv stond op om af te ruimen, maar Els wees naar de stoel. Niet streng, meer alsof ze zei dat de vloer daar nog nat was. Liv ging weer zitten.

‘Dat was mijn stem?’ vroeg Els.

Liv knikte.

‘Zoals jij mij nu hoort?’

‘Zo leek het.’

‘En toen ging je.’

‘Ja.’

Els legde de broodzak neer. ‘Dan moet je begrijpen hoe ik gisteren boven stond.’

Liv opende haar mond om het verschil uit te leggen. Gisteren had Els gewacht op méér woorden, terwijl Liv alleen een handeling had onderbroken omdat zij dacht dat iemand iets vroeg. Het verschil was er. Het was ook niet wat Els wilde weten.

‘Ja,’ zei ze.

Els ging niet dichter bij haar zitten. Ze keek naar de broodzak en vouwde de bovenkant twee keer om. Haar nagel bleef aan een rafeltje in het papier haken. Ze trok het los en veegde het van de tafel.

‘Ik wil niet bij elk geluid denken dat er iets misgaat,’ zei ze. ‘Dat deed ik vroeger ook niet.’

‘Ik weet het.’

‘Jij kent me van deze week.’

Liv voelde het woord vroeger plots groter worden dan de twee nachten die zij daar had geslapen. Els had er ontbijt gemaakt en de deur opengedaan; de gasten en leveranciers in haar verhalen waren geen bijzaak. Zij kende de afstand tot elke kast. Dat had Liv zelf gezien. Ze had het alleen niet meer laten meetellen zodra er een stem klonk.

‘Dat is waar,’ zei ze.

Els nam de broodzak mee naar de kast. De lunchtafel werd weer een gewone tafel. Liv pakte haar telefoon om Anouk te schrijven dat het stukje pas maandag kwam. Het verzoek stond er nog, gevolgd door een nieuwe melding: prima, maak er geen zondagmiddag van. Ze hadden niet geweten wat de ander aan het doen was.

Ze schoof het toestel terug in haar zak.

‘Ik heb werk laten liggen,’ zei ze.

‘Dan moet je gaan.’

‘Ik kan eerst nog—’

Els keek haar aan. Liv hield op.

Ze liepen samen naar de achterdeur. Het was droog geworden. In de hoek van de binnenplaats stond een plastic bloempot op zijn kant; de aarde zat er nog in, in een harde kluit met wortels eromheen. Els zette hem overeind en schoof hem opzij met haar voet. Liv ontgrendelde haar fiets.

‘Morgen kunnen we opnieuw kijken,’ zei Els. ‘Naar de gewone spullen. Niet naar of het werkt.’

‘Met Roos?’

‘Dat moet ik haar vragen.’

‘Zal ik—’

‘Nee.’

Liv pakte het stuur en ging naast haar fiets staan. Ze wilde niet weer iets aanbieden wat de rest alleen maar voller maakte. Ze zei dat zij eerst het werk voor Anouk zou doen en dat Els daarna mocht laten weten wat er nodig was.

‘Je hoeft niet weg te blijven omdat je het net fout deed,’ zei Els.

Liv keek naar haar.

‘Maar je hoeft het ook niet met een extra middag goed te maken.’

Ze klonk moe. Liv dacht dat dit het moment was om haar te omhelzen, maar tussen hen stond een fiets en Els hield de deur al vast. Ze zei tot later. Els knikte en ging naar binnen.

Thuis waren de twee broden niet in de keuken, de lunchborden niet op tafel. Het kostte Liv even om haar eigen werkplek weer als de plek te zien waar zij de ochtend was begonnen. De koptelefoon lag over de rugleuning. Ze zette hem niet meteen op. Ze vulde een glas water, trok een stoel bij en las de beschrijving die zij voor de luisteraars had geschreven.

Bij een zin stond dat beide mannen dezelfde toegang beschreven. Ze haalde hetzelfde weg. Daarna las zij de rest woord voor woord, zonder te luisteren.

Er was nog genoeg daglicht om de foto van het dakbedrijf op haar envelop te zien. Ze legde hem onder de andere papieren. Toen zette ze het eerste interview aan vanaf de vraag die ze nu eindelijk wilde laten staan.

Hoofdstukken

Kamer zeven luistert

  1. 01De kamer10 minuten
  2. 02Aan de andere kant10 minuten
  3. 03Twaalf minuten8 minuten
  4. 04Het kastje10 minuten
  5. 05De rits10 minuten
  6. 06Zonder tekst erbij11 minuten
  7. 07Terug voor één dag12 minuten
  8. 08De verkeerde verdieping12 minuten
  9. 09De lege tafel11 minuten
  10. 10Overdag open13 minuten
  11. 11Wat ik niet heb gezegd18 minuten
  12. 12De logeerkamer11 minuten
  13. 13Een boodschap12 minuten
  14. 14Twee mensen in huis11 minuten
  15. 15Het trapjeJe leest nu11 minuten
  16. 16Niet wat ik zei10 minuten
  17. 17Een ademhaling13 minuten
  18. 18Stoelen op de gang11 minuten
  19. 19Voor andere oren15 minuten
  20. 20Wat er thuis staat11 minuten
  21. 21Het dichtgemaakte eind13 minuten
  22. 22Een eigen opname11 minuten
  23. 23Voor het werk begint11 minuten
  24. 24Twee, vijf en negen10 minuten
  25. 25Met de deur open12 minuten
  26. 26Beneden11 minuten
  27. 27Waar je staat14 minuten
  28. 28Los van de muur12 minuten
  29. 29De eerste avond elders11 minuten
  30. 30Wat wordt opgeleverd10 minuten
  31. 31Acht kamers10 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.