Hoofdstuk 14 van 310%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 14 · 11 minuten lezen

Twee mensen in huis

Anouk nam op met de vraag of ze de verkeerde versie had geopend. Liv stond nog op de stoep van het pension. Ze liep een stukje verder, tot de wind niet meer langs de microfoon streek.

‘Dat weet ik niet,’ zei ze. ‘Welke heb je?’

Anouk noemde de bestandsnaam. De proef uit het begin van de week. De namen van de drie banden had ze op een blaadje naast haar computer geschreven. Twee, vijf, negen. Bij twee kon zij de vragen goed volgen, maar ze wilde voor dinsdag niet de indruk wekken dat het hele interview al klaar was.

‘Dat is het ook niet.’

‘Nee. Daarom vraag ik het.’

Liv kneep haar ogen dicht. Achter haar ging de pensiondeur dicht. Ze keek niet om.

‘Ik heb er meer werk aan dan ik dacht,’ zei ze. ‘Aan de selectie. De overgangen zijn niet goed genoeg.’

‘Het hoeft voor dinsdag niet mooi dicht te zitten. We gaan er met mensen naar luisteren.’

‘Er moet wel iets liggen.’

‘Ja. Dus wat kan er wel liggen?’

Liv vertelde over de twee verhalen die niet precies over hetzelfde gingen. Over de vraag die ze bij het ene fragment had moeten houden. Anouk vroeg haar niet om meteen een nieuwe versie te sturen. Ze wilde weten of Liv maandag een kleine selectie kon laten horen met genoeg context om de keuzes te bespreken. Geen middag waarop zij voor een leeg zaaltje zou staan met een laptop vol bestanden die alleen Liv kon vinden.

Dat kon, zei Liv. Ze had zondag en maandag. Ze hoorde zichzelf die dagen aanbieden alsof ze nog onbeschreven waren.

‘Maandag vóór het eind van de middag,’ zei Anouk. ‘Dan kan ik zorgen dat wat we nodig hebben er staat. Wil je er ook bij zetten wat je nog niet hebt gedaan?’

Liv beloofde het. Anouk zei dat zij nu eerst naar haar andere afspraak ging. Het gesprek was afgelopen voordat Liv een verklaring voor de afgelopen dagen had kunnen geven. Ze bleef een ogenblik met de telefoon tegen haar oor staan en liet hem toen zakken.

Die avond at ze het eten uit Roos' bakje. De korst was zacht geworden in de magnetron. Ze deed er peper op, proefde en vergat de helft op te eten terwijl ze haar berichten las. Els had geschreven dat de tas goed was aangekomen. Daaronder vroeg zij of Liv de volgende dag nog wilde helpen. Roos kon na haar werk een tijdje komen. Geen hele middag.

Liv ging terug naar haar gesprek met Anouk. Ze zette twee tijdstippen in haar agenda, schatte daartussen werk dat geen uren meer zou mogen duren. Ze kon zich niet voorstellen dat drie dozen kerstversiering zo veel tijd zouden kosten. Ze tikte dat ze voor het eten zou komen en vroeg of er nog iets nodig was.

Een brood, schreef Els. Maar niet als je er apart voor om moet.

Liv legde de telefoon weg. De volgende ochtend kwam ze met twee broden aan, omdat de ene kleiner was geweest dan ze had verwacht.

Els liet haar via de achterdeur binnen. Ze had de binnenplaats aangeveegd; er lag een smalle natte baan langs het putje. Liv zette haar fiets op slot en keek omhoog. Het raam van acht was dicht. In het glas zag ze de bleke rechthoek van de lucht, niet wat er in de kamer stond.

‘Je hebt er twee,’ zei Els.

‘Ja.’

‘Ik heb niet de straat uitgenodigd.’

‘Dan eten we morgen ook.’

‘Jij misschien.’

Ze trok een mes uit het houten blok. Liv voelde zich alweer te vroeg terechtgewezen en zag toen Els' mondhoek. Ze had kunnen vragen wat er voor haar nog te lachen viel. In plaats daarvan pakte ze een plank uit de kast en legde die op tafel.

Els sneed dikke plakken. Ze bewaarde het uiteinde apart, zoals ze blijkbaar altijd deed. Liv dekte de tafel voor twee en vroeg waar Roos zou zitten. Straks, zei Els. Die moest eerst naar huis en douchen.

‘Ze wil niet met haar hoofd nog tussen de bestellingen zitten. Dat snap ik wel.’

Op tafel stonden ook de lege formulieren van de gastenkamers. Els had ze verzameld om ze op te bergen. Het bovenste papier had een vlek op de hoek, een afgestreken bruine boog. Liv schoof haar bord eroverheen tot zij de vlek niet meer zag. Ze legde de hoek van het papier plat voordat ze haar glas neerzette.

Tijdens het eten vertelde Els over iemand die ooit precies op deze stoel twee nachten had proberen af te dingen omdat hij maar een paar uur per nacht sliep. Hij werkte in ploegendienst. Ze had niet geweten of hij een grap maakte, zei ze, en had daarom het volle bedrag gevraagd. Later stuurde hij haar een kaart uit een warmer land, met daarop dat hij nu voor hetzelfde geld ook nog buiten kon liggen.

‘Die kaart moet ik ergens hebben.’

Els keek naar de kast, maar stond niet op om hem te zoeken. Ze schonk thee bij. Liv vertelde over de dakdekkers, over het lege schroevendoosje dat ze nog had bewaard. Els zei dat ze dat gerust weg kon doen. Als zo'n dak door één ontbrekende schroef naar beneden kwam, was het hele werk niet goed.

Het stelde Liv op een onredelijke manier gerust. Ze lachte en zei dat zij het thuis wel weg zou gooien. Metaal, zei Els. Er zat vast nog eentje in.

Na het eten wilden ze de lege bakken uit de voorraadkast halen, om de dingen uit acht in te kunnen verzamelen. Eén krat stond hoog, ingeklemd tussen een pan en een stapel deksels. Els pakte de onderkant. Liv zag dat een hoek achter een houten lat bleef steken.

‘Wacht, ik pak deze kant.’

Ze kwam naast Els staan, nam het andere uiteinde en hield het krat een beetje schuin. Ze hoefden niet te trekken. Het kwam los en was zwaarder dan verwacht doordat er nog twee flessen in stonden. Els blies een pluk haar uit haar ogen.

‘Dat wilde ik nou net niet,’ zei ze.

Ze zetten het samen op tafel. Liv haalde de flessen eruit, Els droogde een natte kring op het aanrecht af. Het duurde minder dan een minuut. Geen van hen sprak over wat zij hadden gehoord.

De bakken mochten beneden blijven tot Roos er was, zei Els. Liv trok een stoel uit en vroeg of zij intussen haar computer kon gebruiken. Ze had hem meegebracht, naast de extra trui waarvan ze niet had geweten of ze hem hier nodig zou hebben. Els wees naar de ontbijtzaal.

‘Daar is genoeg tafel. De verwarming staat uit.’

‘Ik hoef alleen even iets klaar te zetten.’

‘Als het langer wordt, zet je hem aan. Niet met je jas om je oren zitten.’

Liv liep de zaal in en schoof een stoel van de muur. Het stopcontact zat laag, achter een poot van de tafel. Zij ging op haar knieën om de stekker erin te doen. Vanuit de keuken hoorde ze het korte gerammel van flessen en daarna Els: ‘Ik blijf nog even.’

Liv keek onder de tafel vandaan. Ze zag het stukje gang tussen zaal en keuken. Els' jas hing aan de andere kant over de trapleuning. Misschien sprak zij tegen Roos aan de telefoon. Liv riep dat ze haar nodig hadden voor de spullen uit acht.

‘Dat weet ik,’ antwoordde Els.

Het kwam van achter haar.

Liv draaide zo snel om dat haar schouder tegen het tafelblad kwam. Els stond bij de andere ingang van de ontbijtzaal, met een afvalzak in haar hand. Ze was via het korte rondje langs de hal gekomen. Liv had niet op haar voetstappen gelet.

‘Je zei dat je bleef,’ zei ze.

‘Dat zei ik ook.’

‘Tegen wie?’

‘Roos. Ze wil weten of ik nog terugkom voor ze deze kant op gaat. Ik heb haar gebeld. Mijn tandenborstel ligt daar.’

Els hield haar telefoon omhoog. In haar andere hand kraakte de zak. Ze had hem kunnen laten zien om iets te bewijzen. Het was ook gewoon lastig om twee dingen vast te houden.

‘Ik dacht dat je nog in de keuken was.’

‘Ik kan hieromheen lopen.’

‘Ja.’

‘Wil je dat ik voortaan zeg langs welke deur?’

Liv voelde haar schouder bonken. Het deed niet genoeg pijn om iets over te zeggen. Ze krabbelde onder de tafel vandaan en zette de stoel terug.

‘Nee. Dat wil ik niet.’

Els liep naar de voordeur met de zak. Liv wachtte tot de sluitveer zijn werk had gedaan. Ze wilde daarna het werkbestand openen, maar haar hand bleef even boven het toetsenbord hangen. Ze had de stem herkend. De woorden waren werkelijk gezegd. Het verkeerde had zij er zelf omheen geplaatst.

Ze werkte twintig minuten aan het fragment van Willem Kooij. De vraag moest blijven; het antwoord liep verder dan zij zich herinnerde. Hij corrigeerde zichzelf, ging terug naar die ene ochtend waarop een boot had vastgezeten. Het was verleidelijk om alleen de duidelijkste zin te gebruiken. Ze zette een markering vóór de correctie in plaats van erna.

Roos kwam binnen terwijl Liv de koptelefoon nog op had. Ze zag haar pas toen Els naar haar wees. Het harde begin van haar begroeting deed Liv overeind schieten. Roos hield de deur vast en vroeg of ze iets verkeerd deed.

‘Nee. Ik was even weg.’

‘Dat leek me juist de bedoeling van zo'n ding.’

Ze droeg een kleine tas, geen werkkleding. Haar haar was nog nat bij haar nek. Ze vertelde dat ze tot vier uur kon blijven. Daarna moest ze thuis zijn voor iemand die iets kwam brengen. Els vroeg niet wat. Ze duwde een stoel aan en Roos ging zitten om haar schoenen goed vast te maken.

Ze bespraken wat er in acht stond. Niet alles, alleen wat vandaag weg kon. De kerstdozen, de strijkplank als ze die samen door de draai kregen, de losse stoelen. Het gemengde nest met de zware donkere stoel moest Bram helpen uit elkaar halen. Els wilde dat niet over de trap slepen zonder te weten wat er achter bleef haken. Liv had het brede frame gezien. Ze knikte.

‘En waar moet de rest heen?’ vroeg Roos.

Els liep de mogelijke plaatsen langs. In de gang kon niets staan. Het voorste deel van de oude voorraadkast had ruimte als de lege kratten eruit waren. Een paar losse stoelen konden beneden in de ontbijtzaal, zolang ze niet voor de achterdeur kwamen. De strijkplank moest Els kunnen blijven gebruiken.

‘Daarom vraag ik het,’ zei Roos. ‘Anders lopen we straks alles weer terug.’

Liv deed haar laptop dicht. Ze wilde de selectie nog even bewaren met een nieuwe naam, maar het opslaan was al gebeurd. Ze schoof de computer opzij. Els maakte de afvalzak bij de deur los van een uitstekende schoen en zette hem buiten bereik van de trap.

Terwijl Roos haar handen waste, trilde Livs telefoon. Anouk vroeg of het stukje met de vraag misschien iets eerder kon komen, voor een luisteraar die het zich thuis vast wilde herinneren. Geen heel interview. Liv keek naar de gesloten laptop.

‘Ik moet daar maandag toch nog aan zitten,’ zei ze hardop.

Els stond naast haar. ‘Dan doe je dat maandag.’

‘Ze vraagt het nu.’

‘Ja. En wij hebben Roos nu.’

Roos kwam de keuken uit met haar handen nog nat. ‘Wat is er?’

Liv zei dat er niets was en hoorde hoe onaangenaam dat klonk. Ze verbeterde zichzelf: er was een werkvraag. Die kon wachten tot ze klaar waren. Ze stuurde dat aan Anouk en zette haar telefoon stil, met het scherm naar boven naast haar computer.

Els had drie lege bakken bij de trap gezet. Ze schoof ze uit elkaar zodat er nog iemand langs kon. Toen ze de eerste optilde, rammelde er iets in. Een los deksel, geen fles. Liv nam de tweede. Roos had de derde onder haar arm en hield met haar vrije hand de leuning vast.

Boven stopten ze op de overloop. Liv wilde acht alvast opendoen, maar Els vroeg haar de bak eerst neer te zetten. De deur schraapte over de bekende plek. Roos keek naar de bruine streep op de vloer.

‘Daar heb ik mezelf eerder al eens aan geërgerd,’ zei ze.

‘Bram komt ervoor.’

‘Goed.’

De deur stond tegen de linkerwand. Aan de overkant, rechts, zaten de stoelen in elkaar zoals stukken bestek in een la die niet dicht kon. Er stak een donkere poot tussen twee bleke rugleuningen uit. Een rubberdop had een opengebarsten rand. Liv keek naar de ruimte ervoor, waar zij hun bakken wilden neerzetten.

Els ging niet naar het kastje. Ze pakte een lege plastic zak van de eerste doos en schoof die plat. Er kwam stof vrij, zo fijn dat Liv het pas zag toen het langs het raam dreef. Roos schoof haar mouwen omhoog.

‘Beginnen we met die drie?’ vroeg ze.

Els knikte. Liv ging naast haar staan om het eerste deksel op te tillen.

Hoofdstukken

Kamer zeven luistert

  1. 01De kamer10 minuten
  2. 02Aan de andere kant10 minuten
  3. 03Twaalf minuten8 minuten
  4. 04Het kastje10 minuten
  5. 05De rits10 minuten
  6. 06Zonder tekst erbij11 minuten
  7. 07Terug voor één dag12 minuten
  8. 08De verkeerde verdieping12 minuten
  9. 09De lege tafel11 minuten
  10. 10Overdag open13 minuten
  11. 11Wat ik niet heb gezegd18 minuten
  12. 12De logeerkamer11 minuten
  13. 13Een boodschap12 minuten
  14. 14Twee mensen in huisJe leest nu11 minuten
  15. 15Het trapje11 minuten
  16. 16Niet wat ik zei10 minuten
  17. 17Een ademhaling13 minuten
  18. 18Stoelen op de gang11 minuten
  19. 19Voor andere oren15 minuten
  20. 20Wat er thuis staat11 minuten
  21. 21Het dichtgemaakte eind13 minuten
  22. 22Een eigen opname11 minuten
  23. 23Voor het werk begint11 minuten
  24. 24Twee, vijf en negen10 minuten
  25. 25Met de deur open12 minuten
  26. 26Beneden11 minuten
  27. 27Waar je staat14 minuten
  28. 28Los van de muur12 minuten
  29. 29De eerste avond elders11 minuten
  30. 30Wat wordt opgeleverd10 minuten
  31. 31Acht kamers10 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.