Hoofdstuk 6 van 440%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 6 · 10 minuten lezen

Zoekploeg

Mam was eerder thuis dan ik.

Aan de stilte in de keuken merkte ik dat Sam haar iets had verteld. Niet alles, want haar eerste vraag was of ik fatsoenlijk had geluncht, maar genoeg om hem met beide voeten plat op de vloer en zijn handen tussen zijn knieën te laten zitten.

“Je broer heeft iets te zeggen,” zei ze tegen me.

Sam keek op.

“Ik heb haar over het geld verteld.”

“En de camera?” vroeg ik.

Mams uitdrukking veranderde.

Sam deed zijn ogen dicht.

Het duurde nog twintig minuten. Het verhaal kwam er in stukjes uit, en voor elk stukje moest mam een vraag stellen waarvan ze duidelijk niet kon geloven dat die gesteld moest worden. Hoeveel? Wiens camera? Welke winkel? Waarom was hij niet naar haar toe gekomen?

Bij die laatste vraag keek Sam naar het kastje waar we de rekeningen bewaarden, onder een fruitschaal waar zelden fruit in lag.

Mam zag hem kijken.

“Niet doen,” zei ze.

“Ik bedoelde niet—”

“Maak hier niet iets van wat je hebt gedaan om mij te helpen.”

Hij keek omlaag.

Ik stond bij het aanrecht met Imani's foto in mijn notitieboek, tussen twee pagina's montageaantekeningen geklemd. Ik had mam zodra ik thuiskwam over mijn politieverklaring willen vertellen. Nu maakte iedere zin die Sam zei een andere zin onmogelijk.

“Je gaat het aan Judith vertellen,” zei mam. “Je vertelt het de politie, want op die camera staat misschien iets wat ze nodig hebben. En je gaat niet alleen met die Dex afspreken om het met een nieuwe regeling op te lossen.”

“Het was de reservecamera,” zei ik. “Die heeft gisteravond niet opgenomen.”

Mam draaide zich naar me toe.

“Dat is niet waar het om gaat, Bea.”

“Ik weet het. Ik bedoelde alleen dat er geen bewijsmateriaal ontbreekt.”

“Er is wel een camera verdwenen.”

“Ik weet het.”

Ze wreef langs haar gezicht. Haar mouw rook vaag naar de apotheek: papier, handcrème, de scherpe frisheid van de spray voor de balie.

Even zag ze er zo moe uit dat ik alles wilde terugnemen, ook dingen die niet aan mij waren om terug te nemen.

“Ik kan het betalen,” zei ik.

“Nee.”

“Ik heb wat gespaard.”

“Voor je opleiding.”

“Daarvoor is het toch niet genoeg.”

“Dat betekent niet dat het hiervoor beschikbaar is.”

Toen keek Sam me aan. Hij schaamde zich, en ik wenste dat hij dat niet deed, want daardoor werd het moeilijker om kwaad te blijven.

Mijn telefoon zoemde. Finn had een bericht gestuurd naar de vrijwilligersgroep. De politie coördineerde een zoekactie langs de openbare paden rond het centrum en de halte van de touringcars. Alleen volwassenen mochten naar de rivieroever; jongere vrijwilligers konden in tweetallen posters ophangen en bij winkeliers informeren. Niemand mocht gesloten gebouwen binnengaan, bij het water komen of alleen op pad gaan.

Ik liet het mam zien.

“Ik ga mee,” zei ze.

Sam wilde opstaan.

“Jij niet. Jij moet een paar telefoontjes plegen.”

“Ik kan helpen.”

“Je kunt hier beginnen.”

Ze ging naar boven om andere schoenen aan te trekken.

Sam en ik zaten zonder iets te zeggen. Toen zei hij: “Heb je het haar verteld?”

“Nee.”

“Bea.”

“Ik weet het.”

“Dit wordt steeds erger.”

“Dat weet ik ook.”

Hij keek naar de trap. “Ik heb je niet gevraagd tegen hen te liegen.”

“Nee,” zei ik. “Je hebt me alleen gevraagd je te dekken en me zelf de woorden laten kiezen.”

Hij antwoordde niet.

Bij de Lantern Rooms had iemand een doos veiligheidshesjes gevonden. De meeste waren te groot. Het mijne kwam bijna tot mijn knieën en de klittenbandstrook aan de voorkant plakte aan mijn trui telkens wanneer ik het recht probeerde te trekken.

Een agent in uniform legde de routes uit. Hij was rustig en duidelijk. We waren geen rechercheurs. We mochten niet op andermans terrein gaan zoeken. Alles wat van Rowan kon zijn, moesten we laten liggen en melden. Een tas in een bus betekende niet dat de zoektocht hier zinloos was; ze onderzochten verschillende mogelijkheden tegelijk.

Voor dat laatste was ik hem dankbaar. Mensen begonnen over de touringcar te praten alsof die Rowan netjes buiten onze verantwoordelijkheid had gebracht.

Mam werd gekoppeld aan een vrouw van de kerk die ze herkende, maar van wie ze de naam niet wist. Ik kwam bij Finn en een man die de ijzerwinkel runde. We moesten door de winkelstraten lopen, vragen of iemand Rowan na de inzamelingsavond had gezien en contactgegevens voor de politie noteren in plaats van zelf verhoren af te nemen.

Het was pijnlijk gewoon werk. Sommige winkels gingen al dicht. Sommige mensen hadden de berichten online gezien en wilden vertellen wat er volgens hen was gebeurd. Een vrouw in een nagelsalon zei dat tieners ruimte nodig hadden, keek toen naar de foto en bood haar excuses aan zonder uit te leggen waarvoor precies.

Bij de afhaalzaak nam de eigenaar drie posters aan en hing er meteen een voor het raam. Hij kwam niet met een theorie. Daarom mocht ik hem.

Finn praatte gemakkelijk met iedereen. Hij zei alstublieft, onthield namen en bedankte mensen ook wanneer ze niets bruikbaars wisten. Op school had die eigenschap me soms geïrriteerd. Hij kon een verzoek laten klinken als een kans om een betere versie van jezelf te worden. Nu was ik er blij mee. Ik kon nauwelijks een poster aanreiken.

Voor de slijterij zei een man dat hij dacht dat hij Rowan rond half tien met een andere jongen had gezien.

“Weet u nog hoe die andere jongen eruitzag?” begon Finn.

De man van de ijzerwinkel viel hem vriendelijk in de rede. “Dat kun je het beste aan de politie vertellen. Hier staat een nummer.”

De man fronste opnieuw naar de foto.

“Kan ook donderdag geweest zijn.”

“Dat geeft niet,” zei ik, hoewel ik geen idee had of dat zo was.

We gaven hem het nummer.

Tegen zessen had ik hoofdpijn en een nieuw besef van hoeveel mensen zich maar weinig herinnerden van de vorige avond. Ik kon het hun niet kwalijk nemen. Tot vanochtend was vrijdag gewoon vrijdag geweest.

We gingen terug naar het centrum om door te geven waar we waren geweest. Mam was nog onderweg. Finn ging water zoeken en ik ging op het lage muurtje naast de oude zwembadingang zitten.

Val Dacre kwam met een sleutelbos van de dienstbinnenplaats. Hij liep mank, erger als hij moe was. Vorig jaar had hij zijn knie bezeerd bij het verplaatsen van podiumonderdelen. Judith zei dat hij moest ophouden alles zelf te doen. Val zei dat ze iemand anders moest aannemen. Ze hadden allebei gelijk, en er veranderde niets.

“Al nieuws?” vroeg hij.

Ik schudde mijn hoofd.

Hij bleef naast het muurtje staan en keek naar de poster op het raam bij de ingang.

“Goeie jongen,” zei hij.

Ik wachtte.

“Wel een bazig ventje, hoor.”

Ik lachte en had meteen het gevoel dat ik Rowan tekortdeed. Val leek het niet te merken.

“Hij kwam altijd met lijstjes. Dingen die we moesten doen. Betere bordjes, betere afvalbakken, dat soort dingen. Meestal had hij nog gelijk ook. Dat was het vervelende.”

Rowan geloofde dat je een slecht systeem kon verbeteren door degene die de leiding had precies te vertellen waarom het slecht was. Hij koos daarvoor niet altijd een tactvol moment.

“Hebt u de politie verteld wanneer u hem voor het laatst hebt gezien?” vroeg ik.

“Natuurlijk.”

“Sorry. Ik bedoelde niet—”

“Ik weet het.”

Hij haalde zijn gewicht van zijn slechte knie.

“Ik dacht dat ik hem bij de onderhoudsgang zag. Tijdens de pauze. Weet het niet zeker. Er liepen overal mensen.”

Mijn hoofdpijn werd scherper.

“Alleen?”

Val fronste. “Er stond iemand in een werkjas bij hem. Met een reflectiestrook. Zoals je broer draagt.”

“Sam?”

“Ik zei zoals. Ik heb geen gezicht gezien.”

“Maar dat hebt u ze verteld?”

“Ik heb verteld wat ik zag.”

Het onderscheid was duidelijk genoeg. Leuk vond ik het toch niet.

“Sam hielp met apparatuur,” zei ik.

Val keek me aan.

“O ja?”

Ik kon niet inschatten of hij van de camera wist. Misschien had mam Judith al gebeld. Misschien had Sam gedaan wat hij had beloofd. Misschien wist iedereen meer dan ik, wat steeds vaker een redelijke verklaring werd voor het grootste deel van de dag.

“Dat was de bedoeling,” zei ik.

Val knikte. “Nou. Ze zoeken het wel uit.”

Hij liep langzaam de trap af, met één hand op de leuning.

Finn kwam terug met twee flesjes water. Hij gaf mij er een en ging aan het andere uiteinde van het muurtje zitten.

“Wat wilde Val?”

“Niets.”

Hij wachtte. Finn was soms beter in wachten dan in vragen.

“Hij denkt dat hij Rowan bij de onderhoudsgang heeft gezien,” zei ik. “Met iemand in een jas zoals die van Sam.”

Finn draaide zijn flesje open.

“We waren met een hoop mensen spullen aan het verplaatsen. Ik heb ook even een werkjas aangehad. Val bleef iedereen iets laten aantrekken vanwege het stof in de opslag.”

“Jij ook?”

“Ja. Eentje van het haakje bij het kantoor. Hij was enorm.”

Ik probeerde het me te herinneren. Ik had Finn stoelen zien dragen. Ik had hem met een rol plakband gezien. Zijn kleren hadden niet belangrijk genoeg geleken om nauwkeurig te onthouden.

“Was het die van Sam?”

“Geen idee. Ze zien er allemaal hetzelfde uit.”

Hij nam een slok en keek naar de parkeerplaats.

“Je kunt niet achter elk detail iets slechts zoeken.”

“Dat deed ik niet.”

“Bee.”

Ik hield het flesje tussen mijn knieën. Het was koud genoeg om mijn vingers pijn te doen.

“Denk je dat hij zou weggaan zonder het aan iemand te vertellen?” vroeg ik.

“Rowan?”

Ik knikte.

Finn dacht er een tijdje over na.

“Ik denk dat mensen dingen doen die we niet verwachten.”

Het klonk verstandig. Bijna alles wat Finn zei klonk verstandig.

Aan de overkant van de parkeerplaats liep een jongetje in een te groot hesje naast zijn vader. Hij hield met twee handen één poster vast en deed zijn best hem plat te houden. Zijn vader boog zich naar hem toe om iets te zeggen en de jongen knikte ernstig.

Ik wilde dat Rowan ergens veilig was, naar zijn telefoon keek en zich ergerde omdat we er zo'n drukte van maakten. Ik wilde kwaad op hem kunnen zijn omdat hij Denise zo had laten schrikken. Ik wilde de luxe van een verklaring waarna we allemaal weer terug konden naar onze eigen problemen.

Mijn telefoon ging.

Sam.

Ik kwam van het muurtje af en liep een paar passen weg voordat ik opnam.

“Ik heb het Judith verteld,” zei hij.

“Oké.”

“Ze zei dat ze aangifte moet doen.”

“Dat moet ze ook.”

“Ik weet het.” Hij ademde uit. “Ik heb de naam van de winkel gegeven. En Dex' nummer. Ik heb gezegd dat ik met de politie zal praten.”

“Goed.”

“Het is niet goed, Bea.”

“Nee. Maar het is het juiste.”

Hij bleef even stil.

“Moet jij ook eens proberen,” zei hij.

Toen hing hij op.

Toen ik me omdraaide, keek Finn vanaf het muurtje naar me. Hij keek weg zodra ik het merkte.

Mam kwam over de parkeerplaats aanlopen, moe en verwaaid, met haar hesje opgevouwen over één arm. Ze vroeg of ik klaar was om naar huis te gaan.

Ik zei ja.

Onderweg vertelde ze over de mensen die ze had gesproken. Een winkelier die jaren geleden na een ruzie zijn eigen zoon naar Northbridge had gebracht. Een vrouw die tijdens het praten steeds naar een foto van haar kleinzoon keek. Iedereen leek een verhaal te hebben dat hem hoopvoller maakte of juist banger.

Bij de oversteekplaats pakte mam mijn hand.

Dat had ze al jaren niet meer in het openbaar gedaan. Uit gewoonte wilde ik bijna mijn hand terugtrekken. Ik deed het niet.

“Wat er verder ook gebeurt,” zei ze, “je hoeft niet voor mij op je broer te passen.”

Het groene mannetje verscheen. We staken over.

Aan de overkant liet ik haar hand los om door mijn zak heen het kaartje van de inspecteur plat te drukken.

Ik vertelde het haar nog steeds niet.

Hoofdstukken

De versie die we verwijderden

  1. 01De knip11 minuten
  2. 02De vrijdag van iemand anders12 minuten
  3. 03Een tas zonder jongen10 minuten
  4. 04Wat Sam meenam9 minuten
  5. 05Het meisje achter de camera10 minuten
  6. 06ZoekploegJe leest nu10 minuten
  7. 07Onafgemaakt werk9 minuten
  8. 08Het onderhoudshek9 minuten
  9. 09Wat we voor onze familie zeggen11 minuten
  10. 10Een lege stoel9 minuten
  11. 11De verkeerde soort stilte7 minuten
  12. 12Zondagswater8 minuten
  13. 13Origineel geluid12 minuten
  14. 14Geoormerkt geld10 minuten
  15. 15Je was er niet10 minuten
  16. 16Na de correctie9 minuten
  17. 17Een goede reden is geen bewijs8 minuten
  18. 18De brief in de map7 minuten
  19. 19De plek waar we leerden zwemmen10 minuten
  20. 20De andere aanvraag9 minuten
  21. 21Andermans woorden8 minuten
  22. 22De versie die ik liever zag10 minuten
  23. 23Het aanbod8 minuten
  24. 24Goud onder zwart8 minuten
  25. 25Een deur die iedereen gebruikte8 minuten
  26. 26De telefoon op tafel8 minuten
  27. 27Alsjeblieft niet delen7 minuten
  28. 28Voorwaarden voor hulp8 minuten
  29. 29Geleende dingen7 minuten
  30. 30Wat de zaal hoorde7 minuten
  31. 31De kamer boven7 minuten
  32. 32Een heel openbare vriend6 minuten
  33. 33Het huis aan Birch Road6 minuten
  34. 34De verdwenen kaart7 minuten
  35. 35Geen geleende waarheden meer7 minuten
  36. 36Tot de telefoon gaat7 minuten
  37. 37De persoon in de deuropening7 minuten
  38. 38Wat er nog was8 minuten
  39. 39Het onderhoudspad6 minuten
  40. 40Een ongemonteerd antwoord11 minuten
  41. 41Het deel erna7 minuten
  42. 42Een film voor vier mensen7 minuten
  43. 43Wat Sam bewaart9 minuten
  44. 44Het laatste beeld12 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.