Hoofdstuk 8 van 10
Een achterkant met een plek erop
Sem tekent drie rechthoeken onder elkaar op een nieuw blad. Zijn strip heeft er eerst maar twee. In de eerste begroet Juna de kip. In de tweede pikt Pip in het gras.
‘Wat komt hier?’ vraagt Juna. Ze tikt op het lege vak.
Sem tekent de bank, de map en zichzelf met een potlood achter zijn oor. Het potlood valt. Hij tekent het halverwege, met twee kleine streepjes ernaast. Juna kijkt van de tekening naar zijn echte oor.
‘Dat was na de foto,’ zegt ze.
Sem schrijft onder het laatste vak: Even later. ‘Dan kan het.’
Nu is het geen strip waarin zij de enige is die iets onhandigs doet. Sem tekent ook zichzelf. Juna helpt hem haar zin in het eerste wolkje netjes op te schrijven. Pip krijgt alleen een grasspriet bij haar snavel. Geen mensenwoorden.
Bladzijde drie is daarmee vol. Op de achterkant willen ze iets dat bij hun bericht hoort, zonder hetzelfde stukje nog eens te vertellen. Juna vouwt het grote vel open en legt het naast zich.
‘Een kaart,’ zegt ze. ‘Van waar we zaten.’
Sem tekent hun lokaal als een rechthoek. Juna wijst aan waar de deur naar de tuin zit. Ze kijken samen door het raam om te zien hoe het pad loopt. Op de kaart komt een bankje buiten de ren. Daarachter komt het hek en dan de struik.
Het eerste bankje lijkt een beetje op een kam met twee tanden. Sem maakt de zitting breder. Juna trekt met een liniaal een lijntje van het bankje naar een leeg plekje. Daar kan ze straks typen: Hier keken wij naar Pip.
Ze wil niet dat iemand hun kaart voor een route dwars door het gaas aanziet. Met haar potlood volgt ze het pad tot bij de bank. Het stopt aan deze kant van het hek. Sem zet een klein getekend potlood op de plek waar zijn schrift lag.

Onderaan is nog een smalle strook over. Daar past de donkere foto in, heel klein. Juna houdt de proef erboven. Ze zien nog steeds nauwelijks een kip.
‘Hier zat Pip dus echt,’ zegt Sem.
Juna schrijft die zin onder het vakje. Ze zetten erbij dat de foto in de schaduw is gemaakt. De grote tekening op de voorkant laat wél zien hoe Pip eruitziet.
Dan komen hun namen. Geen naam zo groot als een boektitel, want de achterkant heeft nu ook iets anders te vertellen. Juna typt: Gemaakt door Juna en Sem. Het staat er in gewone letters.
Sem leest het. Hij wijst naar de volgorde. Juna haalt haar handen van het toetsenbord.
‘Die is goed,’ zegt hij.
Ze schuift haar stoel weer onder de tafel. Voor het eerst liggen er vier bladzijden die allemaal ergens bij horen.