Hoofdstuk 7 van 10
Het bericht krijgt veren
Juna typt de eerste zin. De schooltablet ligt naast het toetsenbord. Sem schuift zijn schrift ernaast en leest mee vanaf zijn stoel.
‘Pip ging donderdag in bad,’ leest hij.
Juna wacht met typen. Als ze die zin alleen leest, lijkt het net alsof er iemand een emmer water heeft klaargezet. Dat is niet gebeurd.
Ze schrijft verder: Ze had geen water nodig. In de schooltuin maakte ze een kuiltje onder de struik. Daarna schudde ze droge aarde tussen haar veren.
Sem wijst op het scherm. ‘En de poot.’
Juna zet erbij dat er een poot tussen de veren uitstak. Ze weet niet meer welke het was. Sem weet het ook niet zeker. Ze laten links en rechts dus allebei weg. Eén poot is genoeg.
Het bericht wordt langer dan de ruimte op de voorkant. Juna hoeft nu niet te proppen. Op bladzijde twee is nog veel wit. Daar kan het verdergaan. Ze zet een klein zinnetje onderaan de eerste bladzijde: Lees verder op bladzijde 2.
Samen lezen ze de tekst vanaf het begin. Eerst alleen op het scherm. Dan leest Juna hem hardop, zodat ze hoort waar ze zelf adem wil halen. Sem onderbreekt haar één keer.
‘Dat is twee keer daarna vlak achter elkaar.’
Juna leest de zin nog eens, nu zonder dat tweede daarna. Ze kan gewoon doorlezen. Ze haalt het woord weg.
Onder het bericht zetten ze de korte uitleg van juf Meral. Juna kijkt of ze die goed heeft overgenomen. Ze is het woord droge vergeten. Dat schrijft ze er nog bij.
Sem heeft zijn waarnemingstekening af. Geen dikke zwarte struik over het hele blad, alleen een paar takken om te laten zien waar het bad was. Juna houdt de tekening naast hun proef. Je ziet het verschil meteen. Sems kip heeft een rug, een vleugel en een kuiltje. De andere kip heeft vooral schaduw.
‘Zullen we bij deze zetten dat het donderdag was?’ vraagt Sem.
Juna typt een bijschrift: Sem tekende Pip toen zij een zandbad nam. Hij zat buiten het hek, naast de struik.
‘Op het bankje,’ zegt Sem.
Juna kijkt op. ‘O ja. Met je schrift op je knieën.’ Ze verandert het bijschrift.

Er komt een zacht tikje tegen haar arm. Sem heeft een klein rond stukje gum gevonden. Hij legt het naast het toetsenbord.
‘Je bent je blauwe gum toch kwijt?’ vraagt Sem.
‘Ja,’ zegt Juna.
‘Dit is alles wat ik heb,’ zegt Sem.
Juna schuift het stukje terug. Met typen heb je geen gum nodig. Dat is vandaag wel handig.