Hoofdstuk 10 van 10
Pip leest niet mee
Ze vouwen de afdrukken samen. Juna pakt een vel, Sem legt de hoeken op elkaar en dan wisselen ze om. Aan één krant zit een heel klein scheef randje. Die houdt Sem zelf.
De stapel op hun tafel wordt lager. De stapel gevouwen kranten wordt hoger. Als de juf zegt dat ze mogen uitdelen, zijn hun handen een beetje droog van al dat papier. Juna heeft een smalle grijze streep op haar duim. Sem ook, maar aan de andere kant.

Ze lopen met de kranten langs de tafels van hun klas. Hier ligt nog een rekenboek open, daar wordt een etui dichtgeritst. Juna legt bij elke plek een krant neer. Sommige worden meteen omgedraaid. Er klinkt gelach aan de kant waar Sem net is geweest.
Juna wil vragen bij welk vakje dat is. Ze doet het niet. Ze ziet iemand de eerste bladzijde terugslaan en met een vinger naar de kip wijzen. Dan krijgt Sem er een krant bij onder zijn neus. Hij kijkt mee en lacht om zijn eigen vallende potlood.

Juf Meral legt één exemplaar in de leeshoek in de gang. Daar kunnen ook kinderen uit een andere klas hem pakken. Juna drukt de vouw nog even plat. De kip op de voorkant blijft netjes op haar plek liggen. Ze kan niet ineens weer weglopen, zoals gisteren.
Als alle kranten zijn uitgedeeld, nemen Juna en Sem hun eigen exemplaar mee naar buiten. De blauwe map blijft op de kast in het lokaal. De tablet is terug bij de juf. Juna heeft nu alleen een krant in haar handen. Dat is genoeg om vast te houden.
Ze gaan op de bank voor de ren zitten. Pip staat bij haar drinkbak. Ze kijkt niet naar de krant. Er is ook niemand die hem voor haar snavel houdt.
Juna legt haar exemplaar open op haar knieën. De kaart staat aan de achterkant. Ze kijkt naar het getekende bankje, dan naar de echte plank onder haar. Op papier heeft het hek maar een paar staanders. Achter haar zitten ze allemaal, met het gaas ertussen.
Sem slaat zijn krant open bij de strip. Zijn echte potlood zit deze keer in zijn broekzak. Hij trekt het er niet uit. Hij heeft niets meer aan het laatste vakje te veranderen. Dan vouwt hij zijn krant dicht.
‘Je kunt haar poot goed zien,’ zegt Juna. Ze kijkt naar de voorkant van zijn krant.
Sem houdt hem een stukje naar haar toe. ‘En jouw stukje loopt door.’
Pip komt van haar drinkbak weg. Ze scharrelt naar de struik. Juna volgt haar met haar ogen, maar laat haar handen op het papier liggen.
De kip schudt één keer haar veren. Er valt een klein wolkje stof op de grond. In de krant ligt ze nog midden in haar bad.
Juna bladert naar het vervolgbericht. Naast haar zoekt Sem dezelfde bladzijde op. Twee kranten ritselen boven de bank. Pip steekt haar kop tussen de bladeren, precies waar op hun kaart de struik staat.
