Hoofdstuk 5 van 10
Een heel donker bericht
Vrijdagochtend ligt er een nieuw vel naast de blauwe map. Het komt uit de kopieermachine. In de bovenste helft zit een donkere rechthoek. Er steken een paar grijze streepjes in. Boven de rechthoek staat de titel die Juna gisteren heeft getypt.
Juna draait het vel naar het raam. Misschien is het daar lichter. Het papier wordt lichter. De rechthoek niet.
‘Waar is haar kop?’ vraagt Sem.
Juna wijst. Dan schuift ze haar vinger een eindje op. ‘Hier, denk ik.’
De foto op de tablet heeft kleuren. Op deze proefafdruk staat alles in zwart, wit en grijs. De bruine kip, de bruine aarde en de schaduw van de struik zitten nu bij elkaar in één donkere vlek. Het roomwitte staartpuntje is nog net een stipje.
Juf Meral komt met twee kopjes thee langs. Die zijn voor haarzelf en iemand in de andere klas. Ze zet ze even op haar eigen bureau, ver van de krant.
‘Onze foto is kapot,’ zegt Juna.
De juf kijkt mee. ‘Het bestand is nog hetzelfde. Maar zo is op papier bijna niet te zien wat erop staat.’ Ze maakt de foto op de computer wat lichter. De struik wordt grijs. Pip wordt ook grijs. Op een kleine nieuwe proef zien ze haar lijf iets beter, maar het bad is nog steeds nergens te vinden.

‘Kunnen we hem in kleur doen?’ vraagt Juna.
‘Deze machine drukt alleen zwart-wit af,’ zegt de juf. ‘Dit is de machine die we voor jullie krant hebben.’
Juna kijkt naar haar grote vak. De foto neemt de helft van de voorpagina in. En je ziet er bijna niets op. Ze heeft nog een stukje tekst eronder nodig. Uitstellen tot morgen kan niet. De krant moet vanmiddag af.
Sem trekt zijn schrift naar zich toe. ‘Dan gebruiken we mijn kip.’
Juna legt de proef ernaast. De getekende poot, de open vleugel en het kuiltje zijn duidelijk. Alleen is het geen foto. Boven aan haar eerste vel staat nog steeds dat grote Door Juna. Een krant met haar naam en een tekening van Sem. Ze weet niet waarom dat even dwarszit.
‘Ik wilde één mooi ding op de voorkant,’ zegt ze.
‘Ik ook.’ Sem laat zijn schrift liggen. ‘Maar niet alleen omdat je foto mislukt is.’
Juna duwt de donkere proef een stukje weg. Sem kijkt naar de blanco achterkant ervan. Hij maakt geen grap. Dat is vervelender dan wanneer hij wel een grap maakt.
Even zeggen ze niets. Uit het lokaal naast hen klinkt een stoel die over de vloer schuift. Juna pakt haar aantekeningen. Haar bericht is er nog. Dat is tenminste niet zwart geworden.