Hoofdstuk 11 van 310%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 11 · 18 minuten lezen

Wat ik niet heb gezegd

Thuis trok Liv haar jas niet meteen uit. Ze zette de tas op de tafel, nam de schijf eruit en liet haar hand nog even op het gladde deksel liggen. De computer stond uit. Zij had het huis vanmorgen verlaten om bij een onderhoudsbezoek te zijn en daarna haar eigen middag terug te krijgen. Die middag was er nog.

Ze hing de jas in de gang. De grote reistas stond tegen de muur, op de plek waar ze hem dinsdag had neergezet. Ze trok hem niet open om iets te controleren. In de keuken maakte ze een boterham en at die staande op. Haar trui rook naar het meel dat uit de open zak op Els’ aanrecht was gekomen. Ze ging naar boven, trok een andere aan en spoelde haar handen af.

Op haar telefoon stonden twee berichten van Anouk. Zij had de derde proef beluisterd. Het was duidelijk genoeg voor een keuze, schreef ze, maar zij wilde voor de luistermiddag niet drie stukken achter elkaar laten horen die over bijna dezelfde vraag leken te gaan. Of Liv voor vieren kon bellen. Na vieren had Anouk een overdracht op de nieuwe locatie en daarna ging zij naar huis.

Liv stuurde dat kwart voor vier zou lukken. Ze hoefde nu niet een hele middag te reserveren voor een ruisprobleem waarover nog niemand iets had gezegd. Ze moesten kiezen wat mensen op dinsdag te horen kregen. Zij wilde zelf aan dat gesprek meedoen, voordat de beperkte tijd in de zaal hun keuze bepaalde.

Ze legde haar notitieboek open naast het toetsenbord. Boven aan een nieuw blad zette ze twee, vijf en negen. Niet de twaalf opnamen die ooit af moesten, niet de hele haven. Ze speelde de drie korte proeven achter elkaar af, op de luidsprekers en met haar handen van de muis.

Willem begon met die ene ochtend. Joop wilde weten over welke winter het ging. In het derde gesprek moest de interviewer een vraag herhalen omdat er op de achtergrond iemand de deur opende. Het was geen ingewikkeld geluid. Het kostte alleen tijd voordat iedereen weer begreep welke vraag er lag.

Na het laatste fragment bleef Liv zitten. Anouk had gelijk dat drie verklarende aanlopen samen veel van de luistermiddag zouden opeisen. Maar dat hoefde niet opgelost door alle aanlopen te verwijderen. Zij schreef op dat Willem en Joop ook tegenover elkaar konden staan, met één korte uitleg ertussen. Het derde stuk kon daarna misschien wegblijven. Niet omdat het minder waard was, maar omdat zij nog een keer naar de volledige opname konden terugkeren wanneer de eerste vragen gesteld waren.

Ze keek naar de andere kant van het bureau, waar haar recorderkabel lag. Het vreemde bestand hoefde bij dit gesprek niet open. De opnamen van de haven zaten in een andere map. Zij bekeek de lengte van de fragmenten, schreef drie vragen voor Anouk en schoof het boek een stukje naar zich toe om eronder nog ruimte te houden.

De telefoon ging. Ze dacht dat Anouk eerder belde, maar op het scherm stond Els.

‘Ben je al thuis?’ vroeg die.

‘Ja.’

‘O. Ik dacht dat je misschien alweer onderweg was.’

Liv keek naar de tas op tafel. Er zaten geen kleren in. ‘Waarheen?’

‘Hierheen.’

Els zei niets meer. Liv hoorde aan de andere kant twee korte tikken, niet uit een muur, maar iets wat werd neergezet. Ze wachtte tot Els verderging. Het was niet de bedoeling dat zij aan de telefoon ieder klein geluid ging aanwijzen.

‘Ik wilde weten of je al gegeten had,’ zei Els. ‘Want als je pas later kwam, hoefde ik Roos niet te vragen voor ons allebei iets te bewaren.’

‘Ik kom niet eten bij jou.’

‘Nee. Bij Roos bedoel ik.’

Liv schoof haar stoel achteruit. ‘We hebben alleen afgesproken dat jij daar ging slapen. Ik zou naar huis gaan.’

‘Dat weet ik.’

Het antwoord kwam scherp genoeg om haar te laten stoppen. Liv hield haar ene hand op de tafelrand. Els wist wat zij had gezegd. Er hoefde niet telkens iemand naast haar te staan die haar eigen afspraak in eenvoudiger woorden herhaalde.

‘Wat is er dan?’ vroeg ze.

‘Ik hoorde je. Net. Alsof je alweer boven was.’

Liv keek naar het raam, naar het smalle stukje tuin dat van hieruit zichtbaar was. Er was niets in haar huis dat antwoordde. De stem aan haar telefoon was Els, die haar belde om iets te vragen.

‘Wat hoorde je?’

‘Dat je vannacht wel zou blijven.’

Liv zei niet meteen nee. Dat woord kwam al in haar mond terwijl zij nog niet wist wat Els precies van haar vroeg. Zij had zojuist gezegd dat ze thuis was. Els had het haar niet voorgehouden als bewijs dat zij loog.

‘Ik dacht eerst: je hebt iets laten liggen,’ zei Els. ‘Dan kan je terugkomen. Maar ik had je niet horen binnenkomen. Daarom bel ik toch.’

‘Ik heb dat niet gezegd.’

‘Ik zeg niet dat je dat hebt gedaan.’

Liv pakte haar telefoon anders vast. De warme rand zat tegen haar oor. Zij had niet harder hoeven praten om de zin die Els net hoorde ongedaan te maken.

‘Sorry. Ik begrijp het.’

‘Dat denk ik niet helemaal.’

Er klonk bij Els water dat in een gootsteen liep. Ze zette de kraan uit en kwam dichter bij de telefoon. Liv kon nu haar adem tussen de woorden horen.

‘Ik stond met die tas. Ik moest nog een paar dingen pakken. En toen hoorde ik dat, en even dacht ik: fijn. Meer was het niet. Daarna dacht ik pas dat je niet boven kon zijn.’

Liv keek naar het notitieboek. Zij had kwart voor vier aan Anouk toegezegd. Het was even na halfdrie. Als zij nu ging rijden, was zij daar tegen de tijd dat Anouk kon bellen. Daarna nog een keer terug. Zij had de sleutel van zeven niet meer. Er lag daar niets waarvoor zij zelf terug moest.

‘Hoe ga je naar Roos?’ vroeg ze.

‘Lopen. Het is niet ver.’

‘Met je tas?’

‘Ik heb geen hutkoffer.’

‘Nee.’

Els hoefde niet buiten adem of gewond te zijn om ergens naartoe gebracht te mogen worden. Liv had juist willen ophouden redenen te zoeken waarom zij nodig was. Nu zat zij thuis met het beeld van Els bij de trap, blij om een aanbod dat niemand gedaan had.

‘Ik kan je brengen,’ zei ze. ‘Niet blijven. Ik kom je halen, help je de deur uit en rijd je naar Roos. Daarna ga ik terug naar huis.’

Els was even stil.

‘Dat hoeft niet omdat ik dat net hoorde.’

‘Dat weet ik.’

‘Ik wil ook niet dat je gaat doen alsof ik hier niet alleen de voordeur uit kan.’

Liv keek naar de drie vragen voor Anouk. ‘Ik wil het wel. Maar ik heb om kwart voor vier een werkgesprek. Dat moet ik daar even kunnen doen. Kan dat?’

‘Natuurlijk. In de ontbijtruimte. Er is niemand.’

Ze spraken af dat Els haar tas klaar zou zetten. Liv schreef de tijd van het werkgesprek niet opnieuw op. Hij stond er al. Zij vouwde het notitieboek dicht en stopte het samen met de laptop en de schijf in haar kleine tas. Ze stuurde Anouk dat de afgesproken tijd nog steeds goed was.

Buiten pakte ze de auto. Ze had het portier deze keer met twee handen vast. Bij de eerste kruising stond een vrachtwagen dwars op de rijbaan om achteruit een erf op te rijden. Liv liet hem gaan. Zij was niet op weg naar een noodsituatie. Ze hoefde haar eigen keuze niet in haast te veranderen om hem beter te kunnen verklaren.

Aan de kust lag het licht lager dan toen zij was vertrokken. De parkeerplek tegenover het pension was nu leeg. Liv zette de auto neer en zag Els bij het raam van de ontbijtruimte. Zij had een blauwe tas naast zich staan. Ze pakte hem op toen zij Liv zag en zette hem daarna weer neer.

De voordeur ging open voordat Liv kon aanbellen. Els droeg haar jas over één arm.

‘Ik heb de telefoon nog niet doorgeschakeld. Ik weet niet of ik dat voor één nacht moet doen.’

‘Wil je dat mensen je kunnen bereiken?’

‘Ik wil niet dat ze hier voor een dichte deur staan omdat ze alleen maar even vragen of ik morgen ontbijt heb.’

Els liep achter de balie. Liv zette haar tas op de stoel van de ontbijtruimte, niet op de blauwe tas. Er stak een groene mouw uit. Ze keek niet of er iets onder lag wat Els niet nodig had. Op de tafel stond een papieren zak met mandarijnen.

‘Voor Roos,’ zei Els. ‘Ik heb er zelf nog genoeg. Anders krijg ik ze mee omdat ik een pyjama meeneem.’

‘Dat had ik niet gedacht.’

‘Ik dacht het zelf. Dus ik zeg het maar.’

Liv glimlachte. De opluchting dat Els alweer iets gewoons kon zeggen was zo groot dat zij haar bijna omhelsde. Ze bleef staan. Els was bezig de telefooninstellingen te zoeken en moest niets van haar opvangen.

Liv vroeg of zij nog iets moest dragen. Er lag een zak brood klaar voor Roos; die kon straks onder de tas. De voorraadkast stond terug tegen de muur. De plaat erboven zat dicht. Liv had gezien dat Bram de schroeven had aangedraaid. Zij hoefde er niet opnieuw aan te voelen om de middag bij te houden.

‘Ik ga even hier staan voor Anouk,’ zei ze. Ze wees naar de deuropening tussen de ontbijtruimte en de hal. Er stond een klein tafeltje waar zij haar boek op kon leggen. ‘Dan kun jij rustig verder.’

‘Er is hier toch niemand.’

‘Dat is waar.’

Ze haalde de laptop niet uit de tas. Voor dit gesprek had ze het notitieboek nodig en de drie fragmenten die zij allebei hadden gehoord. Ze keek naar de vragen: welke twee voor de pilot, waar komt de uitleg, hoeveel tijd houden we voor reacties? Het was een afgebakend gesprek. Zij kon dat voeren en daarna Els naar haar vriendin brengen.

Anouk belde op de afgesproken tijd. Ze klonk dichtbij, alsof ze in een kleinere ruimte stond dan vanmorgen. Zij had nog twintig minuten, zei ze, dan moest ze weg. De man van de nieuwe zaal had de sleutel alleen op dat tijdstip beschikbaar. Zij wilde het testen van de luidsprekers dinsdag niet laten beginnen met het zoeken naar een deur.

Liv zei dat zij ook drie vragen had. Anouk begon meteen over Joop. Dat fragment was begrijpelijk, maar bij de tweede vraag zou het publiek misschien zijn kwijtgeraakt wat Willem al gezegd had. Of zij de namen aan het begin konden noemen zonder een hele inleiding.

‘Ja,’ zei Liv. ‘Als we maar zeggen dat ze niet op dezelfde dag over dezelfde ochtend zitten te praten.’

‘Dat wilde ik juist van je weten. Moeten we dat echt allebei doen, of kunnen we er één kiezen?’

Liv sloeg haar boek iets verder open. Op de overloop boven schoof iets, niet hard. Els liep bij de balie. Zij tilde de blauwe tas op, keek naar de trap en bleef staan.

‘Ik zou die twee naast elkaar nemen,’ zei Liv. ‘Dan kun je vragen stellen bij het verschil. Negen kan eventueel later in de middag—’

‘Ik blijf vannacht wel.’

De woorden kwamen van boven. Liv hoorde haar eigen stem, op de toon waarmee zij iets kleins overnam van iemand die te veel in haar handen had. Een bijna achteloos aanbod. Zij stond nog met de telefoon tegen haar oor en had de rest van haar zin niet afgemaakt.

Els keek de trap op.

Liv zag haar mond bewegen. Ze vroeg iets terug, zacht genoeg om de woorden niet te verstaan. De tas bleef in haar hand. Ze zette hem niet neer en liep ook niet naar boven. Ze wachtte, met haar hoofd iets geheven, alsof er nog een tweede helft van het aanbod moest komen.

‘Liv?’ zei Anouk. ‘Later op de middag zitten we niet meer in die zaal. Dat bedoel ik dus.’

Liv drukte haar wijsvinger op het blad. Bij negen stond een streep. Zij had die zelf gezet. Ze hoorde nog hoe haar eigen stem het laatste woord had laten vallen, zonder de kleine nadruk die zij er zelf in zo’n gesprek misschien op zou zetten. Ze had het kunnen zijn. Het was niet wat zij wilde.

‘Wacht even,’ zei ze.

‘Kan het kort? Ik heb die sleutelman—’

‘Ik moet even iets vragen.’

Liv hield de telefoon van haar oor en zette een stap naar de balie. Els keek haar pas aan toen zij voor haar stond. De blauwe tas raakte het hout.

‘Ik ga je naar Roos brengen,’ zei Liv. ‘Dat heb ik met je afgesproken.’

Els knikte. Haar blik ging toch nog even naar de trap. Liv wilde niet weer zeggen dat zij het niet was. Zij stond hier met haar telefoon in haar hand, haar notitieboek nog open op het tafeltje. Het aanbod dat iemand boven gedaan had was geen vergeten zin uit hun gesprek.

‘Ja,’ zei Els. ‘Ik weet het.’

Liv hoorde Anouk door het toestel een vraag stellen. Ze bracht het weer naar haar oor.

‘Sorry. Ik ben er.’

‘Je geeft antwoord op iets anders dan ik vraag.’

‘Er kwam iets tussendoor.’

‘Kun je nu praten?’

Liv keek naar Els. Ze kon haar niets zien mankeren. Er was geen reden om Anouk wijs te maken dat zij iemand uit gevaar moest halen. Maar zij stond niet meer bij haar blad. Zij kon het gesprek niet tegelijk weer oppakken en doen alsof de andere zin niet door de hal had geklonken.

‘Niet goed,’ zei ze. ‘Ik dacht van wel.’

Aan de andere kant werd een deur geopend. Anouk bedankte iemand, niet Liv. Daarna klonk haar stem weer direct.

‘Dan doen we dit maandag. Ik kan het niet nog een keer tussen nu en mijn vertrek schuiven.’

‘Ik kan je zo terugbellen.’

‘Nee. Je had dit tijdstip bevestigd. Ik loop nu achter. Stuur je vragen, dan kan ik er tenminste naar kijken als ik de zaal heb gezien.’

Liv trok haar hand van de balie. Zij had niet nodig dat Anouk haar gelijk gaf in de onderbreking. Ze moest alleen nog een eerlijk antwoord geven.

‘Dat doe ik. Het spijt me.’

Anouk zei dat ze maandag verder zouden praten. De dinsdagafspraak bleef staan. Ze wilde vooraf weten welke fragmenten er op de lijst kwamen, zodat zij er geen affiche met twaalf verhalen van zou maken. Liv zei dat zij de vragen en haar voorstel zou sturen. Toen eindigde het gesprek.

Ze pakte het notitieboek. De drie vragen stonden er nog zoals zij ze thuis had opgeschreven. Zij had op geen enkele een bruikbaar antwoord. Naast de tijd van de afspraak was een vlekje gekomen waar haar hand op het papier had gerust. Ze veegde er met haar mouw langs en maakte het groter.

Normaal zou zij nu een kort bericht inspreken. Niet om het hele gesprek over te doen, alleen om Anouk te zeggen dat het voorstel kwam en dat zij zelf nog twee dingen moest nakijken. Liv opende het gesprek op haar telefoon. Haar duim bleef naast het microfoontekentje hangen.

Ze wilde niet nog eens naar haar eigen opgenomen stem luisteren. Ook niet naar een gewone zin die zij nu met haar mond en haar eigen adem zou maken. Er hoefde niets aan dat toestel verkeerd te zijn om haar de weerzin te laten voelen. Haar stem van boven had nergens om toestemming gevraagd en had toch precies de toon gevonden die zij gebruikte wanneer zij iemand geruststelde.

Ze legde de telefoon even neer zonder te hebben getypt of opgenomen. Het voorstel kon niet ontstaan doordat zij Anouk alleen liet weten dat het kwam. Zij moest kiezen welke stukken zij zelf bruikbaar vond en erbij zeggen wat nog openstond. Anouk zou maandag pas kunnen antwoorden. Tot dan kon Liv haar keuze niet afdoen als iets dat zij samen al hadden besloten.

Els bewoog naast haar. Liv keek op. Zij stond nog steeds in dezelfde hal, met het boek in haar hand. In de hal was het stil. Zij deed het boek dicht en legde het op het tafeltje terug. Eerst moesten zij werkelijk vertrekken.

Els hing haar jas over de stoel. Ze had de tas eindelijk neergezet. Liv keek naar het donkere scherm van haar telefoon. Anouk had niets over een tweede stem gevraagd. Zij had Liv aan de lijn gehad, die niet bij het afgesproken gesprek bleef. Dat was ook wat er gebeurd was.

‘Dat was je werk,’ zei Els.

‘Ja.’

‘Ik had je niet hoeven onderbreken.’

‘Ik heb het gesprek zelf afgebroken.’

Els keek op. Liv zette het toestel op de balie.

‘Ik heb zelf gevraagd of ik hier kon bellen. Ik dacht dat het ging. Ik kan Anouk niet vertellen dat jij daarvoor verantwoordelijk bent.’

‘Maar je kwam voor mij.’

Liv voelde hoe gemakkelijk zij nu uit kon leggen dat zij alleen voor een afgesproken rit was gekomen en niet voor wat daarboven klonk. Het was niet helemaal waar. Zij was gaan rijden omdat Els even blij was geweest dat zij zou blijven. Zij had die opluchting aan de telefoon gehoord. Die wilde zij kunnen teruggeven zonder het aanbod te doen.

‘Ook omdat ik zelf terug wilde,’ zei ze.

Els trok een vinger langs de naad van haar tas. ‘Je hoeft niet te blijven.’

‘Ik ga ook niet blijven.’

De woorden klonken harder dan het rustige aanbod van boven. Liv haatte dat verschil. Zij wilde niet dat de aardige versie van haar stem uit een lege verdieping moest komen en de echte hier stond met een duidelijke eindtijd.

Els ging op de stoel zitten. Ze hield haar handen stil op haar knieën. Haar jas lag achter haar over de rugleuning en ze duwde hem niet opzij, hoewel hij in haar nek zat.

‘Ik wist het eigenlijk meteen,’ zei ze. ‘Net, toen jij aan het bellen was. Ik kon je daar zien staan.’

Liv pakte de jas weg en hing hem aan de haak. Toen ging zij op de andere stoel zitten. Ze had Els een vertrek beloofd en zat nu zelf met haar rug naar de deur.

‘Waarom vroeg je dan iets terug?’

‘Ik wilde weten of jij het misschien toch tegen mij had gezegd.’

‘Door de telefoon heen?’

‘Dat ik het verkeerd had gehoord. Welke kant het vandaan kwam. Dat jij het toch zei.’

Liv keek naar haar eigen schoenen. Ze kon begrijpen wat Els bedoelde zonder daar een uitleg van te maken die het vanzelf verstandig maakte. Als iemand de deur voor haar openhield, kon zij dank je zeggen voordat ze gezien had wie het was. Alleen ging het nu niet om een deur.

‘Ik hoopte dat het toch kon,’ zei Els. ‘Meer niet.’

Liv pakte haar notitieboek van het tafeltje. Zij moest drie vragen sturen. Ze wilde die niet bewaren totdat ze thuis de hele middag als iets anders kon beschrijven. Ze schreef een kort bericht aan Anouk: twee tegenover elkaar geplaatste fragmenten voor de pilot, derde voorlopig niet; vraag naar ruimte voor reacties; maandag de precieze volgorde samen vastleggen. Ze las het één keer en verzond het.

Els vroeg niet of alles nu opgelost was. Liv liet de telefoon in de tas zakken en ritste hem dicht.

‘Ik breng je naar Roos. Daarna ga ik naar huis,’ zei ze.

Els knikte. Ze trok haar jas aan, stopte het groene shirt verder in de blauwe tas en pakte de mandarijnen. Het papier scheurde een stukje langs de bovenkant.

Liv hield een hand onder de zak. Els zei dat het nog wel ging. Ze had nog niet doorgeschakeld; zij deed dat bij de balie, met de telefoon in haar ene hand en de zak tegen haar heup. Liv nam de zak niet af voordat Els hem zelf naar haar uitstak.

Bij de voordeur wachtte Liv tot Els de sleutel omdraaide en de klink omlaag deed. De tas stond naast haar. Liv keek niet meer naar het raam boven. Op de andere kant van de straat zette iemand een fiets tegen de gevel. Er was niets wat zij daarvan hoefden te weten.

In de auto legde Els de tas bij haar voeten. De mandarijnen bleven op haar schoot. Liv vroeg welke kant zij op moest. Els wees pas na de eerste bocht naar links.

‘Je kunt ook rechtdoor. Dat is iets langer.’

‘Dan doe ik dat.’

Els bleef stil toen zij de andere straat namen. Liv zette geen radio aan. Bij een oversteekplaats liet zij een man met een hond voor. Els zat niet meer naar de achteruitkijkspiegel te kijken. Ze hield één mandarijn vast die half uit de zak stak.

‘Roos heeft geen hotelkamer voor me,’ zei ze.

‘Dat weet ik.’

‘Als er iets staat wat ik weg moet zetten, moet ze dat gewoon zeggen.’

Liv zei dat Roos dat waarschijnlijk wel zou doen. Els lachte even. Het was geen belofte dat zij daar goed zou slapen. Ze vroeg Liv of zij nog werk had vanavond.

‘Niet hetzelfde gesprek. Dat is nu maandag.’

Els keek naar de zak. Liv had haar niet nog eens hoeven vertellen wat het gekost had. Zij zei dat zij wel de vragen had verstuurd. Dat was iets wat op zichzelf kon blijven staan.

Bij het huis van Roos stopte ze achter een lage heg. Er brandde licht in de keuken. Els wees het pad aan de zijkant, maar de voordeur was het gemakkelijkst met de tas. Zij stapte uit en pakte de mandarijnen voordat Liv haar eigen portier had gesloten.

Liv nam de blauwe tas uit de auto. Op de tegels zette zij hem nog eenmaal neer om de draagriem goed vast te pakken. Els stond al bij de bel met de papieren zak in haar hand. Ze wachtte tot Liv naast haar stond en drukte toen pas.

Hoofdstukken

Kamer zeven luistert

  1. 01De kamer10 minuten
  2. 02Aan de andere kant10 minuten
  3. 03Twaalf minuten8 minuten
  4. 04Het kastje10 minuten
  5. 05De rits10 minuten
  6. 06Zonder tekst erbij11 minuten
  7. 07Terug voor één dag12 minuten
  8. 08De verkeerde verdieping12 minuten
  9. 09De lege tafel11 minuten
  10. 10Overdag open13 minuten
  11. 11Wat ik niet heb gezegdJe leest nu18 minuten
  12. 12De logeerkamer11 minuten
  13. 13Een boodschap12 minuten
  14. 14Twee mensen in huis11 minuten
  15. 15Het trapje11 minuten
  16. 16Niet wat ik zei10 minuten
  17. 17Een ademhaling13 minuten
  18. 18Stoelen op de gang11 minuten
  19. 19Voor andere oren15 minuten
  20. 20Wat er thuis staat11 minuten
  21. 21Het dichtgemaakte eind13 minuten
  22. 22Een eigen opname11 minuten
  23. 23Voor het werk begint11 minuten
  24. 24Twee, vijf en negen10 minuten
  25. 25Met de deur open12 minuten
  26. 26Beneden11 minuten
  27. 27Waar je staat14 minuten
  28. 28Los van de muur12 minuten
  29. 29De eerste avond elders11 minuten
  30. 30Wat wordt opgeleverd10 minuten
  31. 31Acht kamers10 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.