Hoofdstuk 1 van 310%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 1 · 10 minuten lezen

De kamer

De bel van het pension bleef aan Livs mouw hangen. Toen ze zich terugtrok, klingelde hij nog een keer. Achter de balie kwam een vrouw overeind met een rol vuilniszakken in haar hand.

‘Eén keer is genoeg,’ zei ze. ‘Ik word alleen niet sneller.’

‘Dat was mijn jas.’

De vrouw keek naar de natte stof, toen naar de bel. ‘Die van mij doet dat ook. Geef maar hier.’

Liv zette haar reistas neer en trok de jas uit. Onder de kleine luifel buiten had ze de bevestiging van haar boeking gezocht, terwijl het water van de dakrand precies op haar linkerhand viel. Nu kon ze het bericht meteen vinden. De vrouw keek nauwelijks naar het scherm.

‘Liv. Kamer zeven. Ik ben Els.’

Ze hing de jas aan een haak achter de deur. Op de tegelvloer stond een afdruk van een schoen, al bijna droog. Naast een rieten mand met folders lag een losse schroef die Liv eerst voor een oorbel hield.

‘Is er ergens waar ik mijn fiets kwijt kan?’

‘Achterom. Niet voor de grijze deur. Die moet open kunnen.’

Liv keek door het smalle raam naast de ingang. Haar fiets stond met twee tassen aan het stuur tegen de gevel. De wind trok aan een kaart met ontbijtprijzen, maar de wasknijper hield het. Ze had het laatste stuk vanaf het station gelopen. Met de tas schuin over haar schouder en de laptop in de andere had zelfs een tegenligger op het lege fietspad veel van haar gevraagd.

Els pakte een sleutel van een rij haken. ‘Je kunt eerst je spullen boven leggen. Dan laat ik de achterdeur zien.’

Op de trap rook het naar gebakken ui. Liv tilde de reistas over een uitstekende rand van de tweede trede. Aan het einde van de overloop stonden twee deuren tegenover elkaar. Op de ene zat een zeven, op de andere een acht. Els duwde zeven open en bleef buiten staan terwijl Liv naar binnen ging.

Er was een bed, een bureau en een kleerkast waarvan de spiegel maar tot haar schouders kwam. Het raam keek uit op de straat. Achter de lage huizen aan de overkant stond een vlag zo strak in de wind dat ze het ontwerp niet kon zien.

‘Het bureau staat vrij,’ zei Els. ‘Ik heb die vaas weggehaald.’

‘Dat is fijn.’

‘Niet dat je bang hoeft te zijn voor een vaas. Maar je zei dat je kwam werken.’

Liv zette de laptop neer. Twee bruikbare stopcontacten, een stoel zonder armleuningen. Ze trok de lade open. Een toeristenplattegrond, drie elastiekjes en verder niets. Het was genoeg. Thuis waren haar werktafel en de vensterbank onder plastic verdwenen. De dakdekkers zouden dinsdag klaar zijn, als het weer het toeliet. Op vrijdag hadden ze dat ook al gezegd.

‘Hoe stil is het hier ’s avonds?’

‘Meestal heel stil. Alleen bij westenwind rammelt de regenpijp. Die zit aan de straatkant.’ Els wees naar het raam. ‘Er is iemand voor geweest. Hij hoorde niets.’

Buiten klonk met tussenpozen een kort metalen tikken.

‘Hij had een goede dag uitgezocht,’ zei Liv.

‘Voor hem wel.’

Els liet zien hoe de radiator open moest. Niet helemaal doordraaien; dan ging de knop eraf. Het ontbijt begon om zeven uur, maar de man beneden kreeg het eerder. Zijzelf was toch wakker. Voor Liv kon er koffie blijven staan als ze later wilde komen.

‘Om acht uur is goed.’

‘Zet ik dat erbij. En als je vanavond brood nodig hebt: de winkel op de hoek sluit om zes uur. Er is geen avondeten hier.’

Beneden bracht Els haar naar de achterdeur. De fiets moest door een smalle gang langs een voorraadkast en kwam uit op een betegelde binnenplaats. Een kliko stond met het deksel naar de muur; daarnaast was net ruimte voor haar stuur. Els schoof een lege bloempot opzij.

‘Hier mag hij wel. Als je hem op slot zet, niet aan de regenpijp. Die kan minder hebben dan je fiets.’

Boven de binnenplaats stond een raam open. Een dun gordijn was door de opening geblazen en bleef aan de rand hangen. Els keek ernaar, maar er riep iemand vanuit de hal. Ze stak een hand op en ging naar binnen voordat Liv haar kon vragen of ze het raam moest dichtdoen.

Toen de fiets stond, haalde Liv brood en een bakje salade. Bij de winkel rekende een vrouw voor haar zes losse citroenen af. Zij wilde er vier, de kassier had er vijf geteld en in het net zaten er zes. Het duurde lang genoeg om Liv te laten denken aan haar eigen koelkast, die ze thuis in alle haast niet had leeggemaakt. Ze stuurde de dakdekker een bericht met de vraag of dinsdag nog steeds haalbaar was en stopte de telefoon weg.

In de ontbijtruimte stond Els een tafel te dekken voor één persoon. Liv bleef bij de deur staan met haar boodschappentas.

‘Kan ik hier eten?’

‘Als je het bord daarna in de keuken zet. Ik ben straks even weg.’

‘Er zijn niet veel gasten.’

‘Twee, met jou erbij. Van de acht kamers zijn er zes leeg deze week.’

Els legde een mes naast het bord. Er zat een smalle kras over haar hand, met opgedroogd wit aan de rand.

‘Verf,’ zei ze toen Liv keek. ‘Geen enge ziekte.’

Liv moest lachen. Ze had niet bedoeld te staren. Els vroeg of ze nog iets nodig had en luisterde het antwoord niet helemaal af; op de balie trilde haar telefoon. Liv at haar brood aan het raam. Achter een deur beneden klonk geschuif. Later stonden er twee bruine schoenen buiten die deur, met de tenen keurig naast elkaar.

Om zeven uur zat Liv boven aan het bureau. De draagbare schijf stond rechts van haar laptop, de kabel niet over de tafelrand. Zij had thuis de volledige overzettingen van twaalf oude interviewbanden gekopieerd. De cassettes zelf waren bij de collectie gebleven. Ze hoefde hier geen machine aan het draaien te krijgen die voor de oorlog leek gemaakt en het vorige maand nog had gedaan.

Het ging om vissers die vertelden over de oude haven, toen de geul nog bereikbaar was en de nieuwe kade er niet stond. Ze had twaalf banden in haar opdracht staan, maar op de opnamen liepen soms meerdere mensen door elkaar. Eén man werd voortdurend aangevuld door iemand bij de deur. Een ander vroeg eerst of hij de interviewer bij zijn voornaam mocht noemen en hield daar daarna niet meer mee op.

Liv opende de tweede band. Willem Kooij sprak over de ochtend waarop hij een boot in de modder had zien vastlopen. Hij begon een plaats aan te duiden, werd onderbroken door een stoel die over de vloer schoof en vervolgde zijn zin. Liv had het fragment op vrijdag gemarkeerd. De ruis zat vrij gelijkmatig onder de stem; de stoel was veel harder.

Ze zette het geluid zachter en luisterde naar de hele vraag. De interviewer wilde weten of de haven toen al onbruikbaar was geweest. Willem zei nee. Daarna kwam een korte stilte en iets wat op een ja leek, maar bij de volgende woorden hoorde. Als ze alleen het stuk na de stoel nam, werd het een veel beslister antwoord op een andere vraag.

Ze schoof het begin van de luisterkopie terug. De vraag bleef erin. De oorspronkelijke overzetting veranderde ze niet. Anouk, haar opdrachtgever, had om korte stukken gevraagd die ook zonder een kwartier uitleg begrijpelijk waren. Kort kon nog steeds langer dan dertig seconden betekenen.

Een deur sloot beneden. Liv keek op. Ze had de koptelefoon op één oor gezet om niet helemaal van het huis afgesloten te zijn. Op het scherm wachtte Willem midden in een woord. Ze liet hem uitspreken, schreef het gekozen begin en einde bij de werkaantekeningen en exporteerde een proefversie.

In de gang rook het niet meer naar ui. Ze ging water halen en zag beneden een schaal mandarijnen op de balie staan. Els was terug, met haar jas nog aan, en probeerde een grote envelop door een te kleine opening in een map te krijgen.

‘Wil je er één?’

‘Graag.’

Liv pakte een mandarijn. Els legde de envelop boven op de map.

‘Nog wat kunnen doen?’

‘Ja. Bijna drie minuten klaar.’

Els keek naar de klok. ‘In twee uur?’

‘Niet alle drie minuten waren moeilijk.’

‘Dat scheelt.’

Liv pelde de mandarijn boven haar hand. Een stukje schil schoot op de balie. Ze raapte het op. Els vertelde dat de man beneden handelsreiziger was en al om halfzeven wilde ontbijten. Hij had aangeboden zonder koffie weg te gaan als het te veel moeite was.

‘Maar dan moet ik alsnog gaan liggen bedenken waarom ik geen koffie voor hem kon zetten.’

‘Dan slaap je liever een kwartier korter.’

‘Dat zeg jij. Ik slaap liever langer en zet toch koffie.’

Boven legde Liv haar telefoon naast de laptop. De dakdekker had geantwoord dat het werk dinsdag af zou zijn. Geen voorbehoud. Ze las het nog eens en maakte de rekening open die er al sinds donderdag stond. Er stonden meer arbeidsuren op dan in de offerte. Ze wist nog niet bij welk deel van het werk die erbij waren gekomen. Ze sloot het venster. De betaling van de interviews zou een deel opvangen. Daarvoor moesten er wel interviews af.

Ze werkte verder totdat ze honger kreeg en pas toen besefte dat ze de andere helft van haar brood beneden had laten staan. Ze haalde het, deed haar tandenborstel in een glas en schoof de tas onder het bureau. Op het bed lag haar kussen half in de spleet langs de muur. Het bed stond een handbreedte vrij. Ze duwde het terug, maar het kussen bleef achter de rand hangen.

Toen ze het hoofdeinde weer naar voren trok, zag ze het rooster.

Het was rond, van messing, kleiner dan een bierviltje. Verschillende lagen verf hadden de rand met het behang verbonden. Liv bukte. Er kwam koude lucht uit, met de geur van vochtige jassen. Ze dacht aan het gordijn boven de binnenplaats. Misschien liep er een oude ventilatieschacht door de kamers. Ze zette het kussen recht en ging weer zitten.

Willem had inmiddels plaatsgemaakt voor het ruisen aan het einde van de opname. Liv sloot de werksessie en bekeek het gekozen fragment nog eenmaal in haar lijst. Ze hoefde het nu niet opnieuw te horen. Morgen kon ze Anouk bellen over de lengte.

Om 00.17 haalde ze haar koptelefoon af.

Drie tikken kwamen uit de muur. Niet het losse tikken van de regenpijp buiten. Ze klonken vlak achter haar.

Daarna zei een vrouw: ‘Laat het licht nog even aan.’

Liv draaide zich naar de deur. De kier eronder was donker. Er kwam geen beweging voorbij. De stem had dichtbij geklonken, alsof iemand met de mond tegen de andere kant van het behang stond. Ze dacht aan de man beneden, aan een telefoon op luidspreker, aan de geluiden die thuis door de radiator naar boven kwamen.

Ze bukte naar het messing.

‘U hebt de verkeerde kamer.’

Er kwam een korte ademhaling. Daarna niets.

Liv bleef met haar hand op het hoofdeinde staan. Ze keek naar het andere bedlampje, dat uit was, en voelde zich onzinnig omdat ze er toch op drukte. Onder het rooster zat een smalle schuif. Die bewoog pas toen ze harder duwde. De verf kraakte, het metaal gaf een beetje mee. Achter de gaatjes liep geen brede schacht maar een gladde buis steil naar beneden.

Ze pakte haar telefoon en nam een minuut op. Regen tegen de ruit. Het zachte zoemen van de laptop. In de laatste seconden schoof haar duim over het hoesje. De vrouw zei niets meer.

Liv legde een handdoek over het rooster. Ze schoof het bed zo dat de stof bleef hangen, deed haar laptop dicht en kroop onder het dekbed. Het bedlampje liet ze aan. De hoofdschakelaar zat bij de deur en ze lag alweer. Ze draaide haar gezicht van de muur af en zocht met haar voet het nog koude einde van het bed.

Hoofdstukken

Kamer zeven luistert

  1. 01De kamerJe leest nu10 minuten
  2. 02Aan de andere kant10 minuten
  3. 03Twaalf minuten8 minuten
  4. 04Het kastje10 minuten
  5. 05De rits10 minuten
  6. 06Zonder tekst erbij11 minuten
  7. 07Terug voor één dag12 minuten
  8. 08De verkeerde verdieping12 minuten
  9. 09De lege tafel11 minuten
  10. 10Overdag open13 minuten
  11. 11Wat ik niet heb gezegd18 minuten
  12. 12De logeerkamer11 minuten
  13. 13Een boodschap12 minuten
  14. 14Twee mensen in huis11 minuten
  15. 15Het trapje11 minuten
  16. 16Niet wat ik zei10 minuten
  17. 17Een ademhaling13 minuten
  18. 18Stoelen op de gang11 minuten
  19. 19Voor andere oren15 minuten
  20. 20Wat er thuis staat11 minuten
  21. 21Het dichtgemaakte eind13 minuten
  22. 22Een eigen opname11 minuten
  23. 23Voor het werk begint11 minuten
  24. 24Twee, vijf en negen10 minuten
  25. 25Met de deur open12 minuten
  26. 26Beneden11 minuten
  27. 27Waar je staat14 minuten
  28. 28Los van de muur12 minuten
  29. 29De eerste avond elders11 minuten
  30. 30Wat wordt opgeleverd10 minuten
  31. 31Acht kamers10 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.