Hoofdstuk 6 van 100%

Hoofdstuk 6 · 4 minuten lezen

Het familieverhaal

We mochten mijn koffer, mijn jas en de boterham die ik nog niet op had meenemen. Met de lunch het huis uit lopen had iets afschuwelijks.

Bens aannemer kwam aan terwijl wij vertrokken. Het was een grote man in een fleecejack, met een potlood achter zijn oor. Hij keek van de politieauto naar mij.

“Ik kom de sleutels halen.”

“Er wordt niet gewerkt,” zei ik.

Hij knikte zonder de vraag uit te spreken die op zijn gezicht stond. Toen zei hij: “Misschien maar goed ook, met wat daaronder zit.”

“Wat?”

“Die oude put. Uw broer bleef het plan veranderen. Eerst moest hij weer stevig worden gemaakt, toen moest hij worden volgestort, en daarna wilde hij de hele betonplaat laten opbreken en afvoeren. We hadden nog geen prijs afgesproken.”

Ik liep terug naar de agent en vroeg de aannemer het tegen hem te herhalen. Voor één keer verontschuldigde ik me niet omdat iemand door mij werd opgehouden.

In Tamsins auto lichtte mijn telefoon steeds op. Drie keer Ben. Een nummer dat ik niet kende. Daarna Bens ex-vrouw, Louise.

Haar telefoontje nam ik aan.

“Heb je hem gezien?” vroeg ze.

“Niet sinds gisteren.”

“Hij heeft Kit van school opgehaald. Het is zijn dag niet, maar hij zei dat er iets was veranderd. Hij neemt niet op.”

Mijn keel trok dicht.

“Heeft hij gezegd waar ze naartoe gingen?”

“Alleen dat ze iets gingen eten. Anna, wat is er aan de hand? Hij deed raar aan de telefoon.”

Ik keek naar Tamsin.

“Er is iets gebeurd in het huis,” zei ik. “De politie onderzoekt Evies verdwijning opnieuw.”

Louise zweeg.

“Wil jij hem bellen?” zei ze. “Alsjeblieft. Bij jou neemt hij op.”

Meestal wel. Ooit had dat me het bewijs geleken dat we een hechte band hadden.

Voordat ik Ben belde, vertelde ik Shah over Kit. En waar we naartoe gingen: Tamsins huis, hetzelfde huis waar ik achttien jaar geleden had geslapen. Haar moeder was verhuisd naar een appartement in de buurt. Tamsin had het huis gekocht en het behang in de kleinste slaapkamer laten zitten.

Ben nam meteen op.

“Waar ben je?” vroeg ik.

“Kit en ik drinken iets.”

“Louise maakt zich zorgen.”

“Ik heb haar een bericht gestuurd.”

“Waar zijn jullie?”

“Bij het tankstation aan de rondweg. Daar zit een café.”

“Geef Kit even.”

Geritsel. Toen de stem van mijn nichtje, opgewekt en wat onduidelijk door het eten in haar mond.

“Tante Anna, ben je verdrietig om oma?”

“Ja, lieverd.”

“Papa zegt dat we naar je toe moeten komen.”

“Dat zou ik fijn vinden.”

“Mag ik warme chocolademelk?”

“Ja.”

“Met die kleine dingetjes?”

“Marshmallows.”

“Ja, die.”

Ben kwam weer aan de lijn.

“Waar ben je?”

“Bij Tamsin. Louise komt ook hierheen.”

“Ik had het liever alleen met de familie.”

“Dat weet ik.”

Hij wachtte. Voor één keer had ik niet aangeboden alles naar zijn zin te regelen.

“Ik heb mams brief gelezen,” zei ik.

Zijn ademhaling veranderde.

“Dan weet je het.”

“Ik weet wat ze heeft geschreven.”

“Het is de waarheid.”

“Breng Kit naar haar moeder.”

“Je zegt het alsof—”

“Breng haar hierheen, Ben.”

Hij hing op.

Ik gaf Shah de locatie van het tankstation. Ze zei dat ze iemand naar Tamsins huis zou sturen en zelf zou proberen Ben te bereiken. Ik vroeg niet wat dat betekende. Ik begon te begrijpen hoeveel van een onderzoek zich afspeelt zonder dat je er meteen alles over mag weten.

Bij Tamsin thuis vulde ze de waterkoker. Ik ging op de onderste traptrede zitten. In de leuning zat nog de kerf van toen we op ons zestiende een tweedehands bank naar haar slaapkamer hadden proberen te tillen. De bank was te breed geweest. We hadden er drie nachten op geslapen in de hal, tot haar moeder haar geduld verloor.

“Wat hij ook gedaan heeft, jij hebt hem er niet toe gebracht,” zei Tamsin.

“Dat heb ik niet gezegd.”

“Dat hoeft niet. Ik ken je gezicht.”

Ik drukte mijn duim in de kerf in het hout.

“Ze vroeg me die avond niet weg te gaan. Evie. Die donderdag. Ze zei dat ze met iemand moest praten. Ik dacht dat het over Ben ging en ik wilde het niet horen.”

“Dus kwam je naar mij.”

“Ja.”

“En op je zeventiende had jij moeten weten dat je volwassen zus gevaar liep als je haar in haar eigen huis achterliet?”

Ik keek weg.

“Je mag hun verantwoordelijkheid niet op je nemen alleen omdat die past bij hoe je je toch al voelt,” zei ze.

De waterkoker klikte uit.

“Dat was goed gezegd,” zei ik.

“Ik heb er achttien jaar over kunnen nadenken.”

Louise kwam eerder dan Ben. Ze was zonder jas van haar werk vertrokken en had een blauw sleutelkoord over haar blouse hangen. Ik vertelde haar wat ik kon. Ze luisterde met haar handen plat op de keukentafel en vroeg toen of ze de foto mocht zien.

Ik liet haar de kopie op mijn telefoon zien.

“Ze lijkt op Kit,” zei ze.

Ik had geprobeerd dat niet te zien.

Hoofdstukken

De inventaris van kleine leugens

  1. 01Staat5 minuten
  2. 02Herkomst5 minuten
  3. 03De eerste versie5 minuten
  4. 04Correcties5 minuten
  5. 05Niet opgenomen5 minuten
  6. 06Het familieverhaalJe leest nu4 minuten
  7. 07Nog wat meer tijd6 minuten
  8. 08Berging3 minuten
  9. 09Hoe ze was4 minuten
  10. 10Het ontbrekende tussenblad4 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.