Hoofdstuk 8 van 8
Er is al een morgen
Als Noor haar ogen opendoet, ziet ze een kast die niet van haar is. Even blijft ze heel stil liggen. Dan ziet ze het groene dekentje naast haar. Mila ligt er nog. Haar mond is een klein stukje open en haar rode haar zit omhoog bij haar oor.
Door een smalle kier langs het gordijn komt daglicht binnen. Het gele lampje staat nog op het plankje, naar de muur gericht. In de lichte kamer is zijn gele rondje bijna niet meer te zien.
Noor zoekt met haar hand naast haar kussen. Daar ligt Zeehond. Hij heeft zijn witte buik naar boven. Ze legt hem op haar deken en kijkt naar de grote ster bij haar voeten.
Ze heeft hier geslapen. Niet alleen heel lang met haar ogen dicht gelegen. Ze weet het omdat er ineens een morgen is.
Mila doet één oog open. Noor kijkt snel naar het plafond, maar Mila heeft haar al gezien.
‘Ben jij wakker?’
‘Ja.’
Mila rekt één arm uit en duwt met haar hand tegen de rand van haar lege hoge bed. ‘Mijn bed heeft niemand gehad.’
‘Het heeft wel op ons gewacht,’ zegt Noor.
Ze gaan rechtop zitten. Roos hoort hun stemmen en komt even later boven kijken. Ze draait het gele lampje uit. Op de muur verdwijnt het laatste beetje licht.
‘Gaan er twee mensen mee ontbijten?’ vraagt ze.
‘En Zeehond,’ zegt Mila.
Noor neemt hem mee. In de keuken kiest ze het kommetje met de streep. Mila neemt de andere. Er gaat yoghurt in, met stukjes banaan. Zeehond krijgt weer de lege stoel naast Noor. Zijn vin steekt nog eens door de spijlen.
De koelkast bromt terwijl Noor haar eerste hap neemt. Ze kijkt heel even op. Mila kijkt ook op. Dan schuiven ze tegelijk hun kommetje een beetje dichter naar zich toe en eten verder.
Na het ontbijt kleedt Noor zich aan. Ze stopt haar mintgroene pyjama in de rode tas. Mila is nog in het oranje. Samen pakken ze ieder twee hoeken van de blauwe deken. De sterren verdwijnen tussen de vouwen, behalve die ene grote. Noor legt de deken boven op haar pyjama en drukt hem met twee handen een beetje plat. Nu kan de tas dicht.
Noor neemt haar witte kussen van de matras. Roos zet de twee matrassen rechtop. Mila’s matras legt ze weer op het bed. De grijs gestreepte logeermatras draagt ze naar de kast op de overloop. Noor loopt achter haar aan met het kussen. Mila legt haar eigen kussen en groene deken terug op haar bed. Als Noor terugkomt, is de vrije loopstrook weer een groot stuk kamervloer.
Als Noors vader aanbelt, heeft Noor haar tas al beneden gezet. Ze doet haar schoenen aan, haalt haar jas van de haak en trekt hem aan. Mila komt met haar mee naar de deur. Roos blijft ernaast staan.
‘Dag, Noor,’ zegt Mila. Dan aait ze met één vinger over de grijze zeehondneus. ‘Dag, Gewoon Zeehond.’

Noor lacht. Ze stapt naar buiten met haar tas in de ene hand en Zeehond onder haar andere arm. Bij het tuinhekje kijkt ze nog één keer om. Mila staat in haar oranje pyjama in de open deur, op precies dezelfde plek als gisteren.
Alleen is Noor nu niet op weg naar een nacht die ze nog niet kent. Ze heeft er eentje bij Mila achtergelaten.