Hoofdstuk 3 van 8
Bij iemand anders aan tafel
In de keuken ruikt het naar pasta. Noor klimt op de stoel waar Roos haar bord heeft klaargezet. Mila zit aan de andere kant van de tafel en Roos zit ertussenin.
Noor heeft Zeehond meegenomen. Ze zet hem op haar schoot, met zijn neus naar de tafel. Hij kijkt recht tegen de rand van haar bord.
‘Bij ons zit hij meestal op de bank als we eten,’ zegt Noor.
‘Zullen we hem hier ook een droge plek geven?’ vraagt Roos.
Noor kijkt rond. Naast haar staat een lege stoel. Ze zet Zeehond daarop. Zijn vin valt tussen de spijlen van de rugleuning. Noor trekt hem er niet uit; hij zit niet vast. Het ziet eruit alsof hij een arm uit het raam steekt.
Mila wil een enorme sliert pasta op haar vork draaien. De sliert valt er drie keer af. De vierde keer krijgt ze hem in haar mond, maar dan blijft een uiteinde aan haar kin hangen.
Noor giechelt. Mila kijkt naar haar kin zonder er iets van te kunnen zien.
‘Hier,’ zegt Noor. Ze wijst op haar eigen kin.

Mila vist de sliert weg. Daarna eet ze expres een heel klein hapje. Haar mond maakt er toch een groot geluid bij.
Na het eten helpt Noor de lepels in de vaatwasser zetten. Thuis staan de borden aan de andere kant. Hier zet Roos ze rechtop in een rij en Noor schuift één lepel naast de andere.
‘Deze bak kan niet nog een stukje naar me toe,’ zegt ze.
‘Nee. Hij staat al helemaal open,’ zegt Roos. ‘Zet deze maar hier.’
Mila maakt met een doekje de tafel schoon. Ze schuift de kruimels bij elkaar tot een klein bergje. Roos houdt haar hand onder de rand en Mila veegt het bergje erin.
Noor haalt Zeehond van de stoel. Op zijn buik zit geen saus. Ze laat hem even aan Mila zien, met zijn vin omhoog. ‘Hij heeft netjes gegeten.’
Boven haalt Noor haar pyjama uit de rode tas. Mila pakt de hare uit de kast. Mila’s oranje pyjama heeft een broek met een zachte band die steeds een beetje draait. Ze trekt hem recht en vraagt of Noors pyjama zakken heeft. Noor zoekt met haar handen langs de zijkant. Geen zakken.
‘Waar moet je dan je handen laten?’ vraagt Mila.
Noor houdt ze voor zich. ‘Hier.’
Ze poetsen hun tanden in de badkamer. Noor staat op het lage opstapje; Mila wacht naast haar. Zodra Noor klaar is, schuift ze op en kan Mila erbij. In de spiegel steken hun hoofden even boven elkaar uit. Ze lachen met allebei schuim in hun mond.

Roos geeft hun daarna ieder een klein bekertje water om hun mond te spoelen. Noor mist haar eigen kraan met de dikke ronde knop. Maar het water hier voelt hetzelfde.
Terug in de kamer zet Mila zich midden op haar matras. De gordijnen zijn dicht en buiten is het schemerig geworden. Noor legt Zeehond naast haar kussen.
Roos staat bij de lichtknop. ‘Zal ik het grote licht uitdoen?’
Mila knikt. Noor kijkt naar de hoek achter de kast.
‘Ik heb thuis nog een klein lampje,’ zegt ze.