Hoofdstuk 5 van 8
Brommen in het donker
Het begint laag en zacht. Brrrrr. Dan stopt het even. Noor wacht op het volgende geluid. Haar oren lijken het eerder te weten dan zij: daar is het weer.
‘Hoor jij dat?’ fluistert ze.
Mila beweegt op haar kussen. ‘Wat?’
Noor probeert het geluid na te doen. Haar lippen trillen ervan. Mila gaat rechtop zitten en luistert. Nu hoort ze het ook. Ze kijkt naar de deur.
‘Het is beneden.’
‘Wat is er beneden?’
‘De keuken. En de kamer. En de gang.’
Dat zijn veel plekken voor één geluid. Noor houdt Zeehond bij zijn vin. Ze wil niet dat Mila merkt hoe hard ze knijpt. Maar Mila kijkt niet naar haar hand. Ze luistert zelf ook.
Er klinkt een klein tikje. Daarna is het weer stil.
Noor gaat zitten. Haar blauwe deken glijdt tot haar knieën. ‘Roos?’ roept ze. Eerst niet zo hard, maar de tweede keer gewoon met haar stem van overdag.
Van beneden komt meteen antwoord. ‘Ja?’
‘Er bromt iets.’
Ze horen Roos de trap op komen. Noor schuift haar voeten onder de deken terwijl Roos in de deuropening gaat zitten. Ze zit net buiten de vrije strook. Haar bril glanst even in het gele licht.
‘Zullen we samen luisteren?’
Ze wachten. Mila leunt een beetje naar voren. Nu klinkt het brommen opnieuw, heel zacht, alsof er iets achter twee deuren verstopt zit.

Roos knikt. ‘Volgens mij is dat de koelkast. Wil je beneden even horen hoe het daar klinkt?’
Noor kijkt naar Mila. Mila stapt al van haar matras. ‘Ik ga ook.’
Noor neemt Zeehond mee. Roos doet het licht op de overloop aan en loopt voor hen uit naar beneden. Het gele lampje blijft vrij op zijn plankje staan, naar de muur gericht. Noor laat haar deken op de matras liggen. Zo kan ze haar plek straks meteen weer herkennen.
Beneden is de keuken anders dan bij het eten. De stoelen zijn aangeschoven en de tafel is leeg. Roos doet het keukenlicht aan. Nu ziet Noor de koelkast naast de deur naar de gang. Op ooghoogte zit een klein deukje, alsof er ooit iemand met een knop tegenaan is gekomen.
Ze gaan er vlakbij staan. Niemand hoeft iets open te maken. Van dichtbij klinkt het geluid niet als iets achter twee deuren. Het is een gewoon zoemend brommen, precies op de plek waar de koelkast staat.
‘Hij staat niet de hele tijd zo te brommen,’ zegt Roos. ‘Soms hoor je hem werken om het eten koud te houden.’
Mila legt haar hand tegen haar buik. ‘Mijn buik bromde ook om het eten.’

Noor lacht. Het komt er eerst als één kort luchtje uit. Dan moet Mila ook lachen en lachen ze even echt. De koelkast doet niet mee.
Er klinkt een klik. Het brommen houdt op. Noor blijft nog heel even staan, met Zeehond tegen haar borst.
‘Die hoeft dus niet te slapen,’ zegt ze.
‘Die blijft hier gewoon zijn werk doen,’ zegt Roos. ‘Ook als wij in bed liggen.’