Hoofdstuk 2 van 8
Twee bedden op de grond
Noor en Mila schuiven over de vloer op hun billen. Ze proberen hoe lang hun benen zijn en hoeveel ruimte ze naast elkaar nodig hebben. De zeehond zit op Noors tas en kijkt toe.
‘Hier!’ zegt Mila, vlak voor de kast.
Noor gaat naast haar liggen. Haar hoofd komt bijna tegen de kastdeur. Ze gaat weer zitten en trekt de deur een klein eindje open. Die tikt tegen Mila’s knie.
‘Dan kan je niet bij je kleren.’
Mila schuift op. De meisjes proberen een plek wat verder van de kast. Noor wijst naar de kamerdeur. Ook die moet nog open kunnen. Ze gaan nog een stukje opzij.
Roos wacht tot ze klaar zijn. Dan haalt ze het kussen en de groene deken van Mila’s bed en zet de matras rechtop. Hij is veel groter als hij staat. Noor kan Mila er even niet meer achter zien.
‘Ik ben er nog!’ roept Mila van de andere kant.
Roos laat de matras rustig op de vloer zakken. Daarna legt ze Noors logeermatras ernaast. Er blijft een smalle strook vrij waar je vanaf de deur langs kunt lopen. Geen van de twee matrassen ligt tegen de kast.
Mila pakt haar kussen. ‘Op welke matras wil jij liggen?’
Noor kiest de matras die het dichtst bij de vrije loopstrook ligt. Mila gaat op de andere zitten, naast haar lege bed. Met haar hand maakt ze een plat plekje in haar kussen, alsof er nu al een hoofd op moet.
Noor opent haar tas. De blauwe deken komt als eerste tevoorschijn. Ze vouwt hem open en legt hem over haar matras. Eén witte ster is groter dan de andere sterren. Die moet bij haar voeten, zoals thuis.
Mila helpt de deken rechttrekken. ‘Zo?’
Noor draait een hoek om. ‘Nu.’
Roos legt Mila’s groene deken op de andere matras. Er zijn twee witte kussens en twee verschillende dekens. Op het hoge bed ligt nu niets meer. Het is een kale rechthoek met houten randjes.
‘Die gaat vannacht niet slapen,’ zegt Mila.
Noor legt Zeehond op haar kussen. Hij zakt op zijn zij en zijn vin steekt onder zijn buik. Ze haalt hem er voorzichtig onderuit. Dat vindt ze zelf ook nooit fijn, als ze op haar arm ligt.
Mila probeert de plek naast haar. Ze gaat helemaal lang liggen en kijkt naar het plafond. ‘Vanaf hier is de lamp hoger.’
Noor gaat ook liggen. Ze kan Mila’s gezicht nu gewoon zien. Als ze haar hand over de ruimte tussen de matrassen steekt, raakt ze Mila’s deken.

‘We kunnen fluisteren,’ zegt Mila.
‘Ook zonder te slapen.’
Dat proberen ze. Mila fluistert dat ze heel veel honger heeft. Noor fluistert dat ze Mila best kan verstaan. Dan zegt Mila heel zacht dat haar buik een olifant is.
De buik geeft geen antwoord. Beneden roept Roos dat het eten bijna klaar is. De meisjes gaan overeind zitten en de olifant krijgt ineens veel haast.