Hoofdstuk 4 van 8
Het gele lichtje
Roos laat het grote licht nog even aan. Ze gaat naar haar eigen kamer en komt terug met een klein geel lampje. Het is rond, met een platte onderkant. Er zit geen snoer aan. Roos drukt op het knopje en het begint warm te gloeien.
‘Er zitten batterijen in,’ zegt ze. ‘Deze kan hier staan.’
Ze zet het lampje op het lage vaste plankje naast de kamerdeur. Noor kan nu de rand van de kast zien en de vrije strook langs haar matras. Het lijkt een beetje op het gele licht in haar eigen gang.
Roos doet het grote licht uit. Haar vest is nu niet meer groen van kleur, maar gewoon donker. In de deuropening buigt ze nog even naar de meisjes toe.
‘Ik ben beneden. Als je me nodig hebt, roep je.’
‘Welterusten,’ zegt Mila.
Noor zegt het ook. Ze trekt de blauwe deken tot haar kin en voelt met haar vingers langs Zeehonds vin. Zijn buik is koel tegen haar pols. Die wordt straks vanzelf warm als ze hem vasthoudt.
Mila draait zich op haar zij, naar Noor toe. Dan knijpt ze haar ogen dicht.
‘Het schijnt in mijn ogen.’

Noor kijkt naar het lampje. Het staat niet eens vlak bij Mila. Maar de open kant van het gele kapje wijst naar de matrassen. Als Noor haar hoofd optilt, kijkt ze er ook recht in.
Noor stapt op de vrije strook en loopt naar het lampje. Ze drukt op het knopje. De kamer wordt donker. Ze kan de vrije strook niet meer zien. Ze drukt nog eens en gaat terug naar haar matras.
Mila trekt haar groene deken over haar ogen.
‘Dan zie ik jou ook niet,’ zegt Noor.
Mila laat de deken weer zakken. ‘Bij mij is de deur altijd een stukje open.’
Noor kijkt naar de deur. Die staat nu ook open, maar de gang is donker. Alleen het kleine lampje in hun kamer brandt.
‘Misschien moet het andersom,’ zegt ze.
Ze stapt van haar matras op de vrije strook en loopt naar het plankje en draait het lampje. Nu schijnt de open kant naar de witte muur. Op de muur verschijnt een zacht geel rondje. Er komt nog steeds licht op de vloer, maar Noor kijkt niet meer recht in het kapje.
Mila gaat op haar kussen liggen om te proberen. Ze draait haar hoofd naar Noor en dan weer naar het plafond. ‘Dit is beter.’

Noor kruipt terug onder de sterren. Ze kan de twee witte kussens zien, de rand van Mila’s deken en één donkere zeehondneus vlak bij haar hand.
Ze houden allebei hun ogen even open. Mila laat zien hoe ze met haar teen de onderste rand van haar deken omhoog kan duwen. Er komt een bobbel in het groen. Noor probeert het ook. Haar grote witte ster schuift een stukje naar boven.
Dan trekt ze haar voeten weer recht. De ster zakt terug.
‘Als jij slaapt, ga ik ook slapen,’ fluistert Mila.
Noor weet niet hoe ze dat straks moet laten weten. Slapend kan ze het niet zeggen. Ze luistert of Mila misschien al zacht begint te snurken. Maar wat ze hoort, komt ergens anders vandaan.