Hoofdstuk 8 van 8
De droogste bladzijde
Het dikke karton leunt tegen Maja’s been als ze weer binnenkomen. Deze keer houdt zij de glazen buitendeur vast. Jules draagt het blauwe deksel. Papa heeft de lege bak tegen zijn heup.
In de badkamer staan de kom en de handdoeken nog precies zoals ze die hebben achtergelaten. Eén sok hangt half over de badrand. De andere ligt ernaast. De wolk heeft ze niet meegenomen.
Maja kijkt vanzelf even naar de lamp. Daar hangt niets onder.
Papa zet de bak neer. Hij pakt de waskom op en giet het water in het bad. Het slappe schoenendoosdeksel ligt op de bodem van de kom geplakt. Hij moet het er met twee vingers afhalen.
‘Deze schoenendoos krijgt een nieuw deksel,’ zegt hij.
‘Of geen,’ zegt Maja. ‘Er zaten toch geen schoenen meer in.’
Ze neemt een droge doek uit papa’s hand. Met de platte doek onder haar palm veegt ze het water bij de deur op. Jules pakt de natte badmat aan één hoek. Papa helpt hem met de andere kant. Samen hangen ze hem over de badrand, weg van de paraplu.
De blauwe paraplu staat nog open. Hij lijkt zo gewoon dat Maja hem even aanraakt. Ze tilt de rand een klein stukje op. Er zit alleen lucht onder.
Papa houdt de steel vast terwijl hij hem dichtdoet. ‘Ik zet hem buiten neer.’
‘Onder het afdak,’ zegt Maja.
Papa knikt. ‘Ik zet hem daar weer open. Dan hoeft hij niet terug het huis in om te drogen.’
Hij neemt de paraplu mee. Jules volgt hem met het dikke karton. Dat mag bij het oud papier in de gemeenschappelijke gang. Het schoenendoosdeksel moet eerst nog drogen.
Maja legt haar natte sokken in de wasmand. Het boek ligt op de plank, tussen de huissleutels en een lege envelop. Ze pakt het op en blaast een klein pluisje van de kaft. De bladzijden voelen droog aan.
Jules komt terug. ‘Ik had hem bijna in de badkamer gelegd.’
‘Dan was die jongen eindelijk uit zijn broodtrommel gespoeld,’ zegt Maja.
‘Zo ging het niet.’
‘Weet ik.’
Ze legt het boek op haar bed en slaat het laatste plaatje open. Jules komt naast haar staan. Hij wijst naar iets wat Maja de eerste keer niet had gezien: er ligt een hele boterham onder het kussen van de jongen.
In de gang zet papa de opbergbak met het deksel ernaast op een handdoek te drogen.
‘Bijzonder weer vandaag,’ zegt hij.
Jules wil iets zeggen, maar Maja legt een vinger op de bladzijde. Er zit een klein rond vlekje op het papier.

Ze buigt voorover. Het is geen water. Het is een kruimel. Ze veegt hem van de bladzijde en Jules kijkt naar zijn eigen trui.
‘Ik had nog een koekje,’ zegt hij.
Maja slaat het boek dicht, met het kruimeltje op haar duim. Ze heeft vandaag genoeg dingen afgedroogd.