Hoofdstuk 7 van 8
Een stukje gewone lucht
Op de binnenplaats glimmen de stenen. In een plas staat een stukje van het huis op zijn kop. Maja gaat ernaast staan. Ze heeft net droge sokken aan.
Papa zet de bak op een brede, lage tuintafel. Die staat midden op de plaats, niet onder het afdak bij de deuren. In de bak loopt een druppel langs de wand omlaag.
‘Hoe weten we welke kant hij opgaat?’ vraagt Jules.
Maja haalt het dunne strookje papier uit haar broekzak. Het is verkreukeld van de gang naar buiten. Ze strijkt het even recht en houdt het aan één punt vast.
Het papiertje buigt naar het afdak. Papa kijkt naar de bak. ‘Dan staan we hier nog niet goed.’
Ze lopen naar de andere kant van de tafel. Daar bewegen de blaadjes van de grote plant naar de open binnenplaats. Maja houdt haar strookje erbij. Het wijst dezelfde kant op.
Papa verplaatst de bak naar die kant. Het wolkje schuift binnen tegen een hoek. Hij wacht tot het weer vrij van de wand hangt.
Maja heeft het dikke karton nog. Ze zet het tegen een tafelpoot, uit de plas. Haar arm is moe van het vasthouden. Ze hoopt dat de wind het nu overneemt.
Papa maakt de vier hoeken van het deksel los. Bij de laatste klinkt een harde klik. Jules schrikt ervan en stoot met zijn gele schoen tegen de tafel.
De wolk blijft gewoon binnen.
Papa tilt het deksel helemaal weg. Hij houdt het naast zijn been.

Eerst gebeurt er niets. Maja ziet grijs door het plastic en grijs boven de rand. Dan wordt de bovenkant smaller. Een puntje trekt omhoog, richting de bewegende blaadjes.
‘Daar,’ zegt Jules zacht.
Het wolkje schuift over de rand. Hij blijft heel even laag boven de tafel hangen. Er vallen drie druppels op het lege stukje hout naast de bak. Daarna tilt de lucht hem verder op.

Maja loopt twee stappen mee. Dan stopt ze bij de plantenpotten. Het grijs wordt kleiner tegen de muur van de overkant. Het schuift langs een raam dat dicht is en gaat verder omhoog.
‘Niet daar naar binnen,’ zegt Maja.
Jules kijkt naar het raam. ‘Dan moeten ze de paraplu maar niet openzetten.’
De wolk drijft boven de dakrand uit. Heel even ziet Maja hem tussen de schoorsteen en een grote witte wolk. Dan kan ze haar eigen kleine wolk niet meer apart aanwijzen.
Ze blijft nog even kijken. Papa tikt met de rand van het deksel tegen zijn broek. Maja kijkt omlaag, naar het beetje water in de bak.
‘We hebben alleen de regen nog,’ zegt ze.
‘Die brengen we niet naar binnen,’ zegt papa. Hij giet het water door het rooster van het afvoerputje naast de tafel. Jules houdt het deksel vast, deze keer zonder iets op te sluiten.