Hoofdstuk 4 van 8
Het boek blijft droog
Jules staat in de gang met het boek tegen zijn borst. Het gaat over een jongen die zo klein wordt dat hij in zijn eigen broodtrommel past. Maja heeft hem aangeraden. Alleen het laatste plaatje heeft ze niet verklapt.
‘Waarom niet?’ vraagt Jules.
Maja schuift een stukje achteruit, zodat hij vanaf de deuropening kan kijken. Het wolkje hangt boven de waskom. Er valt een druppel. Daarna nog een.
Jules doet zijn mond open. Dan kijkt hij naar papa. ‘Is dat van jullie?’
‘Sinds een minuut of tien,’ zegt papa.
‘Uit de paraplu,’ zegt Maja. Ze wijst naar het bad.
Jules kijkt of er nog meer paraplu’s zijn. Er is er maar één.
Papa pakt het boek van hem aan en legt het op de hoge plank in de gang. Daar liggen geen natte kleren en er hangt geen wolk. Jules steekt zijn hoofd weer om de deur.
‘Je hebt geen sokken aan,’ zegt hij.
‘Ik weet het.’
‘Ik dacht dat het iets met de wolk te maken had.’
Maja laat hem de handdoeken zien. Hij stapt met zijn gele schoenen op de droge tegel bij de deur en blijft daar staan. Papa zet de kom opnieuw goed.
‘We willen hem naar buiten krijgen,’ zegt Maja. ‘Maar niet door het raam. Daar kwam de wind binnen.’
Jules wijst naar de gang. ‘De voordeur dan?’
‘Er zit nog een deur achter,’ zegt papa. ‘En een stukje gemeenschappelijke gang. Ik zie ons nog niet met die kom de hele route lopen.’
Maja ziet papa al voor zich, met de kom boven zijn hoofd tussen de brievenbussen. Zij zou ernaast lopen met twee handdoeken. Jules zou voorop moeten vertellen dat het binnen regent.
Jules bukt bij de drempel. Er staat een lege kartonnen schoenendoos naast de wasmand. Papa heeft daar vanmorgen de losse knijpers uitgehaald. Het deksel ligt eronder.
‘Mag ik dit?’ vraagt Jules.
Papa haalt het deksel onder de doos vandaan. Hij geeft het aan Jules. ‘Het gaat vast nat worden.’
‘Dat is minder erg dan dat boek.’
Jules houdt het deksel rechtop en beweegt het een keer naar voren. Maja voelt lucht tegen haar vingers. De wolk schuift een klein stukje naar de wastafel.
‘Nog eens,’ zegt ze.
Jules doet hetzelfde. Nu raakt een grijs randje bijna de spiegel. Hij laat zijn arm zakken.

‘Ho,’ zegt Maja. ‘Niet daarheen.’
Ze pakt de waskom en zet hem onder de nieuwe plek. Jules stapt naar de kant van de wastafel, op de droge handdoek. Hij houdt het deksel iets lager. Met de volgende beweging drijft het wolkje terug naar het midden.
‘Het is net een waaier,’ zegt Maja.
Jules kijkt naar het deksel. Er komt een donkere natte plek op. ‘Een schoenendooswaaier.’
Maja loopt met haar vingers langs de rand van de kom. Als ze de lucht kunnen verplaatsen, hoeven ze de wolk misschien helemaal niet vast te pakken. Ze kijkt naar papa. Die kijkt al naar het kastje onder de wastafel.