← De trein naar de Wilgenhalte
Inhoudsopgave · hoofdstuk 6 van 8
  1. 1. Een stem achter de heg
  2. 2. Het bankje krijgt een plaats
  3. 3. Verder kan niet
  4. 4. De boog om het water
  5. 5. Een bankje op zijn rug
  6. 6. De laatste rails
  7. 7. Vier poten op hun plek
  8. 8. Een kaart voor Tuf

Hoofdstuk 6 van 8

De laatste rails

Achter het poortje wordt het park stiller. Het water is hier dicht bij de rails. Tussen de planten staan oude houten paaltjes. Op één ervan zit een veer. Puck denkt eerst dat er een piepklein vogeltje op staat.

‘Vroeger reden we deze kant vaker,’ zegt Tuf. Zijn wielen tikken over een naad. ‘Toen waren die paaltjes nog recht.’

‘Ben je hier al heel lang?’ vraagt Puck.

‘Zo lang dat je opa nog geen grijze baard had.’

Opa lacht. ‘Die baard heb ik er niet van gekregen.’

Puck kijkt van Opa’s kin naar Tufs rode neus. Mensen worden ouder en krijgen andere haren. Aan Tuf ziet ze vooral wat krasjes. Eén zit naast zijn mond. Ze vindt hem er niet verdrietig door kijken. Eerder alsof hij veel te vertellen heeft.

Ze pakt de kaart en tekent een klein poortje in de lange boog. Daarna wil ze de kikker tekenen. Maar de wagen beweegt een beetje. Het wordt een rondje met veel te lange poten.

‘Dat is een kikker die hard kan rennen,’ zegt Opa.

‘Hij zwemt,’ zegt Puck. Ze tekent er een kring omheen.

Voor de wilg ziet ze het andere spoor weer. Het komt van links, uit de bloemen. Daarachter ligt de omgevallen tak nog steeds. Hun lange spoor komt van rechts. De twee wegen eindigen in één spoor dat naar het haltepaaltje loopt.

Tuf stopt vóór de aansluiting. Opa stapt uit nadat hij de rem heeft vastgezet. Bij deze tweede wissel kijkt hij welke kant op de rails vrij is. Hij zet de lage hendel zo dat hun lange baan goed aansluit. Dan komt hij terug op de gele bank en laat de parkeerrem los.

‘Nu nog een heel klein stukje,’ zegt hij.

Tuf rijdt weer. De twee voorwielen tikken over de wissel. Dan de achterwielen. Daarna komt de blauwe wagen. Puck kijkt voorin. Het groene bankje ligt nog precies op zijn dekentje. Allebei de rode touwen zitten vast.

Even later rijden ze onder de wilgentakken door. De uiteinden hangen links van hen tot in het water. Rechts ligt een klein stenen perronnetje. Daar eindigt het spoor. Tuf remt zelf en blijft naast het perron staan.

De trein staat bij de Wilgenhalte. Onder de grote wilg is nog een lege plek voor het bankje.

Er staat niemand te wachten. Er is geen dak en geen groot stationsgebouw. Alleen de wilg, het lage haltepaaltje en een kaal stuk steen. Op dat stuk heeft ooit iets gestaan. Puck ziet vier lichtere vlekken.

‘Hier was het,’ zegt Opa.

Tuf zegt niets. Hij kijkt naar de lichte plekjes. Puck voelt haar opgevouwen kaart onder haar vingers. De kikker en het poortje staan er al op. Opeens weet ze wat er nog ontbreekt: het bankje, op zijn eigen plek.

‘We zijn er,’ zegt ze zacht.

Opa trekt de parkeerrem omhoog. Klik. Puck is nog nooit zo blij geweest met een trein die niet verder gaat.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek voorlezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.