← De trein naar de Wilgenhalte
Inhoudsopgave · hoofdstuk 1 van 8
  1. 1. Een stem achter de heg
  2. 2. Het bankje krijgt een plaats
  3. 3. Verder kan niet
  4. 4. De boog om het water
  5. 5. Een bankje op zijn rug
  6. 6. De laatste rails
  7. 7. Vier poten op hun plek
  8. 8. Een kaart voor Tuf

Hoofdstuk 1 van 8

Een stem achter de heg

Puck zit op een omgekeerde houten kist en houdt een kaart op haar knieën. Rode en zwarte lijnen kruipen over het papier. Bij sommige lijnen staat een stip. Daar stopt een trein. Puck volgt met haar vinger een rode lijn tot het papier ophoudt. Daar is ze nog nooit geweest.

‘Gaat onze trein ook zo ver?’ vraagt ze.

Opa Koos zet de handkar neer. Op de kar staat een klein groen bankje. Hij heeft het geschuurd, geverfd en laten drogen. Nu glimt de rugleuning in de ochtendzon. ‘Onze trein hoeft vandaag niet ver,’ zegt hij. ‘Maar hij heeft wel iets te brengen.’

Puck draait de kaart. Er staat geen park op. En geen bankje. ‘Waar zijn wij dan?’

‘Op een andere kaart,’ zegt Opa. ‘Deze is voor de grote treinen. Wij zijn bij het parkspoor.’ Hij wijst naar de grond. Onder de kastanjeboom liggen twee smalle rails. Ze lopen onder een lage houten overkapping door en verdwijnen achter een heg.

Puck bekijkt de kaart met grote treinlijnen, terwijl Opa met het groene bankje op de handkar bij het parkspoor staat.

Puck heeft de rails wel gezien. Ze heeft er met haar paarse laarzen naast gestampt. Maar ze heeft nog geen trein gehoord. Geen gerommel. Geen piepende rem. Alleen een merel boven in de boom.

Ze stapt van de kist en kijkt om de heg. Daar staat een rode locomotief. Zijn dak komt tot haar buik. Achter hem staat één lange blauwe wagen. Achterin zit een gele bank vast. Voorin is de vloer leeg.

‘Dat bankje niet op mijn dak, hoor,’ zegt een brommerige stem.

Puck kijkt over haar schouder. Opa is nog bij de handkar. Er staat niemand achter de locomotief.

De twee ronde lampen voor op de trein bewegen een beetje. Het lijken ogen. De kleine mond onder de lampen trekt scheef. ‘Ik heb al een dak.’

‘Dat weet ik, Tuf,’ zegt Opa. ‘Goedemorgen.’

Puck ontdekt de kleine rode Tuf achter de heg. Opa begroet hem.

Puck vergeet bijna haar kaart vast te houden. ‘Hij praat.’

‘Vooral als er iets moet gebeuren,’ zegt Opa.

‘Dat klopt niet,’ zegt Tuf. ‘Soms praat ik ook als er niets gebeurt.’

Puck loopt tot naast de rode neus. Er zit een piepklein krasje in de lak. Ze houdt haar hand ervoor, zonder hem aan te raken. ‘Kun je ook vliegen?’

‘Nee. Ik rijd.’ Tuf kijkt naar zijn wielen. ‘Hiermee. Op mijn rails. Daarnaast lukt het niet.’

Opa tikt met zijn vinger op de rand van de kaart. ‘Tuf brengt ons en het bankje naar de Wilgenhalte. Daar kun je tussen de wortels uitkijken over de vijver.’

‘Er was geen bank meer,’ zegt Tuf. Zijn mond wordt even recht. ‘Iedereen bleef staan. Zelfs mensen die wilden zitten.’

Puck kijkt naar het kleine groene bankje. Dan naar de lege plek in de wagen. Ze snapt wat ze komen doen. ‘Dan moet hij mee,’ zegt ze.

‘Dat dacht ik ook,’ zegt Opa. ‘Kom, we gaan laden.’

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek voorlezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.