Hoofdstuk 5 van 8
Een bankje op zijn rug
De lange baan loopt vlak langs het water. Tuf rijdt langzaam. Onder een groot blad drijft een kikker, met zijn kop net boven het water. Hij plonst weg als de wagen langskomt. Er blijft een kringetje achter.
Puck ziet het steeds wijder worden. ‘Ook een boog,’ zegt ze.
Het spoor buigt naar een oud houten tuinpoortje. De opening is breed genoeg voor Tuf. Een paar dunne takken hangen over de bovenkant. De rode locomotief zou eronderdoor kunnen. Maar het groene bankje heeft een hoge rugleuning.
‘Stop,’ zegt Puck.
Tuf stopt. Opa kijkt waar zij naar wijst. Het bankje staat hoger dan de zijkant van de wagen. Als ze verder rijden, kunnen de takken ertegen slaan.
‘Goed gezien,’ zegt Opa. Hij zet de rem vast.
Puck stapt uit. Ze kijkt van de rugleuning naar de takken. Het groen van de verf glimt nog steeds. Ze denkt aan het schuren en de verf aan Opa’s vingers gisteren. ‘Straks krijgt hij krassen.’
Opa houdt met één hand de laagste tak wat hoger. Maar daarachter hangt er nog een. Hij laat de tak langzaam terugzakken. Tuf kijkt omhoog alsof hij er met zijn lampen bij wil.
‘Het poortje gaat niet mee omhoog,’ zegt hij.
Puck hurkt bij de wagen. Ze ziet de onderkant van het bankje, de poten en het zachte dekentje. Thuis heeft ze weleens een stoel omgedraaid om iets onder de zitting vandaan te halen.
‘Kan het bankje ook liggen?’ vraagt ze.
Opa gaat naast haar staan. Hij kijkt in de wagen en dan naar het poortje. ‘Op zijn rug. Dan is hij lager. Dat proberen we.’
Hij maakt de twee rode touwen los. Puck haalt de uiteinden uit de ogen in de vloer en legt ze opzij. De trein blijft op de rem staan. Opa tilt het lichte bankje even op. Puck schuift het dekentje recht onder de rugleuning. Dan laat Opa het bankje daarop zakken.
De vier poten steken nu een stukje naar voren. Ze blijven binnen de wagen. De gele zitbank achterin is nog vrij. Er is niets waar Puck met haar laarzen achter kan blijven haken.

‘Ben je wakker?’ vraagt Puck aan het liggende bankje.
Het bankje zegt niets.
‘Die praat niet,’ zegt Tuf. ‘Dat doe ik al.’
Opa maakt dezelfde twee rode touwen opnieuw vast. Hij duwt voorzichtig tegen de zitting. Het bankje blijft liggen. De geverfde rug ligt zacht op het dekentje.
Dan komt het kijken. Opa gaat naast het poortje staan. Puck wacht bij hem, aan de kant van het spoor. Opa zet de parkeerrem los. Op zijn verzoek rolt Tuf een heel klein stukje vooruit en stopt weer. Opa kan goed zien dat de hele lading nu lager blijft dan de laagste tak. Hij zet de rem opnieuw vast.
Ze gaan samen op de heel lage gele bank zitten. ‘Wij moeten zelf ook bukken,’ zegt Opa. Hij doet het voor, met zijn kin bij zijn knieën. Puck maakt zich ook klein. Zo blijven hun hoofden onder de takken. Opa laat de rem los. Tuf rijdt heel langzaam onder het poortje door. Puck houdt haar vlechten voor zich, zodat er geen tak aan blijft hangen. Het groene bankje raakt niets.

Aan de andere kant draait Puck zich om. Achter hen blijft het poortje staan. Voor hen ligt de rest van de boog. Ze glimlacht naar Opa.
‘Nu mag hij zo blijven slapen,’ zegt ze.