← De trein naar de Wilgenhalte
Inhoudsopgave · hoofdstuk 3 van 8
  1. 1. Een stem achter de heg
  2. 2. Het bankje krijgt een plaats
  3. 3. Verder kan niet
  4. 4. De boog om het water
  5. 5. Een bankje op zijn rug
  6. 6. De laatste rails
  7. 7. Vier poten op hun plek
  8. 8. Een kaart voor Tuf

Hoofdstuk 3 van 8

Verder kan niet

Het spoor loopt tussen twee rijen hoge bloemen door. Puck ruikt iets zoets. Er hangt een hommel boven een paarse bloem. Hij blijft precies op dezelfde plek in de lucht, alsof iemand hem aan een draadje vasthoudt.

‘Die kan wel vliegen,’ zegt Puck.

‘Ja,’ zegt Tuf. ‘Maar hij kan geen bankje meenemen.’

De wagen rijdt over een kleine hobbel. Puck voelt hem door de gele bank heen. Voorin blijft het groene bankje tussen de twee rode touwen staan. Opa draait zich om en kijkt ernaar. Alles zit nog vast.

Boven de bloemen buigt een grote boom over het pad. Op de grond liggen verse blaadjes. Puck ziet eerst alleen groen. Dan ziet ze een dikke bruine tak dwars over de rails.

Tuf rijdt langzamer. Nog langzamer. Hij stopt ruim voor de tak. De wagen geeft één klein schokje. Opa legt zijn hand naast Pucks hand op de bank.

Tuf is ruim vóór de gevallen tak gestopt. Het bankje staat nog vast in de wagen.

‘Is dit een halte?’ vraagt ze.

‘Nee,’ zegt Tuf. ‘Dit is een tak.’

Opa zet de parkeerrem vast en stapt uit. Puck blijft zitten tot hij naast het treeplankje staat. Dan komt ze ook naar beneden. Ze lopen aan de kant van het spoor tot ze goed kunnen zien wat er ligt.

De tak is dikker dan Pucks been. Aan één kant zitten nog lange zijtakken. Die liggen verstrikt in de struiken. Opa pakt het vrije uiteinde vast en probeert het een klein stukje op te tillen. Het komt nauwelijks van de grond.

‘Die krijgen wij zo niet weg,’ zegt hij.

Puck kijkt naar Tuf. ‘Kun je eroverheen?’

‘Mijn wielen zijn rond,’ zegt Tuf. ‘Het zijn geen benen.’

Puck trekt één laars een beetje op. Ze zou er misschien overheen kunnen stappen. Maar het bankje heeft geen laarzen. En Tuf ook niet. Ze zet haar voet weer neer.

Voorbij de tak ziet ze het spoor verdergaan. Het draait naar de vijver. De Wilgenhalte moet daar ergens zijn. Het is helemaal niet zo ver. Toch kunnen ze niet verder.

‘Dan brengen we het bankje lopend,’ zegt ze.

Opa kijkt terug naar de wagen. ‘Tot hier ging dat mooi. Maar met het bankje door al die struiken kan ik mijn voeten niet goed neerzetten. We zoeken een andere weg.’

Tuf zegt een tijdje niets. Er tikt een blad tegen zijn rode neus. Puck haalt het er voorzichtig af.

Opa en Puck staan naast Tuf bij de tak. Puck haalt een blad van Tufs neus.

‘Kan de lange weg er nog langs?’ vraagt ze dan.

Opa kijkt in de richting waar ze vandaan kwamen. ‘Misschien wel. Die rails liggen er al. Maar we gaan eerst kijken of we die kant op kunnen.’

Ze stappen weer in. Opa laat de rem los. Dit keer kijkt hij over de achterkant van de wagen. Tuf rijdt heel langzaam terug naar de splitsing.

Puck ziet de hommel opnieuw. Die heeft zijn bloem nog niet verlaten. ‘Wij zijn even een achteruit-trein,’ fluistert ze.

‘Alleen totdat we weer vooruit kunnen,’ zegt Tuf.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek voorlezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.