Hoofdstuk 3 · 9 minuten lezen
Terug door dezelfde opening
Ilyas bleef met zijn hand in de octopus zitten. De tentakels hingen over de rand van de kast. Eén ervan raakte Mila's schouder toen zij achter het gordijn kwam.
‘Hier zit hij,’ zei ze.
Het lusje aan de kop was van dun metaal. Daar hing Ilyas de pop aan op als hij hem niet gebruikte. Nu stak het dwars door een zilveren draad.
Oma kwam naast haar staan.
‘Even niets bewegen.’
Ilyas liet zijn arm op het kistje rusten. In de zaal gingen de plafondlampen aan. Het donkere putje in de lap bleef donker. Mila had gehoopt dat het alleen een schaduw van de pop was.
Aron schoof de krant in de decorbak. Een van de kinderen kwam om het gordijn kijken.
‘Is hij kapot?’
‘We gaan hem losmaken,’ zei oma.
‘De octopus?’
‘Die ook.’
Ilyas vroeg Aron de tafel in de zijruimte vrij te maken. Het kind werd door zijn vader teruggeroepen. Iemand zei bedankt voor de voorstelling. Ilyas antwoordde met zijn gewone stem; dat klonk vreemd met de paarse kop nog boven zijn hand.
Mila hield de lap op terwijl hij voorzichtig uit de poppenkast kwam. Oma nam de andere rand. Ze liepen samen door de deur. De stof mocht nergens achter blijven haken. Mila keek naar de deurknop, naar de rand van het kistje, naar het pennetje dat uit de muur stak. Al die dingen had ze op de heenweg niet gezien.
Op de tafel lagen mandarijnenschillen en een glas water. Aron schoof alles naar de vensterbank en veegde de kruimels weg. Ze legden de pop op zijn zij, met de glanzende lap ernaast.
De knoop trok een kleine kuil in het weefsel. Als Mila haar hoofd bewoog, kon ze onder de buitenste draad kijken. Daar lag nog een lus. En nog een.
‘Hij zit er drie keer omheen,’ zei ze.
‘Door mijn laatste buiging.’ Ilyas trok zijn hand uit de pop. ‘Ik voelde iets en ging toch omlaag. Zeg maar wat ik moet vasthouden.’
Oma deed haar tas open. Uit een klein etui haalde ze een stompe stopnaald. Er zat een rode draad door het oog. Ze trok hem eruit en wikkelde hem om het etui.
Mila pakte de naald aan.
‘Je mag ook eerst kijken,’ zei oma.
‘Ik zie het al.’
Ze schoof de punt onder de bovenste lus. De draad was gladder dan hij eruitzag. Ze wilde hem over het metaal heen wippen, maar op het moment dat de naald omhoogging, gleed de lus terug.
Het putje werd groter.
Mila hield haar hand stil. De naald lag nu schuin tegen het glanzende metaal. Nog een klein duwtje en misschien kwam het toch goed.
‘Leg maar even neer,’ zei oma.
Mila deed het. Aan haar wijsvinger bleef een bleek streepje licht hangen; toen ze haar hand omdraaide was het weg.
In de gang werden stoelen op een kar gezet. De wieltjes bonkten over de drempel. Aron liep naar de deur en schoof er een houten wig onder, zodat niemand hem tegen de tafel kon duwen.
‘Moet ik de tentakels wegleggen?’ vroeg hij.
‘Die aan deze kant,’ zei Mila. Ze wees. ‘Dan kan ik hier kijken.’
Hij vouwde de slappe armen naast de kop. Zonder de tentakels leek de octopus op een pruim met ogen. Mila wilde er iets over zeggen, maar haar keel zat dicht.
Oma boog zich naast haar.
‘De lus is niet stuk. Hij heeft alleen geen ruimte.’
Ze liet met haar eigen handen zien wat ze bedoelde: twee vingers naast elkaar, daarna heel voorzichtig een stukje uit elkaar. De tafel kraakte toen Ilyas zijn elleboog verplaatste. Verder was het stil.
Mila nam de naald opnieuw. Deze keer stak ze hem niet meteen onder de bovenste draad. Ze volgde eerst met haar ogen waar de draad vandaan kwam. Bij de rand zat een los bochtje. Daar kon iets vandaan komen.
Ze duwde het naar het putje toe.
De bovenste lus werd een beetje hoger.
‘Zo houden,’ zei ze tegen Ilyas.
‘Zo houd ik.’
De naald gleed eronder. Mila ademde uit, tilde de lus op en wachtte tot de draad stil lag.
‘Kun je zijn kop een stukje draaien? Naar mij toe.’
Ilyas draaide. Het metaal verschoof een kwartslag. De draad lag nu langs het metalen lusje in plaats van er dwars overheen.
Mila duwde nog een millimeter.
De eerste draad kwam los.
Aron maakte een kort geluid alsof zijn rijstblik begon te regenen. Hij hield onmiddellijk zijn mond. Mila merkte dat ze glimlachte.
Bij de tweede lus moest de pop terugdraaien. Deze keer zag ze het voordat ze de naald instak. Ze vertelde Ilyas welke kant op, en hij deed precies dat. Buiten reed een bus voorbij. Het raam trilde zacht in zijn sponning.
Er bleef één lus over.
Mila kon de vrije draad zien, maar het metalen lusje wilde er niet langs. Ze hield de punt eronder en keek door het kleine gaatje dat ze had gemaakt.
‘Hij moet terug,’ zei ze.
Ilyas keek naar de octopus. ‘Helemaal?’
‘Met dat lusje. Door waar hij binnenkwam.’
Oma schoof haar hand onder de lap, zonder de draden op te tillen. Ilyas kantelde de kop. Het zag er even erger uit: de paarse stof drukte bijna tegen het putje. Toen ging het metaal door de opening.
De octopus lag los op tafel.
Mila legde de naald neer. Haar vingers deden zeer van het vasthouden. In het weefsel zat nog steeds een deukje.
‘Nog even,’ zei oma.
Ze wees waar de draden dicht op elkaar waren geschoven. Mila spreidde ze met de zijkant van de naald. Langzaam kwam er licht tussen. Eerst een dun lijntje, daarna dezelfde zachte glans als eromheen.
Ilyas zette de octopus ver weg van de lap. ‘Deze gaat voortaan met zijn lusje naar de muur.’
Oma deed de stopnaald terug in haar etui.
Aron kwam naast Mila staan. ‘De zee was wel goed.’
Ze knikte. Daar wilde ze straks nog eens aan denken, als de lap veilig opgeborgen was.
Thuis droeg oma een schoon dienblad naar het balkon. Mila spreidde de stof erop uit, glanzende zijde naar de open hemel.
‘Maar dan krijgt hij toch weer licht?’ vroeg ze.
‘De lege lap leent bij de eerste keer openleggen. Toen ik hem vanavond opnam, zat dat licht erin. De volgende keer helemaal open buiten is teruggeven.’
‘En daarna?’
‘Dan blijft hij grijs. Morgenavond kan hij opnieuw lenen.’
Mila haalde haar handen van de randen. Ze bleven naast elkaar bij de balkondeur staan. Het duurde langer dan ze dacht. De buitenste draden verbleekten eerst. Middenin bleef nog een zacht vierkant over, dat steeds kleiner leek te worden.
Oma ging twee glazen water halen. Toen ze terugkwam, glansde er alleen nog een strookje bij de zoom.
‘Kon jouw moeder ook andere dingen?’ vroeg Mila.
Oma keek naar de lap. ‘Ja. We moeten morgen toch een paar dozen uitzoeken.’
Het laatste lijntje doofde. Mila voelde met de rug van haar vinger aan de grijze stof. Zacht en koel, zoals eerst, maar nu zag ze alleen haar hand in het licht uit de woonkamer.
Ze vouwde de lap op, bond het blauwe lint erom en legde het kaartje onder de strik. Oma deed hem terug achter de kussenslopen.
In de logeerkamer trok Mila de bloemensloop over het kussen. Ook daar zat een knoop aan, maar deze kon ze onder de matrasrand duwen. Voor vannacht moest dat maar.