Hoofdstuk 12 · 8 minuten lezen
Op karton past het wel
Van de lege verhuisdoos naast de kast was een brede wand losgescheurd. Mila trok het grote stuk karton onder de andere stukken vandaan en legde het plat op tafel. Oma hield een hand tegen de ontbijtkom.
‘Niet in mijn melk.’
Mila draaide het karton om. Er pasten makkelijk drie kleine kamers naast elkaar op. Ze trok twee lijnen en zette een tafel in het eerste vak. Het tweede kreeg een raam en het derde een regenwolk.
‘Is dat een spin?’ vroeg oma.
‘Dat is de serre.’
‘Dan moeten die poten nog een beetje groeien.’
Mila maakte de streepjes onder de wolk langer. Ze was niet zo goed in tekenen als Aron. Bij hem begreep je meteen wat iets was, zelfs als hij een pop tekende die maar half op een mens moest lijken.
Oma zette haar kom in de gootsteen. ‘Ik ga straks naar de winkel. Om half elf bij het buurthuis?’
Mila knikte. Ze wilde eerst iets uitproberen dat geen stof kon beschadigen.
Ze prikte met haar potlood een gaatje in het karton. Daar stak ze een stukje gewoon pakjestouw door. Toen maakte ze verderop nog een gaatje. Terwijl ze het touw daartussen spande, kwam de flap van de doos omhoog. De drie kamers bogen naar elkaar toe.
Dat had ze niet bedoeld.
Ze duwde het karton plat en gaf het touw meer ruimte. Nu hing er een slap stuk over haar getekende tafel. Als ze het karton opzij schoof, ging dat stuk niet meteen mee.
Mila draaide het losse eind één keer om het andere touw. Het sprong terug. Na een tweede wikkeling bleef het beter zitten. Ze zette er een potloodstreepje bij. Zo ver kon de draad opzij zonder meteen terug te schuiven.
Toen oma terugkwam voor haar vergeten boodschappentas, schoof Mila het karton opzij om eronder te kijken. Ze had niets verboden gedaan. Toch was ze blij dat oma alleen de tas pakte.
Aron stond om half elf al bij de zijdeur. Aan zijn rugzak hingen voetbalschoenen, samengebonden aan de veters. Eén schoen schopte steeds tegen zijn been.
‘Vanmiddag wedstrijd?’ vroeg Mila.
‘Oefenen. We moeten eerder komen. Onze keeper heeft zijn pols in het gips.’
‘Jij op doel?’
‘Alleen als de anderen liever helemaal geen keeper hebben.’
Hij ging met zijn rug tegen de muur staan om de veters korter te knopen. Mila legde haar kartonnen flap op het lage muurtje ernaast. De hoeken krulden op. Ze zette haar beker erop.
‘Dit is hoe het gisteren ging. Met dat blauw.’
Aron boog voorover. ‘Waar is de rol?’
Mila tekende een cirkel aan iedere kant. Dat had ze vergeten.
‘En dat wat je dubbel hebt geslagen?’
‘Hier hoeft het niet dubbel. Kijk.’
Ze trok heel voorzichtig aan haar touwtje. Het eerste vak kwam naar het tweede, maar de beker hield de onderste rand van het karton tegen. Het krulde opnieuw.
Aron tilde de beker op. ‘Dit kan zo ook niet.’
‘Het is maar een proef.’
‘Ja. Daarom zeg ik het.’
Ze haalde de beker weg en schoof de flap over de muur. De twee wikkelingen hielden het eindje op zijn plek. Aan de andere kant hing het derde kamertje een beetje scheef.
‘Als de draad niet terugschuift, kun je hem precies op de goede plek zetten,’ zei ze.
Aron pakte een van zijn schoenveters en trok aan de strik. ‘Blijft ook beter zitten als je er nog een keer omheen gaat. Tot je hem los moet krijgen.’
‘Deze kan zo los.’
Dat lukte. Op het droge karton viel het tweede slagje meteen uit elkaar. Mila stak het touw opnieuw door het gat.
Aron keek naar de getekende keuken. ‘Ik wil die regen niet tegelijk met jouw verhaal.’
‘Dat hoeft ook niet. Jij kunt eerst. Of later.’
‘Gisteren stond ik te wachten tot jij besloot dat het klaar was.’
De deur ging open. Ilyas hield een lange platte doos schuin boven zijn schouder om hem niet tegen de klink te stoten. Oma liep achter hem aan met een tas vol broodjes en twee kleine potten verf.
‘Hulp zonder voetbalschoenen graag,’ zei Ilyas. ‘Deze rand is nog nat.’
Aron pakte de andere kant van de doos. Het was geen doos, zag Mila nu, maar een rechtop gevouwen decorplaat. Op de achterkant zat een uitgeknipt raam. Haar touwtje slingerde over de muur terwijl zij achter hen aan liep.
De grote doek lag binnen veilig opgerold. Mila keek erheen. Als ze het karton nu naast de stof kon leggen, zou ze de afstand veel beter kunnen controleren. Ze hoefde niets vast te maken. Alleen de maat.
Oma zette de verftas op tafel. ‘Eerst het gewone raam. Daarna kijken we hoe de drie stukken van de voorstelling op elkaar passen.’
‘Mag ik het meetlint even?’
Oma gaf het haar. Mila mat de opening van het houten raamwerk, niet de magische doek. Daarna wilde ze diezelfde breedte op haar karton afzetten. De flap hield eerder op.
Ze draaide hem schuin. Zo kwam het streepje er nog net op, vlak naast haar regenwolk.
‘Je moet hem langer maken,’ zei Aron. Hij had de decorplaat neergezet en keek over haar schouder mee.
‘Voor een echte mal wel.’
‘Deze is dus te kort.’
‘Deze is een tekening.’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Goed. Maar gebruik hem niet voor dat blauw. Dan krijg je weer dat rare vouwtje.’
‘Ik weet het.’
Mila schoof het meetlint terug. Op het karton maakte ze twee kleine potloodkruisjes waar de draad volgens haar moest komen. Ze wist dat een schuine maat niet hetzelfde was als een rechte. Als ze de tekening iets kon verschuiven, hoefden de twee punten toch niet verder uit elkaar te liggen?
Aron was intussen aan de andere tafel gaan staan. Hij had een vel papier voor zich en tekende dikke strepen voor zijn regen. Mila wilde hem haar idee van de verschuiving laten zien, maar hij had zijn blik en de krant al gepakt.
‘Luister even,’ zei hij tegen Ilyas. ‘Zonder praten, eerst.’
Hij liet het blik zacht rollen en veegde de krant langs de tafelrand. Mila hoorde een bui aankomen. Misschien klonk het met alleen geluid al alsof je binnen zat. Ze zei het niet. Ze deed het touw nog één keer om zichzelf heen: één slag, en nog één. Het bleef precies bij het potloodkruisje zitten.
Toen legde ze de kartonnen flap onder haar jas. Aan het eind van de middag zou ze hem mee naar huis nemen. Het was gewoon haar eigen tekening. Niemand had gezegd dat ze die weg moest gooien.