Hoofdstuk 18 · 8 minuten lezen
Twaalf steken
‘Welke kant teken je nu?’ vroeg Aron.
Mila hield haar potlood boven het papier. Ze had de mal op een schoon vel gelegd en de gaatjes overgenomen. Naast het vel lag de achterkant van de echte doek. Daar liepen haar lijntjes ineens de andere kant op.
‘De voorkant,’ zei ze.
‘Dat dacht ik al.’
Hij schreef op een tweede vel achterkant. Mila wilde zeggen dat ze dat zelf ook kon, maar hij schoof het gewoon naast het eerste. Zo pasten de twee tekeningen wel bij elkaar. Hij trok geen enkele lijn over zonder te vragen waar die heen moest.
Oma liet de naald onder een groene lus rusten. ‘Hier draait het gele draadje terug. Zie je dat stukje?’
Mila ging dichterbij zitten. Aan de rand van de plooi stak een geel boogje uit. Ze had het voor een losse draad gehouden. Het liep echter door naar het volgende boogje en verdween daarna in de vouw.
‘Ik moet die hoek een klein beetje optillen,’ zei oma.
Eva schoof een gladde steun onder de losse stof, ver genoeg van de kuil. Ze deed niets met de steken. Oma had nu beide handen vrij om de gele lijn verder te volgen.
Mila zette een klein streepje op het papier. Het werden er vier, toen vijf. Bij de volgende aarzelde ze.
‘Die heb je al,’ zei Aron.
‘Die daarboven?’
Hij wees op haar tekening. ‘Hij gaat hier terug. Dat is dezelfde.’
Mila volgde het draadje met haar ogen. Hij had gelijk. Ze gumde het laatste streepje uit en tekende het boogje anders. Oma wachtte tot ze klaar was.
Verderop zaten de gele steken dichter op elkaar. Daar lag de keukenlijn dubbel door een groene serre-lus. Een stukje verder herhaalde dat zich bij een tweede groene lus. Het zilveren weefsel eronder zat meegevouwen, maar er waren geen losse zilveren einden.
Oma schoof een gewoon geel draadje uit haar naaidoos over de tekening. Dat was geen deel van de doek. Ze legde het zoals de keukenlijn liep, zonder het aan het papier vast te maken.
‘Zo ben je hierlangs gegaan,’ zei ze tegen Mila.
Mila keek naar de kartonnen mal. ‘En toen nog een keer. Omdat het anders terugzakte.’
Aron tikte op de twee plekken die ze had aangegeven. Zijn vinger bleef daarna op tafel liggen. Hij zei niet dat hij het wel had geweten als ze het gevraagd had.
Ze vonden de laatste gele steek vlak onder de onderste laag. Mila zette er een streepje voor. Ze telde opnieuw vanaf het begin, met een vinger boven het papier.
Twaalf.
Oma bekeek de hele route nog eens. Ze wees de twee groene lussen aan, die niet bij de keuken hoorden. Mila zette er twee ruimere cirkels omheen.
‘Dat is dus wat er bleef zitten toen het blauw eruit was,’ zei Aron.
Mila keek naar het bundeltje op de andere tafel. Ze had verwacht dat het eruit halen veel meer zou oplossen. Haar blauwe draad had de andere steken meegesleurd en was daarna zelf eenvoudig losgekomen.
Oma legde het losse gele voorbeelddraadje naast de tekening. ‘Ik wil nog één stukje proberen zonder iets open te maken. Alleen als het ruimte geeft.’
Mila hield het papier naast haar. Eva ondersteunde de buitenrand. Met de stopnaald liet oma een geel boogje een klein stukje teruggaan. De vouw bewoog mee. Even kwam een lichte streep van de glanzende voorkant tevoorschijn.
Toen trok het zilver strak.
‘Stop,’ zei oma, voordat Mila iets kon zeggen.
Ze liet het boogje weer zakken. De zilveren draad lag meteen losser. Niets was gebroken. De plooi was even smal als daarvoor.
Oma legde de naald op haar kussentje. ‘Zo krijg ik er niet genoeg ruimte in. Ik wil niet harder trekken.’
Mila hield haar handen plat op tafel. De tekeningen hadden geholpen. Ze wist nu waar de draad liep. Ze had hem er nog niet mee uit gekregen.
Ilyas kwam kijken. Hij las de woorden voor- en achterkant en draaide het vel niet om, zoals Mila eerst had gedaan.
‘Dus het raam hoef ik voorlopig niet terug te zetten?’
‘Nee,’ zei oma. ‘Hier kunnen we goed werken.’
Eva wees op de gele route. ‘En als die lijn open kan?’
‘Dan kunnen deze twaalf steken terug. Door die groene lussen heen.’ Oma liet haar vinger boven het papier de weg volgen. ‘Maar de keukenopname gaat dan mee als we straks het licht teruggeven. Dat heb ik dinsdag verteld.’
Mila knikte. Ze kon het oefenlapje van die avond weer voor zich zien. Ze had toen alleen willen weten hoe je een steek netjes losmaakte. Wat er verloren kon gaan had iets voor later geleken.
Aron schoof zijn stoel dichterbij. ‘Kan het groen ook open?’
Oma keek naar de twee cirkels. ‘Ja. Als ik die serrelijn openmaak, kan ik de twee lussen loshalen die eromheen zitten. Dan komt de keukenlijn vrij.’
Mila keek op.
‘Maar dan raken we de serre kwijt,’ zei oma. ‘Bij het teruggeven. De hele opname, niet alleen die twee plekken.’
Op de tekening stonden de cirkels dicht bij elkaar. Twee lussen. Dat was veel minder dan twaalf. Mila dacht aan de oude keukentafel, met de lange kant naar de achterdeur. Daar had ze met oma papier kunnen uitspreiden zonder dat er iets van de rand viel.
Eva pakte een stoel en kwam naast oma zitten. ‘Zijn dat de twee manieren die je veilig kunt doen?’
‘Die ik hier zie, ja. Bij de andere poging voelde je wat er gebeurde.’
‘En de naaikamer?’ vroeg Ilyas.
‘Die lijn loopt hier helemaal niet doorheen.’
Oma wees hem in de stof aan. Mila zag het patroon van de naaikamer verderop liggen. Het zat niet in de plooi. Er hoefde niets uit zichzelf donker te worden alleen omdat een ander stuk verkeerd vastzat.
Eva belde naar Arons huis. Ze ging naar de deur zodat ze de anderen niet overstemde. Mila hoorde haar zeggen dat er genoeg volwassenen waren en dat ze een tijd zouden afspreken. Daarna kwam ze terug.
‘Je kunt nog blijven als je wilt,’ zei ze tegen Aron. ‘Er komt iemand voor je als we klaar zijn. Als je eerder weg wilt, bel ik weer.’
Aron keek naar het papier. ‘Ik blijf nog.’
Op de klok was het bijna kwart over tien. Ilyas schonk water in en zette het op de andere tafel. Mila trok haar tekening dichterbij. Ze maakte de twee cirkels rond de groene lussen donkerder. Het gele potlood legde ze ernaast neer.