Hoofdstuk 19 · 7 minuten lezen
De verkeerde kamer bewaren
‘Dan doen we het groen,’ zei Mila.
Ze had het al gezegd voordat oma haar stoel weer goed had aangeschoven. Mila wees naar de twee cirkels op haar tekening. Daar hoefden maar twee lussen open. De gele route liep veel langer door.
Aron pakte zijn jas van de stoel.
‘Ga je weg?’ vroeg ze.
‘Ik wil mijn telefoon.’
Hij haalde hem uit zijn zak en legde de jas over de leuning. Daarna bleef hij staan. Mila trok haar voet terug, zodat hij weer kon gaan zitten. Hij deed het niet.
‘Die serre was voor mijn stuk,’ zei hij.
‘We hebben toch ook dat geschilderde raam?’
‘Voor jouw keuken ook.’
Mila keek naar de deur van de zijruimte. Ze kon het decor niet zien, maar ze wist waar het stond. Ze had zelf een kozijnrand geschilderd en haar vingers vies gemaakt aan het mengbakje. Het gewone raam was goed geworden. Daar had ze gisteren nog een gordijntje voor uitgezocht.
‘Dat is anders.’
‘Voor jou.’
Aron ging eindelijk zitten. Hij schoof haar tekening een stukje terug, zodat zijn elleboog erop paste. De twee groene cirkels verdwenen bijna onder zijn mouw.
‘Ik had bedacht hoe het zou regenen zonder dat er regen was,’ zei hij. ‘En dat de visser er helemaal niets van snapte. Dat wilde ik zelf spelen. Ik was niet alleen aan het wachten tot jij je oma iets kon laten zien.’
‘Dat zeg ik niet.’
‘Je vroeg het ook niet.’
Oma pakte haar bril af en wreef over het plekje op haar neus. Mila keek snel naar haar. Misschien zou oma zeggen dat ze de keuken het liefst wilde houden. Dan hoefde Mila niet te proberen uit te leggen waarom die tafel belangrijker voelde dan de rest.
‘Het groen kan open,’ zei oma. ‘Het geel ook. De serre in de doek is net zo goed van mij als de keuken.’
Ze deed haar bril weer op en wachtte.
Ilyas kwam binnen met twee extra kussentjes voor de stoelen. Hij gaf er één aan oma en hield het andere omhoog. Aron pakte het aan en schoof het op zijn stoel.
Mila zag de houten naaidoos in de kast. Op de voorkant zat nog de lichtere plek waar vroeger een etiket had gezeten. Die doos was echt. Maandag had ze hem samen met oma naar beneden gedragen, over die steile trap. Oma had hem zonder aarzelen in haar nieuwe werkkast gezet.
‘Als de keuken er niet meer is, kunt u hem nooit meer in,’ zei Mila.
‘Dat weet ik.’
‘Ook niet om die tafel nog te zien.’
Oma keek langs de stof. ‘Die tafel stond soms zo vol dat ik op een stoel moest knippen. Dat heb jij ook gezien.’
Mila wist nog hoe ze dan op haar knieën op een andere stoel was gaan zitten om niet in de weg te staan. Op de kameropname was de tafel altijd leeg. Je kon er alles op leggen zonder eerst iets op te ruimen. Zelfs oma's bril lag er niet op.
‘Ik vind hem mooi,’ zei ze.
‘Ik ook.’
Oma pakte het vrije randje van de stof vast en schoof het iets gladder. Er zat nergens een opening in de keukenlijn. Nog niet.
Eva kwam naast Mila staan. Haar hand rustte op de rugleuning van de stoel.
‘Aron had er een heel stuk voor bedacht,’ zei ze.
Mila wreef met haar duim langs een gumstreep op het papier. Ze had de serre eerst gebruikt om te laten zien dat er méér was dan een keuken. Daarna had ze hem tussen de andere kamers willen vastzetten. Nu had ze besloten dat hij weg kon, omdat de twee cirkels zo klein waren.
Ze trok haar tekening onder Arons mouw vandaan. Hij tilde zijn arm op.
‘Ik wil de gele doen,’ zei ze.
Oma keek haar aan. ‘Wil je dat echt?’
Mila knikte, maar het voelde nog niet klaar. Ze keek naar de dichte steken.
‘Mag ik hem dan openmaken? Het is uw keuken.’
‘Ja,’ zei oma. ‘Pak de naald maar. Ik houd de stof voor je vast.’
Mila slikte. Oma schoof haar stoel dichterbij en draaide het handvat van de lamp. Het licht viel op de gele steken.
‘Dan die twaalf,’ zei Mila.
Aron haalde zijn mouw helemaal van het papier. Hij vroeg waar hij zijn handen kon laten. Oma wees de vrije ruimte naast de rand aan.
‘Straks komt daar het gele uiteinde te liggen. Dat moet los blijven, niet steeds achter iets haken.’
‘Ik ga er niet aan trekken.’
‘Precies.’
Ilyas ruimde het laatste glas van de werktafel. Hij verplaatste de stoelen zo dat Eva achter oma kon staan zonder tegen haar aan te lopen. Op de andere tafel bleef water staan, met de laatste boterhammen. Het raamwerk hoefde nergens heen.
Oma vroeg Mila het naaldenkussentje aan te geven. Ze legde twee gewone spelden neer om de plek op de tekening aan te wijzen. Ze stak ze niet door de zilveren stof.
‘Ik kan het ook overnemen als je vingers moe worden,’ zei ze.
Mila keek naar haar eigen handen. Ze had een klein potloodstreepje op haar wijsvinger en een kartonsneetje naast haar nagel. Dat was al van woensdag.
‘De eerste wil ik zelf.’
‘Goed. Daarna kijken we verder.’
Aron schoof zijn telefoon van de tafel naar zijn jas. Hij keek naar de twee groene cirkels. ‘Ik wilde ook graag indruk maken. Met dat regenraam.’
Mila wachtte.
‘Maar ik heb niet dat draadje veranderd.’
‘Nee,’ zei ze. ‘Dat was ik.’
Hij knikte. Er kwam geen glimlach achteraan. Wel legde hij het losse voorbeelddraadje uit de weg, zodat het straks niet tussen het echte gele uiteinde terecht zou komen.
Oma wees op de eerste keukensteek. Mila kon hem goed zien onder de lamp. Het was dezelfde gewone steek die ze dinsdag op het oefenlapje had losgemaakt. Toen had er geen oude keukentafel achter gezeten.
Ze schoof haar stoel nog een stukje aan. De stompe stopnaald lag voor haar op het rode kussentje. Ze nam hem op en wachtte tot oma de stof klaar had gelegd.