Hoofdstuk 17 · 13 minuten lezen
Een ademhaling
Mara's werkruimte lag achter in het huis. Vanaf de gang keek Liv uit op een tuin waarin de stoelpoten in een dikke laag bladeren stonden. Er hing een natte bal aan een touwtje, net buiten het bereik van het afdak. Iemand had geprobeerd hem droog te houden en was halverwege iets anders gaan doen.
Mara deed de deur van de werkkamer dicht voordat zij haar stoel naar achteren trok. Ze had twee mokken neergezet en haar eigen koptelefoon klaargelegd. De tweede stoel was van een kind geleend; op de rugleuning zat een glanzende afbeelding van een dinosaurus.
‘Hij zakt een beetje,’ zei ze. ‘Niet schrikken.’
Liv ging zitten en zakte onmiddellijk een stuk omlaag. Het toetsenbord stond nu te hoog voor haar handen. Mara lachte, stond op en verwisselde de stoel met de hogere uit de keuken. Liv wachtte in de deuropening. Het was prettig dat iemand hardop mocht lachen om een geluid dat zij zelf had gemaakt.
Ze hadden tot drie uur. Mara zette dat niet als dreigement op tafel. Ze schoof gewoon haar eigen agenda opzij, controleerde waar Liv de drive wilde aansluiten en vroeg met welk onderdeel zij moesten beginnen.
‘Vijf,’ zei Liv. ‘Joop. Dat is het verst.’
‘Wat is er ver aan?’
‘Hij is goed te verstaan. De stukken die we willen gebruiken zijn gemarkeerd. Ik heb er minder van hoeven weg te nemen dan ik dacht.’
Mara wachtte tot de mappen verschenen. ‘Wat wil je mij laten horen?’
Liv merkte dat zij alweer het antwoord op een andere vraag had gegeven. Ze haalde haar notitieboek uit de tas en sloeg de bladzijde met haar pilotkeuzes open. Willem Kooij, één ochtend waarop een boot vastliep. Joop van Dijk, het andere verhaal, waarin de boten nog jaren naar binnen waren gekomen. Bij het derde interview stond geen uitgewerkt stukje, alleen een langere vraag over de verandering van de toegang. Dat kon dinsdag als vergelijking dienen zonder dat het meteen een derde portret werd.
Ze wilde weten of de stemmen elkaar te veel overstemden in wat ze eromheen had geschreven. Niet letterlijk, zei ze, en ergerde zich aan die toevoeging.
‘Zullen we eerst luisteren?’ vroeg Mara.
Ze legde haar vingers naast de spatiebalk. Liv knikte.
Uit de luidsprekers klonk een korte schuif, een man die zei dat ze dat verkeerd begrepen hadden. Joop klonk hees, met een harde aanzet die tegen de microfoonrand stootte. De interviewer vroeg hoeveel jaar de boten dan nog waren binnengekomen. Joop antwoordde niet meteen. Hij begon over een schipper, veranderde zijn eerste formulering en zei dat hij het niet over de grootste schepen had.
Mara stopte.
‘Welke versie is dit?’
‘De luisterversie.’
‘En heb je hier iets tussenuit gehaald?’
‘Nee.’
‘Laat de bron eens horen.’
Liv opende de overdracht waarop zij werkte. Het bestand had een langere naam dan de luisterversie, met de verwijzing naar de fysieke band en de kant. Die band lag nog bij de collectie. Hier hadden zij de digitale overdracht, de twee kanalen zoals die waren aangeleverd, inclusief een af en toe wegvallend randje in het geluid. Liv ging naar hetzelfde punt en begon een paar seconden eerder.
Het eerste wat terugkwam was een hoge, aanhoudende ruis. Daarna een paar kleine tikken die zij uit de toegangskopie had gehaald omdat ze pijn deden aan haar oren. Joop sprak dezelfde woorden uit. De manier waarop hij ertussen ademhaalde, klonk anders.
Liv keek naar het scherm. De man trok hoorbaar lucht naar binnen vlak voordat hij zei dat die boten nog binnenkwamen. Er zat iets van een ingehouden lach in. Of geen lach, eerder het begin van een antwoord dat hij nog niet wilde geven. Het geluid ging niet over in een woord. Hij hield het kort vast, begon opnieuw en gaf toen zijn stellige zin.
In haar versie was dat kleine begin bijna weg.
Ze speelde de twee stukken nog eens achter elkaar af. Mara keek niet naar de bewegende lijnen, maar naar de lege plek boven de luidspreker. Liv kon zien dat ze de volgorde volgde aan de spanning in haar mond. Bij de tweede versie bewoog ze haar hand een paar centimeter en liet hem weer liggen.
‘Hij klinkt alsof hij gewoon doorpraat,’ zei ze.
Liv zette de cursor vóór de zin. ‘Hij zegt hetzelfde.’
‘Dat hoor ik.’
‘Ik heb daar geen zin weggeknipt.’
‘Dat hoor ik ook.’
Mara draaide zich naar haar toe. Liv voelde dat zij op een verkeerde manier verdedigde wat niemand haar nog had verweten. Ze legde haar hand plat op haar bovenbeen.
‘Ik wilde dat aanhoudende gesis minder maken,’ zei ze.
‘Dat is gelukt.’
‘Maar die aanloop is meegegaan.’
Mara knikte. ‘Voor mij wel. Ik kan niet zeggen waarom hij daar zo ademhaalt. Maar ik wil het horen.’
Ze ging met haar hand naar de spatiebalk, wachtte op Liv en speelde alleen de bron nog een keer. De ruis vulde de kleine kamer. Joop bewoog iets op tafel, vroeg of de interviewer wel eens aan de oude kade had gestaan en bood hem een koek aan. Mara glimlachte om het tempo waarin hij zijn irritatie in gastvrijheid omboog.
‘Die man is zelf de montage,’ zei ze.
Liv lachte, kort. Ze kende die koek, hij had al dagen in het bestand gelegen. Nu hoorde ze pas hoe het aanbod de vraag onderbrak. Er zat geen nette wending tussen. Joop had vermoedelijk zijn hand uitgestoken, de interviewer had iets gedaan en zij hadden allebei een paar seconden met hun mond iets anders te doen gehad dan vertellen.
‘Dat stuk moet erbij,’ zei Liv.
‘Dat bepaal jij met Anouk. Maar zet hem niet neer alsof hij een antwoordmachine is die eindelijk zijn gegevens afgeeft.’
Liv trok het notitieboek naar zich toe. Ze schreef niet op wat Mara zojuist had gezegd. Ze schreef de verwijzing naar de langere passage erbij en een vraagteken bij de omvang. Het kon best te lang zijn voor een kort luistermoment. Dan moesten zij dat weten voordat zij het op duur hadden gesneden.
Ze keerden terug naar de bewerking. Liv liet zien waar zij de ruis minder had gemaakt, niet op een manier waarop de lijnen hun eigen bedoeling bewezen, maar door het verschil te laten horen. De eerste instelling had zij over een langer stuk gebruikt. Daarmee leek de achtergrond gelijkmatiger, de stem dichterbij. Het zachte begin van de ademhaling viel bijna samen met het materiaal dat zij juist kwijt wilde.
Ze maakte de bewerking minder sterk. De kamer werd hoorbaar groter. Verder weg schraapte iets, een stoel misschien, en daarna kwam de adem weer terug. Het gesis ook. Liv trok haar hoofd een beetje achteruit.
‘Nu is dat nare bovenste randje terug,’ zei ze.
‘Ja.’
Ze luisterden nog een keer, zachter. De verstaanbaarheid was niet ineens slechter doordat het geheel minder schoon klonk. Toch zat er op het harde deel een scherpe tik waar Liv steeds met haar schouder op reageerde. Die tik had zij apart aangepakt. Ze liet zien waar, speelde het met en zonder die ingreep en hoorde hoe Joops eerste medeklinker minder scherp was geworden dan de volgende.
‘Daar heb ik te veel gedaan,’ zei ze.
Mara wees niet naar de gewenste knop. Ze kende niet Livs hele werkroute, en de handeling was al op een kopie uitgevoerd. Liv ging terug naar het eerdere punt, nam meer tijd voor het korte stukje en zette het daarna in het grotere verband terug. De tik was zachter, niet weg. De stem had weer een rafel die bij dezelfde man hoorde.
Het kostte hen bijna een kwartier om over enkele seconden te besluiten. Liv zag de minuten verdwijnen en voelde het oude verlangen om te doen alsof een hele passage klaar was zodra het hinderlijkste geluid weg was. Ze hield op met opnieuw beginnen.
‘Zo zou ik hem willen voorleggen,’ zei ze.
Mara knikte. ‘Mij ook. Maar je hebt nu een langer fragment.’
‘Ja.’
Ze schreven de duur op. Daarna luisterden ze naar Willem vanaf de oorspronkelijke vraag. Hier zat het probleem niet in het geluid. De context maakte zijn ene slechte ochtend kleiner dan Liv hem eerst had willen horen. Ze had hem groter nodig gehad om de stemmen tegenover elkaar te kunnen plaatsen. Ze trok een lijn door de zin boven haar selectie: de haven die dichtging.
‘Dat was je titel?’ vroeg Mara.
‘Voorlopig.’
‘Het klinkt alsof ze allebei op hetzelfde antwoord uitkomen.’
‘Dat doen ze dus niet.’
‘Nee.’
Liv schreef de toegang op. Niet mooi, maar iets waar Anouk mee kon zien wat zij bedoelde. Joop sprak over schepen, Willem over een ochtend en een vastgelopen boot. Zij konden de bezoeker laten horen hoe verschillend het geheugen dezelfde plek afbakende. Dat was al iets. Ze hoefde er niet eerst een verdwijning van te maken.
Ze waren nog met het derde interview bezig toen Mara naar de tijd keek. De correctie daarop was kleiner. Er zat een vraag die Liv niet wilde laten samenvallen met de eerste twee. Zij maakte geen nieuwe stem tot de oplossing van hun meningsverschil; ze gebruikte een korte passage om een andere vraag voor te leggen. Mara vond dat zij de luisteraars daar iets concreters bij moest vragen dan wat vind je hiervan.
Liv bedacht een zin, zei hem hardop en hoorde hoe hij het antwoord al naar zich toe trok. Ze begon opnieuw. Wat heb je gehoord dat de spreker zeker weet, en waar hoor je hem terugkomen op wat hij net zei? Dat was nog lang, maar tenminste een vraag.
Mara duwde haar eigen notitie naar Liv. Zij had een ander probleem met het derde fragment: je hoorde de vraag niet goed als je de eerste naam niet kende. Liv had die naam wel gehoord, omdat ze wist waar hij stond. Ze lieten het stuk opnieuw lopen zonder de tekst erbij.
Ze kregen niet hetzelfde woord.
Een paar seconden voelde Liv de ruis niet meer als iets dat zij moest herstellen, maar als de dunne ruimte waarin een ander altijd op iets anders uitkwam. Ze keek naar Mara, die haar pen tussen twee vingers heen en weer draaide.
‘Onverstaanbaar laten?’ vroeg Liv.
‘Je kunt het in de toelichting als onzeker houden. Maar ik zou het niet voor een zekerheid uitspreken.’
Liv ging terug naar haar eigen blad. Ze haalde de naam weg uit de vraag die ze voor de luisteraars had opgesteld. Het fragment werd er niet inhoudsloos van. Het ging nog steeds over toegang, alleen niet over een precies persoon van wie zij een naam moest laten vallen om geleerd te klinken.
Haar telefoon lichtte op. Els vroeg wanneer zij kwam. Niet erachteraan waar ze bleef, geen afgebroken zin. Liv keek naar de klok en schreef dat het later werd dan zij had gedacht. Ze wilde de drie punten eerst met Anouk afspreken.
Els antwoordde dat Roos er tot het begin van de avond zou zijn. Zij hoefden vandaag niet alles te doen.
‘Nog iets wat je wilt laten horen?’ vroeg Mara.
Liv keek naar de drive. Haar eerste neiging was nee. De vreemde stem stond thuis in een andere map, niet op deze werkdrive. Ze kon hem via haar telefoon laten horen. Ze kon hem morgen laten horen. Ze kon wachten tot Mara er zelf naar vroeg.
‘Nee,’ zei ze.
Mara draaide de stoel terug. ‘Dan moet je Anouk bellen. Ik moet zo weg.’
Liv haalde de bestanden van het scherm en koppelde de drive pas los toen het kopiëren klaar was. Mara zat niet op haar vingers te kijken. Ze trok haar tas naar zich toe en controleerde de afspraken die zij voor haar eigen werk had. Een van de tijden bleek niet te kloppen. Ze zei een woord dat Liv haar niet vaak had horen gebruiken en belde om het recht te zetten.
Liv pakte intussen de geleende stoel terug en tilde de hoge naar de keuken. Het kostte twee keer lopen; in de gang stonden ze elkaar even in de weg. Mara hield de buitendeur open terwijl ze naar de persoon aan de telefoon zei dat ze er niet eerder kon zijn dan ze net had gezegd.
Buiten belde Liv Anouk. Ze liep niet meteen naar de auto. Ze bleef bij de tuinpoort staan, waar een nat blad tegen de onderkant van haar schoen vastkleefde.
Ze vertelde eerst wat er klaar kon zijn. Drie geselecteerde passages voor dinsdag, langer dan de nette korte voorbeelden die zij eerder had bedoeld. Bij Joop meer hoorbare ruis, omdat er in haar eerdere bewerking iets van zijn aarzeling was verdwenen. Geen andere woorden, wel een andere indruk. De ruime versie moest blijven staan tot zij er samen naar geluisterd hadden.
Anouk vroeg of een bezoeker dan ook moest horen wat er niet goed ging in het restaureren.
‘Niet als demonstratie van mijn fout,’ zei Liv. ‘Maar ik wil je niet alleen de gladdere versie sturen en dan vertellen hoe de man het zeker bedoelde.’
‘Dat hoeft ook niet. We willen naar die mensen luisteren.’
Liv schoof met haar schoenzool over de grond. Het blad liet niet los.
Anouk vroeg hoe zij de luistermiddag dan voor zich zag. Liv beschreef een korte inleiding, het fragment met de vraag ervoor, daarna niet meteen de andere man ertegenaan. Tijd om iets op te schrijven voordat zij gingen praten. Anouk zei dat er een paar mensen kwamen die de plek kenden en een paar die er juist niets mee hadden. Zij wilde niet dat de eersten elk stil moment vulden voordat de anderen iets konden zeggen.
‘Dan vragen we eerst iedereen één ding op te schrijven,’ zei Liv.
‘En daarna pas vergelijken.’
‘Ja.’
Anouk vroeg naar de gecorrigeerde drie interviews. Niet naar de losse passages voor morgen, maar de bruikbare toegangskopieën die zij eerder hadden besproken. Liv kon die donderdagmorgen sturen, zei ze, met de kleine aantekeningen per band. Twee, vijf en negen. Voor de overige negen moest de controle verder. Ze noemde geen datum die nog niet met de werktijd in haar agenda klopte.
Anouk keek haar eigen planning na. Voor de drie was donderdag bruikbaar. De hele reeks bleef een afzonderlijke oplevering. Zij wilde dat Liv op de eerste pagina zou zetten wat er wel en niet bij zat, zodat niemand later een map met drie bestanden voor de twaalf aanzag.
‘Dat doe ik.’
‘En kom morgen iets eerder. Dan testen we gewoon hoe het op die luidsprekers klinkt.’
Liv vroeg hoe vroeg. Zij spraken halfdrie af om om drie uur te kunnen beginnen. Het hoefde geen avondprogramma te worden. Anouk had ook nog een zaal die daarna ergens anders voor gebruikt werd.
Na het gesprek bleef Liv bij de auto staan. Zij had het gevoel dat ze een hele middag voor zeven seconden had gebruikt. Ze wist dat het niet waar was. Er lagen drie echte keuzes, een afspraak over wat er donderdag zou komen en een vraag die zij morgen kon stellen zonder de luisteraars het antwoord te geven. Mara had haar niet vrijgepleit. Ze had haar geholpen werken.
Liv trok het blad met haar hand van haar zool en gooide het bij de andere natte bladeren onder de heg. Daarna stuurde ze de bevestiging naar Anouk. Ze zette Els erbij dat ze onderweg ging, pakte de drive onder uit haar tas en legde hem in het vak waar zij hem niet met een andere kon verwisselen.
Toen ze haar gordel vastklikte, was de stoel naast haar leeg. Ze keek niet nog eens. Ze startte de auto en reed naar het pension, waar de gewone spullen nog steeds naar beneden moesten.