Hoofdstuk 13 van 310%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 13 · 12 minuten lezen

Een boodschap

De volgende ochtend stond Liv in haar keuken te wachten tot de koffie doorliep toen Mara antwoordde. Geen telefoontje, vier regels en een geluidsbestand van zeven seconden. Liv zette haar mok neer en zocht haar koptelefoon.

In Mara's bestand hoorde ze de overgang die zij zelf de avond ervoor had gemaakt. Een lichte sprong in de achtergrondruis, daarna begon Joop van Dijk midden in een ademhaling te praten. Mara had niets veranderd, alleen dat stukje apart gezet. Onder haar bericht stond: je mag best laten horen dat dit twee momenten zijn. Nu klinkt het alsof je een foutje wilt verbergen.

Liv luisterde terug. Ze had de overgang zo netjes mogelijk willen maken en precies daardoor de indruk gewekt dat alles uit hetzelfde gesprek kwam. Ze schoof er ruimte tussen, met een korte aankondiging. Daarna stuurde ze de nieuwe opzet naar Mara. Haar koffie was intussen te sterk geworden. Ze deed er heet water bij, nam een slok en besloot dat het daardoor niet beter was.

Mara antwoordde met een opgestoken duim en een foto van een kinderfiets die half in de achterbak van een auto stak. Liv wenste haar een goede dag. Er was geen vervolgtaak om nog even op het nippertje mee te geven.

Aan de andere kant van haar tafel lag een envelop van het dakbedrijf. Ze had hem al opengemaakt, de bedragen gelezen en de betaling klaargezet. Toch trok ze het papier opnieuw tevoorschijn. Het bedrag veranderde niet. Een van de posten was hoger uitgevallen omdat onder de oude bedekking meer vervangen moest worden dan voorzien. Ze had de foto's gezien, de toelichting gekregen, ja gezegd. Het was geen rekening die een telefoontje alsnog kleiner zou maken.

Ze stopte hem terug en zette de stoel goed voor haar werktafel. Vandaag moest ze aan de overige interviews werken. De eerste twee stemmen hadden zich zo in haar hoofd vastgezet dat ze bijna vergeten was hoeveel materiaal er nog lag. Ze opende de lijst van de twaalf, controleerde haar markeringen en zette een klein kruisje bij een passage waar de opname door het schuiven van een stoel even overstemd werd. Daar moest ze niets uit halen wat ze niet kon horen.

Om kwart over tien hield ze op voor ontbijt. De boter was hard. Ze schraapte kleine krullen op een boterham, zocht tussen de messen naar een schoner exemplaar en zag de tijd op haar telefoon veranderen. Ze belde Els precies om halfelf.

Het ging over, tot de voicemail begon.

Liv sprak niet meteen iets in. Ze hoorde zichzelf een paar tellen wachten en brak de verbinding af. Els kon in de douche staan. Ze kon buiten zijn, bij de bakker waar Roos werkte of in de supermarkt achter het huis. Liv had geen afspraak gemaakt dat zij op een stoel zou blijven zitten tot er gebeld werd.

Ze stuurde een bericht: ik ben er, bel maar als het uitkomt.

Daarna ging ze zitten met haar boterham op een bord naast de laptop. Ze luisterde een passage af, hield op toen iemand in de opname begon te lachen en zette de koptelefoon weer af. De lach liep zonder haar nog twee tellen door. Ze had geen ontbijtgeluid nodig van een man die tientallen jaren geleden aan een andere tafel had gezeten.

Om elf uur keek ze opnieuw. Het bericht was niet gelezen.

Roos nam ook niet op. Liv hoorde haar eigen adem langs de telefoon en merkte dat ze hem te dicht tegen haar mond hield. Na de piep noemde ze haar naam, vroeg of Els nog bij haar was en zei dat het geen spoed hoefde te zijn. Ze liet het woord hoefde staan.

Ook het pensionnummer kwam via de doorschakeling op Els' mobiele telefoon uit, en na hetzelfde aantal beltonen op haar voicemail. Liv beëindigde het gesprek voordat ze haar eigen nummer nog een keer achterliet.

Ze ging naar de badkamer, kamde haar haar en kleedde zich aan. Terwijl ze haar sok aantrok, trilde het toestel op de wastafel. Roos.

‘Ze is even weg,’ zei ze. ‘Er ligt een briefje.’

‘Waarheen?’

‘Naar haar huis. Eten uit de koeling halen. Ze wilde het hier vanavond klaarmaken.’

Liv zette haar voet op de grond. ‘Hoe laat is ze gegaan?’

‘Dat staat er niet bij. Ik ben net thuis om iets te pakken. Ze heeft ontbeten, haar bord staat op het aanrecht.’

‘Neemt ze niet op?’

‘Nee. Daarom bel ik.’

Aan de andere kant werd een deur dichtgetrokken. Roos vroeg of er een afspraak was. Liv vertelde over halfelf. Het klonk precies zoals ze het had afgesproken: een gewoon telefoontje, geen reddingsplan. Toch werd ze er niet rustiger van.

‘Misschien heeft ze haar toestel ergens neergelegd,’ zei Roos.

‘Ja.’

‘Ik kan nu niet weg. We zijn met te weinig.’

Liv zei dat zij kon gaan kijken. Roos wilde eerst weten of zij toch al naar het pension zou gaan. Nee. Maar ze was thuis en had geen afspraak buiten de deur.

‘Als ze bij de achterdeur staat met een pan in haar handen, ga je dat wel van haar horen,’ zei Roos.

‘Dat zal wel.’

Ze spraken af dat Liv bericht zou sturen zodra zij Els had gesproken. Roos vroeg niet om een kopie van een opname. Liv vond haar jas, pakte haar sleutels en liet het werkvenster staan. Bij de deur draaide ze zich om. Ze sloot de laptop toch af. Ze wist niet wanneer ze terug zou zijn.

Onderweg hield ze de telefoon in haar tas. Ze moest bij een wegafzetting wachten terwijl een vrachtwagen achteruit een inrit inreed. Een man in een oranje jas keek over zijn schouder en gaf haar een teken dat zij kon blijven staan. Ze had niets verkeerd gedaan; toch ontspande ze pas toen hij weer wegkeek.

Bij het pension stond geen auto voor de deur. Liv bleef even naast de ingang staan om te luisteren. Uit de ontbijtzaal kwam niets. Verderop in de straat draaide iemand met een sleutel aan een rolluik. Het geratel hield op. Ze belde aan.

Geen voetstappen.

Ze belde nog een keer en hield daarna de klink vast. De deur was niet op slot. Hij gaf mee met de bekende zware weerstand van de sluitveer. Liv zette haar voet over de drempel en riep Els' naam.

In de hal stond een koeltas open op een stoel. Twee bakjes, een pak boter, een met een elastiek afgesloten zak. Er zat een gevouwen doek onder om het smeltwater op te vangen. De tas was bezig gevuld te worden, niet klaar om mee te nemen. Op de balie lag Els' telefoon aan de kabel. Het scherm lichtte op toen Liv hem belde. Haar eigen naam verscheen, met het kleine fotootje dat Els blijkbaar had uitgekozen. Ze verbrak de verbinding.

‘Els?’

Boven kraakte een plank.

Ze keek naar de trap. Vanaf hier zag zij het laatste stuk van de overloop niet. Haar hand gleed langs de leuning toen ze omhoogging. Ze riep nog eens, en nu kwam er antwoord.

‘Ja?’

Els' stem, zonder afstand door een telefoon. Liv zag haar pas toen ze de laatste treden nam. Ze stond bij kamer acht, haar ene hand aan de deurpost. Geen jas. Ze had een vaatdoek over haar schouder die er niet thuishoorde.

‘Wat doe jij hier?’ vroeg Els.

Liv bleef staan. Het kostte haar moeite niet meteen terug te vragen wat Els deed.

‘Je nam niet op.’

Els keek naar haar lege hand, alsof ze daar haar telefoon had verwacht. ‘Die ligt beneden.’

‘Dat heb ik gezien.’

‘Ik wilde nog een tas halen.’

Liv keek langs haar de kamer in. De strijkplank stond tegen de muur, iets naar voren gezakt. De stoelen namen meer ruimte in dan ze zich herinnerde. Niet omdat er iets was bijgekomen; een losse stoel was dwars voor de andere gezet. Het raam was dicht. Er hing een kleine vochtplek onder de vensterbank, met een rand die al ouder was dan deze ochtend.

‘Welke tas?’

‘Zo'n grote met een rits. Voor als die bak niet in de koeltas past.’

Ze wees naar een opgevouwen boodschappentas op de strijkplank. Binnen handbereik. De grote rits stond open. Liv keek ernaar en hield zichzelf tegen om hem dicht te doen.

‘Je zou halfelf bellen,’ zei ze.

‘Jij zou bellen.’

‘Dat heb ik gedaan.’

‘Ja, dat zie ik zo.’

Els maakte geen aanstalten naar beneden te gaan. Ze keek de kamer in, langs de stoelen naar het kastje bij de deur. Liv zag het messing van de hendel. De klep zat waar zij hem die nacht samen hadden teruggezet. Geen reden om er iets aan te voelen.

‘Heb je iets gehoord?’

Els streek over de doek op haar schouder. ‘Ik dacht dat jij er was.’

‘Waar?’

‘Beneden eerst. Toen hier.’

Liv voelde hoe de trapleuning aan haar hand vast begon te zitten. Ze liet los.

‘Ik was thuis.’

‘Dat weet ik nu.’

‘Wat hoorde je?’

Els kneep de doek tussen haar vingers. ‘Dat ik het daar neer kon zetten.’

‘Wat?’

‘Die tas. Of die bak. Dat weet ik niet. Je zei: zet maar hier.’

Liv keek naar de tas op de plank. Naar de stoel waar een jas overheen had kunnen liggen. Naar het kastje, zo dicht bij Els' hand dat zij nauwelijks haar arm hoefde te strekken om de rand aan te raken.

‘Ik heb dat niet gezegd.’

‘Je hoeft het niet te herhalen.’

Er zat genoeg scherpte in om Liv te doen zwijgen. Els pakte de tas. De hengsels schoten los van elkaar en vielen tegen haar pols. Ze duwde langs Liv naar de trap.

‘Ik heb je niet geroepen om te komen,’ zei ze.

‘Nee.’

‘Ik had een bericht voor Roos achtergelaten.’

‘Dat zei ze.’

Els bleef halverwege staan en keek omhoog. ‘Dus dat heb je wel nagevraagd.’

Liv zag de overloop vanuit Els' gezichtspunt. Een vrouw in haar jas boven aan haar eigen trap, vragen aan het stellen. Ze deed een stap terug zodat Els zich weer kon omdraaien.

Beneden haalde Els de stekker uit haar telefoon. Vier gemiste oproepen, zei ze. Liv wist niet of zij de andere pogingen had meegeteld of dat Roos vaker had gebeld. Ze wilde het scherm niet overnemen. Ze stuurde alleen dat zij Els gesproken had en dat alles in orde was.

Ze keek naar die laatste woorden en verwijderde ze voor ze verzond. Els is hier. Ik heb haar gesproken.

‘Dat klinkt alsof ik terecht ben,’ zei Els.

‘Wat wil je dan dat ik stuur?’

‘Niets. Nee, stuur het maar. Anders staat Roos straks ook op de stoep.’

Ze duwde het grootste bakje in de tas. Het paste niet. De rand bleef schuin op de boter rusten. Liv vroeg of zij een kleiner bakje mocht pakken en kreeg een richting aangewezen. In de keukenkast stonden vijf deksels zonder bijpassende bodem. Ze zette ze op het aanrecht. Els ging er met haar hand doorheen en vond de goede in een la.

Ze verdeelden het eten. Liv hield een bakje vast terwijl Els de inhoud van de grote schaal overschepte. Er lag gebraden vlees in met gestolde saus. Els vertelde hoe ze dat normaal op zaterdag klaarmaakte als er mensen waren die laat terugkwamen. Vandaag had zij veel te veel. Roos vond dat niet erg, zei ze, Roos kon van de rest iets maken waar het personeel van de bakkerij maandag nog tegenaan liep.

‘Waarom bleef je dan boven?’ vroeg Liv.

De lepel hield even stil.

‘Omdat ik niet wist of je nog iets ging zeggen.’

Els legde de lepel op het deksel. Uit de koelkast kwam het korte brommen dat Liv al kende. Het begon laag en klom naar een gelijkmatige toon. Ze keek niet naar de deur van de voorraadkast.

‘Hoelang?’

‘Dat weet ik niet.’

‘Een kwartier?’

‘Liv, ik weet het niet.’

Ze schoven de laatste bak in de tas. Els sloot de rits niet meteen; ze trok aan één hoek tot er ruimte kwam. Daarna nam zij haar telefoon en belde Roos zelf. Liv liep naar de ontbijtzaal. Ze hoorde achter zich hoe Els zei dat zij eten kwam brengen en dat haar telefoon aan de lader had gelegen. Over boven hoorde Liv niets. Ze had niet gevraagd het voor haar te verzwijgen. Toch bleef ze staan alsof ze op een ontbrekende zin wachtte.

Op een tafel lag een stapel schone placemats. Ze stonden aan de ene kant iets hoger, omdat er een opgevouwen bestelformulier tussen zat. Liv haalde het eruit om het papier plat te leggen, zag wat ze deed en schoof het weer waar het had gezeten.

Els kwam de zaal in met haar tas over één schouder. ‘Ik moet de voorraad nog nakijken. Morgen wil ik wat dingen uit acht halen. Gewoon spullen. Als Bram daar straks moet zijn, wil ik niet dat hij eerst de kerst naar beneden draagt.’

Liv keek naar haar. ‘Met wie?’

‘Met Roos. Dat vraag ik zo. Als ze tijd heeft.’

‘Ik kan ook helpen.’

‘Je kwam voor een telefoontje.’

‘Ik ben er nu.’

Els zette de tas neer. Ze leek iets te willen zeggen wat niet tussen twee zinnen over eten paste. Uiteindelijk vroeg ze of Liv vanmiddag echt geen werk had.

‘Dat heb ik wel.’

‘Dan moet je dat doen.’

Het was geen wegsturen zoals ze het uitsprak. Er zat ook iets van een verzoek in: laat mij tenminste dat goed voor je kunnen regelen. Liv zei dat ze eerst naar huis zou gaan en later zou bellen. Els vroeg haar dat niet weer precies op een tijd te zetten alsof ze in een wachtdienst zaten.

‘Vanavond dan,’ zei Liv.

‘Vanavond.’

Buiten droeg Els de tas zelf. Liv hield de deur voor haar open en liep tot aan de stoep mee. De hengsels trokken aan Els' schouder; zij wisselde de tas van hand zonder hem neer te zetten. Bij de hoek keek ze om, stak haar vrije hand op en liep verder.

Liv bleef niet staan tot zij uit zicht was. Ze haalde haar telefoon uit de tas en belde Mara niet. Ze opende het bericht met de opgestoken duim nog eens, sloot het en zocht Anouks naam. Er was iets veranderd aan de tijd die zij voor de passages had gedacht nodig te hebben. Dat moest zij zeggen voordat er dinsdag mensen in een zaaltje zaten te wachten.

Hoofdstukken

Kamer zeven luistert

  1. 01De kamer10 minuten
  2. 02Aan de andere kant10 minuten
  3. 03Twaalf minuten8 minuten
  4. 04Het kastje10 minuten
  5. 05De rits10 minuten
  6. 06Zonder tekst erbij11 minuten
  7. 07Terug voor één dag12 minuten
  8. 08De verkeerde verdieping12 minuten
  9. 09De lege tafel11 minuten
  10. 10Overdag open13 minuten
  11. 11Wat ik niet heb gezegd18 minuten
  12. 12De logeerkamer11 minuten
  13. 13Een boodschapJe leest nu12 minuten
  14. 14Twee mensen in huis11 minuten
  15. 15Het trapje11 minuten
  16. 16Niet wat ik zei10 minuten
  17. 17Een ademhaling13 minuten
  18. 18Stoelen op de gang11 minuten
  19. 19Voor andere oren15 minuten
  20. 20Wat er thuis staat11 minuten
  21. 21Het dichtgemaakte eind13 minuten
  22. 22Een eigen opname11 minuten
  23. 23Voor het werk begint11 minuten
  24. 24Twee, vijf en negen10 minuten
  25. 25Met de deur open12 minuten
  26. 26Beneden11 minuten
  27. 27Waar je staat14 minuten
  28. 28Los van de muur12 minuten
  29. 29De eerste avond elders11 minuten
  30. 30Wat wordt opgeleverd10 minuten
  31. 31Acht kamers10 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.