Hoofdstuk 6 · 9 minuten lezen
De kamer in De Werf
Milan schreef negentien op het rooster en zette er een streep onder. Niet omdat Vera daar moeilijk over deed; hij wilde het zien staan voordat hij zijn eigen afspraak verplaatste.
‘Om zeven ben jij weer hier.’
‘Ruim daarvoor, denk ik.’
‘Dan is dat mooi meegenomen.’
Hij liet de pen naast het schrift liggen. Vier extra uren, van drie tot zeven. Vera schreef erbij dat ze betaald werden zoals de andere vervanging. Ze had de afgelopen ochtend uitgerekend hoeveel ze nog overhad van het bedrag dat ze voor eigen uitval had apartgezet. Ze had geen zin gehad om uit te vinden dat een bezoek aan een zaal met oude foto's ineens gratis personeel vereiste.
Anouk kon niet mee. Haar opdracht voor die middag was al twee keer verzet; als ze hem nu afzegde, zou de klant waarschijnlijk iemand anders zoeken. Ze had Vera een bericht gestuurd dat ze het materiaal met werkbeelden mocht bekijken, als Sanne dat toeliet. Voor iets meenemen of kopiëren moesten ze een andere afspraak maken.
Sanne had niet moeilijk gedaan over het tijdstip. Ze had wel drie keer gezegd dat de kamer een werkruimte was en geen expositie. Vera had geantwoord dat zij geen publiek meenam. Pas later had ze gehoord hoe dat geklonken moest hebben.
Ze stapte om halfvier het buurthuis binnen. In de hal stonden twee moeders met een kinderwagen naast de prikborden. Uit een zaal kwam het geluid van stoelen die over de vloer schoven. Iemand had een natte dweil tegen de radiator gezet, zodat er een lange donkere plek op de muur ontstond.
Sanne kwam haar halen met een sleutelkaart aan een koord. Ze droeg een trui met één opgestroopte mouw en hield een lege koffiemok vast.
‘We moeten boven zijn.’
‘Is het hier altijd zo druk?’
‘Niet als ik het nodig heb.’
Op de trap moesten ze wachten op een man met een opgevouwen tafel. Hij wilde de bocht nemen zonder zijn vingers tussen het blad en de muur te krijgen. Sanne hield de deur bovenaan open. Vera nam de mok van haar over. De man zette de tafel in de gang en bedankte hen zonder zich om te draaien.
‘Dat is Hugo,’ zei Sanne. ‘Hij houdt hier alles overeind.’
‘Vandaag vooral tafels,’ zei hij.
De kamer was kleiner dan Vera zich had voorgesteld. Twee werktafels tegen elkaar, een kast, een stapel stoelen die niet allemaal bij elkaar hoorden. Voor het raam lagen twee dozen op een schone doek. Ze waren platter dan de archiefdozen in Vera's eigen hoofd, en breder. Op de zijkanten stonden nummers en een naam.
Ze bleef bij de tafel staan tot Sanne zei waar haar tas kon. Niet erop, maar op een stoel. Sanne zette de lege mok op een kastje bij de deur en waste haar handen bij een klein aanrecht in de hoek.
‘Ik heb Anouks bericht,’ zei ze. ‘Voor kijken. Niet voor foto's van alles.’
‘Dat is goed.’
Vera haalde haar telefoon niet tevoorschijn. Ze had hem juist in haar jaszak laten zitten om niet steeds op meldingen te kijken.
Sanne opende de eerste doos. Ze tilde niet de hele stapel tegelijk op, maar legde een van de gemonteerde afdrukken op het vrije deel van de tafel. Het karton was groter dan de foto's in de presentatiemap. De witte rand eromheen gaf de man bij de deur meer ruimte dan op het affiche.
‘Ze zijn als groep binnengekomen,’ zei Sanne. ‘Veertien en veertien. We hebben ze geteld.’
‘Van Dorus.’
‘Ja.’
‘Hebben jullie gevraagd van wie ze waren?’
Sanne keek haar aan. Ze hield de hoek van het karton nog ondersteund.
‘Dat staat op het aanbod. We hebben nog geen definitieve bruikleen afgesproken. Het moest eerst beoordeeld worden.’
‘Maar het affiche hing al bij mij.’
Sanne legde de afdruk neer. Ze keek naar de hoek van het karton alsof ze daar nu iets anders voor nodig had.
‘Dat heb ik te vroeg gestuurd.’
‘Met zijn naam erop.’
‘Ja.’
Vera voelde de woorden komen voordat ze besloot hoe ze ze zou zeggen. De twee dozen lagen hier gewoon. Anouk had de avond ervoor niet geweten waar al haar materiaal was. En bij haarzelf kwam een V onder een getekend briefje nu terug als vijf hele dozen.
‘Als hij zegt dat ik alles terug heb aangenomen, waarom staan die dozen dan bij jou? Jij moet toch weten van wie ze zijn.’
In de gang kraakte de tafel die Hugo naar binnen schoof. Hij bleef even op de drempel staan. Sanne haalde haar hand van de afdruk en vouwde haar armen niet over elkaar, maar liet ze naast haar lichaam hangen.
‘Ik weet wat hij heeft opgeschreven,’ zei ze. ‘Ik weet nu ook dat Anouk zegt dat het anders zit. Dat is waarom jij hier bent.’
‘Ze zegt niet zomaar iets.’
‘Dat heb ik niet beweerd.’
Hugo tilde de tafel weer een stukje op. ‘Waar wil je deze?’
‘Aan de muur, graag.’
Er moest een stoel opzij. Vera deed een stap terug zodat hij erlangs kon. Ze pakte de stoel die in de weg stond en zette hem naast haar tas. De korte stilte vulde zich met het knikken van het tafelblad en het schuiven van poten. Toen Hugo klaar was, bleef hij niet om naar de foto's te kijken.
‘Ik ben beneden als het slot het weer niet doet,’ zei hij.
‘Het doet het,’ zei Sanne.
‘Voorlopig.’
Hij sloot de deur half. Sanne deed hem weer iets verder open, opdat ze de trap kon horen. Vera merkte dat ze haar adem hoog had zitten.
‘Ik wil de lijst wel zien,’ zei ze.
Sanne pakte een map uit de kast. Ze legde hem op de tweede tafel, niet op de foto. Er stond een voorlopige beschrijving in, een ontvangstformulier en een afdruk van een bericht van Dorus. In het bericht noemde Dorus zichzelf eigenaar van een samenhangende collectie die hij voor de presentatie aanbood. Vera las daarna de ontvangstregel. Twee dozen, achtentwintig gemonteerde afdrukken. Geen vermelding van negatieven, geen familiebeelden, geen vijfde doos papieren.
‘Er is hier niets anders van hem binnengekomen?’
‘Niet als onderdeel van deze ontvangst.’
Sanne wees op de lijst. Zij had erbij gezet dat alle voor- en achterzijden gefotografeerd waren. Achtentwintig keer twee. De beelden stonden in hun gewone intakemap op de computer.
‘Mag ik die zien?’
‘Dat wil ik samen met Anouk doen. Dan spreken we af wat we vergelijken en wie er een kopie krijgt. Anders stuur ik straks weer iets door voordat iedereen weet wat het is.’
Vera wilde zeggen dat ze nu al toestemming had. In Anouks bericht stond kijken naar de dozen. Niet een verzameling opnamen doorsturen. Ze liet het.
‘Kunnen we dat afspreken?’
‘Ja. Ik moet er tijd voor vrijmaken.’
Sanne ging achter de tafel zitten en opende haar agenda. Er stonden verschillende kleuren in. Vera zag geen onderzoek achter de kleuren, alleen dingen die Sanne ook moest doen. Ze spraken af dat Anouk rechtstreeks zou laten weten wanneer ze kon. Sanne zou dan de originele ontvangstbeelden klaarzetten.
Vera liep terug naar de eerste doos. Sanne liet nog enkele afdrukken zien. Werkers naast een kar, iemand met een sleutelbos bij een deur, een man die met zijn rug naar de camera een plank optilde. De handelingen waren klein. Op de grote kartons kregen ze gewicht zonder dat er iets spectaculairs gebeurde.
‘Mooie afdrukken,’ zei Vera.
Sanne knikte. ‘Daarom waren we geïnteresseerd.’
Ze tilde een blad van de tweede doos op. Een donker raam met daaronder een werkbank. Vera dacht even aan Ria's telefoonbeeld, maar zei niets. Het waren andere mensen en een andere ruimte.
‘Dorus is hier nog terug geweest,’ zei Sanne. ‘Om voor de presentatie te helpen. Er moesten reproducties voor de toelichting komen. En hij wist beter dan wij hoe de groep bedoeld was.’
‘Met een sleutel?’
‘Nee. Ik heb hem binnengelaten.’
‘Was je erbij?’
‘Ik was in het pand. Niet de hele tijd naast hem. Er was beneden ook een afspraak.’
Vera keek naar de halfopen deur. Hugo was daarnet zonder moeite binnengekomen met een tafel. Sanne zette de afdruk terug op de goede plek.
‘Hij heeft daar een lijst voor ingevuld,’ zei ze. ‘Dat de spullen weer teruglagen en wat hij apart zou leveren. Die zit ook bij het dossier. Maar ik wil nu niet halve dingen gaan navertellen.’
Ze deed de doos dicht. Het was nog geen weigering om iets te laten zien, dacht Vera; het was een einde aan een afspraak waarvoor zij zelf te weinig had gevraagd. Ze had gedacht dat er iets vanzelf duidelijk zou zijn als ze de dozen maar zag.
‘Het gaat mij erom dat Anouk ze terugkrijgt,’ zei ze.
Sanne keek op. ‘Dat moet dan met Anouk besproken worden. Niet omdat jij het zegt.’
Vera knikte. Ze had het verdiend dat die zin kort klonk.
Uit de gang kwam een bal tegen de deur rollen. Geen grote, een schuimrubberen ding dat onder de kier klemde. Sanne trok de deur open en raapte hem op. Een jongetje stond op de trap. Hij verontschuldigde zich zo snel dat Vera maar de helft verstond.
‘Niet hier op de gang,’ zei Sanne. Ze gaf hem de bal terug. ‘Beneden in de zaal.’
Ze wachtte tot hij weg was en pakte de lege mok van het kastje. Er stond een lichte rand onder, nog van een vorige keer. Vera nam haar tas. De zitting van de stoel had een splinter; ze voelde hem langs de stof trekken en tilde de tas wat hoger op.
Bij de trap bleef Sanne staan.
‘Ik heb die tekst te vroeg naar je gestuurd. Dat kan ik terugnemen. Maar ik heb je niet gevraagd te tekenen voor spullen die je niet kreeg.’
‘Dat weet ik.’
‘Goed.’
Vera had de neiging er nog iets achteraan te zeggen om het gesprek mooier te laten eindigen. Dat ze alleen maar probeerde te helpen, bijvoorbeeld. Sanne zou dan beleefd moeten antwoorden op iets waar ze niets aan kon veranderen.
‘Ik geef Anouk door wat ik hier gezien heb,’ zei ze. ‘En wat we moeten afspreken.’
Sanne knikte en ging haar voor naar beneden.
Op weg terug kocht Vera bij de winkel naast het buurthuis een nieuwe verpakking viltjes voor onder stoelen. Ze was ze sinds maandag vergeten. De verpakking paste niet goed in haar tas. Ze hield hem in haar hand tot bij de tunnel.
Bij het café was Milan bezig met een levering die vroeger dan afgesproken kwam. Hij stond half onder een plank met een krat water tegen zijn buik. Vera zette haar tas neer en pakte het krat van hem over.
‘Je bent vroeg,’ zei hij.
‘Dat had ik toch gezegd.’
‘Je zei dat je het dacht.’
Samen zetten ze de flessen in het rek. Vera vertelde niet meteen alles wat Sanne had gezegd. Ze vroeg eerst wat hij had verkocht en of de broodjes op waren. Toen ze de krat met lege flessen terug naar de kast droeg, zag ze de bovenste plank. De bruine omslag lag er nog, plat onder twee menukaarten.
Ze liet hem daar liggen. Morgen zou ze hem met de andere eigen papieren nalopen, had ze zichzelf voorgenomen. Nu stond er een bezorger die zijn lege kratten terugwilde en had Milan nog geen pauze gehad.