Hoofdstuk 15 · 10 minuten lezen
De doos die dicht bleef
Bente deed open met een sleutelring in haar hand. De etalage was nog donker. Ze liet Anouk voorgaan en bleef zelf tussen Vera en de deur staan tot die weer dicht was. Het klikje van het slot klonk harder dan in het café.
‘Niet omdat u niet weg mag,’ zei ze. ‘Maandagmorgen is de winkel dicht. Anders staat er straks iemand met een lijst die hij alleen maar even wil laten zien.’
Ze liep om de toonbank heen. Vera zag boeken met dunne papieren strookjes op de rug, een ingelijste groepsfoto die schuin tegen de muur stond en een kast met laden waarin geen hand paste zonder eerst het kaartje omhoog te trekken. De achterruimte was kleiner dan zij zich had voorgesteld. Er stond één werktafel met een lege, lichte ondergrond. Twee dozen stonden ernaast op een lage kast.
Anouk legde haar tas op de vrije stoel. Ze haalde haar legitimatie en opdracht eruit, niet de kleine foto's. Bente controleerde de naam, vroeg of ze de opdracht mocht lezen en ging zitten.
Vera bleef nog staan. Het leek onbeleefd eerst naar de dozen te lopen, maar in haar ooghoek zag ze de witte vouw in de tape. Het cijfer drie stond boven de herstelde hoek. Op de andere doos stond een vier. Haar herkenning voelde anders dan die op de doorgestuurde foto. Ze kon nu zien hoe klein de reparatie was geweest; op het scherm had zij de hoek bijna tot een hele beschadiging gemaakt.
‘Ik heb betaald,’ zei Bente terwijl ze las. ‘Dat zeg ik niet om uw opdracht weg te praten. Het is wel het begin van waar ik nu sta.’
‘Ik heb ook betaald,’ zei Anouk. ‘Voor bewaren en kopiëren.’
‘Dat zie ik.’
Bente keek naar de datum. Ze draaide het tweede blad om en legde beide weer op elkaar. Vera voelde hoe de ruimte zich vulde met dingen die ieder van hen al had gezegd en die hier toch opnieuw gezegd moesten worden. De aankoop van Bente maakte Anouks opdracht niet minder echt. De opdracht liet de betaling van Bente niet verdwijnen.
Bente haalde een dun mapje uit een lade. Ze toonde de koopnotitie en de bevestiging van de overboeking: vierhonderdtachtig euro, Dorus van Esch, twee dozen fotografisch materiaal. De datum lag vóór Anouks vraag om teruggave. Het omschreven materiaal kwam overeen met wat hij in zijn aanbieding had genoemd. Bente had geen verklaring gevraagd van iedere fotograaf die in de partij vertegenwoordigd was.
‘Hij zei dat hij de verzameling kleiner maakte. Hij kon vertellen wat het was. Hij wist van die projecten, van het afdrukken. Ik kende zijn werk al.’
Anouk knikte, heel even. ‘Hij weet er ook veel van.’
Vera had die erkenning liever nog niet gehoord. Ze maakte de situatie moeilijker op een manier waarvoor geen nieuwe regel in haar schrift bestond. Bente schoof de koopnotitie naar Anouk, die hem volledig las.
‘Wat hebt u gevraagd over zijn recht om het te verkopen?’ vroeg Anouk.
Bente keek niet naar de dozen. ‘Of het van hem was. Hij zei ja. Ik heb het daarbij gelaten.’
‘En die verschillende namen?’
‘Een verzameling kan werk van anderen bevatten.’
Anouk trok haar eigen opdracht dichterbij. Bente zei niets meer. Ze wachtte tot Anouk klaar was met het naast elkaar leggen van de twee papieren, vroeg daarna of ze de dozen konden bekijken en stond op.
Ze begon met drie. De hoezen stonden rechtop tussen steunplaten. Bente zette een deel op de tafel, zonder de stroken uit hun hoezen te halen. Daarachter lagen de contactvellen. Anouk zocht de nummers en las er een paar hardop voor. Ze kende de letter waarmee zij de werkreeksen had onderscheiden van de huiselijke opnamen. Vera zag nu voor het eerst de kleine beelden als een hele strook in plaats van één gekozen foto op karton.
‘Dit vel hoort daarbij,’ zei Anouk.
Bente schoof het juiste contactvel ernaast. Zes opnamen, sommige zo gelijk dat Vera eerst dacht dat ze dubbel waren afgedrukt. Op een ervan stond de handkar op een andere plaats. Op een andere stond de deur verder open. Anouk boog zich eroverheen, maar Bente vroeg of ze eerst de aantallen wilden vastleggen.
Ze haalden niet alles tegelijk naar buiten. Anouk noteerde een nummer als Bente een hoes neerzette; Vera las het nummer op het bijbehorende contactvel terug. Na zestien volgde drieëntwintig. Anouks pen bleef boven het papier hangen.
‘Dat stuk is doorverkocht,’ zei Bente.
Het klonk niet achteloos, maar het kwam zo snel dat Vera even boos werd. Alsof een ontbrekende reeks zich liet afdoen met een woord dat al in een agenda stond.
‘Welk stuk?’ vroeg Anouk.
‘Daar wil ik de verkooplijst bij hebben. U kunt nu zien wat hier is. Ik ga niet weer uit mijn hoofd een partij voor compleet verklaren.’
‘U weet toch wat u verkocht hebt?’
‘Zes stroken. Met de bijbehorende vellen. Voor de precieze omschrijving en het contact moet ik mijn administratie erbij nemen.’
Anouk legde haar pen neer. ‘Die waren niet van hem.’
‘Dat wordt mij nu duidelijk.’
Het was de eerste keer dat Bente dat zonder voorbehoud zei. Ze schoof haar stoel naar de tafel, op gelijke hoogte met Anouk. Vera voelde geen opluchting. De lege plaats na zestien bleef op het papier staan, ook als iemand toegaf dat die er niet hoorde te zijn.
Bij de tweede doos bleef Anouk een tijd met haar hand op het deksel rusten. Bente vroeg of zij hem zelf open wilde maken. Anouk zei ja. Vera schoof haar stoel achteruit om ruimte te geven, maar Anouk liet het deksel nog dicht.
‘Hier zitten mensen bij die niet hebben afgesproken in een verzameling van iemand anders terecht te komen,’ zei ze.
Bente keek naar haar eigen koopnotitie. ‘Dat begrijp ik.’
‘Ik hoef u niet alle gezichten te laten zien om te laten zien dat dit de doos uit mijn opdracht is.’
‘Nee. De nummers en de aantallen kunnen we samen controleren. Als u één herkenbaar voorbeeld wilt kiezen, laat ik de rest daarbij.’
Anouk maakte de doos open, keek zelf en haalde één contactvel naar voren. Op het kleine beeld stond een verjaardagstafel. Geen uitzonderlijke gebeurtenis, geen foto waarvoor iemand een tentoonstelling zou bezoeken. Een schaal, een scheef neergezette stoel, een arm buiten beeld. Anouk wees een detail aan dat Vera niet precies kon volgen en Bente niet nader liet uitleggen. Zij legde het vel terug voor Anouk nog een tweede beeld aanwees.
De achttien hoezen werden geteld terwijl de contactvellen zo veel mogelijk bedekt bleven. Bente vond een nummer dat zij bij het inschrijven als een acht had gelezen. Anouk wees op haar eigen zevens, die een streep hadden. Bente verbeterde haar aantekening. Vera noteerde alleen dat de huiselijke reeks hier aanwezig was; ze schreef geen beschrijving van wie er aan een verjaardagstafel had gezeten.
Toen het deksel weer op de doos lag, klonk dat als het einde van een bezoek. Maar Anouk had nog niet gevraagd wat er nu ging gebeuren.
‘Ik wil dit terug,’ zei ze.
Bente legde haar handen plat naast het mapje. ‘Dat begrijp ik ook. Ik wil eerst met advies vastleggen hoe ik dat regel. En ik wil Dorus spreken over mijn betaling. Ik geef het niet vandaag aan een bezoeker mee op basis van twee papieren die ik een uur geleden voor het eerst zag.’
‘Ik ben geen willekeurige bezoeker.’
‘Nee. Daarom zitten we hier.’
Vera keek naar de deur. Ze had gedacht dat er een punt zou komen waarop iedereen hetzelfde zag en de dozen gewoon in Anouks armen belandden. Het punt was gekomen, de dozen stonden er nog steeds. Anouk vroeg of Bente haar dan kon bevestigen dat er voorlopig niets anders werd verkocht of verplaatst. Dat wilde zij doen. Ze schreef het op, met de twee nummers, en liet Anouk de tekst lezen voordat ze hem verstuurde.
Over de zes doorverkochte stroken wilde ze een vervolgafspraak. Bente wilde de bestaande verkoopregel erbij nemen en eerst zelf met haar koper spreken. Ze keek naar het achterste deel van de winkel terwijl ze het zei, alsof die daar had kunnen staan luisteren. Geen namen aan een tafel waar nog niet duidelijk was wat ermee zou gebeuren. Anouk zei dat zij zelf advies zou vragen en een feitelijke melding zou doen. Bente trok daar haar handen niet voor terug. Ze vroeg om haar eigen bevestigingen en de opdracht correct weer te geven.
‘Ik ga niet zeggen dat u wist wat ik nu weet,’ zei Anouk.
Bente keek haar aan. ‘Dank u.’
Anouk schoof de opdracht in haar tas. ‘Dat maakt mijn spullen nog niet van u.’
Vera verwachtte een antwoord, maar Bente knikte. Ze opende de achterdeur naar het winkelgedeelte en liep hen voor naar de voordeur. Daar haalde ze nog een agenda uit de lade. Donderdagmorgen konden ze terugkomen om de samenhang van de aanwezige werkreeks rustig te bekijken. Anouk wilde dan de kleine proefkopieën uit haar eigen map meenemen. Voor het verkochte deel moesten ze een aparte afspraak maken zodra Bente met haar koper had gesproken.
Buiten trok Anouk haar fietssleutel uit haar tas en liet hem vallen. Hij schoof onder Vera's wiel. Vera bukte en raapte hem op, zonder te zeggen dat het goed zou komen.
Ze gingen niet meteen naar huis. Anouk wilde het telefoontje doen voordat zij zichzelf iets anders zou wijsmaken over wat er in die kamer was gezegd. Ze liepen met de fietsen aan de hand naar een bankje verderop, uit de wind. Vera ging zitten. Anouk bleef staan, haar rug naar de straat.
Ze belde het algemene nummer voor politiecontact, vroeg hoe zij een feitelijke melding over haar verdwenen archief kon laten vastleggen en vertelde wat zij zelf had gedaan. Vijf dozen afgegeven, opdracht voor bewaren en kopiëren, eigen betaling, een schriftelijke retourclaim, twee dozen bij een stichting en twee aangetroffen bij een handelaar. Ze noemde de ontbrekende stukken zonder te zeggen dat zij wist waar ze waren.
Vera hoorde niet alle vragen. Anouk schreef een verwijzing en instructies voor het aanleveren van stukken op. Ze vroeg of de bevestiging van Bente erbij mocht, luisterde, herhaalde wat ze later die dag zou sturen. Toen het gesprek afgelopen was, keek ze niet triomfantelijk.
‘Ik moet de stukken op een rij zetten en toesturen. Zij gaan mij hier niet vanaf dit bankje vertellen wie wat af moet geven.’
Ze ging naast Vera zitten en las haar eigen aantekening terug. Er stond een telefoonnummer onvolledig. Ze haalde de verzonden bevestiging erbij, vond het juiste contact en verbeterde haar blad. Daarna maakte ze op haar telefoon een afspraak om juridisch advies te vragen over de teruggave. De eerstvolgende mogelijkheid was niet vandaag. Ze koos die toch.
‘Wil je mee?’ vroeg ze.
Vera keek op haar agenda, die ze net als bij De Werf eerst werkelijk opensloeg. ‘Niet op dat tijdstip. Ik kan wel mijn eigen verklaring over de map op papier zetten. Na morgen, als we de volledige bon hebben gezien.’
Anouk knikte. Het leek haar geen afwijzing. Ze vroeg Vera te beschrijven wat zij had aangenomen en aan haar had meegegeven, niet hoe zij dacht dat Dorus had geredeneerd.
Ze fietsten het eerste stuk samen. Bij de splitsing naar het station bleef Anouk staan om haar sjaal beter vast te maken. Vera keek naar het bagagerek. Er zat alleen de tas op, plat als toen ze vertrokken. De doos met de herstelde hoek stond nog achter het winkelslot; die met de verjaardagstafel ook. Anouk deed haar handschoenen aan en zei dat ze donderdag de kleine map zou meenemen. Vera schreef die afspraak pas op toen ze weer voor haar eigen café stond.