Hoofdstuk 12 · 10 minuten lezen
De oude selectie
Tine de Waal liet hen binnen met een stofzuigerslang over haar schouder. Ze zei dat ze bijna klaar was, verdween achter een deur en schakelde het apparaat uit. In de plotselinge stilte hoorde Vera een klok in de keuken. Anouk stond nog op de mat, met de map onder haar arm. Ze keek naar de kapstok alsof daar iets hing wat er vroeger ook had gehangen.
‘Zelfde huis,’ zei Tine toen ze terugkwam. ‘Andere man niet. Die heb ik nog steeds.’
Anouk lachte. Vera wist niet of Tine haar blik had gezien of die opmerking bij iedere oude bekende maakte. Ze kregen pantoffels aangeboden die ze allebei afsloegen. Tine leidde hen naar een woonkamer met twee heel verschillende fauteuils. Op de eettafel lag een schrift met een harde, blauwe kaft. Daarnaast stond een koekblik waar al een deuk in het deksel zat. Vera dacht even aan Ria's blik, maar hier kwamen gemberkoekjes uit.
‘Die lijst,’ zei Tine. ‘Ik heb hem gevonden achter de vakanties. Eerst heb ik de hele kast overhoop gehaald. Daarna keek ik pas op de plank waar hij hoorde.’
Ze trok geen doos vol ongesorteerde herinneringen naar zich toe. In het schrift zat een dun stapeltje papier, met een vouw dwars door de tekst. Tine legde het op de lege helft van de tafel. Vera keek naar Anouk voordat ze dichterbij schoof.
‘Je mag meekijken,’ zei Tine. ‘Anders had ik je niet aan tafel gezet.’
‘Zij vraagt het vanwege mij,’ zei Anouk.
‘Dat mag ook wel eens.’
Er sprak een soort gemak uit dat Vera niet kende van de afgelopen weken. Tine schonk koffie in en wees Anouk de stoel aan waar het licht niet in haar gezicht viel. Ze wist nog hoe Anouk vroeger met haar hoofd scheef naar een foto had gekeken, vertelde ze. Alsof het beeld zelf scheef hing. Anouk zei dat ze dat nog steeds deed als iets niet klopte.
Het bovenste papier was een lijst voor de openbare selectie. Geen lijst van alles wat Anouk toen had gefotografeerd, geen inhoudsopgave van de huidige dozen. Tine had haar eigen exemplaar gehouden omdat zij de beschrijvingen van de werkzaamheden had nagekeken. Er stonden achttien genummerde regels op. Ze liepen niet simpelweg van de eerste tot de achttiende foto; naast de volgnummers stonden verwijzingen naar opnamen uit verschillende reeksen. Een paar waren doorgehaald en vervangen.
Anouk pakte haar leesbril. Ze volgde de linkerkolom omlaag, keerde terug naar boven en keek toen naar de datum.
‘Achttien,’ zei ze.
‘Ja.’
‘Ik heb gezegd dat het achtentwintig waren.’
Tine schoof het koekblik weg om de tweede bladzijde neer te leggen. ‘Toen niet. Nu hebben jullie kennelijk meer.’
Vera zag dat Anouk haar bril even afzette. Ze had de achtentwintig zo beslist genoemd dat Vera het aantal had meegenomen naar ieder volgend gesprek. Achteraf leek de zekerheid bijna iets lichamelijks: Anouk had rechtop aan haar tafel gezeten en met haar vinger op de inhoudslijst getikt. Vera had niet gevraagd hoe ze het wist.
‘Ik heb die oude keuze in mijn hoofd over de huidige set gelegd,’ zei Anouk.
Ze zei het zonder het kleiner te maken. Toch hoorde Vera zichzelf antwoorden: ‘Maar je hebt wel achtentwintig aan Dorus gegeven.’
‘Ja. Dat staat in de opdracht. Dit zijn twee verschillende dingen.’
Tine keek van de een naar de ander. Anouk vertelde haar nu pas over de zeven afwijkende exemplaren. Niet alles vanaf het begin: de foto's bij binnenkomst, de huidige kartons, de ontbrekende notities en de ring. Tine luisterde met haar kopje in haar handen. Ze vroeg of de oude stukken weg waren of alleen nog niet gevonden.
‘Dat tweede weten we,’ zei Anouk. ‘Het eerste niet.’
Vera bladerde niet zelf door het schrift. Tine haalde een klein vel tussen twee bladzijden uit en legde het naast de selectielijst. Het was een werkaantekening over de foto's van de personeelsruimte. Er stonden een middag, een taak en twee namen op. Geen precieze kloktijd. Tine had destijds willen voorkomen dat er een bijschrift kwam over nachtpersoneel terwijl mensen op hun vrije middag waren teruggekomen om iets af te maken.
‘Er is toen ook van alles mooier gemaakt dan het was,’ zei ze. ‘Dat begint meestal heel vriendelijk. Iedereen wil een goed verhaal bij een foto.’
Ze tikte op een van de regels. De taak was het schoonmaken en terugzetten van materiaal langs de rand van de kantine. Vera kende de opname waarop een arm en een emmer te zien waren, met op de achtergrond een tafel. Ze had die eerder voor gewone schoonmaak tijdens een dienst gehouden. In de bijschrifttekst die ze bij de stichting had gezien, stond een nachttaak.
‘Hoe weet je nog dat het een middag was?’ vroeg ze.
‘Ik hoef het niet alleen nog te weten.’ Tine wees op haar eigen aantekening. ‘Ik heb dat juist toen opgeschreven omdat iemand het anders wilde noemen. En ik was erbij. Niet op alle foto's. Wel bij dat werk.’
Anouk boog zich over de regel. ‘Die emmer was niet van de schoonmaakploeg. Die hadden we zelf meegenomen.’
‘En weer terug moeten brengen,’ zei Tine. ‘Daar heeft iemand tot de volgende ochtend over lopen zeuren.’
Ze glimlachte, maar op de vraag wie dat was aarzelde ze. Een naam kwam boven, verdween weer. Ze wilde Bas vragen, zei ze. Hij had die emmer moeten halen of had hem juist geweigerd; dat liep bij haar door elkaar. Vera voelde de neiging de onzekerheid weg te helpen met een van de twee mogelijkheden. Ze pakte in plaats daarvan haar schrift.
‘Mag ik de lijst fotograferen?’ vroeg Anouk. ‘En dit vel. Alleen om de beschrijving bij het werk goed te krijgen.’
Tine las de achterkant van het kleine vel, vouwde een rand met een privéaantekening naar binnen en legde het terug. ‘Deze kant. Er staat hier een telefoonnummer dat je niet nodig hebt.’
Anouk maakte de foto's. Vera hield het papier niet vlak; Tine schoof er een leeg boek onder zodat de vouw minder omhoogkwam. Daarna bekeek Anouk haar opnamen en liet ze aan Tine zien. Ze had de nummerkolom volledig, de datum en het kleine vel zonder de gevouwen strook. Tine wilde zelf ook de foto's, voor het geval zij haar papieren weer achter een vakantie zou opruimen.
Het gesprek verschoof naar de kleine studio van Anouk. Of ze nog een werktafel had. Anouk zei dat de tafel er was maar dat ze niet meer alles kon laten liggen. Tine vroeg of dat erg was. Vera verwachtte een ja; Anouk zei dat ze het nog niet wist. Ze miste de ruimte, maar niet de avond waarop de huur van die ruimte altijd in haar hoofd begon te zitten.
‘Toen ik de sleutel afgaf, was ik opgelucht,’ zei ze. ‘Daar mag ik nu kennelijk niet meer blij om zijn omdat dit daarna gebeurde.’
Tine schoof het koekblik naar haar toe. ‘Van mij wel.’
Vera nam een koekje omdat ze niet nog eens wilde zeggen dat ze niets hoefde. Het was harder dan ze verwachtte. Terwijl ze kauwde, keek ze naar de achttien regels. Anouk kon zich vergissen en toch haar achtentwintig kartons missen. Sanne kon slordig zijn geweest en toch niet hebben geweten wat Dorus haar aanbood. Vera had die combinaties tot nu toe vooral lastig gevonden wanneer iemand anders ze uitsprak.
Ze moest om kwart over elf weg voor haar afspraak met Sanne. Anouk bleef nog even. Bij de voordeur vroeg Vera of zij Bas zou bellen over donderdag. Tine wilde liever zelf eerst vragen of hij hun vragen überhaupt wilde hebben. ‘Niet ineens met een hele tafelcommissie bij hem aankomen.’ Anouk zou de paar relevante beelden sturen; Tine zou alleen aansluiten als Bas dat prettig vond.
Vera kwam te vroeg bij De Werf. In de gang was een vrouw bezig een kinderjas van een kapstok te halen die een paar centimeter te hoog hing. Vera tilde de jas van de haak en gaf hem aan. Daarna stond ze met lege handen voor de kamer van de stichting. Ze had op de fiets bedacht hoe ze moest beginnen. Nu klonk die zin als iets dat ze wilde inleveren en daarna vergeten.
Sanne had niet veel tijd. Er lag een aanvraag op haar bureau waar vóór de middag een antwoord op moest. Ze wees Vera geen stoel aan, maar toen Vera vroeg of ze vijf minuten had, schoof ze een stapel van de zitting.
‘Het gaat niet om een nieuwe vondst,’ zei Vera.
Sanne wachtte.
‘Ik heb je vorige week gevraagd waarom die dozen hier stonden als Dorus zei dat ik ze had aangenomen. En dat jij toch moest weten van wie ze waren. Ik deed alsof je bewust iets aannam waarvan je wist dat de herkomst niet klopte.’
De zin was langer dan haar begin op de fiets. Ze moest ademhalen om verder te kunnen.
‘Dat wist ik niet. Ik had dat niet zo moeten zeggen.’
‘Nee,’ zei Sanne.
Vera keek naar haar handen. Op haar duim zat een ingedroogd randje afwasmiddel dat ze vanochtend niet had opgemerkt. Ze voelde de gewoonte om er een volgende zin achter te zetten, over hoe moeilijk het voor Anouk was, hoe echt de handtekening op die bon eruitzag. Ze liet haar handen liggen.
‘Hugo hoorde het ook,’ zei ze. ‘Ik zal het tegen hem zeggen.’
Sanne haalde langzaam adem door haar neus. ‘Ik heb wél te weinig gecontroleerd. Dat maakt het nog niet prettig om te horen dat ik het allemaal geweten moet hebben.’
‘Dat begrijp ik.’
‘Je begrijpt het nu.’
Vera knikte. Het was verleidelijk om te zeggen dat ze het daarvoor ook al begrepen had, maar daar was ze niet voor gekomen.
Sanne keek naar haar aanvraag. Ze had haar pen nog open in haar hand. Vera stond op, dacht toen aan de lijst en bleef bij de stoel staan.
‘Anouk heeft zich in de oude selectie vergist. Het waren toen achttien openbare foto's. Tine heeft de lijst.’
Sanne keek weer op. ‘Verandert dat die achtentwintig die hier zijn gekomen?’
‘Nee. Die staan op de recente opdracht. Ik wilde dat je het wist voordat je het van iemand anders hoort.’
Ze sprak niet af dat het hiermee tussen hen klaar was. Sanne bedankte haar ook niet. Ze vroeg wel of Anouk de oude lijst wilde doorsturen voor de beschrijvingen. Vera zei dat ze het zou vragen, pakte haar jas en zocht Hugo.
Hij stond bij een afvoer in de kleine keuken, met een teil onder de open kast. Ze moest wachten tot hij de kraan had dichtgedraaid. Hij luisterde naar dezelfde uitleg, korter deze keer, en gaf haar toen de teil aan zodat hij een doek kon pakken.
‘Zet daar maar neer,’ zei hij.
Vera zette hem op de vloer, buiten zijn voeten. Er zat vuil water in dat scheef tegen de rand klotste. Hugo knielde weer voor de kast. Hij vroeg niet of ze nu dacht dat hij iets had gedaan. Ze was hem dankbaar dat hij die grap niet maakte.
Bij het café was Yasmin bezig de soep in kleinere bakken te verdelen. Ze vroeg of Vera alvast een brood wilde snijden. Vera hing haar jas op en waste haar handen. Ze was ruim op tijd voor de afgesproken pauze. Het mes schoot door de korst en zakte halverwege weg in een luchtbel.
Haar telefoon lichtte op naast de kassa. Een bericht van Anouk: Bas wilde donderdagmiddag kijken. Een paar beelden, niet de hele verzameling. Ria zou haar zeggen waar ze moesten zijn. Tine kon het eerste deel komen, als niemand haar vroeg overal antwoord op te weten.
Vera las het terwijl ze het mes nog vasthield. Yasmin schoof de broodmand haar kant op.
‘Eerst dit?’ vroeg ze.
Vera legde de telefoon met het scherm omlaag en trok het brood recht voor de volgende snee.