Hoofdstuk 3 van 300%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 3 · 10 minuten lezen

Het linkerraam

Ivo hield het hek met zijn knie op zijn plaats terwijl Vera uitlegde wat Ria wilde. Hij keek eerst naar haar telefoon en daarna naar de deur van het seinhuis. Op die deur zat al een nieuw slot. Het glom tegen de bladderende verf.

‘Binnen filmen?’

‘Alleen wat er nog staat,’ zei Ria.

‘Er staat niet veel meer.’

‘Een radiatorrooster wel, hoop ik.’

Dat moest hij even bedenken. Hij trok het hek nog een keer naar zich toe. De sluiting sprong ditmaal achter het metaal en bleef zitten. Zijn collega stak verderop een hand op.

Ivo pakte zijn telefoon en belde. Vera hoorde hem hun vraag herhalen, met de plaatsnaam erbij en dat hij er zelf bij zou blijven. Hij wachtte op antwoord, zei twee keer ja en stopte het toestel weg.

‘We kunnen er even in. Niet aan spullen komen. Ook niet als je er vroeger wel aan mocht komen.’

Ria knikte. Het blik bungelde tegen haar knie. Vera nam het van haar over toen ze de trap opgingen. Er zat nauwelijks gewicht in, maar met die telefoon en het losse snoer was een extra hand handig.

Op de brug bleef Ria staan bij het krijtstreepje. Ze zette de telefoon in de klem en controleerde of hij vastzat. Vera zag nu de twee rubberen uiteinden tegen de leuning drukken. Ria trok er nog een keer voorzichtig aan.

‘Ik wil hem niet achterna,’ zei ze.

Ze opende de camera en richtte hem naar de bocht. De lamp boven hen kwam niet helemaal in beeld. Ze schoof de klem een stukje, keek weer en draaide hem terug. Ivo stond met zijn sleutels in zijn hand te wachten.

‘Eerst binnen?’ vroeg hij.

‘Ja. Ik moet alleen onthouden hoe dit staat.’

Ze keek nog eens naar het krijtstreepje en haalde de telefoon uit de klem. Vera hield het blik met de kabel erin op heuphoogte, zoals Ria vroeg. Samen liepen ze naar de deur.

Het licht binnen deed het. Eén buis ging meteen aan, de andere knipperde een paar keer en gaf het op. De helft van de kamer bleef donkerder. Het rook er naar koud stof en iets droogs wat Vera aan papieren zakken deed denken. Ivo bleef in de deuropening staan.

Ria keek niet naar de hoek met de vroegere hendels, maar naar de muur bij het raam. Daar hing het rooster. Een ding dat Vera zelf niet zou hebben opgenomen als iemand haar had gevraagd het seinhuis vast te leggen. Ze zou de ramen hebben gefilmd, het uitzicht, de lege plek waar de bediening had gezeten.

‘Je ziet de bovenkant niet,’ zei Vera.

Ria deed een stap achteruit. Ze hield de telefoon even te hoog, keek op het scherm en zakte door haar knieën. Er piepte iets in haar schoen.

‘Ik ben aan het opnemen,’ zei ze. ‘Dat zal hij dan ook wel zien.’

Vera stond stil met het blik. Op het scherm was het rooster net een vage rechthoek. Ria tikte op het beeld. Er kwam meer licht in en de afgebladderde rand werd zichtbaar.

‘Hier droogden jullie de handschoenen. Er ligt niets meer op. Voor je denkt dat ik ze niet gefilmd heb.’

Ze sprak naar de telefoon, niet naar Vera. Dat maakte het vreemd om erbij te staan, alsof ze een kamer was binnengelopen waar iemand een brief voorlas. Ivo keek naar buiten.

Ria draaide langzaam naar de andere muur. Daar zat een lichter vierkant in de verf. Vier gaatjes op de hoeken.

‘De kalender is er ook af. Die met dat schip. Ik vond het altijd onzin om hier een schip te hangen, maar jij zei dat er tenminste geen locomotief op stond.’

Ze liet de telefoon zakken en keek nog eens naar de plek. Toen richtte ze hem op de vensterbank. De kras liep diep door het hout, met aan één kant een rafelige witte rand waar iemand iets langs had gehaald.

‘En dit was je kast,’ zei Ria. ‘Niet onze vader. Dat beweer je al dertig jaar verkeerd. Ik stond hier met de deur in mijn handen.’

Ze stopte de opname. Haar gezicht was rood van het bukken.

‘Ik praat de hele tijd,’ zei ze tegen Vera.

‘Er kan tekst bij.’

‘Dat doet hij zelf ook altijd. Hij zet erbij waar ik naar moet kijken omdat ik anders de verkeerde dingen noem.’

Ze riep de automatische ondertiteling op en speelde het stukje af. De woorden schoven onder de vensterbank langs. Bij de kras stond dat er een kat door het raam was gegaan.

Ria snoof. ‘Die is nieuw.’

Ze zette het beeld stil, tikte en tikte nog een keer. Het toetsenbord verdween steeds. Vera wilde haar hand al uitsteken en hield hem terug. Ria schoof de telefoon wat hoger en vond zelf de goede regel.

‘Kast,’ zei ze terwijl ze het schreef. ‘Met een s. Wat denk je zelf.’

Ivo keek op van de drempel. ‘Wat?’

‘Niet jij.’

Hij knikte alsof hij dat gewend was. Vera lachte en hield het blik wat verder van de deur om nergens tegenaan te stoten.

Toen de ondertitels goed stonden, ging Ria naar het linkerraam. Ze filmde de grendel. Vera zag dat ze haar andere hand niet vrij had en zette het blik op de schone vensterbank aan de andere kant, ver van het snoer.

‘Kan dat open?’

‘Dat is voor mij ook een vraag,’ zei Ria.

Vera keek naar Ivo. Hij knikte naar de onderkant van het raam. ‘Niet eraan gaan hangen.’

Ze legde haar vlakke hand tegen het hout en duwde. Het gaf een beetje mee, meer een beweging in het hele kozijn dan in het raam zelf. Ze probeerde met haar andere hand de grendel vrij te houden. Het hout drukte pijnlijk in haar handpalm.

‘Laat maar,’ zei Ria.

Vera duwde niet verder. Het raam ging terug in zijn oude stand. Ze draaide de grendel dicht en wreef over de afdruk in haar hand.

‘Nog altijd,’ zei Ria. Ze had het korte probeersel opgenomen, zag Vera toen ze het scherm naar zich toe draaide. Niet haar gezicht, alleen de hand en het kozijn.

Ivo wees op zijn horloge. Buiten was de wind afgenomen. Ze liepen achter hem aan naar de brug en wachtten tot hij de deur had afgesloten. Ria bedankte hem. Hij haalde zijn schouders op, keek naar Vera's hand en zei dat hij het had gezegd.

‘Ik hing er niet aan.’

‘Goed zo.’

Zijn collega riep hem. Het klonk van achter het hek, niet van het spoor. Hij nam zijn sleutelbos weer op en liep door.

De goederentrein was nog niet voorbij. Ria legde de telefoon opnieuw in de klem. Ze had geen haast meer in haar handen, merkte Vera. Misschien omdat het binnenstuk er nu tenminste was. Ze controleerde de aansluiting van de microfoon en vroeg of Vera het blik iets lager wilde houden.

‘Waar moet ik staan?’

‘Gewoon daar. Als dat snoer maar niet trekt.’

Vera stapte een halve pas opzij. Aan haar voeten lag een nat blad dat telkens opwaaide en tegen de onderste spijl bleef steken. Ze hield haar jas bij elkaar met haar vrije hand.

Van hier kon ze het caféraam zien. De letters van het affiche waren niet te lezen, alleen de donkere foto en het bleke vak eronder. Milan liep binnen langs de tafels. Hij had de vaatwasser inmiddels openstaan.

Ria zette de camera nog niet aan. Ze keek de bocht in.

‘Hij is later dan anders,’ zei ze.

‘Komt hij wel?’

‘Dat denk ik. Maar als hij nu niet komt, heb ik die kamer. Daar vroeg Bas om.’

Ze keek nog eens de lege bocht in. De microfoon bleef aangesloten. Het blik werd koud door Vera's handschoenen heen. Ze had dunne aangetrokken die nauwelijks hielpen; haar andere lagen thuis op de verwarming.

Er kwam eerst een zwak licht tegen de stenen muur. Ria richtte zich op. Ze tikte op het scherm en keek naar het rode teken voordat ze haar handen eraf haalde.

De locomotief verscheen in de bocht. Het geluid kwam later groot om hen heen, langs het metaal en de muren, zodat Vera het even in haar borst voelde. Boven hen trilde het glas van de lamp. Ria kantelde de telefoon kort omhoog en weer terug. Daarna bleef ze eraf.

Vera zag de wagons onder de brug doorgaan. Wielen, koppelingen, een vlakke stalen wand met een rij kleine cijfers. Ze hield het blik stil. Ria keek naar het scherm, niet naar de trein. Haar mond stond een beetje open.

Nu begreep Vera de plek. De lamp en de verdwijnende wagons kwamen samen in het beeld. Wat boven hun hoofd bewoog en wat onder hun voeten wegtrok, kon je alleen van hier zo zien.

Toen de laatste wagon verder reed, zette Ria de opname uit. Ze liet de telefoon nog een ogenblik in de klem staan.

‘Is het gelukt?’ vroeg Vera.

‘Nu ga ik eerst kijken.’

Ze liepen naar het onderste bordes, uit de wind. Vera zette het blik op de trede boven haar voeten. Ria bekeek de opname zonder de luidspreker hard te zetten. Toen speelde ze het begin nog eens af met het geluid wat hoger. Er stond echt een trein op. Geen vinger, geen regenwaas, geen donker scherm waarin je alleen degene zag die filmde.

‘Zo,’ zei ze.

Ze koos de twee filmpjes. Bij het binnenstuk controleerde ze de verbeterde regel nog eens. Kast stond er nog. Ze stuurde de bestanden en stak de telefoon niet weg.

Vera ging op de brede onderste trede zitten. Haar benen waren moe. Vanuit het café kwam Milan even voor de deur staan. Ze stak haar hand naar hem op. Hij stak zijn duim op en verdween weer.

‘Hij slaapt nog niet,’ zei Ria. ‘Die andere avonden ook niet. Hij zegt dat ik steeds voor niets sta te verkleumen.’

Het toestel lichtte op. Ria keek naar het bericht en hield het toen voor Vera. Een foto van een hand met de duim omhoog. De rand van een stoel erachter. Daarna verscheen er tekst.

Raam links klemt nog steeds?

Ria lachte. Haar stem klonk schor van de koude lucht. Ze schreef terug dat Vera het had geprobeerd. Nog een antwoord kwam: zag ik. Verder geen toelichting.

‘Dat weet hij nu,’ zei Ria.

Ze maakte de kabel los, eerst bij de telefoon en daarna bij de microfoon. Het snoer paste niet meteen terug in de lus. Vera hield het blik open terwijl Ria het nog eens deed. De buurjongen zou geen reden hebben haar een nieuwe microfoon te laten betalen.

In het café rook het naar de laatste spoelbeurt van de vaatwasser. De man bij het stopcontact was weg. Milan stond met zijn jas al aan achter de kassa; hij wees naar het bedrag op het scherm en Vera knikte. De rest konden ze morgen doen. Hij had de gewone sluitvoorraad klaarstaan.

Ria vroeg of er nog thee was. Vera keek naar de klok, die al over middernacht wees, en daarna naar haar telefoon. Het was zes minuten minder laat dan het hout boven de deur beweerde. Ze pakte het krukje uit de keuken.

‘Eindelijk,’ zei Milan.

Vera draaide de wijzer terug. Precies zes minuten. Toen ze weer op de vloer stond, keek Milan op zijn eigen telefoon en knikte plechtig. Hij nam de laatste vuilniszak mee naar buiten.

Ria hing haar vest over de stoel en liet het theezakje nu in het glas zakken. Vera ging tegenover haar zitten, met water. Ze hoefde niet meer te vragen op wie ze iedere avond had gewacht.

Pas nadat Ria het blik had meegenomen en Milan weg was, keek ze naar Anouks bericht van donderdag. De bijlage opende in een witte rand. Een deel van een afgiftebriefje, scheef gescand. Rechts onderaan een V, met de lange haal die zij haastig zette als iemand met een pen voor haar stond.

Ze vergrootte het beeld. Het bleef haar V.

In de ruit naast de deur zag ze de achterkant van de foto die ze zelf had opgehangen. Ze had woensdag geen moment aan de map gedacht. Ze draaide het scherm van haar telefoon uit en schreef voor maandag boven op haar inkooplijst: bezorging Anouk.

Toen deed ze het licht in de zaal uit.

Hoofdstukken

De reiziger van 23.14

  1. 01Het blik10 minuten
  2. 02De verkeerde trein10 minuten
  3. 03Het linkerraamJe leest nu10 minuten
  4. 04Eén map10 minuten
  5. 05Wat in vijf dozen paste10 minuten
  6. 06De kamer in De Werf9 minuten
  7. 07De plank boven de voorraad9 minuten
  8. 08Wat Dorus maakte9 minuten
  9. 09Niet het hele leven10 minuten
  10. 10De rit van dinsdag10 minuten
  11. 11Hetzelfde beeld, ander karton11 minuten
  12. 12De oude selectie10 minuten
  13. 13Wat Bas herkende10 minuten
  14. 14De herstelde hoek12 minuten
  15. 15De doos die dicht bleef10 minuten
  16. 16Boven de V10 minuten
  17. 17Een aangeboden collectie10 minuten
  18. 18Tussen de losse beelden9 minuten
  19. 19Het raam naast de kassa12 minuten
  20. 20De zes stroken9 minuten
  21. 21Een aankoop van vijfennegentig10 minuten
  22. 22Werkexemplaren9 minuten
  23. 23De ring over de rand10 minuten
  24. 24Apart aanleveren11 minuten
  25. 25Wat Anouk zou vragen9 minuten
  26. 26Dezelfde achtentwintig10 minuten
  27. 27Oude kartons10 minuten
  28. 28De laatste zes10 minuten
  29. 29Onder de juiste naam9 minuten
  30. 30Een gewone vrijdag9 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.