Hoofdstuk 5 van 300%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 5 · 10 minuten lezen

Wat in vijf dozen paste

Anouk woonde boven een winkel waar ze kinderfietsen repareerden. In het portiek stond een rood fietsje zonder voorwiel. Vera moest haar tas optillen om langs het stuur te komen. Op de eerste verdieping ging een deur open.

‘Hij zou hem al weghalen,’ zei Anouk.

‘Ik ben erlangs.’

‘Jij wel.’

Ze wachtte tot Vera op de overloop stond en sloot de deur zonder de fiets nog een blik te geven. In de kamer lag een opgerolde achtergrond tegen de muur. Een lamp op een statief stond vlak voor een stoel met een blauwe zitting. Het raam erachter was met een dun wit gordijn afgedekt.

‘Je bent aan het werk,’ zei Vera.

‘Straks. Eerst moet dat ding uit het portiek. Anders komt mijn klant niet boven.’

Anouk pakte haar telefoon en stuurde een bericht aan de fietsenmaker. Ze legde het toestel daarna met het scherm omlaag op de eettafel. Er lagen twee mappen klaar. Geen vijf dozen.

Vera hing haar jas over haar eigen stoel. Ze vroeg of de lamp verplaatst moest worden en hoorde dat hij juist zo moest blijven. Anouk had de stoel op een merkteken gezet. De tafel was voor hen vrijgemaakt; aan het andere uiteinde lagen een schrift en een dichtgeklapte laptop.

‘Ik heb de studio opgezegd,’ zei Anouk. ‘Dat weet je misschien.’

‘Ik wist niet dat je hier nog foto's maakte.’

‘Niet alles kan. Een heel gezin met een hond past hier niet prettig. Eén persoon wel. Of twee als ze elkaar aardig vinden.’

Ze nam een envelop uit de eerste map. Vera zag het woord kopieën erop staan. Anouk legde de inhoud los op de tafel, op een schone onderlegger die ze zelf had neergelegd. Het was de opdracht aan Dorus, met hun namen, een bedrag en daaronder de groepen waar het om ging.

Bewaren en kopiëren. Vijf dozen, ieder met een korte beschrijving. Anouk schoof het vel naar haar toe zodat ze niet ondersteboven hoefde te lezen.

‘Ik heb hier geen foto van gemaakt,’ zei Vera.

‘Dat hoeft ook niet. Je mag dit rustig lezen.’

De eerste twee dozen bevatten gemonteerde afdrukken. Zeven woorden verder stond er een aantal. Veertien in de ene, veertien in de andere. In de derde zaten de negatieven en contactvellen van de werkopnamen. In de vierde andere negatieven en contactvellen, met familie en kleinere opdrachten ertussen. De vijfde had werkafdrukken en papieren. Achter iedere groep stond een kruisje in dezelfde blauwe inkt. Onderaan twee handtekeningen.

Vera volgde met haar vinger de regel boven de namen, zonder het papier aan te raken. ‘Kopieën maken. Tijdelijk bewaren.’

‘Omdat ik hier toen nog overal dozen had. Dorus had ruimte. Hij heeft vaker afdrukken voor me gemaakt.’

‘En die tweehonderdveertig?’

‘Heb ik betaald.’

Anouk haalde het betalingsbewijs uit de map en legde het ernaast. Ze deed het een beetje ongeduldig, merkte Vera, alsof ze de handeling al aan te veel mensen had moeten uitleggen.

‘Hij heeft ook werk gedaan voor dat geld. Die kleine proeven uit de map zijn er een deel van. Dit is geen rekening waarvan ik beweer dat er nooit iets voor is geleverd.’

Vera las verder. Er stond niets over een verkoop, niets over een schenking aan een stichting. Ze keek op naar Anouk.

‘Hij zegt nu dat hij het allemaal heeft teruggegeven.’

‘Ja.’

‘Maar hij heeft niet gezegd dat je het aan hem gaf?’

‘Niet tegen mij.’

De waterkoker klikte. Anouk stond op en goot water in twee mokken. Het was geen vraag of Vera thee wilde; de mokken stonden er al en Anouk schoof haar een doosje met zakjes toe. Vera koos wat bovenop lag.

Van beneden kwam een bonk. Daarna het slepen van iets over de stenen vloer. Anouk liep naar de deur, deed hem open en keek de trap af.

‘Dank je,’ riep ze.

Een stem antwoordde iets over ruimte in de werkplaats. Anouk sloot de deur weer. Ze zette geen thee bij het papier, maar op het vrije stuk tafel naast haar stoel.

‘Dat soort dozen kun je niet even in een keukenkast zetten. De negatieven moeten bij hun eigen vellen blijven. Je wilt niet later moeten uitzoeken welk strookje bij welk beeld hoorde.’

‘Wat is een contactvel precies?’ vroeg Vera.

Ze had het woord weleens gehoord, maar had een vaag beeld van veel kleine foto's. Als ze nu alleen knikte, zouden zij en Anouk zich bij de derde doos iets anders blijven voorstellen.

Anouk opende de kleine presentatiemap van de bezorging. Ze haalde twee kopieën uit de stapel en legde ze naast elkaar. Op de ene stond een handkar vlak bij een deuropening. Op de andere was hij een stukje naar achteren geschoven.

‘Dit zijn twee uitgekozen beelden. Op het contactvel zie je alle beeldjes van dat strookje bij elkaar. Ook de vier die ik hier niet liet afdrukken. Dan zie je wat ervoor en erna gebeurde.’

Ze tikte met de achterkant van een potlood op een wit randje naast de eerste kopie.

‘Hier kan iemand net buiten het beeld staan. Dat zie je op één afdruk niet.’

Vera boog wat naar voren. De deur was op beide kopieën dezelfde. Ze had het affiche gezien en gedacht dat het over vroeger ging, een ruime plek waar alles tegelijk in paste. Op deze foto's moest iemand gewoon een kar ergens anders neerzetten.

‘Die hele reeks staat dus op het vel in de derde doos.’

‘Ja. Met het negatiefstrookje erbij. Deze twee zijn alleen kleine kopieën.’

Anouk borg ze weer in de map. Ze liet niet alles openliggen omdat Vera er toch al zat.

‘En die vierde?’

‘Thuisbeelden. Er zitten ook kleine opdrachten tussen die niet voor een krant waren. Mensen die iemand een foto wilden geven. Niet alles is geheim, maar het is ook niet van iedereen.’

‘Dorus wist dat?’

‘Hij wist wat erin zat. We hebben de lijst samen gemaakt.’

Vera keek weer naar de kruisjes. Vijf inhoudelijke groepen, niet vijf onbeschreven kartonnen dozen. Anouk had gevraagd om materiaal dat herkenbaar moest blijven, en zijzelf had op maandag alleen een kleine map op tafel gezien.

‘Wat wilde je met de grote afdrukken doen?’

‘Die bij elkaar houden. Niet meteen ergens aan de muur.’

‘Zijn ze eerder ergens geweest?’

Anouk knikte. ‘Jaren geleden, met dat project over de mensen achter de perrons. Achtentwintig beelden. In de zaal waar nu dat taalcafé zit.’

Ze zei het zonder aarzelen. Vera schreef het aantal op haar eigen notitievel, onder de woorden vijf dozen. Ze streepte het ene aantal niet door om plaats te maken voor het andere.

‘Dus dezelfde achtentwintig als nu?’

‘Die selectie, ja.’

Anouk trok de map wat naar zich toe. Een foto van een wachtzaal kwam een stukje onder het vel vandaan. Ze schoof hem terug en liet haar hand erop liggen.

‘Dat waren niet allemaal mijn foto's. Dorus heeft er twee gemaakt. De rest wel. Hij heeft destijds veel voor de afdrukken gedaan. We stonden avonden in die ruimte. Ik ga niet nu zeggen dat hij er alleen maar bij was.’

‘Dat vraag ik ook niet.’

‘Iedereen gaat dat toch vragen. Wie het gemaakt heeft, wie het papier betaalde, wie het het langst in huis had. En voor je het weet sta ik te vertellen dat een foto van mijn moeder van mij is omdat ik haar dochter ben. Terwijl het daarom helemaal niet gaat.’

Vera keek naar het potlood dat Anouk nog vasthield. Ze had het niet nodig gehad voor het laten zien, maar legde het ook niet neer. Het was aan het uiteinde plat gekauwd.

‘Die foto's wil je terug,’ zei Vera.

‘Allemaal. Ook de dingen die nooit in een presentatie hoeven.’

Anouk ging achter haar laptop zitten. Ze keek even naar Vera voordat ze het scherm opende. Vera draaide zich een beetje opzij om niet meteen mee te lezen. Anouk zocht iets, liet twee vensters verdwijnen en draaide toen pas het scherm.

Op het scherm verscheen een foto van haar vroegere studioruimte. Een rek met platte dozen, daarnaast een stoel waar een jas over hing. Ze had het beeld gemaakt om te weten hoe de meubels stonden, legde ze uit. Nu wees ze alleen naar de dozen. De bovenste had een hoek die met een ander stukje karton was verstevigd.

‘Daar zat het werkmateriaal in. Dat hoekje had ik gerepareerd omdat de klep steeds op de vloer viel.’

Vera zag de rand. Ze had thuis ook zulke reparaties, bruin plakband over karton, zonder dat ze ervan zou zeggen dat het ooit ergens bewijs voor moest zijn.

‘Mag ik onthouden hoe die doos eruitziet?’

‘Ja. Ik kan je dit deel sturen. Niet de hele map erachter.’

Ze sneed het beeld op haar eigen scherm bij tot de dozen en verstuurde het. Vera zag de foto op haar telefoon verschijnen. Ze schreef erbij van Anouk, zodat hij niet tussen de leveranciersfoto's zou raken.

Er klonk een nieuw bericht. De klant van Anouk was op het station en zou wat eerder zijn. Anouk keek op haar horloge. Nog geen halfuur.

‘Ik kan weg,’ zei Vera.

‘Je hoeft niet ineens te rennen.’

Ze ruimde wel de papieren op. Betalingsbewijs bij de opdracht, de kleine proeven in de presentatiemap. De twee mokken bleven op het vrije stuk tafel staan. Vera had haar thee nog nauwelijks aangeraakt. Ze dronk een paar slokken. Het zakje gaf inmiddels zoveel smaak af dat ze het eruit haalde.

‘Wat ga jij nu doen?’ vroeg Anouk.

Vera had aan de stichting gedacht. Ze wilde horen hoe Sanne aan die dozen was gekomen, wat er op het affiche stond en waarom niemand haar iets had verteld toen zij de foto op haar eigen raam plakte. Dat laatste had ze zelf aangeboden. Het was niet makkelijk dat in één vraag te stoppen zonder dat het een verwijt werd.

‘Sanne bellen. Vragen welk materiaal zij precies heeft, en of we het kunnen zien.’

‘Je hoeft niet namens mij te gaan eisen dat alles morgen voor de deur staat.’

‘Dat was ik niet van plan.’

Anouk keek haar aan. Niet wantrouwig, eerder afwachtend.

‘Ik wil weten hoe dat affiche er kwam,’ zei Vera.

‘Dat begrijp ik.’

Ze gaf het nummer van Sanne dat ze zelf had gebruikt. Het was hetzelfde als in Vera's telefoon. Anouk vroeg of zij erbij kon zijn bij een afspraak, desnoods een andere keer als het niet paste. Vera zou haar laten weten wat lukte.

Bij de deur moest Vera haar jas tussen twee haken vandaan trekken. Een sjaal bleef aan haar knoop hangen. Ze maakte hem voorzichtig los en legde de sjaal terug op zijn haak.

Anouk opende de deur naar de overloop. Het rode fietsje was weg. De ruimte zag er ineens ruimer uit dan bij aankomst.

‘Zie je,’ zei ze. ‘Kon toch.’

Beneden kwam de fietsenmaker haar tegemoet met een wiel in zijn hand. Vera hield zich op de laatste tree wat opzij. Hij zei dat het kind zijn fiets vandaag nog nodig had. Dat had niets met haar te maken, maar hij klonk alsof hij zich nog even moest verdedigen. Ze bedankte hem dat hij de doorgang had vrijgemaakt.

Op de stoep belde ze Sanne. Er werd niet opgenomen. Ze sprak in dat Anouk en zij de dozen wilden zien en dat ze morgenochtend of morgenmiddag een afspraak konden maken. Halverwege hoorde ze hoe gemakkelijk zij nu Anouks hele dag had aangeboden.

‘Ik stem het tijdstip nog met haar af,’ zei ze erachteraan.

Ze stuurde Anouk meteen een bericht. Daarna liep ze naar het station. De kortste route ging door de nieuwe tunnel. Op de onderste treden rook het naar nat beton. Een jongen liep met zijn fiets aan de hand naar beneden en hield hem zo schuin dat het stuur de muur raakte.

Vera dacht aan de ruimte boven de fietsenmaker, de lamp die moest blijven staan voor de volgende klant. Ze liep door naar de uitgang aan haar eigen kant en bleef daar niet staan kijken hoeveel mensen een andere richting namen. Yasmin had haar nodig voor de gewone pauze, en er lag nog brood dat zij zelf had besteld.

Hoofdstukken

De reiziger van 23.14

  1. 01Het blik10 minuten
  2. 02De verkeerde trein10 minuten
  3. 03Het linkerraam10 minuten
  4. 04Eén map10 minuten
  5. 05Wat in vijf dozen pasteJe leest nu10 minuten
  6. 06De kamer in De Werf9 minuten
  7. 07De plank boven de voorraad9 minuten
  8. 08Wat Dorus maakte9 minuten
  9. 09Niet het hele leven10 minuten
  10. 10De rit van dinsdag10 minuten
  11. 11Hetzelfde beeld, ander karton11 minuten
  12. 12De oude selectie10 minuten
  13. 13Wat Bas herkende10 minuten
  14. 14De herstelde hoek12 minuten
  15. 15De doos die dicht bleef10 minuten
  16. 16Boven de V10 minuten
  17. 17Een aangeboden collectie10 minuten
  18. 18Tussen de losse beelden9 minuten
  19. 19Het raam naast de kassa12 minuten
  20. 20De zes stroken9 minuten
  21. 21Een aankoop van vijfennegentig10 minuten
  22. 22Werkexemplaren9 minuten
  23. 23De ring over de rand10 minuten
  24. 24Apart aanleveren11 minuten
  25. 25Wat Anouk zou vragen9 minuten
  26. 26Dezelfde achtentwintig10 minuten
  27. 27Oude kartons10 minuten
  28. 28De laatste zes10 minuten
  29. 29Onder de juiste naam9 minuten
  30. 30Een gewone vrijdag9 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.