Hoofdstuk 5 van 150%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 5 · 8 minuten lezen

Wat Noor had gezegd

De bibliotheekdeur stond op een kier. Farah had een opgerolde deurmat tegen de onderkant gelegd, zodat ze met een stapel stoelen naar buiten kon. Noor hield de deur voor haar open. Ze kreeg meteen een stoel aangereikt.

‘Deze mag daar. De zitting is nog een beetje nat.’

Noor zette hem onder het afdak. Op de stoep stonden al twee andere, met allemaal een ander kussen. Ze hield haar kaart onder haar arm terwijl ze de volgende overnam.

Wim bleef even buiten om de grijper schoon te maken. Bente zette het krat bij hem neer en trok de vuilniszak uit de rand. Sami ging zijn tas naar binnen brengen. De boeken mochten nu van zijn rug.

‘En?’ vroeg Farah.

Noor schudde haar hoofd. ‘Alleen een plastic deksel.’

‘Dan is dat er in elk geval uit.’

Ze liepen naar de balie. Op het hout lag een rij voorwerpen: een handschoen, twee pennen, een bril en een heel klein sokje. Farah pakte de handschoen op en keek of er een naam in stond.

‘Die waren blijven liggen,’ zei ze. ‘Ik wil ze morgen op de kast zetten. Misschien neemt iemand ze dan eindelijk mee.’

Noor legde haar kaart op het vrije stukje naast het sokje. ‘Die boot kan toch niet zomaar weg zijn?’

‘Jullie hebben nog niet overal gekeken.’

‘Het water gaat naar de sluis. Daar zijn we geweest.’

Farah streek het label in de handschoen glad. Er stond alleen een maat op.

‘Weet je hoe hij los is geraakt?’

‘Bente had het touw niet goed vastgemaakt,’ zei Noor. ‘Daarom is hij weggedreven.’

Het kwam veel gemakkelijker uit haar mond dan de uitleg over het gele licht. Dit had ze begrepen. Een touw dat losraakte en een boot die verderging. Ze kon Farah straks haar kaart laten zien, met de plekken waar ze hadden gezocht.

Bente kwam binnen met het lege krat. Sami had een stoel bij de leestafel getrokken. Hij wees naar de plek waar ze het neer kon zetten.

Farah draaide zich naar Bente. ‘Ik hoorde het van het touw. Dat hoef je morgen natuurlijk niet allemaal op je kaartje te vertellen.’

Bente stopte. Het krat bleef voor haar buik hangen.

‘Wat van het touw?’

‘Noor zei dat je het niet goed had vastgemaakt. Maar het gaat om wat jullie gebouwd hebben, hoor.’

Noor zag Bentes handen verschuiven. Eerst hield ze het krat onder de rand vast, toen aan de zijkanten. Ze zette het naast haar voeten neer.

‘Heb je dat verteld?’

‘Ze vroeg waardoor hij weg was.’

Bente keek van haar naar Farah. ‘Ik weet niet eens hoe het precies ging.’

Farah legde de handschoen bij de pennen. ‘Dan weten we dat dus nog niet precies. Ik was er zelf niet bij.’

Ze zei het rustig, maar Noor voelde haar wangen warm worden. Ze had niet gezegd dat Bente expres iets verkeerd had gedaan. Het was een knoop geweest. Iedereen kon een knoop verkeerd doen.

‘Jij zei toch dat je hem niet had getest?’

‘Dat zei ik tegen jou.’

Sami zat half op de stoel die hij net had aangeschoven. Hij liet zijn tas op de grond zakken.

‘We hebben ook nog geen touwdiploma,’ zei hij.

Bente draaide haar hoofd naar hem. Ze lachte niet. Sami keek naar de gesp van zijn tas en trok de losse riem erdoorheen.

‘Ik wilde alleen—’ begon hij.

‘Ja,’ zei Bente.

Wim kwam binnen. Hij droeg de grijper in één hand, ver van zijn broek. Hij zette hem bij de deur en keek naar het krat.

‘De handdoek is tenminste droog gebleven.’

Niemand zei iets terug. Noor dacht dat hij iets over hun zoektocht zou vragen. Hij keek naar zijn kleindochter.

‘Wat is er?’

Bente wees niet naar Noor. Ze streek alleen het hengsel van het krat naar beneden, tot het plat tegen de zijkant lag.

‘Ik heb hem niet goed vastgemaakt. Dat weet iedereen nu.’

‘Iedereen?’

Farah vertelde wat zij had gevraagd. Noor kon haar eigen antwoord bijna tegelijk horen, voordat Farah het uitsprak. Ze had veel zekerder geklonken dan Bente bij de kaart.

Wim ging bij de tafel staan. ‘Ik heb dat touw ook niet gecontroleerd. Ik was bezig met die haak en dacht dat het wel goed zat. We waren samen.’

‘Maar ik had—’

‘Ik ook,’ zei hij. ‘Ik had zelf kunnen kijken. Dat is niet iets wat jij in je eentje hebt laten gebeuren.’

Hij trok een stoel bij en ging erop zitten.

Noor had nog steeds haar kaart in haar hand. Ze wist niet wanneer ze hem had opgepakt.

‘Ik wilde juist helpen met zoeken,’ zei ze.

Bente keek naar de dikke pijl. ‘Dat is iets anders.’

Ze pakte het bordje met HET VEER van de tafel. De verf op de R was droog. Ze zette het naast de blauwe rivier en schoof het net zo lang tot het recht stond.

Farah vroeg of ze de kaartjes voor de foto's samen zouden knippen. Bente knikte. Ze vroeg waar de goede schaar lag.

‘In die bak,’ zei Noor snel.

Bente pakte hem zonder op te kijken. Ze sneed eerst een hele strook van het vel. Daarna legde ze haar bordje erop om te zien hoe breed de kaartjes moesten worden. Noor had haar liniaal nog. Ze legde hem naast Bentes hand.

‘Dank je,’ zei Bente.

Het was precies hetzelfde woord dat ze tegen Farah gebruikte toen die het papier aangaf. Noor had gehoopt dat het anders zou klinken.

Sami tilde het krat op en zette het onder de tafel, zodat niemand er met zijn voet in kon blijven steken. Hij vroeg niet meer of ze een vergunning voor dat krat nodig hadden.

Noor keek op de klok. Haar vader zou er bijna zijn. Op het pleintje voor het raam liep een man in de jas die op de zijne leek. Hij draaide zich om en bleek een veel langere baard te hebben.

‘We kunnen na het eten verder zoeken,’ zei ze tegen Bente.

Bente bleef knippen. ‘Ik weet nog niet of ik meega.’

‘Maar jij weet het meeste van de boot.’

‘Ik kan ook hier iets doen.’

Er viel een klein rechthoekje papier op de vloer. Noor bukte om het op te rapen. Het plakte aan haar vinger. Ze haalde het los en legde het bij het andere knipselafval.

Ze had een kaart gemaakt, een route gelopen en naar elk wit ding gekeken. Toen Bente nog een stuk papier nodig had, schoof Noor het naar haar toe. Bente legde haar bordje erop en ging verder.

Hoofdstukken

Het licht in het riet

  1. 01Een lichtje zonder huis8 minuten
  2. 02De lege rivier8 minuten
  3. 03Eén pijl op de kaart8 minuten
  4. 04Naar de sluis8 minuten
  5. 05Wat Noor had gezegdJe leest nu8 minuten
  6. 06Verkeerde pijlen7 minuten
  7. 07Achter de rietrand8 minuten
  8. 08Twee linkerlaarzen8 minuten
  9. 09De bon onder de boeken7 minuten
  10. 10Een dak dat wind vangt7 minuten
  11. 11Nog niet gevonden8 minuten
  12. 12Onder de planken8 minuten
  13. 13De witte draad8 minuten
  14. 14Een boot en een kaart8 minuten
  15. 15Weer op zijn plaats8 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Vertel wat beter kan. Zet geen persoonlijke gegevens in je bericht.

Je bericht gaat naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.